Foto bij Chapter 13: Dolor Hic Tibi Proderit Olim

Om de pijn te verzachten van Avengers Endgame is hier een nieuw hoofdstuk.

12:25 AM 29 September, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

‘Coulson is het je ooit opgevallen hoeveel je al op Captain America bent gaan lijken?’ Grap ik naar Coulson nadat hij Language zei over mijn gevloek. Hij lacht awkward en het is adorable.
Hij staat op en loopt richting de hal met zijn mobiel. Eventjes later komt hij terug en vertelt dat een van de satyrs van Camp HalfBlood voorlopig op mijn koeien en de rest van het land let. Om de koeien hoef ik mij de komende tijd dus geen zorgen te maken. Om de desbetreffende satyr daarentegen wel.

‘Hoe is het met Brandon?’ Vraagt Clint aan mij terwijl hij een pizza punt naar binnen werkt.
‘Laatste keer dat ik hem zag, goed.’ Vertel ik, ook een pizza punt etend. ‘Tony heb ik daarentegen al meerdere keren moeten bedreigen met de slager.’ Grinnik ik, denkend aan mijn koeien.
‘Jezus hebben jullie ouders jullie geen manieren geleerd? Niet met volle mond praten.’ Zucht Coulson diep. Clint en ik werpen elkaar een blik en gaan vervolgens verder met het gesprek. Die we natuurlijk praten met onze mond vol, puur om Coulson te plagen.
Coulson zucht opnieuw diep. ‘Waarom wordt ik altijd met jullie opgezadeld? Zoveel mensen die op jullie kunnen letten, maar ze kiezen altijd mij.’
‘Ah you know you love us Coulson, don’t deny it.’ Zeggen Clint en ik tegelijkertijd om vervolgens beide vol in de lach te schieten.

11:48 PM 29 September, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Ik kijk op van mijn boek wanneer ik Coulson hoor praten. ‘Ik ga maar eens slapen mensen.’ Maakt Coulson bekend. ‘Welke kamer kan ik gebruiken?’
Clint staat ook op en brengt Coulson naar een van de slaapkamers. Ik blijf alleen achter in de kamer en lees weer verder in mijn boek. Na een paar minuten komt Clint weer terug de kamer in gelopen.
‘Nou die is ondergestopt hoor.’ Grapt Clint. Zonder op te kijken van mijn boek glimlach ik eventjes. Clint ploft naast mij op de bank neer en begint te gamen.
Zo gaat het eventjes door, ik lees rustig in mijn boek en Clint speelt Horizon Zero Dawn, met het regelmatige gevloek wanneer iets niet volgens zijn plan gaat. Af en toe voel ik dat ik aangestaard word. Op kijken doe ik niet wetend dat Clint doet alsof er niks aan de hand is als dat gebeurt. Hij zal zijn redenen er wel voor hebben.

Na een half uur heb ik mijn boek uit en klap ik deze met een diepe zucht dicht.
‘Jezus dat was mij toch een emotionele rollercoaster.’ Clint kijkt verbaasd mijn kant op, alsof hij vergeten was dat ik kan praten. Hoewel het in zijn geval ook aan zijn gehoorapparaat kan liggen.
‘Volgens mij wordt het voor mij ook maar eens tijd om te gaan slapen.’ Zodra ik dit naar hem sein vervalt zijn gezicht naar een nog treuriger blik dan hij al had. Zonder iets te zeggen staat hij op en loopt naar de deur. Verbaasd kijk ik hem na. Na een minuut is hij weer terug met een deken en een kussen.
‘Mijn kamer is de hal in en de andere deur door. Je kan in mijn bed slapen.’ Ik trek een wenkbrauw omhoog. ‘Wat, Celeste? Ik slaap hier wel op de bank. Mijn fout dat de andere kamers geen bed hebben.’
‘Clint jij gaat niet op de bank hier slapen, ik slaap daar wel. Jij hebt een comfortabel bed meer nodig dan mij.’ Nu is Clint degene die mij aanstaart zonder iets te seinen of te zeggen. ‘Ik meen het.’ Grom ik terwijl ik het kussen en het deken uit zijn handen pak.
‘Maar… maar…’ Stottert Clint.
‘Niks maar, Clint. Als ik in een bed wil liggen dan had ik voor Coulson naar bed moeten gaan of nu bij hem er in duiken. Maar dat laatste ga ik niet doen. Cause that guy can snore if he wants to.’ Vertel ik glimlachend. Clint lijkt zich eindelijk over te geven aan het idee, want hij geeft mij een knuffel en loopt naar de deur. Bij de deur stopt hij en draait hij zich om.
‘Welterusten Celeste. Blij dat je hier bent.’ Mompelt hij.
‘Truste Clint.’
En na dit gezegd te hebben loopt hij de gang in naar zijn eigen kamer. Ik draai mij om naar de bank en kijk en ga erop zitten. Na even gevoeld te hebben besluit ik hoe ik er op ga liggen. Snel trek ik het deken over mij heen en niet veel later val ik in slaap.

03:32 PM 30 September, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

“Boem”

Ik voel iets in mijn zij steken. Mijn ogen open doend kom ik erachter dat ik van de bank af ben gevallen nadat ik mijzelf op de een of andere manier opgerold heb als een burrito. Na wat heen en weer gewurm weet ik mijzelf eindelijk te bevrijden en realiseer ik mij waarom ik wakker ben geworden. Uit de kamer hiernaast hoor ik Clint van alles hoor schreeuwen en kreten van pijn hoor.
Zo snel als ik kan ren ik de hal in naar zijn kamer. Wat ik daar zie was iets wat ik niet had verwacht. Clint ligt nog steeds in zijn bed maar zijn hele tshirt zit onder het zweet. De snee in zijn nek is lichtelijk gaan bloeden. Zijn linkerhand ziet helemaal wit van hoe hard hij in zijn deken knijpt. Rustig en op mijn hoede loop ik dichterbij.

Voorzichtig leg ik mijn hand op zijn schouder en schudt zachtjes.
‘Clint, wordt wakker. Het is maar een droom.’ Fluister ik zachtjes tegen hem. ‘Wake up. Het is niet echt.’
Langzaam opent hij zijn oog en kijkt mij aan. Geschrokken duwt hij mij weg.
‘Clint, ik ben het. Ik doe je niks.’ Wat ik ook zeg, Clint lijkt niet te kalmeren. Rustig en kalm ga ik op de rand van het bed zitten zodat Clint tegen mij aan kan leunen. Zachtjes strijk ik met mijn hand door zijn haar in de hoop dat hij een beetje kalmeert.
‘Celeste.’ Alles aan dit bracht mij aan de rand van in tranen uitbarsten. Zijn stem klonk zo gebroken en vol pijn. ‘Why, why are you here?’ De tranen staan in zijn ogen.
‘Ik werd wakker van het geschreeuw.’
Clint werpt een blik naar beneden en voor een tijdje zeggen we geen van beide iets. Tot het mij ineens opvalt dat hij aan het trillen is ondanks dat hij onder een deken ligt.
‘Let’s get you to the shower. Je zit onder het zweet en die wond moet schoongemaakt worden.’ Verwart werpt Clint mij een blik, waarop ik naar zijn nek wijs. Hij knikt, dus snel stap ik van het bed af en help hem overeind en naar de badkamer.

Na Clint met kleren en al onder de douche te hebben gezet, haal ik warme droge kleren uit zijn kast en zet in de keuken de snelkoker aan. Vervolgens loop ik weer terug naar de badkamer. Eenmaal daar aangekomen geef ik de kleren en wacht tot hij zich heeft omgekleed. Niet veel later komt hij de badkamer uitgelopen en lopen we terug naar zijn kamer. Onderweg houdt hij mij stevig vast. Daar zal morgen wel een blauwe plek zitten. Bij zijn bed aangekomen help ik hem er in en loop daarna terug naar de keuken om thee te maken. Met twee mokken in mijn hand plof ik naast Clint neer op het bed. Zijn handen trillen lichtelijk wanneer hij de mok aanpakt.
‘Dus wil je het er over hebben?’ Zuchtend haalt hij zijn schouders op. Eigenlijk hoef ik dit niet te vragen, ik weet wat er aan de hand is en hoe het komt. Maar dwingen het me te vertellen is niet het beste idee. Tot dat hij het uit zich zelf vertelt, zal ik moeten wachten. Iets wat niet mijn sterkste punt is. Moest ooit eens een keer 7 maanden wachten op een nieuw deel uit een serie, maar vond dat te lang duren.

In plaats van het te hebben over zijn nachtmerries hebben we het al snel over Coulson. Die zoals gewoonlijk diep in slaap is met in zijn handen Captain America merchandise. Voor alles in New York waren Clint en ik van plan, met hulp van Tony, Steve een keer in Coulson zijn bed te leggen. Gewoon om te kijken wat voor een reactie daarop zou komen. Van beide mannen.
Na meer dan een uur gepraat te hebben zeg ik Clint gedag en geef ik hem een knuffel. Eenmaal terug bij de bank plof ik neer op mijn rug en staar naar het plafond. De gebeurtenissen van vannacht op een rijtje zettend en er oorzaken bij zoeken. Niet veel later val ik in slaap.

08:16 AM 30 September, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Om vervolgens wakker te worden van gegil. Snel pak ik mijn mes en doe mijn hoorapparaat in. Voorzichtig loop ik richting de keuken, waar het geluid vandaan lijkt te komen. Het tafereel wat ik daar zie is niet iets wat ik dacht ooit te zien.

Op het aanrecht staat Coulson met een koekenpan in zijn hand, wijzend en vloekend naar iets op de grond. Verbaasd kijk ik naar Coulson, in de hoop dat hij een verklaring heeft voor zijn gedrag. Hij wijst opnieuw, met zijn koekenpan, naar de grond. Ik volg zijn blik naar de grond en zie daar tot mijn verbazing een slang liggen. De slang, zwart met fel gele ogen, staart mij verward aan, alsof hij niet weet hoe hij hier terecht is gekomen.
‘Coulson, are you kidding me?’ De slang kijkt naar Coulson met een blik van “Inderdaad”
Verwart kijk Coulson van mij naar de slang, niet wetend hoe hij moet reageren. Zijn mond gaat open en sluit weer zonder een woord gezegd te hebben. Verwachtingsvol kijken we hem aan, benieuwd naar wat hij gaat zeggen.
‘Gewoon zodat je het weet maar deze slang doet je niks.’ Een blik van de slang zegt mij iets anders, maar dat maakt mij niet uit. Ik weet niet hoe ik anders Coulson van het aanrecht ga krijgen zonder bruut geweld te gebruiken. Net als Coulson aanstalten maakt om van het aanrecht af te komen begint de slang weer te bewegen. Wat resulteert in Coulson die meteen weer terug het aanrecht opschiet. Zuchtend loop ik richting de slang en buk om hem op te pakken.
‘Ik doe je niks.’ Mompelde ik zachtjes tegen de slang. Mijn handend uitstekend pak ik de slang op. Half verwachtend dat hij in mijn handen zou gaan bijten. Maar gedeeltelijk tot mijn verbazing gebeurde dit niet. In tegenstelling tot mijn verwachtingen, rolde hij zich om mij op. Niet in de ik knijp je lijf fijn kind of way, maar de this is a good spot to hang out kind of way.

Dat was het blik waar op Clint met zijn slaperige hoofd op in liep. Coulson met een pan in zijn handen op het aanrecht, angst duidelijk zichtbaar op zijn gezicht. En ik met een zwarte slang om mijn arm en nek, genietend van de afspelende situaties. Eventjes staat Clint stil, als een hert in het spotlicht, niet wetend wat hij moet doen. Dan haalt hij zijn schouders op en sjokt richting het koffiezetapparaat.
Na een paar minuten is zijn koffie klaar en sukkelt hij weer de keuken uit.

‘Did he just do that?’ Klinkt Coulson zijn stem verwart.
‘Dat is precies wat ik mij afvroeg toen er op mij geschoten werd vanuit SUV’s.’ Mompel ik verwijtend. ‘Waarom zou je op iemand schieten als je met de persoon wil praten, al helemaal wanneer ik het ben Coulson.’
‘Dat heeft hier niks mee te maken Celeste.’ Zijn stem klinkt geïrriteerd.
‘Dat heeft hier alles mee te maken Coulson’ Zeg ik met extra nadruk op zijn naam. Soms kan ik deze man echt van een brug af gooien.
‘Whatever!’ Roept hij, nu kwaad. ‘Maar kunnen we ons eerst even concentreren op die slang?’ Zijn gezichtsuitdrukking is een combinatie tussen woede en angst.

De slang is, in de tijd dat wij een schreeuwwedstrijd hielden, zich nog meer om mij heen gaan wikkelen. Een plek te vinden die het comfortabelst voor hem is. Op het moment dat Coulson de slang benoemt begint de slang zich weer te bewegen, alsof het weg wilt. Uit angst voor de idioot op het aanrecht. Wat begrijpelijk is, als ik zo kwetsbaar zou zijn dan zou ik liever ook niet in de buurt van de voormalig directeur van S.H.I.E.L.D. wagen. Zodra ik naar kijk de slang kijk, stopt hij met bewegen en blijft mij aankijken met zijn gele ogen.
In de tussentijd begint Coulson zijn gezicht van meer woede dan angst zich steeds meer richting de angst kant te wenden. Grinnikend glimlach ik naar Coulson om vervolgens de hal in te lopen naar de bank. Coulson laat ik verdwaasd achter in de keuken.

14:29 PM 30 September, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Net druk bezig in een dart wedstrijd met Clint, terwijl Coulson vanaf een afstandje toekijkt, uit angst voor de slang die zich nu op de bank bevindt. Wordt er plotseling aangebeld, uit een reflex draaien we ons alle drie tegelijkertijd om, klaar voor eventuele actie die ondernomen moet worden. Er klinkt een geluid van Coulson zijn telefoon. Hij kijkt snel op zijn mobiel en loopt de kamer uit, om de voordeur open te gaan doen. Niet veel later klinkt er een beetje geroesemoes om vervolgens weer een deur te horen dicht te gaan. Na een paar seconden loopt Coulson de kamer weer binnen. Ik werp hem een blik om te vragen wat er is, maar zijn gezichtsuitdrukking is neutraal. Nieuwsgierig wacht ik af tot hij wat zegt. Op het moment dat ik voor de 3e keer weer verlies van Clint met darten kondig ik aan dat ik wat drinken ga halen. Om er vervolgens achter te komen, wanneer ik bij de koelkast sta, dat naast water al het drinken op is. Ik schrik mij de pleuris op het moment dat ik mij omdraai. Achter mij staat Coulson met hetzelfde neutrale blik als ervoor. Met een afwachtend blik kijk ik hem aan, hopend dat hij iets zegt, iets uitlegt. Maar hij zegt niks.
‘Heb je nog iets nodig van de supermarkt? Ik ga even drinken halen.’ Zoals te verwachten komt er geen antwoord uit hem. Zuchtend loop ik langs hem en haal mijn tas op. Niet veel later sta ik buiten het huis met mijn mobiel op Google Maps aan het kijken. Ik heb dan misschien wel heel leuk bedacht boodschappen te gaan doen, maar heb geen idee waar de dichtstbijzijnde supermarkt is. Na wat gezoek op Maps weet ik een supermarkt van redelijke kwaliteit te vinden en loop richting de kleine schuur naast het huis. In de hoop daar een vervoersmiddel aan te treffen, fiets of auto het maakt niet uit. Tot mij verbazing staat in de schuur een motor. Om precies te zijn, een van Steve zijn oude motoren. Een glimlach verschijnt op mijn gezicht als ik op de motor ga zitten en de motor opstart. Er klinkt een geluid wat ik als perfect beschouw en langzaam rij ik de schuur uit en de straat op.

Na een tijd te hebben gereden arriveer ik bij de supermarkt. Erg druk is het er niet, er staan een paar auto’s geparkeerd op de parkeerplaats. En een paar fietsen in de stalling. Verder is het er rustig, maar wat verwacht je anders op een tijdstip als deze. De meeste kinderen zitten nog op school, de meeste volwassenen werken nog op dit tijdstip. Dus niet veel mensen die hier zijn. Naar mijn mening erg fijn, want je hebt niet last van mensen die constant tegen je aanlopen. En nog fijner wanneer je per ongeluk achter na gezeten wordt door een stelletje mannen met geweren en granaten. De laatste die ze jou richting in gooien, nee dan is het erg handig als er weinig mensen in de buurt zijn. Minder gewonden en minder getuigen.

Na het parkeren van de motor en het pakken van een karretje, loop ik de supermarkt in op zoek naar het drinken. Langzaam wordt mijn karretje steeds voller. Onderweg naar het drinken kwam ik totaal geen chocolate chip cookies tegen. Op het moment dat ik langs het schap met pakken drinken kom, op zoek naar appelsap en chocomel, heb ik het gevoel dat ik aangestaard word. Voorzichtig kijk ik om mij heen, zoekend naar iets ongewoons in mijn omgeving, maar ik zie niks bijzonders. Niemand die zich anders dan ‘gewoon’ gedraagt. Rustig loop ik verder, de schappen scannend op zoek naar het drinken. Weer krijg ik het gevoel dat er iemand naar me aan het kijken is. Alsof er niks aan de hand is, zo onopvallend mogelijk, draai ik een rondje en kijk ik omhoog. Weer niks te zien.
Op het moment dat ik mij terug draai naar mijn karretje zie ik uit mijn ooghoek iets weg flitsen. Meteen draai ik mij in die richting, maar zoals te verwachten is wie ik ook zag al verdwenen. Snel loop ik het schap af, pak de pakken drinken en beweeg mij zo snel mogelijk richting de kassa. Wie of wat er ook is, ik heb geen behoefte aan nog meer gedoe. Op weg naar de kassa kom ik langs een schap waar zich donuts bevinden, wetend hoe veel Clint en Coulson van donuts houden neem ik een doos mee. Net als ik mij omdraai zie ik twee mannen samen naast hun karretje lopen. Op zich niet zo raar, als je het mij vraagt. Helaas is niet iedereen het daar mee eens. However wat opvalt aan deze twee, naast dat ze hand in hand lopen, is dat een een metalen arm heeft. Om specifiek te zijn een zilveren arm met een, bijna, weggevaagde rode ster. Een arm die mij erg bekend voor komt. Zuchtend werp ik Steve een blik, hij geeft mij een awkward glimlach terug terwijl hij met zijn hand door zijn haren heen gaat. Met een paar stevige stappen sta ik naast hen.

‘Oh hey Celeste, jij ook hier? Wat toevallig.’ Probeert James nog, maar mijn blik zwijgt hem meteen.
‘Guys, wat doen jullie hier? En waag het niet om mij bullshit te vertellen over dat jullie toevallig in de buurt waren.’ Vraag ik ze grommend. Beide werpen een blik naar elkaar terwijl ik er tussen sta, armen gekruist, wachtend op een antwoord.
‘Misschien dat we dit beter ergens anders kunnen doen.’ Stelt James voor. Maar ik schudt mijn hoofd. Hier is een prima plek.
‘Het gaat over belangrijke, vertrouwelijke dingen Celeste.’ Zucht Steve terwijl hij een blik omhoog werpt. Geen idee hoe ik het idee krijg, maar volgens mij wordt Steve een beetje gek van mijn eigenwijsheid. ‘Dingen die beter niet besproken worden in een supermarkt.’
‘Tja, dan had je mij maar niet moeten stalken in een fricking supermarkt.’ Zeg ik, mijn stem verhogend. Langzaam begin ik geïrriteerd te raken aan dit, vrienden of kennissen die zonder enige waarschuwing je ineens bezoeken. Ik hou niet van contact met andere mensen, al helemaal wanneer het onverwachts is. En geen van alle die dat op een normale manier kunnen doen. Dat zal wel het grootste nadeel zijn aan vrienden die van beroep assassin’s, militairen en miljonairs zijn.

Steve werpt mij een blik en ik zucht.
‘Laat mij dit even afrekenen okay? Daarna kunnen we praten.’ Hij knikt en met z’n drieën lopen we richting de kassa.
Een paar minuten later staan we buiten. Afrekenen duurde wat langer in verband met Steve die blijkbaar nog nooit een pinpas heeft gebruikt. De arme caissière wist niet wat er overkwam.
We lopen richting mijn motor, zodat ik mijn boodschappen in de tas aan de motor kan doen. Steve zijn mond hangt plotseling open wanneer hij de motor ziet staan. Hij wijst naar de motor, naar mij, terug naar de motor om vervolgens naar zichzelf te wijzen. Uit zijn mond klinkt een raar piepend geluid. Bucky kijkt in de tussentijd vol verbazing naar Steve. Het enige wat hier nog mist is een pop-up berichtje boven Steve met ‘404 BRAINS NOT FOUND’. Alsof er niks aan de hand is, wat basically het geval is, stop ik mijn boodschappen weg en loop richting een van de bankjes aan de rand van de parkeerplaats. De guys volgen in stilte. Steve nog steeds in shock door het zien van zijn oude motor.
‘Okay, spill the tea guys. Wat is er zo belangrijk dat jullie boodschappen gaan doen in Washington D.C.? En wat niet besproken kan worden in een supermarkt.’

15:17 PM 30 September, Los Angeles, CA, U.S.A.

‘Heb je de spullen?’
‘Ja.’
‘OK. We vertrekken over 5 minuten. Zorg dat je klaar bent.’ Als reactie klinkt het laden van een shotgun. Ik knik en loop met twee kisten richting het vliegtuig dat klaar staat.

15:56 PM 30 September, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

‘Hoe bedoel je, no way dat dat mogelijk is.’ Antwoord ik op het verhaal van Steve en Bucky, nerveus op het bankje heen en weer verplaatsend. ‘We hebben niks met elkaar gemeen. Na uh.’
‘Onze informatie zegt toch echt iets anders Celeste.’
‘Dan is jullie informatie fout.’ Gefrustreerd sta ik op van de bank en begin te ijsberen rondom het bankje.
‘Het spijt me Celeste, maar onze informatie is niet fout.’ Ik kijk op naar Bucky, die alle tijd niks heeft gezegd. In zijn ogen zie ik een blik van medeleven en een blik die mij duidelijk maakt dat Steve de waarheid spreekt. Ik werp een blik omhoog en zucht diep. Zachtjes vloek ik in mezelf, niet wetend wat ik met deze informatie moet doen. Mijn gevloek wordt onderbroken door getril in mijn broekzak. Snel haal ik mijn mobiel tevoorschijn om te zien wie er belt.

‘Celeste hier, wat is er Coulson?’ vraag ik aan de persoon aan de andere kant van de lijn.
‘Gaat alles goed, je bent al zo lang weg?’ Coulson is bezorgd en belt in plaats van een stelletje apenpakjes achter mij aan te sturen. Wow, we maken vooruitgang.
‘Het gaat prima met mij, bedankt voor je bezorgdheid. Ben net weer onderweg naar jullie. Kwam twee bekenden tegen.’
‘Fijn om te hor… JE KWAM BEKENDEN TEGEN?’ Om te voorkomen dat ik een nog verdere gehoorbeschadiging krijg trek ik mijn mobiel bij mijn oor vandaan.
‘Zoals ik al zei, het gaat prima met me en ik ben zo terug.’ Snel hang ik op voor dat Coulson nog meer drama deze kant opgooit.
Ik draai mij terug om naar de twee mannen.
‘Ik moet gaan.’ En met dat gezegd te hebben draai ik mij om en loop terug naar de motor. Iets in mij verwacht dat de mannen achter mij aan komen, maar niets als dat gebeurt. Niet veel later bevind ik mij weer op de motor, op mijn weg terug naar het huis

16:24 PM 30 September, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Bij het huis aangekomen zet ik de motor terug in de schuur en loop met de boodschappen richting de voordeur. Tussen de tegels groeit hier en daar wat onkruid en een enkele bloem, wat een glimlach op mijn gezicht brengt. Tot mijn verbazing ligt op de deurmat, voor de deur, de slang van eerder. Lachend zak ik door mijn knieën en begin tegen de slang te praten.
‘Heeft Coulson je er uitgezet? Wat gemeen.’ Ik steek mijn arm uit voor de slang om op te klimmen, voor zover een slang klimt, en open de deur. Het valt mij op dat de slang een snee heeft die, voor een slang’s doen, best wel bloed. De slang verplaatst zich naar om mijn nek terwijl ik de keuken in loop en de boodschappen begin weg te leggen. Achter mij hoor ik wat geschuifel en iets later wat geritsel. Snel draai ik mij om, om vervolgens Clint met het pak koekjes in zijn handen te zien staan, bevroren en het pak al half geopend. Hopend dat zolang hij niet beweegt ik geen opmerking over zijn steel actie zal maken. Zuchtend pak ik de koekjes uit zijn hand en met lichtelijke agressie pak ik een trommel om de koekjes in te doen. Na de koekjes in een trommel gedaan te hebben en de rest van de boodschappen opgeborgen te hebben haal ik de EHBO-doos uit de kast en verbind de wond van de slang. Vervolgens lopen Clint en ik terug naar de kamer met het dartbord om onze wedstrijd voor te zetten. De slang krult zichzelf op in het hoekje van de bank terwijl Coulson haastig uit de voeten maakt, waarschijnlijk om op zijn kamer wat dingen voor S.H.I.E.L.D. te regelen.

3:07 AM 5 October, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Midden in de nacht schiet ik overeind met mijn mes in mijn handen. Angstig kijk ik om mij heen, zoekend naar iets dat niet juist is. Het eerste wat ik mij realiseer is dat het akelig stil is in dit huis. Dit zou normaal niet ongewoon zijn, maar in een huis waar iedereen aan nachtmerries en PTSD lijdt. Nee daar is het niet gewoon. Al helemaal niet wanneer Clint zijn nachtmerries de afgelopen nachten alleen maar erger zijn geworden. Het tweede wat ik mij realiseer is dat ik niet alleen ben in mijn kamer. In de hoek naast de deur bevindt zich een ongewone schaduw. Ik voel mijn hart sneller kloppen en mijn ademhaling versnellen. In de schaduw zijn twee gele ogen zichtbaar.
‘Ik weet dat je daar zit, kom tevoorschijn.’ Dreig ik naar de schaduw. De gele ogen knipperen, maar er komt geen beweging in de gestalte. Een deel van mij is geneigd mij terug om te draaien op de bank en verder te slapen. In de hoop dat dit allemaal gewoon een droom is.
In plaats van verder te slapen besluit ik in stilte de gestalte aan te staren. Kijkend wie er het eerste breekt.
Na ongeveer 10 minuten beweegt de gestalte, tot mijn verbazing, uit de schaduw. Het eerste wat ik zie is een man in een zwart pak met een rode stropdas. In zijn handen houdt hij een zonnebril. Langzaam beweeg ik mijn ogen meer naar boven, naar zijn gezicht. Er klopt iets niet aan zijn gezicht, om specifiek te zijn aan zijn ogen. Zijn oogwit was niet wit, maar geel. En zijn pupil was meer dat van een katachtige. De man komt mij bekend voor, maar waarvan weet ik niet. Vrij zeker dat ik hem eerder heb gezien ben ik wel.

‘Wie ben je?’ Vraag ik met een trillende stem aan hem. ‘Wat doe je hier?’
‘De naam is Crowley, A.J. Crowley.’ Antwoord hij ongeïnteresseerd.
‘Oké Crowley, WHAT THE HECK DOE JIJ IN IEMAND’S HUIS MIDDEN IN DE NACHT???’ Geen idee waarom ik dat schreeuwde. Had er denk ik gewoon even behoefte aan. Als reactie werpt Crowley een blik.
‘Dit gaat boven jouw kennis, Celeste.’
‘Try me, Beyonce.’
Zuchtend loopt Crowley mijn kant op. Wanneer hij op ongeveer een meter afstand van mij staat klinkt er wat geritsel en vervolgens komen er twee vleugels achter Crowley tevoorschijn. De vleugels waren groot en bestond uit zwarte veren. Hier en daar zat een grijze veer. Bij elkaar was elke vleugel ongeveer 2 meter wanneer volledig gespreid. In dit geval waren de vleugels niet helemaal recht aangezien daar in de kamer geen ruimte voor was. Dus zat de ene vleugel tegen mijn kast aan en de andere tegen de deur.
‘The heck?’ roep ik verbaasd terwijl ik naar de vleugels kijk. ‘Zo mooi.’ Mompel ik zachtjes in mijzelf.
Zachtjes klinkt er een dankjewel van Crowley, die mij blijkbaar gehoord had. Ik staar naar de vleugels, elk detail in mij opnemend wanneer mij ineens iets opvalt. Bij zijn rechtervleugel lijken rode tinten te zitten. Pas na een paar seconde realiseer ik mij dat dit niet gewoon rode tinten zijn, maar dat het bloed is.
‘Je bloedt.’
‘Dat weet ik. Dat is een van de redenen dat ik hier ben.’ Zegt hij sissend en happerig. Ik draai mij hoofd en kijk hem aan. Dan valt het mij ineens op dat naast het bloeden van zijn vleugel zijn ademhaling ook erg onregelmatig en zwaar klinkt.
Zuchtend buk ik mij onder mijn bed en haal een verbanddoos tevoorschijn. Uit de doos haal ik de spullen die ik nodig heb en loop naar Crowley zijn rechter vleugel.
‘Mag ik.’ Vraag ik wijzend naar zijn vleugel. Hij knikt en voorzichtig raak ik zijn vleugel aan. De veren voelen dons zacht aan, wat te verwachten is bij veren. Wanneer ik met mijn hand de bebloede vleugels aanraakt krimpt hij in. Zijn gezichtsuitdrukking en ademhaling spreekt boekdelen.
Verontschuldigend biedt ik mijn excuses aan terwijl ik zo voorzichtig mogelijk te werk ga met zijn vleugels.
Terwijl ik bezig ben hoor ik op de achtergrond wat gestommel. Niet veel later klinkt er geklop op de deur.
‘Celeste, alles goed?’ Klinkt de stem van Coulson.
‘We hoorde je schreeuwen.’ Voegt Clint toe.
Angstig kijk ik om mij heen en naar Crowley. Hij schudt zijn hoofd om te laten weten dat ze niet mogen weten dat hij hier is. Ik hef mijn handen op in frustratie.
‘Alles is prima hier guys. Niks aan de hand. Ik schrok gewoon even van mijn… eh… klerenkast.’ Well done Celeste, echt de beste reden die er is, niet dus, denk ik in mijzelf.
‘Is het goed als we binnenkomen Celeste?’ Weer werp ik een blik naar Crowley, vragend om hulp. Maar Crowley is te druk bezig met het niet flauwvallen van de pijn.
‘Daar is toch totaal geen reden voor jongens.’ Roep ik terug terwijl ik het verband vast maak om Crowley zijn vleugels. Crowley beweegt zijn vleugels om te kijken of het goed vast zit. Ik wil nog nee zeggen, maar ben al te laat. Zijn vleugel tikt mijn glas van de kast af. Het glas breekt kapot op de vloer.

‘Celeste open die deur!’ Schreeuwt Coulson na het horen van de geluiden uit de kamer.
Er klinkt wat gerommel en niet veel later het vertrouwde geluid van Coulson en Clint die een deur open proberen te beuken. Niet dat het openbeuken zal lukken zolang Crowley zijn vleugel tegen de duwt.
‘Enig idee van hoe we hier uit gaan komen zonder dat ze jou zien?’ Crowley schudt zijn hoofd.
‘Fantastisch.’ Door de zenuwen van dit begin ik te ijsberen terwijl Crowley nog altijd, awkward, in de kamer staat en Coulson en Clint proberen mijn door te beuken.
‘Guys als jullie mijn deur mollen moeten jullie zelf een nieuwe kopen en er in zetten.’
‘Dat is allemaal niet nodig als jij die deur opent.’
Weer werp ik Crowley een blik.
‘Misschien dat ik iets weet, geen idee hoe het uitpakt maar het valt te proberen.’ Ik trek een wenkbrauw omhoog in afwachting van wat, maar hij zegt niks. Hij sluit simpelweg zijn ogen. Ik loop terug richting de deur in afwachting van wat er komen gaat.
Er is een flits en plotseling is Crowley verdwenen en daarmee ook de kracht die de deur tegenhield. Met als gevolg dat Clint en Coulson samen door de deur heen vallen en verbaasd om zich heen kijken. Snel klauteren ze overeind. Clint met zijn boog in zijn handen en Coulson zijn pistool. Ze werpen een blik door de kamer heen, maar zien naast mij niemand.
‘Die deur wordt betaald van jullie rekening.’ Zucht ik terwijl ik op mijn bed ga zitten. Ik kijk naar de plek waar Crowley zich een minuut eerder nog bevond en zie daar, tot mijn verbazing, dezelfde slang die hier al de hele week is.
‘I knew it.’ fluister ik zachtjes tegen mijzelf, zodat de andere het niet horen.
Het enige verschil met deze slang en die van de afgelopen dagen is dat deze slang vleugels heeft, in verband. Blijkbaar was het niet mogelijk deze te laten verdwijnen, I guess. Ik snap niks van de logica bij shapeshifters. Crowley snap ik überhaupt niet. Nonchalant loop ik naar Crowley en pak hem op om hem op mijn schouders te leggen. Eenmaal op mijn schouders krult Crowley zich weer op terwijl een verbaasde Coulson mij aanstaart met open mond.
‘Doe je mond dicht Coulson, anders gaat het zo tochten.’

‘Wat is er met zijn vleugel gebeurt?’ vraagt Clint nieuwsgierig over de slang.
‘Ongelukje gehad denk ik.’ Verklaar ik terwijl ik met slang en al terug op de bank plof. ‘And if you guys don’t mind, ga ik nu weer verder pitten. Hartelijk bedankt.’ Met dat gezegd te hebben trek ik het deken over mij heen en draai ik mij om. De guys staren mij vol verwarring aan.
‘Deed ze zojuist wat ik denk dat ze deed?’ vraag een verwarde Coulson aan Clint.
‘Yup.’ Lachend loopt Clint de kamer uit, met Coulson volgend in zijn voetstappen.

2:41 AM 9 October, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Clint, Crowley en ik lagen met z’n drieën in het gras naar de sterren te kijken. Clint had de afgelopen nacht weer een nachtmerrie gehad en in plaats van in de kamer te blijven leek het mij een goed idee om naar een andere plek te gaan. Crowley had de neiging om non-stop bij mij te blijven. Sinds ik zijn vleugel gefikst had was hij eigenlijk altijd in de zelfde kamer te vinden als mij. En als het eventjes kon hing hij eigenlijk het liefst aan mijn nek of om mijn arm. Zo bevondt hij zich ook om mijn nek toen ik met Clint naar buiten ging. Het was een heldere nacht. Geen wolk was in de wijde omgeving te vinden. Alleen wij drie plus de maan en de sterren.
‘Celeste?’ Clint verbrak plotseling de stilte. Ik draai mijn gezicht naar hem toe en zie hem hetzelfde doen.
‘Ja?’
‘Dankje, voor het sterrenkijken.’ Hij stopt met praten maar kijkt alsof hij nog iets wil zeggen. Maar hij zegt niks.
‘Geen probleem, zolang het je maar een beetje helpt beter te voelen.’ Glimlachend draai ik mij terug om verder te gaan met het tellen van de sterren.
‘En dankjewel dat je er voor mij bent zonder dat ik je er iets voor terug geef.’
‘Zoals ik al zei Clint. Geen probleem, dat is waar vrienden voor zijn.’ Zachtjes geef ik hem een por in zijn zij. Niet veel later voel ik een veel hardere por in mijn zij. Niet veel later liggen we beide met de slappe lach op het gras. Nog ietsje later klinkt het geroep van Coulson met de vraag of we stiller kunnen zijn. Wat onze slappe lach alleen maar verergerd.








Reacties (1)

  • Hyacintho

    Eerst even de titel: 'someday this pain will be useful to you'. Heel mooi en toepasselijk.

    Om de koeien hoef ik mij de komende tijd dus geen zorgen te maken. Om de desbetreffende satyr daarentegen wel

    Welke satyr is het?? Grover is een schat, maar coach Hedge daarentegen...

    Na een half uur heb ik mijn boek uit en klap ik deze met een diepe zucht dicht.
    ‘Jezus dat was mij toch een emotionele rollercoaster.’

    Mijn mood voor dit verhaal.

    Ik voel iets in mijn zij steken. Mijn ogen open doend kom ik erachter dat ik van de bank af ben gevallen nadat ik mijzelf op de een of andere manier opgerold heb als een burrito

    Omg cute.

    Uit de kamer hiernaast hoor ik Clint van alles hoor schreeuwen en kreten van pijn hoor.

    :OSowieso is het hele stuk dat hierna komt echt hartenbrekend, dus met andere woorden: fantastisch geschreven. Ik haat je verschrikkelijk maar ik ben ook zwaar trots op je.

    Op het aanrecht staat Coulson met een koekenpan in zijn hand, wijzend en vloekend naar iets op de grond. Verbaasd kijk ik naar Coulson, in de hoop dat hij een verklaring heeft voor zijn gedrag. Hij wijst opnieuw, met zijn koekenpan, naar de grond. Ik volg zijn blik naar de grond en zie daar tot mijn verbazing een slang liggen. De slang, zwart met fel gele ogen, staart mij verward aan, alsof hij niet weet hoe hij hier terecht is gekomen.

    Omg hilarisch.

    Eventjes staat Clint stil, als een hert in het spotlicht, niet wetend wat hij moet doen. Dan haalt hij zijn schouders op en sjokt richting het koffiezetapparaat.

    Volgens mij heeft die vent al wel vreemdere dingen gezien.

    Wordt er plotseling aangebeld, uit een reflex draaien we ons alle drie tegelijkertijd om, klaar voor eventuele actie die ondernomen moet worden. Er klinkt een geluid van Coulson zijn telefoon. Hij kijkt snel op zijn mobiel en loopt de kamer uit, om de voordeur open te gaan doen. Niet veel later klinkt er een beetje geroesemoes om vervolgens weer een deur te horen dicht te gaan.

    Oeh wie zijn dit??

    Op het moment dat ik voor de 3e keer weer verlies van Clint met darten kondig ik aan dat ik wat drinken ga halen.

    Schat, dit was vanaf het begin al een verloren zaak.

    Tot mij verbazing staat in de schuur een motor. Om precies te zijn, een van Steve zijn oude motoren. Een glimlach verschijnt op mijn gezicht als ik op de motor ga zitten en de motor opstart. Er klinkt een geluid wat ik als perfect beschouw en langzaam rij ik de schuur uit en de straat op.

    Bitch!! Nice!!!

    En een paar fietsen in de stalling.

    In de VS? Weet je het zeker?

    Op het moment dat ik langs het schap met pakken drinken kom, op zoek naar appelsap en chocomel, heb ik het gevoel dat ik aangestaard word.

    Spidey-sense activated!

    Om specifiek te zijn een zilveren arm met een, bijna, weggevaagde rode ster. Een arm die mij erg bekend voor komt. Zuchtend werp ik Steve een blik, hij geeft mij een awkward glimlach terug terwijl hij met zijn hand door zijn haren heen gaat.

    Yes! Nice! Lekker bezig, gestalkt worden door supersoldiers in de supermarkt.

    Ik hou niet van contact met andere mensen, al helemaal wanneer het onverwachts is. En geen van alle die dat op een normale manier kunnen doen. Dat zal wel het grootste nadeel zijn aan vrienden die van beroep assassin’s, militairen en miljonairs zijn.

    Big ass mood.

    Steve zijn mond hangt plotseling open wanneer hij de motor ziet staan. Hij wijst naar de motor, naar mij, terug naar de motor om vervolgens naar zichzelf te wijzen. Uit zijn mond klinkt een raar piepend geluid. Bucky kijkt in de tussentijd vol verbazing naar Steve. Het enige wat hier nog mist is een pop-up berichtje boven Steve met ‘404 BRAINS NOT FOUND’.

    Omg dit was ook zo geweldig.

    ‘Heb je de spullen?’
    ‘Ja.’
    ‘OK. We vertrekken over 5 minuten. Zorg dat je klaar bent.’ Als reactie klinkt het laden van een shotgun. Ik knik en loop met twee kisten richting het vliegtuig dat klaar staat.

    ???

    ‘Hoe bedoel je, no way dat dat mogelijk is.’ Antwoord ik op het verhaal van Steve en Bucky, nerveus op het bankje heen en weer verplaatsend. ‘We hebben niks met elkaar gemeen. Na uh.’
    ‘Onze informatie zegt toch echt iets anders Celeste.’
    ‘Dan is jullie informatie fout.’ Gefrustreerd sta ik op van de bank en begin te ijsberen rondom het bankje.
    ‘Het spijt me Celeste, maar onze informatie is niet fout.’ Ik kijk op naar Bucky, die alle tijd niks heeft gezegd. In zijn ogen zie ik een blik van medeleven en een blik die mij duidelijk maakt dat Steve de waarheid spreekt.

    ??? The intrigue! The mystery! Interesting.

    ‘Gaat alles goed, je bent al zo lang weg?’ Coulson is bezorgd en belt in plaats van een stelletje apenpakjes achter mij aan te sturen. Wow, we maken vooruitgang.
    ‘Het gaat prima met mij, bedankt voor je bezorgdheid. Ben net weer onderweg naar jullie. Kwam twee bekenden tegen.’
    ‘Fijn om te hor… JE KWAM BEKENDEN TEGEN?’ Om te voorkomen dat ik een nog verdere gehoorbeschadiging krijg trek ik mijn mobiel bij mijn oor vandaan.

    Dit was ook al zo'n hilarisch stukje. Geweldig hoe je zowel een heavy deel als een fun deel in 1 hoofdstuk weet te plaatsen.

    Snel draai ik mij om, om vervolgens Clint met het pak koekjes in zijn handen te zien staan, bevroren en het pak al half geopend. Hopend dat zolang hij niet beweegt ik geen opmerking over zijn steel actie zal maken.

    Wauw. Drax zou trots zijn.

    Al helemaal niet wanneer Clint zijn nachtmerries de afgelopen nachten alleen maar erger zijn geworden.

    ):

    Er klopt iets niet aan zijn gezicht, om specifiek te zijn aan zijn ogen. Zijn oogwit was niet wit, maar geel.

    Dus book!Crowley in plaats van Tennant!Crowley? Nice

    ‘Dit gaat boven jouw kennis, Celeste.’
    ‘Try me, Beyonce.’

    *Insert 'Beyonce?!?!' gif. You know the one*

    Wanneer hij op ongeveer een meter afstand van mij staat klinkt er wat geritsel en vervolgens komen er twee vleugels achter Crowley tevoorschijn. De vleugels waren groot en bestond uit zwarte veren. Hier en daar zat een grijze veer. Bij elkaar was elke vleugel ongeveer 2 meter wanneer volledig gespreid.

    Victoria's Angels whom? I only know this model

    Wanneer ik met mijn hand de bebloede vleugels aanraakt krimpt hij in. Zijn gezichtsuitdrukking en ademhaling spreekt boekdelen.

    Poor thing! I'll find whoever did this to him and I'll tear them apart.

    Het enige verschil met deze slang en die van de afgelopen dagen is dat deze slang vleugels heeft, in verband.

    Omg so cute. We hebben fanart hiervan nodig. And also: we been knew.

    Clint, Crowley en ik lagen met z’n drieën in het gras naar de sterren te kijken.

    Dit is cute maar ik realizeerde me bij dit stukje ook dat er nu vier personen in dit huis leven wiens naam allemaal met een C beginnen, dus ik stem voor een groepnaam: de C-Club klinkt wel lekker.

    Alleen wij drie plus de maan en de sterren.

    Clint: the stars look beautiful tonight
    Celeste: you know what else looks beautiful?
    Clint, blushing: what?
    Celeste: the moon, the planets, the rest of the galaxy. Gosh, I fricking love space.

    ‘Celeste?’ Clint verbrak plotseling de stilte. Ik draai mijn gezicht naar hem toe en zie hem hetzelfde doen.
    ‘Ja?’
    ‘Dankje, voor het sterrenkijken.’ Hij stopt met praten maar kijkt alsof hij nog iets wil zeggen. Maar hij zegt niks.
    ‘Geen probleem, zolang het je maar een beetje helpt beter te voelen.’ Glimlachend draai ik mij terug om verder te gaan met het tellen van de sterren.
    ‘En dankjewel dat je er voor mij bent zonder dat ik je er iets voor terug geef.’
    ‘Zoals ik al zei Clint. Geen probleem, dat is waar vrienden voor zijn.’ Zachtjes geef ik hem een por in zijn zij. Niet veel later voel ik een veel hardere por in mijn zij. Niet veel later liggen we beide met de slappe lach op het gras. Nog ietsje later klinkt het geroep van Coulson met de vraag of we stiller kunnen zijn. Wat onze slappe lach alleen maar verergerd.

    Ahw cute einde.


    To conclude: weer geweldig geschreven. Ik voorzie dat een van de volgende dingen gaat gebeuren:
    - Ik heb een evil twin die de wereld wilt veroveren (good for her!)
    - We leren eindelijk waar de 'J' in Crowley's naam voor staat (I vote 'Jesus', just to fuck with people)
    - We komen het ding tegen dat Crowley aangevallen heeft (mocht dat het geval zijn)
    - Misschien (waarschijnlijk, jou kennende) iets compleet anders!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen