Foto bij 1.6 JvV

Jennifer van Velzen


Aan het eind van mijn werkdag gooi ik juichend mijn schort op de grond. Samen met Nienke en Noah sta ik in de garderobe. Alle drie uitgeteld en wel. Het was druk en hectisch, maar vooral heel slopend. Er is geen moment geweest waarbij we even tot rust konden komen. De warme broodjes gingen letterlijk over de toonbank, evenals de Valentijns tompoezen. Ik had het relatief rustig. Alleen de speciale Valentijns koekjes gingen hard. Om die reden werd ik door Sandra verplaatst naar het gebak. Nienke kon een aardig helpend handje gebruiken.
‘Vind je dat normaal?’ vraagt Noah als ik mijn schort laat liggen. Ik negeer hem. Hij heeft vandaag genoeg vervelende opmerkingen gemaakt. Ze waren onnodig en maakten duidelijk dat hij jaloers was. Hij vond het maar niks dat ik Nienke hielp en hij alles alleen moest oplossen. Blijkbaar verwachtte hij dat ik uit mezelf hulp zou bieden. Niets was minder waar. Hij helpt mij niet, dan ik hem ook niet. Het collegiale aspect is al een tijd verdwenen tussen ons.
‘Ik ga echt slapen als ik thuis kom,’ zegt Nienke. ‘Ik ben kapot!’ Ze pakt haar spullen uit haar kluis en pakt meteen haar mobiel erbij. Ik doe precies hetzelfde. Door de drukte hebben we weinig van onze pauze kunnen genieten. Iedere keer als ik net zat of een hap van mijn lunch nam, werd ik teruggeroepen. Er moest gewoon te veel gedaan worden. Nadat ik voor de vierde keer was teruggeroepen, bood Sandra haar excuses aan. Ze vertelde me dat ze het bij mijn gedraaide uren zou optellen en dat ik aan het eind van de maand een bonus op mijn bankrekening kon verwachten. Ook kreeg ik een doos met Valentijns tompoezen mee voor thuis. Als dank voor mijn inzet.
‘Jij bent kapot?’ vraagt Noah. ‘Wat denk je van mij? Jij had tenminste nog hulp.’ Ik rol met mijn ogen en lees al mijn binnengekomen appjes. Ik heb nog steeds geen zin om te reageren. Dat is voor nu heel vermoeiend.
‘Ach arme jongen. Kon je de druk niet aan? Naar hè, als mam de hele dag op je let. Dan kan je niet hangen en flirten met je winkelaanbidders,’ zegt Nienke. Noah heeft een paar fans. Een groepje meiden dat helemaal gek op hem is. Iedere donderdagmiddag komen zij langs om even met Noah te praten en flirten. Het was dan ook geen verassing dat ze vanmiddag één voor één een broodje bij hem kwamen halen. Normaal geniet Noah ervan. Nu was het vooral een last, omdat de rij met klanten daardoor alleen maar langer werd. Nienke en ik smulden van hilariteit. Onze blikken naar elkaar, zeiden genoeg.
‘Ik werk hartstikke hard. Ook als zij er niet is,’ antwoord Noah. Terwijl ik me naar hun omdraai en mijn jas van de kapstok haal, kibbelen broer en zus nog even door. Het is even doorbijten, maar over een paar minuten ben ik van ze verlost. Negen uur in dezelfde ruimte met Nienke én Noah is het maximale wat ik kan hebben.
‘Noah, neem dan ontslag als het je allemaal niet bevalt,’ zegt Nienke.
‘Neem zelf ontslag,’ is het kinderachtige antwoord dat hij terug kan geven. ‘En ruim jij dat schort van je nog op?’ Ik kijk Noah met opgetrokken wenkbrauwen aan en zucht.
‘Relax alsjeblieft een beetje,’ zeg ik. ‘Ik neem hem netjes mee naar huis en daar verdwijnt hij in de was.’ Noah opent zijn mond weer om iets te zeggen, maar dan begint Nienke hard te vloeken.
‘Echt, meen je dit? Waarom vraagt hij altijd mij?’ Ik draai me om. Geïrriteerd haalt ze haar jas van de kapstok. Met veel haast, probeert ze deze aan te doen, maar door de irritaties kan ze haar mouw niet vinden. Dit zorgt ervoor dat Nienke nog geïrriteerder raakt.
‘Wat is er?’ vraag ik.
‘Pap wil dat ik op de markt een doos met Valentijns chocolade haal voor mam. Voor zaterdag.’ Als Nienke haar jas aan heeft, kijkt ze naar haar mobiel en ze zucht diep. ‘Waarom vraagt hij jou nooit?’ Ze kijkt Noah aan, maar hij reageert niet. Hij zit in zijn mobiel gedoken en heeft het blijkbaar te gezellig met één van zijn scharrels.
‘Omdat zelfs zijn eigen vader hem niet vertrouwt met dit soort zaken,’ antwoord ik voor hem. ‘Hè Noah!’ Ik por hem in zijn zij, wat een vragende blik oplevert.
‘Sorry, wat?’
‘Laat maar,’ zucht ik. Noah haalt zijn schouders op en Nienke klokt zichzelf uit.
‘Wil je alsjeblieft met me mee?’ vraagt ze. Ze zet haar puppyogen op en pruilt met haar mond.
‘Waarom?’
‘Omdat het gezellig en vooral heel fijn is na zo’n drukke werkdag.’
‘Net zei je nog dat je wil slapen,’ zeg ik verbaasd.
‘Ah Jennifer..., toe nou?’ Nienke pakt me vast bij mijn armen. ‘Ik heb je nodig.’
‘Drama Queen.’ Noah is weer uit zijn bubbel gestapt. Ik kijk hem aan, terwijl Nienke met haar ogen rolt. Ze negeert hem, wat erg verstandig is.
‘Die knapperd is er ook.’
‘Welke knapperd?’ vraag ik wantrouwend.
‘Die van de snoepkraam.’ Voor heel even schoot de jongen van vanochtend door mijn hoofd. Ik weet niet waarom. Ik weet niet eens of hij wel op de markt staat. De hele dag heb ik de ingang van het pand in de gaten gehouden, omdat alle marktlui hun lunch bij ons halen. Hem heb ik niet voorbij zien komen. Ervan uitgaande dat hij ons vanochtend alleen maar toevallig passeerde, lucht het mij op dat het niet over hem gaat. Enigszins teleurgesteld, maar dat probeer ik vooral niet te laten merken. Nienke gaat daar veel te goed op.
‘Liam?’ vraag ik.
‘Je maakt toch geen kans,’ zegt Noah. Hij loopt richting de uitgang. Nienke steekt haar tong uit en negeert hem opnieuw. Toch zou ik me een beetje zorgen maken om Noah zijn uitspraak. Hij gaat vaak met Liam naar feesten of naar de kroeg. Het zijn vrienden, dus zou het best kunnen dat Liam veel van Noah wegheeft. Een andere reden voor hun vriendschap, zou ik niet kunnen bedenken. Ook zie ik Liam vaak genoeg met verschillende meiden staan. Niet heel ideaal voor Nienke.
‘Ik ga wel mee,’ zeg ik. ‘Maar alleen omdat ik niet wil dat je in katzwijm voor die jongen valt.’ Ik wijs moederlijk naar Nienke. Ze lacht cynisch en schudt haar hoofd.
‘Dat ben ik al!’
‘Oh help,’ zeg ik. Nienke trekt me aan mijn armen mee richting de uitgang. Noah is al weg. Ik stribbel tegen. ‘Ho, mijn Valentijns tompoezen.’ Ik ruk mijn arm los uit Nienke haar hand en loop terug. Mijn tompoezen, die door het vleugje gratis nu vast lekkerder smaken, moeten wel mee.
‘Jen, schiet op! Het is niet alsof je een Valentijn hebt waar je het mee moet delen,’ zegt Nienke. En dat weet ik. Maar toch. Ze zijn gratis.

Het is rustig op de markt. De dag loopt op zijn eind en de meeste marktlui zijn al begonnen met het afbouwen van hun kraam. Er zijn maar een paar kramen die nog helemaal recht overeind staan. De Volendamse Viskraam, de snoepkraam en de notenkraam zijn er daar drie van. Zo zie ik meneer Tomlinson druk in de weer met een schep en verschillende zakken vullen. Wij lopen te klagen dat we moe zijn en de oude man rent nog net niet op en neer. Eigenlijk is het schandalig. Het zal wel een generatieverschil zijn.
Nienke en ik staan in de rij bij de snoepkraam. De kraam staat al vol in het teken van Valentijnsdag. Het is voor het eerst dat ik meemaak dat bedrijven zich echt bezighouden met de dag van de liefde.
‘Kijk nou,’ zegt Nienke. Ik volg haar blik, die naar Liam lijdt. ‘Die armen. En die lach!’
‘Pas je op dat je niet gaat kwijlen?’ vraag ik. ‘Anders krijgt Noah nog zijn gelijk.’
‘Nou!’ roept Nienke uit. Ze geeft me een tik tegen mijn arm en ik begin te lachen. Het is zo heerlijk om haar te plagen.
Het duurt even voor we aan de beurt zijn. Iedereen voor ons heeft uitgebreide bestellingen. Met een beetje pech zijn de dozen Valentijns chocola straks op. Dan hebben we hier voor niks gestaan en had ik al thuis kunnen zijn. Bovendien schreeuwen mijn Valentijns tompoezen om een koelkast om in te rusten. Als Nienke dan eindelijk haar bestelling mag doorgeven, begint Liam te lachen.
‘Nienke en Jennifer. Wauw.’ Liam kijkt ons om de beurt aan en schudt afkeurend met zijn hoofd. Onbegrijpend probeer ik oogcontact met Nienke te maken, maar zij staart Liam vol passie aan. Ze is in ieder geval niet heel subtiel met haar verlangens voor Liam.
‘Mag ik een doos Valentijns chocola van je?’ vraagt ze. Aan haar toon is te horen dat ze verleidelijk over probeert te komen.
‘Welke maat?’ vraagt Liam en hij slaat zijn armen over elkaar heen.
‘Doe de grootste maar.’ Ik kijk Nienke met opgetrokken wenkbrauwen aan. Die doos is groter dan groot. En duur, ook al krijgt ze het geld terug. Haar vader mag haar moeder wel opnieuw ten huwelijk vragen, wil je zoveel geld neertellen voor een beetje chocola.
‘Is die niet te zwaar voor je?’
‘Waar heb je het over?’
‘Die vuilnisbakken. Je liet je vanochtend niet van je al te beste kant zien,’ zegt Liam. Aan Nienke haar gezicht kan ik zien, dat ze de opmerking niet leuk vindt.
‘Haal jij ze de volgende keer dan binnen voor ons?’ vraag ik. Liam pakt de grootste doos chocola die er is en begint te lachen.
‘Mij niet gezien. Dat kunnen jullie makkelijk zelf.’
‘Ze waren anders heel zwaar, hoor,’ verdedigt Nienke ons, maar vooral zichzelf. ‘Bovendien is dat geen taak voor meisjes.’ Liam zucht.
‘Ik dacht dat vrouwen van nu onafhankelijk wilden zijn?’ vraagt hij zich hardop af. ‘Maar nee, Nienke en Jennifer niet. Die hebben weer hulp nodig van Harry..., en die gek doet het ook nog.’
‘Harry is tenminste een echte man,’ zegt Nienke.
‘Eh, wie?’ vraag ik. Ik kijk Nienke en Liam een voor een aan. Liam wijst richting de notenkraam terwijl hij Nienke de doos met Valentijns chocola overhandigt.
‘Die lange krullenbol daar,’ zegt hij. ‘Die hielp jullie vanochtend.’ Ik draai mezelf naar de notenkraam en maak mijn ogen groot. Naast Ronson staat de jongen van vanochtend. Hij heeft een bruin schort om en staat met een pinapparaat in zijn handen. Hij lacht vriendelijk naar het echtpaar dat hij helpt en ik hoor hem een fijne dag wensen aan de mensen. Als hij onze kant opkijkt, kruizen onze blikken elkaar kort. Vrij snel gaat hij door met de volgende klant, dus richt ik mijn blik weer op Liam.
‘Ja, hij ja,’ zegt Nienke. ‘Sinds wanneer werkt hij hier?’
‘Hij werkt hier al jaren,’ zegt Liam. ‘Alleen is hij net terug van een reis naar Azië.’
‘Gaaf.’ Nienke kijkt me grijnzend aan. Vanochtend keek ze ook al zo naar me. Als ze maar niet denkt dat ik net als haar val voor een marktjongen. Dat zou niet werken. En blijkbaar kent hij Liam. Dat werkt niet heel positief voor zijn imago.
‘Kunnen jullie alsjeblieft zwijmelen op een andere plek?’ vraagt Liam. ‘Jullie staan mijn klanten in de weg.’ Ik trek mijn wenkbrauwen op. Nienke protesteert weer hevig, wat ze niet moet doen. Liam kickt op dit soort reacties. En het maakt haar niet per se charmant.
‘We gaan al,’ zeg ik. Ik trek Nienke mee en probeer me een weg te banen tussen de menigte.
‘Kom,’ zegt Nienke. Ze loopt snel richting de notenkraam en ik zucht.
‘Wat ga je doen?’
‘Harry gedag zeggen!’ Ik sla mijn ogen neer en zucht. Ze is zo direct. Bijna irritant. Ik loop achter Nienke aan. Ze drukt zichzelf door de menigte, wat boze blikken oplevert. Ik probeer ze niet aan te kijken. Dan ben ik straks nog de lul.
We staan precies voor Ronson Tomlinson. Hij staat bij de kassa en herkent ons niet direct in de menigte.
‘Ronson!’ Ik kijk met grote ogen naar Nienke. Ze roept hem gewoon bij zijn voornaam. ‘Weet je waar Harry is?’ En ze spreekt hem gewoon aan met ‘je’. Heel anders als hoe ik met hem omga.
‘Ha, de patisserie dochter,’ zegt Ronson en hij kucht. Hij kent Nienke al sinds ze geboren is. Zo lang staat hij hier al op de markt. Hij vergeet alleen altijd haar naam. Dat maakt het des te vreemd dat hij mijn naam wel kent zonder erover na te moeten denken.
‘Nou?’ vraagt Nienke ongeduldig. Plaatsvervangende schaamte bekruipt mijn lichaam. Er zijn weinig jongeren die tegenwoordig nog respect tonen. Ik hoor de woorden van vanochtend in mijn hoofd.
‘Naar het toilet,’ antwoordt hij. ‘Hoi Jennifer.’ Ik glimlach en besluit mijn toon aan te passen op die van meneer Tomlinson.
‘Hoi Ronson.’ Hij geeft wisselgeld terug aan de klanten waar hij mee bezig was en kijkt ons dan weer aan.
‘Waarom is hij naar het toilet? Net was hij er nog.’
‘Omdat het gebruik maken van het toilet ook hoort bij het leven van een marktman,’ zegt Ronson. Ik lach binnensmonds. Een typisch antwoord voor hem. Hij kucht opnieuw en leunt met zijn handen op de toonbank. Het gaat moeizaam met hem. Gelukkig is de dag bijna voorbij. ‘Zeg...,’ begint Ronson. ‘Wat moeten jullie eigenlijk van mijn kleinzoon?’
‘Kleinzoon?’ vraag ik en Ronson knikt.
‘Hij heeft ons vanochtend vroeg geholpen met een klusje. We wisten toen alleen nog niet wie hij was.’
‘Ach, wat aardig van hem,’ zegt Ronson. Hij kijkt mij aan en geeft een knipoog. Wat probeert hij duidelijk te maken? ‘Het is ook een vriendelijke jongen.’
‘En blijkbaar jouw kleinzoon,’ zegt Nienke. ‘Wat leuk! Toch, Jen?’
‘Ja, enorm.’ Mijn antwoord klinkt bot, wat niet helemaal de bedoeling is. Nienke hoeft Ronson alleen niet duidelijk te maken dat ze denkt dat ik zijn kleinzoon zie zitten.
‘Harry!’ Ronson kijkt naar rechts. Aan het eind van de kraam staat Harry. Hij ziet er bezweet uit en gaapt als hij onze kant op kijkt. Ronson wenkt hem naar ons toe te komen. ‘De dames van Centineos willen je wat zeggen.’
‘Oh?’ Als Harry voor ons staat, kijkt hij ons vragend aan. ‘Vertel.’ Ik kijk naar Nienke. Daar staat ze dan met haar goede plan. Het is heel stom om hierheen te komen om hem te bedanken.
‘Ja eh...,’ begint ze. ‘We wilden je nogmaals bedanken dat je ons vanochtend geholpen hebt met de vuilnisbakken. Liam vertelde dat je hier werkt, dus we dachten; laten we even langsgaan.’ Het blijft stil. Het verhaal van Nienke is geloofwaardig, maar komt over als een slechte smoes.
‘Ah.’ Dat is het enige wat Harry zegt. Hij heft zijn hoofd in de lucht en kijkt Nienke en mij om de beurt aan. Zijn ogen glinsteren als hij me aankijkt en hij glimlacht.
‘Dus bedankt!’
‘Dat hadden jullie vanmorgen toch al gedaan? Zo’n drie keer?’ vraagt Harry. ‘Of, nou ja, jij dan. Nienke, was het toch?’ Nienke knikt en Harry kijkt me aan. Het zweet drupt van zijn lijf. Hij steekt zijn hand naar me uit en ik doe moeite om geen paniekaanval te krijgen. Harry ziet er ontzettend leuk uit en ik voel me lichtelijk geïntimideerd door zijn uitstraling. Ik pak zijn hand en langzaam schudden we ze heen en weer.
‘Harry,’ zegt hij.
‘Jennifer.’
‘Zoiets zei je vriendin vanochtend inderdaad. Aangenaam.’ Hij glimlacht naar me en ik glimlach maar al te graag terug. We zeggen niks tegen elkaar. We schudden elkaar alleen heel lang de hand. Niemand laat los. Staren is het enige wat we doen.
‘Styles!’ Harry kijkt op en wordt gewenkt door Louis, de andere kleinzoon van Ronson. ‘Hulp graag!’ Harry knikt en kijkt ons opnieuw aan. Hij laat mijn hand los.
‘Tot zaterdag?’ vraagt Harry. Hij kijkt vooral naar mij, maar Nienke besluit voor mij te antwoorden.
‘Tot zaterdag! Dan zie je mij alleen. Jennifer is vrij, maar ze komt vast wel even langs om gedag te zeggen als ze met haar zusje de stad ingaat.’ Ik kijk Nienke indringend aan, maar ze vangt mijn blik niet op. Harry lacht en kijkt dan weer naar me.
‘Dan zie ik jullie..., allebei, zaterdag.’ Harry zegt ons gedag en loopt dan naar Louis toe. Uit enthousiasme trekt Nienke me weg bij de notenkraam. We lopen de markt over, op weg naar de fietsenstalling.
‘Wat flik jij nou?’ vraag ik met een boze ondertoon. Nienke kan alleen maar lachen. Ze opent de deur van de fietsenstalling en rent naar beneden.
‘Heb je het dan echt niet door?’ vraagt ze. ‘Hij vindt je leuk.’
‘Nou ja.’
‘Hou de volgende keer in de gaten hoe hij naar je kijkt. Hij wil je. En dat is de kleinzoon van Ronson. Niet te doen toch.’ Nienke ratelt aan een stuk door. Ik loop haar braaf achterna en zet de doos met Valentijns tompoezen in mijn fietsmand.
‘Helemaal niet,’ antwoord ik.
‘Ja wel Jennifer. Let maar op.’ Nienke pakt haar fiets en loopt ermee richting de uitgang. ‘Misschien dat je die tompoezen dan toch nog met iemand kan delen.’

Omdat jullie het verhaal zo leuk ontvangen, speciaal een lang hoofdstuk! Ik vind het heel leuk om jullie reacties te lezen!

Reacties (6)

  • TAMOCHi

    Liam. Gedraag je eens als een heer ;o
    Jennifer is echt me in elke ongemakkelijke situatie. Love it
    ‘x

    1 jaar geleden
  • 123NoahCentineo

    Harry(H)

    1 jaar geleden
  • LarryNiam

    Love it<3

    1 jaar geleden
  • diligitis

    oh geweldig!!!(H)

    1 jaar geleden
  • RoNoBC

    woohoo! Nice! Jammer dat Noah zo kut is

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen