Foto bij Scar 56

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
We stappen in de auto. Ik begin naar huis te rijden. En zij begint ook te rijden, maar in plaats van links af te slaan naar haar eigen appartement, rijdt ze achter mij aan. Het voelt bijna alsof ik een tiener ben die zijn nieuwe crush geheim probeert te houden, ook al gaat wat Paige en ik hebben nu al dieper dan dat. Marco weet van ons, maar verder niemand. En dat moet zo blijven. Ergens vind ik het eng om zoiets geheim te moeten houden, terwijl ik het liefste met haar zou willen pronken, terwijl ik het liefst aan de hele wereld wil laten zien dat ze van alle mannen die ze zonder twijfel zou kunnen krijgen, voor uitgerekend míj gekozen heeft. Maar aan de andere kant, heeft het ook iets teders. Het is iets wat alleen voor ons is, wat niet beïnvloed kan worden door verwachtingen en oordelen van buitenaf. En ik kan me geen mooier geheim bedenken dan zij.

Bij mij thuis aangekomen, hang ik haar jas voor haar op en drinken we eerst een kop thee aan de keukentafel. Daarna speuren we mijn lades af en weten we met wat overblijfselen een maaltijd in elkaar te flansen. Nadat we klaar zijn, gaan we met een glas rode wijn op de bank zitten. Ze vertelt me kort over haar studententijd, vermoedelijk omdat ik er de hele tijd ongepast veel over vraag. Terwijl ze psychologie studeerde, kwam ze erachter dat ze erg geïnteresseerd raakte in PTSS, waarschijnlijk, vertelt ze, omdat ze zich al snel realiseerde dat ze het zelf had en wilde weten hoe ze ermee om moest gaan. Opnieuw wijst ze me erop dat ze uiteindelijk geen psychologe is geworden omdat ze besefte dat ze alleen maar psychologie had willen studeren omdat ze wilde weten of het wel mentaal met haarzelf goed zou komen. Het antwoord op die vraag geeft ze niet. Ik wil vragen over hoe PTSS werkt, hoeveel last ze ervan heeft in het dagelijkse leven, wat haar triggers zijn, hoe ik haar het beste kan helpen, maar ik doe het niet, wetende dat ze dat zelf wel zal vertellen als ze er klaar voor is. De afgelopen paar dagen heeft ze meer over haar leven gedeeld dan ze in zevenentwintig jaar ooit heeft gedaan aan wie dan ook. Het zou oneerlijk zijn om elk stukje informatie waar ik nieuwsgierig naar ben los te peuteren, zeker over de onderwerpen waar ze zich angstvallig aan vastklampt.
'Ik ben blij dat je bij me bent,' zeg ik dan, en het klinkt tegelijkertijd heel luchtig en heel serieus. Ze glimlacht lichtjes en pakt mijn hand vast. Haar duim strijkt over de rug van mijn hand en ik krijg het warm vanbinnen.
'Ik ook,' reageert ze. 'Ik... Je maakt me gelukkig. En ik weet nog niet precies hoe ik daarmee om moet gaan, maar dat komt nog wel. Ik... Ik ben gewoon blij dat je het nog niet opgegeven hebt.'
'Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt.'
En dan zoenen we elkaar opeens. Ik kus haar lippen, die perfect op de mijne passen, en ik verlies mezelf in het gevoel dat het met zich meebrengt. Er is geen gehaast of verplichtingen. Ik voel me juist ontspannen, alsof zij vanaf nu het enige in de wereld is dat er nog toe doet en alsof ik gemaakt ben om bij haar te zijn. Ik vergeet elk woord behalve haar naam; en mijn naam, die ze met lichte, genietende stem de kamer in fluistert wanneer ik haar voorzichtig op het gevoelige plekje onder haar oor kus.
Wanneer onze lippen elkaar weer vinden, laat ze haar ene hand over mijn rug glijden en verstrengelt ze de andere met mijn haar. En we passen perfect bij elkaar. Haar lippen wijken iets uiteen, net als de mijne, en ik kantel mijn hoofd iets om haar dieper te kunnen kussen.
Het voelt niet gedwongen of verkrampt, zoals toen ze in die laatste middag in Parijs dacht zichzelf ertoe te kunnen dwingen om klaar te zijn voor fysieke intimiteit, ondanks haar trauma. Dit keer zijn onze gemoedrusten veel zachter en lijkt het allemaal vanzelf te gaan. We proberen geen van beiden om verder te gaan dan we zeker weten klaar voor te zijn. Ze legt een hand op mijn borst en ik laat me steeds een stukje verder onderuitzakken op de bank, waardoor ze bovenop me gaat liggen. We verliezen ons in elkaar en tegelijkertijd hebben we ons nog nooit zo thuis gevoelt. Een beetje onzeker verplaatst ze haar lippen naar mijn hals en kust voorzichtig elke centimeter huid waar ze bij kan. Ik kan niet anders dan mijn ogen sluiten en zuchten in haar oor. En dan klinkt er een harde donderslag, die ons uit het moment haalt. Ze kijkt op, naar het raam. Het regent al een tijdje buiten, en hard ook. Wanneer ik mijn hoofd een beetje kantel zie ik in de verte een bliksemflits. Dan kijkt ze weer naar mij en ik til een hand op om voorzichtig over de zachte huid van haar wang te strijken.
‘Blijf hier slapen, vannacht,’ zeg ik dan ademloos, deels uit een verlangen om ’s ochtends met haar aan de ontbijttafel te zitten, wanneer ze nog zacht is van de slaap, zonder het masker dat ze altijd opdoet en met warrig haar en een vertederende vermoeidheid in haar ogen; en deels om de argumenten die ik wél noem. ‘Het is al zo laat. En het stormt. Ik heb al een keer meegemaakt dat je in een auto-ongeluk terecht kwam en ik wil niet dat het nog een keer gebeurt.’
Ze kijkt me even aarzelend aan en gaat weer zitten, waarna ik hetzelfde doe.
‘In... In hetzelfde bed?’
Ik haal mijn schouders op alsof ik geen voorkeur heb. ‘Kan. Het hoeft absoluut niet. Ik heb nog een prachtige bank in de aanbieding waar ik ook prima op kan slapen. Je weet dat ik je nergens toe wil dwingen. Als je het sowieso niet wil, dan rijd ik je wel even naar je huis toe. Dan weet ik zeker dat je veilig aankomt. En dan haal ik je morgenochtend wel op voor werk. De keuze ligt bij jou. Alles is goed.’
Er vormt een blos op haar wangen en ze stamelt: ‘In... In hetzelfde bed is wel goed.’
‘Zeker?’
‘Ja. Maar... Alleen slapen. Echt alleen slapen,’ zegt ze.
Ik pak haar hand vast. ‘Ja, natuurlijk.’
Ze bloost nog steeds, alsof het iets heel stiekems is. Ze ziet er bijna uit als een tiener die het allemaal heel spannend vindt, waarschijnlijk omdat ze eigenlijk nog nooit een relatie heeft gehad. Het is allemaal nieuw voor haar.
We drinken nog even onze wijn op en besluiten dan op tijd naar bed te gaan, aangezien we morgen weer moeten werken. Aangekomen in de slaapkamer, stuiten we op een nieuw probleem: ze heeft geen pyjama bij zich.
‘Ik pak wel even een shirt voor je. Het is waarschijnlijk te groot, maar dat is niet zo’n punt toch? Ik weet niet... Wil je ook een joggingbroek? Op zich is het best warm,’ stel ik een beetje zenuwachtig voor.
‘Alleen een shirt is goed,’ antwoordt ze. Ik vis er een uit de kast en geef het aan haar.
‘In de badkamer ligt ook nog een tandenborstel in verpakking. Het ligt in het bovenste laadje, volgens mij.’
Ze knikt dankbaar en verdwijnt met het shirt de badkamer in. We maken ons allebei klaar voor de nacht en verdwijnen dan onder de lakens. We gaan liggen, met onze gezichten naar elkaar toe. Ik doe het nachtlampje nog niet uit. Ik wil nog niet slapen. Ik wil alleen maar naar haar kijken, naar haar serene gezicht en de zeldzame tederheid in haar normaal harde, stalen ogen.
Ze strijkt haast onderzoekend met haar hand over mijn onderarm, haar vingertoppen maken nog nét contact met mijn huid. Het is bijna hypnotiserend. Ik krijg er kippenvel van.
‘Nathan?’ vraagt ze.
‘Hmmm?’
‘Wil je me iets beloven?’
‘Dat hangt ervan af wat het is,’ antwoord ik eerlijk.
Ze draait zich op haar zij en komt op haar elleboog steunend een stukje overeind. Met haar vrije hand strijkt ze voorzichtig over mijn gezicht. Er ligt een verdriet in haar blik die ervoor zorgt dat ik frons.
‘Ik wil dat je belooft dat je bij me weggaat als ik niet goed voor je ben,’ zegt ze.
‘Hoe bedoel je?’ vraagt ik, argwanender dan bedoeld.
‘Elke relatie die ik tot nu toe gehad heb, familie of “vrienden”, was ongezond en toxisch. Ik ben opgegroeid met mishandeling en manipulatie. Zeg alsjeblieft niet dat het niet zo is, want dat weet je niet, maar ik heb geen idee of ik... of ik een normale, gezonde relatie kan onderhouden. Ik weet niet of ik... Ik ben doodsbang dat ik misschien, onbewust, de neiging zal hebben om je...’ Ze is heel lang stil. Dan heeft ze de juiste woorden gevonden en zegt ze: ‘... Om je emotioneel te mishandelen.’
Mijn gezicht vertrekt. Heel even maar. Als politieagent weet ik een hoop van mishandeling - en de slachtoffers. Slachtoffers, of ze nu wel of niet weten dat ze slachtoffer zijn, hebben vaak de neiging doodsbang te zijn om zelf verstikkend of mishandelend te zijn. Ik had eigenlijk wel verwacht dat hetzelfde voor haar zou gelden, maar om het hardop bevestigd te krijgen, komt harder aan dan verwacht.
‘Paige, ik weet zeker dat je dat nie-‘
‘Nathan,’ smeekt ze me. ‘Nathan, alsjeblieft. Zeg me dat je dan bij me weg zal gaan. Ik wil niet dat je door dik en dun bij me blijft, zeker als dat niet zou moeten, als dat slecht voor je is. Ik kan me niet vrij bij je voelen als ik niet zeker weet dat je bij me weg zal gaan als dat het beste is. Je hebt nog lang geen idee hoe mijn ouders waren. Mijn vader misbruikte haar, mishandelde haar, verbood haar om een eigen leven te hebben. En op haar eigen manier was mijn moeder zelf ook heel manipulatief. Ik... Het klinkt heel gestoord als ik zeg dat ik niet weet hoe ik normaal met mensen om te gaan, en ik denk echt niet dat ik zo gestoord ben dat ik niet weet wat te ver gaat, en denk alsjeblieft niet dat ik zo ben als mijn ouders, maar... maar ik ben zo bang. Ik ben zo, zo bang, Nathan. En ik wil er niet na jaren achterkomen dat ik je oneerlijk behandeld hebt en dat... dat ik je kapot heb gemaakt.’
Zelfs in het halfdonker zie ik de tranen in haar ogen glinsteren. Ik til mijn hand op en legt die op haar wang. Ze leunt met een droeve uitdrukking haar hoofd in mijn handpalm.
‘Ik zal het niet zo ver laten komen, oké? Ik weet zeker dat je niet zo bent, maar als het jou helpt, wil ik het best beloven,’ zeg ik terwijl ik met mijn duim over haar huid strijk. ‘Ik beloof het je, oké?’
‘Oké,’ antwoordt ze schor. Voorzichtig laat ze zich weer op het matras zakken.
Ik strijk even over haar wang en buig me dan voorover om haar een zachte kus te geven.
‘Het komt wel goed, oké?’ beloof ik haar en ze knikt zachtjes.
Ergens voelt het vreemd om gewoon met een vrouw in één bed te slapen, zonder echte fysieke activiteiten die eraan voorafgaan, maar aan de andere kant ben ik veel meer ontspannen. Ik maak me geen zorgen over van alles en nog wat. Ik vertrouw haar. En ik voel me op mijn gemak bij haar, hoewel we nog maar een paar dagen samen zijn. Ja, onze romantische relatie begint pas net, maar we zijn al maandenlang vrienden, waardoor het minder onwennig of ongemakkelijk is om tijd met haar door te brengen.
Ze draait haar hoofd weg en gaapt. Ik druk een zachte kus op haar voorhoofd en doe het nachtlampje uit.
‘Slaap lekker,’ zeg ik met gedempte stem, bijna alsof ze al slaapt en ik haar niet wakker wil maken.
‘Slaap lekker,’ antwoordt ze.
Even twijfel ik over wat ik moet doen, maar wanneer ze, bewust of onbewust, iets dichter naar me toe schuift, waag ik het erop en sla ik een arm om haar heen. Na een paar minuten wordt haar ademhaling regelmatig en ze lijkt te ontspannen.
Ze slaapt, besef ik. Paige slaapt nooit, lijkt soms wel. Hoewel het onzinnig lijkt om zelf ook te slapen terwijl zij nu bij mij is en ik het liefste urenlang naar haar zou willen kijken, zak ik zelf ook snel weg, vergezeld door haar warmte en haar ademhaling tegen mijn shirt.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen