Foto bij H11: Begrafenis ~ Khana

Vier dagen nadat we de gedaante voor het laatst hadden gezien, stond ik ondanks de hitte in donkere kledij bij een grasveld. Het was 22 juli, een zonnige dag met af en toe een briesje. Mijn handen trilden terwijl ik de witte roos uit Nicks tuin tussen mijn vingers hield. Een traan gleed alweer over mijn wang en ik zuchtte. Opeens voelde ik een hand op mijn schouder en hoorde toen iemand zeggen: “Khana, ik wil je niet storen, maar er zijn enkele mensen die jou nog graag willen spreken.” Kort keek ik Nick aan en slikte even, om dan te zeggen: “Ik kom zo, geef me nog even alsjeblieft.” Hij knikte en kneep nog even in mijn schouder, waarna hij zich omdraaide en weg wandelde. Ik bleef nog even roerloos staan, maar zakte toen wat door mijn knieën en legde de witte roos neer. “Ik heb je laatste wens vervuld, oma… ‘Wat de natuur heeft geschapen, moet ook tot haar wederkeren’, dat zei je altijd. Je hebt zoveel voor mij gedaan, ik kan je voor al die dingen nooit genoeg bedanken. Rust in vrede, ik zal je nooit vergeten…”, zei ik en het laatste deel kwam er amper uit door de brok in mijn keel. Toen stond ik weer op en na nog een laatste blik op de witte roos, draaide ik me om en liep naar de groep mensen verderop.

Er waren niet veel mensen. Buiten een paar oude mensen van het rusthuis waar mijn oma verbleef, waren ook Nick en zijn vrienden er. Voor het eerst sinds ik hem kende, droeg hij een deftig pak. Zijn vrienden waren iets minder formeel gekleed, maar nog altijd in het donker. Door het verdriet tijdens de begrafenis, had ik niet eens doorgehad dat zij er ook waren. Zodra ik bij hen was, trokken Jake en Joey mij kort in een omhelzing. “Gecondoleerd”, zei Joey toen en ik knikte dankbaar. “Wie wou mij nog spreken?” wist ik met moeite te zeggen en Nick knikte naar de groep naast ons. Ik zag verschillende verpleegster staan en snapte niet goed wie Nick bedoelde. “Wie bedoel je?” vroeg ik en keek hem weer aan. “Ik bedoelde d…”, begon hij, maar ik hoorde toen mijn naam. Meteen voelde ik mijn spieren aanspannen en ik kneep mijn handen tot vuisten. Kort sloot ik mijn ogen en draaide me toen met rechte rug langzaam om. “Vader”, zei ik emotieloos en keek de man voor mij aan.

Hij zag er ouder uit dan dat ik me herinnerde. Zijn bruin-grijze haren waren strak naar achteren gekamd en hij keek me met net zo een rechte rug aan als ik hem. Zijn blauwe ogen waren kil en hij toonde geen enkele emotie. “Het spijt me van jouw oma”, zei hij toen, maar er was geen greintje spijt of medeleven te horen. Ik knikte enkel kort, waarna ik vroeg: “Is mama hier ook?” Hij snoof even hooghartig en antwoordde toen: “Ze is nog met enkele ouderen aan het praten in de groep hier verderop.” Toen was er weer een stilte waarin ik noch mijn vader ons gestaar onderbrak. We wisten allebei dat wie wegkeek, de zwakkere zou zijn. Dat die minderwaardig was, een last. Ik had nog nooit van hem gewonnen en ook deze keer niet. “Khana”, hoorde ik mijn moeder zeggen en ik keek naar haar. Ik glimlachte even zwak en zag vanuit mijn ooghoek mijn vader zelfingenomen grijnzen. “Wow, gênante stilte zeg…”, hoorde ik Jake fluisteren en ik kon hem geen ongelijk geven.

Mijn moeder trok me in een stevige knuffel en ik hoorde haar trillend zuchten. Haar ogen waren roodomrand en ik wist dat het verlies van mijn oma haar even veel pijn deed als bij mij. Ze glimlachte voorzichtig en zei toen: “Dat was een prachtige speech, lieverd. Ik weet zeker dat oma hier blij mee zou zijn geweest.” “Bedankt mama”, antwoordde ik emotioneel en ze trok me weer in een knuffel. Ik hoorde mijn vader verachtend snuiven, maar ik wist dat dat enkel voor mij bedoeld was. Hij hield immers wel van mijn moeder. “Mama, ik wil je nog graag voorstellen aan een goede vriend van mij. Hij heeft de begrafenis geregeld”, zei ik toen met een waterige glimlach en draaide me om naar Nick.

“Dit is Nick. Nick, dit is mijn moeder”, zei ik en mijn moeder glimlachte. Nick kwam naar ons toe en gaf mijn moeder een hand. “Aangenaam mevrouw”, zei hij beleefd en mijn moeder knikte. “Fijn om je te leren kennen, Nick. Bedankt voor het regelen van deze begrafenis, dat betekend veel voor ons”, zei ze dankbaar en Nick knikte even glimlachend. Toen hoorde ik een korte kuch en ik zag mijn vader mij met een opgetrokken wenkbrauw aankijken. “Nick, dit is mijn vader”, zei ik vrij kil en mijn vader tilde zijn kin wat op. Volgens mij kon iedereen de spanning tussen ons voelen, maar niemand zei er iets van. Nick ging voor mijn vader staan en knikte kort met de woorden: “Aangenaam kennismaken.” Het was even stil en mijn vader keek op Nick neer, om dan “Insgelijks” te zeggen. Ze staarden elkaar een tijdje aan en mijn moeder keek me bezorgd aan. Het was duidelijk dat mijn vader Nick niet echt mocht en hij wou duidelijk Nick laten zien dat hij de baas was.

Na zeker drie volle minuten wendde tot mijn verbazing mijn vader zijn blik als eerste af en keek naar mijn moeder. “Laten we terug naar het hotel gaan, morgen vliegen we naar huis”, zei hij en hij draaide zich om, om dan weg te stappen. Mijn moeder zuchtte even, maar glimlachte toen en drukte een vluchtige kus op mijn voorhoofd. “We spreken elkaar nog wel eens, oké?” zei ze en ze wreef even over mijn armen. Ik knikte en omhelsde haar nog even, waarna ze me los liet en Nick wenkte. Verbaasd liep hij naar mijn moeder en ze trok hem ook in een omhelzing. “Let goed op mijn kleine meid alsjeblieft”, hoorde ik haar tegen hem zeggen en Nick knikte, waarna ze hem los liet en naar mijn vader liep. Als ik toen al had geweten dat ik haar op dat moment voor de laatste keer zou zien, had ik grondiger afscheid genomen dan alleen dit…

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    *droevig moment*
    Rust in vrede, ik zal je nooit vergeten…”
    *Mijn brein: Da rijmt! ... bijna dan toch*

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen