Foto bij H10: Missie Daivari ~ Seth

De hitte was bijna dodelijk te noemen. De lucht boven de grond trilde en mijn kameel maakte protesterende geluiden. Ik negeerde het en dwong hem verder te lopen door de woestijn. Achter mij waren nog vijf kamelen, waarvan drie bezet waren door enkele collega’s. Een andere kameel was bezet met extra bagage en de vijfde kameel was… wel, nu diende hij als reserve. Degene die er eerst op reed, kwam niet meer met ons terug mee. We waren al enkele uren onderweg, maar de reis zou snel eindigen. We waren bijna terug bij ons kamp, in een van de valleien van deze woestijn.

Het was al snel donker aan het worden toen we bij ons kamp aankwamen. Verschillende lichtjes verlichtten de zandkleurige tenten die bij elkaar stonden en we stapten van onze kamelen. Ik gaf mijn kameel aan een vrouw die met enkele anderen de kamelen wegbracht. “Seth, welkom terug!” zei een gezette man met een tulband en ik glimlachte. “Danku, meneer”, zei ik en schudde zijn uitgestoken hand. Hij keek even naar de rest van de groep en glimlachte goedkeurend. Toen keek hij weer naar mij en ik zag dat hij ontspande. “Kom, laten we in mijn tent het verloop van jouw reis bespreken”, zei hij toen en ik volgde hem naar zijn tent.

“… dus als ik het goed begrijp, zijn we van die vervelende zaak verlost?” vroeg de man en ik knikte. Ik wist zijn naam niet eens, maar dat maakte niet uit. Hij betaalde goed en dat was voldoende. “Dat klopt meneer, we hebben hem aan de sfinx gegeven en die laat niet zomaar iedereen gaan”, zei ik ter bevestiging en hij maakte een goedkeurend geluidje. “Het gevraagde bedrag is op jouw rekening gestort, met een klein extraatje voor de moeite en de snelheid waarmee het is gedaan”, zei hij met een knipoog en ik boog mijn hoofd. “Dat had niet gehoeven meneer, maar ik apprecieer het”, antwoordde ik nederig en stond toen op. “Als u mij nu wilt excuseren: ik zou me graag willen opfrissen na deze lange tocht. U kunt altijd op mij en mijn team rekenen als u ons nodig heeft”, zei ik en liep naar de uitgang. Net voordat ik de tent uit stapte, zei de man: “Seth?” Ik draaide me half om en keek hem aan, waarna hij dankbaar knikte. “Ik ben erg dankbaar om me van deze zaak te redden”, zei hij toen nog en ik boog lichtjes. “Het was een genoegen, meneer. U kunt gerust op uw beide oren slapen: van Qasim Daivari heeft u geen last meer.” Daarna draaide ik me weer om en liep de tent uit.

Eenmaal terug in mijn tent, friste ik me wat op en pakte toen mijn gsm. Ik had een gemiste oproep via Whatsapp en fronste toen ik Astrids gezicht zag. Met een plof zette ik me in de kussen van mijn slaapbank en belde haar terug. “Met Astrid?” hoorde ik aan de andere kant van de lijn en er klonk wat gerommel en geruis. “Astrid, met Seth. Je had me gebeld?” vroeg ik en ik hoorde gehum aan de andere kant. “Ja, maar is het daar al niet één uur ’s nachts?” vroeg ze toen en ik antwoordde: “Ja, ik ben net terug van een missie. Vertel het maar.” “Ik heb van Roberto gehoord dat hij de weerjaguar weer op het spoor is, maar dat hij wat extra geld nodig heeft. Je weet dus al wat hij vraagt”, zei ze verveeld en ik zuchtte. “En waarom belt hij mij dan niet persoonlijk op?” “Omdat hij gehaast was en de ‘A’ staat eerder dan de ‘S’, daarom dus”, zei ze en ik lachte even. “Ik zorg er wel voor, nu hopen dat hij niet weer faalt”, antwoordde ik toen en ze antwoordde: “Inderdaad, anders moeten we hem beter uit de groep gooien. Hij kost ons teveel.” Weer lachte ik even en zei: “Dat is waar, dat zullen we zeker doen als hij faalt. Maar tot die tijd: wat het kwaad bij elkaar bracht…” “… kan alleen wraak scheiden”, vervolgde Astrid en ze legde toen af, waarna ik mijn gsm op het tafeltje naast mij gooide. Kort spookte de zus van mijn slachtoffer door mijn hoofd, maar al snel negeerde ik het en ging slapen. De volgende dag moest ik weer vroeg op…

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen