. . .

De dromen werden steeds erger. Steeds realistischer, steeds gruwelijker – en ze bleven steeds langer door Abigails hoofd spoken. De beelden dreven haar tot waanzin; ze gilde de longen uit haar lijf, krabde haar huid open, probeerde zichzelf huilend te verstikken. Het ging van kwaad tot erger – en Juice was er niet om haar te kalmeren.
      Het bed was leeg, koud. Hoeveel dagen waren er al voorbijgegaan sinds Tara was vermoord? Sinds Juice was verdwenen? Sinds haar vader zich voor haar afsloot, haar niet wilde vertellen wat er werkelijk aan de hand was? Ze wist het niet – alles leek in een waas aan haar voorbij te gaan. Ze deed niets dan uit het raam staren.
      Abigail wist allang wat er gebeurd was. Ze had genoeg ervaring met de club om te weten dat Juice hen verraden had, hen wéér verraden had. Het maakte haar woest: op de club, op Juice, op haar vader. En vooral op zichzelf… Ze had geweten dat hij ergens mee zat en toch had ze genoegen met zijn stilte gekomen. Wat het ook geweest was – ze geloofde dat het een wanhoopsdaad was geweest, net als de vorige keer. Hij hield van de club – meer dan van wat dan ook. Hij zou hen nooit opzettelijk verraden, hij moest weer in de hoek zijn gedreven, waarna zijn angststoornis hem de baas was geworden.
      Ze krulde zich op tot een balletje, trok de deken tot over haar schouders. Waar was hij? Was hij alleen? Waarom hield hij zich zelfs voor haar verborgen? Vertrouwde hij haar niet? Dat kon ze zich niet voorstellen, de vorige keer had ze zijn geheim ook bewaard en toen waren ze nog niet zo lang samen geweest.
Plotseling streek er een hand door haar haren. Direct schoot ze overeind. ‘Juice?!’
      Teleurgesteld staarde ze Scarlett aan. Daarna sloeg ze haar ogen neer.
      ‘Ik ben het, lieverd. Sorry.’
      Met hangende schouders zuchtte ze diep. Haar vriendin sloeg haar armen om haar heen en trok haar dicht tegen haar aan.
      ‘Je hebt hem niet gevonden?’ vroeg ze kleintjes.
      ‘Nee. Maar dat betekent dat zij dat ook niet zullen doen.’
      Abigail trok haar knieën op en sloeg haar armen omheen. ‘Wat als ik hem nooit meer terugzie? Als hij nu gewoon verdwijnt?’ Ze knipperde haar tranen weg. ‘Ik zou met hem mee zijn gegaan. Waarom wil hij dit helemaal alleen doen?’
‘Je weet waarom. Hij zou nooit willen dat je als een vluchteling moest leven.       Dat je je vader verraadde.’
      Abigail staarde naar het laken. Haar vader verraden. Ze zou het hebben gedaan – en ze voelde zich er niet eens schuldig over. Nooit had ze bij hem op de eerste plaats gestaan, altijd was de club daar geweest. Nu ook. Als hij Juice vond, zou hij met zijn lot instemmen, ongeacht dat hij daarmee haar leven zou verwoesten.
      ‘Kom, ga weer liggen.’ Zachtjes dwingend, duwde Scarlett haar weer neer op het bed, haar armen nog steeds om Abigail heen, haar buik tegen Abigails rug. Vlak boven het mouwtje van haar nachtjapon, drukte de vrouw een kus. ‘Ik blijf bij je. Ik beloof je dat je geen nachtmerries zult hebben.’
      Sniffend haalde Abigail adem. De armen die ze nu om zich heen voelde, zorgde er alleen maar voor dat ze die van Juice erger miste. Toch had ook Scarlett een kalmerende uitwerking op haar, zeker toen ze zachtjes begon te zingen en met haar hand door Abigails steile haren streek. Haar oogleden voelden zwaar, daarna zakte ze weg in een diepe slaap.
      Zonder nachtmerries, zoals Scarlett beloofd had.

Toen ze wakker werd, lag ze nog steeds in haar vriendins omarming.       Voorzichtig maakte ze zich los, maar zoals altijd werd Scarlett van het geringste wakker. Ze ging rechtop zitten, een vriendelijke glimlach rond haar lippen.       Hoewel Abigail zich nog steeds moe voelde, zag haar vriendin er even wakker uit als altijd. Haar blauwe ogen waren alert, haar witblonde pijpenkrullen nog goed in model.
      ‘Hoe heb je geslapen?’ vroeg Scarlett.
      Ze haalde haar schouders op. ‘Wel oké.’
      ‘Zie je? Ik zei je dat je geen nachtmerries zou hebben.’ Ze legde een hand tegen Abigails wang. Zelfs nu ze onder de wol vandaan kwam, was haar hand ijskoud. Hoewel ze elkaar al jaren kende, wende die koude handen nooit. ‘En ik zeg je dit ook: maak je geen zorgen om Juice. Het komt wel goed met hem.’
      ‘Hoe weet je dat zo zeker?’ mompelde ze.
      ‘Sommige dingen weet ik gewoon.’ Ze gaf haar een knipoog. ‘Ik weet dat het nu zwaar voor je is, maar je slaat je hier doorheen en er komt een dag dat je hem weer in je armen kunt houden. Dat beloof ik je – en je weet dat ik nog nooit een belofte heb gebroken.’
      Scarlett keek haar zo indringend aan dat ze er een beetje door bloosde. Ze durfde niet aan haar woorden te twijfelen.

Maar toen ze een paar dagen later het bericht kreeg dat de Mayans hem aan de Sons hadden uitgeleverd, stierf die hoop.


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen