Foto bij H15: Tweeling ~ Nick

Ik was nog maar net de eetkamer uit toen ik de geur van vis rook. Nog geen 10 seconden later hoorde ik Khana gillen en ik spurtte meteen terug naar de eetkamer. Daar aangekomen, stond ik meteen doodstil. Een meter van Khana vandaan stond een jonge vrouw naar haar te kijken. Ze had bruin golvend haar en zodra ik de eetkamer was binnen gekomen, keek ze naar mij. Onze blikken kruisten en haar ogen verwijdde zich wat. Ik keek haar in shock aan en voelde mijn hart in mijn keel kloppen. Voordat ik iets kon zeggen, zag ik nog iemand de keuken inlopen en ook hij keek mij geshockt aan. Hij had dezelfde haarkleur als de jonge vrouw voor mij en ook hun ogen waren identiek. “… Nick?” zei de jongeman twijfelend en mijn blik bleef maar tussen de twee personen wisselen. Mijn hoofd was één grote puinhoop en ik kreeg mijn gedachten maar niet onder controle. Ze waren hier. Mijn broer en zus waren hier, in mijn huis.

Een tas met thee werd voor mij neergezet en ik zag Khana even zwak naar mij glimlachen. Toen haalde ze de laatste tas en zette zich mee in de zetel. Zij had voorgesteld om eerst te gaan zitten, vandaar dat we hier nu allemaal zaten. Ik zat aan de ene kant van de zetel, terwijl mijn broer en zus tegenover mij in de bocht van de zetel zaten. Khana zat naast mij op een gedeelte van de zetel zonder leuning en het was stil. Het was Khana die de stilte doorbrak door te vragen: “Wie zijn jullie? En wat doen jullie hier?” Mijn broer en zus keken elkaar even aan, waarna mijn broer zei: “Ik ben Noah en dit hier is mijn tweeling zus Emma. We zijn hier om hulp te vragen.” Emma knikte ter bevestiging en wierp af en toe een blik naar mij. “Waarom bellen jullie dan niet de politie?” vroeg Khana toen en Emma antwoordde: “Omdat we Nicks hulp nodig hebben.” Ik zag Khana verward van hen naar mij kijken en ik zuchtte even. “Khana, dit zijn mijn broer en zus”, zei ik uiteindelijk met moeite en die woorden voelden raar aan. Ik had ze tenslotte al in geen eeuwen meer uitgesproken, toch niet in deze context. “Wat? Maar…”, begon ze verward, maar stopte toen.

Buiten klonk er een donderslag en ik kneep stevig in het handvat van mijn tas. Ze waren hier. Zij, die mij in de steek lieten toen ik ze nodig had, waren hier in mijn huis. Ze hadden mijn hulp nodig, terwijl ze mij niet hadden geholpen toen ik hun hulp het meeste nodig had. Ze hadden mij achtergelaten. Verraden. Verlaten. Een luide donderslag klonk door de hemel en de wind blies de deuren naar de veranda open. Emma en Noah keken me ontzet aan, maar Khana legde haar hand op mijn schouder en zei: “Nick, kalmeer. Straks gebeurt er weer iets. Zoals vanochtend.” Meteen dacht ik aan de brandwonde op haar arm en ik probeerde mezelf te kalmeren.

Met heel wat moeite lukte dit en ik zuchtte diep. “Ik vermoed dat je weet dat Nick… wel…”, hoorde ik Emma toen zeggen en Khana antwoordde: “… een kitsune is? Ja, dat weet ik. Ik vermoed dat jullie dat ook zijn?” Emma en Noah keken elkaar even moeilijk aan, maar knikten toen. “En waarom zijn jullie dus hier?” vroeg Khana opnieuw en ik zag dat Emma wou zeggen dat enkel ik ermee te maken had, maar ik was haar voor door te zeggen: “Vertel het gewoon, Khana komt het toch via mij te weten.” Het klonk vrij kil, maar het kon me niet veel schelen. “Maar…”, wou Emma protesteren, maar ik onderbrak haar: “Ze weet veel van mythische wezens, heeft met mij half Japan doorgereisd op zoek naar mythische wezens en ze heeft er een heleboel leren kennen. Ze is te vertrouwen, in tegenstelling tot enkelen anderen in deze kamer.” Een ongemakkelijke stilte vulde de kamer en Emma dronk stil van haar thee. Noah haalde kort zijn hand door zijn haar en begon toen maar te vertellen.

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    Ik weet niet waarom, ... maar ik haat die twee nu al:X

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen