Foto bij 1.1 JvV

12 februari, 2019

Jennifer van Velzen


Vroeg opstaan. Ik heb er een hekel aan. Niets is zo vervelend als het horen van je wekker als je net fijn aan het dromen bent. Ze zouden iets uit moeten vinden waardoor de tijd voor een paar minuten stilstaat. Zo kan je iedere droom die je hebt afmaken, voordat je wekker schreeuwt dat je uit bed moet. Als zoiets mogelijk was, zou het de uitvinding van de eeuw worden.
Geïrriteerd zet ik mijn wekker uit en wrijf gapend in mijn ogen. Ik voel de wallen zitten, wat mij enigszins teleurstelt. Iedere avond ga ik vroeg naar bed om de wallen te voorkomen, maar het mag niet baten. Sinds ik fulltime werk, heb ik ze altijd. Al zijn ze beginnend, ze zitten er. Ik heb ieder meidenblad uitgespit in de hoop een goede variant te vinden op het uitwissen van wallen. Tot nu toe heeft niks geholpen. Ik stap uit bed en loop naar mijn kledingkast. De outfit van vandaag; werkkleding. Ik heb er deze week al drie dagen opzitten en vandaag is de laatste. Fulltime werken is zwaar en ik heb het sterk onderschat. Vooral als het marktdag is. Zoals vandaag.
Na het behalen van mijn MBO-diploma, ben ik fulltime gaan werken bij mijn oude zaterdagbaan. Af en toe heb ik spijt van mijn lakse gedrag, die ik vertoonde na mijn examenjaar. Ik kon doorstuderen, maar koos een andere richting. Ik was klaar met de eindeloze schooldagen. Uren vertoeven in de schoolbanken en luisteren naar de eentonige verhalen van leraren. Het is vermoeiend om je aandacht erbij te houden als je andere potenties hebt.
Het enige wat mijn aandacht niet verloor, waren Nederlands en geschiedenis. Ik heb nooit moeite gehad met mijn moedertaal. Ik leerde nooit. Toch haalde ik zonder moeite voldoendes en zo kwam het ook dat ik op het examen van vorig jaar een 9 haalde. Dat was volgens mijn leraren verbazingwekkend goed en ze hadden daarom ook geen ander resultaat verwacht. Mijn schrijfstijl was volgens hen uniek. Ik kon correct Nederlands gespelde antwoorden geven op vragen zonder het daadwerkelijke antwoord te geven. Soms stond er een dikke, rode streep door mijn antwoorden. Toch kreeg ik altijd een pluim voor mijn talent. Als onzinnige antwoorden geven tegenwoordig een talent is, dan ben ik er perfect in. Ik deed niet anders. Mijn interesse in geschiedenis daarentegen is er altijd geweest. Tot aan het eind van het MBO zat ik vastgeklampt aan de verhalen over oorlogen en economische crisissen.
Omdat ik geen zin meer had in school en niet direct door wilde naar het HBO, besloot ik even helemaal te stoppen. Mijn middelbare schoolexamens zodanig verpesten waardoor het nog eens overdoen onmogelijk was, is genoeg ellende. Ik was het derde jaar al blijven zitten, het vijfde jaar dan ook opnieuw doen, is niet heel verleidelijk. En ik werd oud. Noodgedwongen ging ik opzoek naar werk. Ik zat zonder school, zonder opleiding, zelfs zonder een geldig diploma om te doen wat ik wil doen. Daarvoor was immers HBO nodig. Mijn ouders wilden dat ik daarom goed ging nadenken over mijn toekomst. Ze zijn alles behalve streng en hebben het beste met me voor. Zo wil mijn moeder niet dat ik later onder een brug kom te wonen met alleen een deken tegen de kou. En mijn vader... Hij is bang dat ik uit wanhoop de prostitutie inga. Toen hij me dat zei, moest ik hard lachen, maar zoals een echte vader meende hij het natuurlijk bloedserieus. Ik snap ze ook wel, maar ik ga mijn toekomst echt niet verpesten. Aan het eind van de zomer begin ik met de opleiding Journalistiek aan de Hogeschool van Utrecht en in de zomervakantie ga ik entertainment werk doen op een attractiepark hier in Nederland. Welke dat is, is nog een verassing. De overige tijd breng ik vijf dagen in de week door in brasserie en patisserie ‘Centineos’. Mijn oude zaterdagbaan, waar ik me nu voor moet haasten.
Het is kwart over zes als ik me gewassen heb, mijn werkkleding aan heb en gehaast wat make-up opdoe. Dank je wel, wallen. Als ik jullie niet had gehad, had ik ook geen make-up op hoeven doen om jullie een beetje te verbergen. Ik draag weinig make-up. Op het werk eigenlijk nooit, tenzij ik zonder nogal bleek zie. Nu is het hard nodig.
‘Jen, ben je al wakker?’ Mijn slaapkamerdeur gaat open en mijn moeder komt binnen. Ze heeft haar badjas aan en ziet er al net zo mooi uit als ik iedere ochtend.
‘Ik ben zelfs al bijna klaar,’ zeg ik. Ik werk mijn make-up af en pak mijn tas van bed. Mijn moeder gaapt en gaat met een hand door mijn haar als ik langs haar loop.
‘Doe je voorzichtig op de fiets? Het is nog donker.’
‘Ja, mam,’ zucht ik en ik pak mijn jas van de kapstok. Als ik zo meteen de straat op ga, zal ik niemand zien. Waar ik woon, is het in de ochtend doodstil. Ik woon langs een weg die overdag erg druk is, maar blijkbaar hoeft niemand daar op een vroege morgen langs. Ik fiets daarom een heel stuk alleen in het donker en mijn moeder maakt zich daar zorgen om. Stel dat er iets gebeurd. Zelf ga ik daar niet vanuit. Ik race er wel doorheen met wat muziek op. Geen enkele enge vent die mij bij kan houden.
‘En je doet geen oortjes in, hè.’
‘Mam, je kent me,’ glimlach ik.
‘Ja, en daarom zeg ik het ook tegen je.’ Ik rol met mijn ogen en geef mijn moeder een kus op haar wang. Ze kent me te goed en ondanks dat ze het iedere keer zegt, luister ik toch wel muziek op de fiets. Ik ben immers een volwassen vrouw.
‘Ik zie je vanmiddag weer,’ zeg ik en ik haal de voordeur van het slot.
‘App me als je binnen bent.’
‘Ja, ja.’
‘Dag lieverd!’
‘Dag mam.’

Twintig minuten later zet ik mijn fiets in het fietsenhok van de winkel. Ik ben veilig en wel aangekomen en loop naar de deur, die lijdt naar de winkel. Aan het aantal fietsen te zien, zijn er al twee anderen voor mij binnengekomen. Ik loop de trap op en als ik in de garderobe van het personeel kom, pak ik mijn mobiel. Ik lijk altijd een stappenplan te hebben als ik hier aangekomen ben. Stap één is altijd mijn moeder appen met de standaard woorden ‘ben er mam’. Stap twee is wachten op antwoord, want ze zal het niet presteren om in slaap te vallen voordat ik haar een bericht gestuurd heb. Ondertussen doe ik mijn jas uit, hang die op en klok alvast in. Zodra mijn moeder wat terugstuurt, is het tijd om naar beneden te gaan. Ik doe snel een staart in mijn haar en controleer of ik alles heb. Mijn zogenaamde baas zou boos worden als ik geen naamplaatje op heb en niet het juiste schort draag.
Als ik in de winkel kom, hoor ik in de verte een paar stemmen. Aan hun manier van praten te horen, is er een discussie aan de gang. Ik kan al raden wie daar vroeg in de morgen zo’n zin in heeft.
‘Nee, ik zou vandaag het brood doen. Jij zou het vlees doen.’
‘Ik? Ik sta nooit op het vlees en doe altijd het brood.’
‘Daarom juist! Een ander mag ook wel eens het brood maken.’ Op de afdeling staan Nienke en Noah ruzie te maken. Twee collega’s die familie van elkaar zijn. Broer en zus nog wel en dat maakt het nog erger om met ze op te starten. Iedere ochtend maken ze ruzie over wie wat gaat doen. Geen van beiden willen ze opstarten op het vlees, omdat dat vies is. Ze zijn nogal ijdel, een van de weinige eigenschappen die ze gemeen hebben. Stukken vlees aanraken, dat nog gesneden moet worden, willen ze niet. Uiteindelijk ben ik vaak degene die daar dan opstart en om negen uur word overgenomen om naar het koek en snoep te gaan.
‘Ook een goedemorgen,’ zeg ik en broer en zus kijken me met giftige ogen aan.
‘Oh! Hey, Jen!’ roept Nienke.
‘Ben jij er ook al?’ vraagt Noah.
‘Zoals altijd,’ zeg ik en ik glimlach flauw. Noah en ik hebben geen goede band samen. Hij is een paar jaar ouder dan Nienke en mij en vindt daarom dat hij de leiding in de winkel heeft. De winkel is van hun ouders, maar zij houden zich vooral bezig met de dingen achter de schermen. Daardoor staan de kinderen voornamelijk klaar voor de winkel. En Noah is daarom de leider, vindt hij zelf. Hij vindt het heerlijk om ons te treiteren en hard aan het werk te zetten. Daarom doet hij ook altijd brood. Daar ben je rond een uur of elf mee klaar en voor de rest van de dag hoef je er niet meer naar om te kijken. Je hoort dan altijd de anderen te helpen, maar als je Noah bent, is dat niet zo. Hij loopt rondjes, commandeert ons, flirt met alles wat los en vast zit en als zijn ouders in de winkel komen, doet hij opeens wel alsof hij werkt.
Met Nienke kan ik het dan wel goed vinden. We zijn al vijftien jaar vriendinnen en werken al jaren in ‘Centineos’. We zijn naar dezelfde middelbare school geweest en terwijl ik mijn examens verknalde, haalde zij het ene mooie cijfer na het andere. Ook zij heeft nu een tussenjaar genomen. Niet omdat ze school zat was, maar omdat ze voor haar gevoel de verkeerde opleiding heeft gestudeerd. Ze volgde de opleiding Psychologie, maar ziet zich liever eindigen als dierenarts. Een niveau die ik niet zal behalen dankzij mijn luiheid.
‘Mooi, dan mag jij het vlees opstarten,’ zegt Noah. Hij loopt richting de aankomst goederen, het magazijn van de winkel.
‘Eikel,’ zegt Nienke en ik haal mijn schouders op. Ik wist bij voorbaat al dat ik daar de ochtend zou beginnen.
‘Had niet anders verwacht,’ zeg ik.
‘Hij moet echt leren normaal te doen. Hij denkt dat hij de baas is, maar dat is hij niet. Hij is net zoveel als wij zijn.’
‘Wij zijn beter,’ zeg ik. Nienke lacht en knikt instemmend. ‘Laat Noah lekker zijn gang gaan. We redden het wel zonder hem.’
‘Oh, Niall komt trouwens wat later,’ zegt Nienke en ik frons mijn wenkbrauwen.
‘Hoezo?’ vraag ik. Nienke haalt haar schouders op en loopt ondertussen richting de aankomst goederen.
‘Geen idee. Misschien dat hij zich verslapen heeft.’
‘Dat is niet nieuw,’ antwoord ik en Nienke begint te lachen. Niall is een collega en goede vriend van ons. Toen ik hier kwam solliciteren, ontmoette ik hem voor het eerst. Hij was hier ook voor een sollicitatie en ik weet nog dat we beiden dachten dat we niet aangenomen zouden worden, omdat we nog nooit een baan hadden gehad. Niall is twee jaar ouder dan mij en studeert nu vier dagen in de week. Iedere donderdag is hij vrij en komt hij werken om ons te helpen op één van de drukste dagen van de week. Het is altijd een feest om samen met Nienke en hem te werken. We maken grapjes, doen de vreemdste dingen waar de klant bijstaat en negeren Noah zo goed als mogelijk. De zaak lijkt op de donderdag niet op een normale winkel, maar op een marktkraam met al die drukte en gezelligheid van klanten.
Noah komt de winkel binnengelopen met een broodkar en duwt het verder het pand in. Ik zet snel een stap opzij en zucht geïrriteerd.
‘Ja, aan de kant,’ mompelt hij en hij slentert achter de broodkar aan. ‘Personeel.’
‘Hoe oud was jij ook alweer?’ vraag ik.
‘Vierentwintig.’ Ik kijk Nienke aan en rol met mijn ogen. Vierentwintig en dan zo kinderachtig. Hij doet het er om. Terwijl Noah begint aan het brood, gaan Nienke en ik de aankomst goederen in om daar de rest van de spullen te pakken.
‘Dus, ik neem aan dat ik het gebak moet doen,’ zegt Nienke en ik knik.
‘Of je moet vlees willen doen. Kan je veel bloederige rosbief snijden of van die vieze, natte, glibberige lever.’
‘Oké! Ik doe het gebak!’ Nienke rent de koeling in en ik begin te lachen. Ik kijk om me heen. De aankomst goederen is vrij leeg voor een donderdag. Normaal staat het bomvol met allerlei troep en materialen die we de dag moeten gebruiken.
‘Nien! De vuilnisbakken moeten nog naar binnen,’ zeg ik. Dat is wat mist. De stinkende vuilnisbakken. Ze zijn gistermiddag geleegd, maar niet meer binnengehaald. Vandaar dat het magazijn zo leeg is.
‘Heeft Noah dat weer niet gedaan?’ Nienke komt de koeling uit en kijkt boos om zich heen. Volgens mij kan zij hem net zo schieten als ik af en toe. Ik heb ook wel medelijden met haar. Zij ziet hem iedere dag. Zowel thuis als op het werk.
Ik schud mijn hoofd en Nienke loopt richting de deur naar de winkel. Ik houd haar tegen.
‘Hey, vandaag gaan we niet vechten. Dat doe je vanavond maar als jullie thuis zijn,’ zeg ik en Nienke zucht.
‘Als hij zo nodig de baas moet spelen, moet hij zich daar ook naar gedragen.’
‘Dat doet hij ook,’ zeg ik en Nienke kijkt me niet-begrijpend aan. ‘Hij is de ultieme baas. Een grote eikel, die het erg hoog in zijn bol heeft.’ Nienke begint te lachen.
‘Wijsneus,’ zegt ze. Ik loop lachend richting de deuren van de aankomst goederen die naar buiten lijden. Het is nog altijd donker buiten, maar op het plein achter het pand is het een drukte van jewelste.
Overal staan kramen en zijn marktlui hun kraam aan het opzetten voor de dag. Ik heb veel respect voor ze. Zij beginnen nog eerder dan wij. Ik loop iedere ochtend te klagen dat ik half zes uit mijn bed moet, maar op het moment dat ik mijn wekker uitzet, zetten zij net de eerste producten klaar op hun kraam. Ook werken ze langer door dan ons. Als Nienke en ik om vier uur het pand verlaten, is de markt nog vol met mensen.
‘Oké, help eens,’ zeg ik en ik duw aan een vuilnisbak. Nienke trekt aan de andere kant, maar er komt geen enkele beweging in.
‘Die rotdingen zijn loeizwaar,’ kreunt ze terwijl ze bijna achterover hangt. Al zet ze al haar gewicht in, de bakken blijven te zwaar. Het zijn van die grote, ijzeren bakken. Noah krijgt ze altijd al met moeite binnen. Dat zal ook wel de reden zijn dat hij ze heeft laten staan. Met alle kracht die Nienke en ik hebben, duwen en trekken we.
‘Waar is de Hulk als je hem nodig hebt,’ zeg ik. Ik draai mezelf om, zodat ik met mijn rug tegen de vuilnisbakken leun om harder te duwen.
‘Hulp nodig?’ Ik kijk op en zie dat een jongen naast me komt staan. Ik ga recht staan en kijk hem aan.
‘Ja,’ mompel ik en ik duw weer tegen de vuilnisbak. De jongen helpt met duwen en dan komt er eindelijk beweging in. Nienke trekt hard en met z’n drieën zetten we de vuilnisbakken binnen.
‘Je bent een held!’ roept Nienke enthousiast naar de jongen. ‘Niet iedere jongen is zo’n zak als Noah.’
‘Jullie waren zo aan het stuntelen,’ lacht de jongen en ik bekijk hem van top tot teen. Hij ziet er goed uit. Best knap. Hij is net iets langer als ik en ik schat hem een paar jaar ouder dankzij een beginnend stoppelbaardje. Het maakt hem heel aantrekkelijk. De jongen heeft wilde bruine krullen, groene ogen en een lichte grijns op zijn gezicht.
‘Daar staan Jennifer en ik bekend om,’ zegt Nienke. De jongen knikt en ik glimlach.
‘Bedankt,’ zeg ik zacht.
‘Graag gedaan.’ De jongen en ik kijken elkaar even aan. Hij is wel heel knap. Ik kan gewoon niet stoppen met het kijken naar hem. Het lijkt me sterk dat hij op de markt staat. Ik heb hem in ieder geval nog niet eerder gezien.
‘Eh, Jen, we moeten maar eens beginnen. Anders vermoordt Noah ons nog.’ Ik kijk naar Nienke. Ze grijnst lichtelijk naar me. Ik knik en stap weg bij de jongen. Zonder nog iets tegen hem te zeggen, loop ik de winkel in en achter me hoor ik Nienke en de jongen elkaar gedag zeggen.

Reacties (4)

  • TAMOCHi

    Oeh I’m excitedd
    ‘x

    1 jaar geleden
  • 1DbabeGirl

    Hoe goed is dit!?!? Nu al gewoon! Heel snel verder!

    1 jaar geleden
  • Phuque

    Love itttt!!

    1 jaar geleden
  • RoNoBC

    Als Centineos echt een brasserie was, zou ik er iedere dag heengaan:D
    Love it already girl!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen