Ik had het gevoel alsof ik hier niets te zoeken had, de afgelopen tijd keek ik alleen toe hoe Zazuar, Pythius probeerde af te richten tot een van zijn puppy’s.
Ieder geval daar kwam het wel op neer.
Elke keer als Pythius iets goeds had gedaan kreeg hij een snack, en anders kreeg hij een flinke schok, en dat ging voor best een lange tijd door.
Totdat Zazuar inzag dat het de mensheid niet veel te lijden had.
Met één draak red je het niet, dat was wat ik hem al eerder had verteld.
Als ik nou eens wist wat mijn eigen volgende stap was, misschien had ik dan nog een kans gemaakt voor mijzelf. Een kans om ergens anders te zijn dan hier.
Om eerlijk te zijn was Zazuar mij nogal aan het vervelen, juist omdat ik alleen maar hoefde toe te kijken.
Ik had liever wat meer dingen gedaan, zoals wezens vermoorden, of begeleiden, of juist misschien bij iemand te zijn waar ik om kon geven.
Misschien dankzij mijn hulp gaf Zazuar mij toestemming Sorax en Jay’la weer eens te zien.
Het zou fijn zijn als ik hun weer eens kon zien, en spreken, misschien wisten zij wel wat ik moest gaan doen.
Ik wandelde naar Zazuar en vroeg of dat mogelijk was, en hij schudde zijn kop.
“De enige manier om met ze te kunnen spreken is of een van de onderwereld te zijn. Of je eigen manieren te zoeken ze terug te roepen, maar dat zal ze veel pijn kunnen geven. Je kan ze beter rusten met waar ze nu zijn. Laat ze maar gewoon los.” Ik was stil, aangezien ik het juist niet kon loslaten, ze waren de eerste wezens waar ik ooit goed contact mee heb gehad, en juist nu dat ik zoveel meer weet, wilde ik laten zien hoe ver ik was gekomen in mijn leven.
Was dat dan zo belangrijk voor mij.
“Misschien vergeven ze het mij als ik eventjes met ze kon spreken, misschien is er een manier dat ze geen pijn kan laten voelen.” Ik keek met een bedenkelijke blik, er moest vast wel iets zijn wat ze voor een korte tijd kan laten praten. Er is altijd wel een manier.
“Kan je het ook niet als een cadeau geven, ik doe best veel voor je zonder er iets voor terug te vragen, en nu ik eindelijk iets ervoor terug vraag. Je verteld mij dat het helemaal niet mogelijk is. Wat moet ik daar dan van vinden?” Het verbaasde mij dat hij nog zo vriendelijk tegen mij deed, hij schreeuwde niet, en ik geloof dat hij het ook niet erg vond dat ik bij hem in de buurt was.
Ik denk dat hij mij wel beschouwde als een soort vriend. Waarom hij mij als zijn vriend beschouwde wist ik niet. Veel gesprekken hebben we niet gehad.
Alsnog, hij vertelde mij dat het mogelijk was, maar niet voor mij, zelfs niet als een gift, omdat dat een regel is. De doden moet je met rust laten.
“Ik heb liever dat je via je krachten achter komt hoe je met ze kan spreken, juist om je eigen krachten uit te zoeken.” Ik begreep niet zo goed wat hij daarmee bedoelde maar hij legde toen wat meer uit wat hij bedoelde.
“Je bent een heel bijzonder wezen, je bent niet zoals ieder ander levend wezen. Ik zie bij elk wezen wel wanneer ze sterven, maar bij jou krijg ik geen duidelijk beeld. Het is net alsof je nooit zal sterven, en dat is nogal merkwaardig. Zelfs goden hebben een einddatum. Iedere god moet uiteindelijk plats maken voor een nieuwe god.” Ik zag beelden voor me op wat voor manieren hij kon gaan sterven, ik vertelde daar maar liever niets over.
“Ik denk dat je er wel een oplossing vindt, misschien doormiddel van de boeken die je vinden kan. Of misschien voel je een kracht opkomen die je kan helpen. Zoals ik al zei, je bent bijzonder, Je zou zelfs de natuurwetten kunnen breken als het moet. Als mijn gevoel gelijk hebt tenminste, juist dat baat mij zorgen.” Hij keek even bedenkelijk weg, maar ik had wel het gevoel dat hij gelijk had.
Dit is iets wat ik mogelijk zelf kon uitzoeken, via de boeken of via mijn krachten.
Zoals ik al eerder zei, alles heeft een mogelijkheid. Zelfs de dood hoeft niet definitief te zijn.
Ik ging terug naar de bibliotheek die mij al meerdere keren had geholpen, en ik begon te zoeken in de boeken om mij heen. Er waren zoveel boeken, maar geen een leek mij te kunnen helpen.
Misschien was dit niet de beste plek een boek te vinden.
Ik vond wel een boek met mogelijke andere bibliotheken met duistere boeken. Boeken die mogelijk beter in de topic vallen.
In een knipoog verscheen ik in de bibliotheken, allemaal tegelijk. Alsof ik mijzelf in meervoud kon bewegen, en informatie kon ontvangen. Mijn drang het juiste boek te vinden liet mij nog meer dingen over mijzelf leren, ieder geval de krachten die ik bevat.
Het was niet alsof ik mijzelf kon dupliceren, het had met de tijd te maken. De tijd vertraagde, zo langzaam dat ik meerdere dingen kon lezen in een kortere tijd. Waarom dat nuttig was begreep ik niet. Tijd was nooit een probleem voor mij, was ik misschien toch bezorgt om iets? Misschien om Pythius.
Pythius is mijn verantwoordelijkheid. ®#[email protected] was mijn schuld, misschien kon ik dat ook nog goed krijgen.
Een paar gedachtes later, vond ik het boek.
Zonder iets tegen Zazuar te zeggen, zweefde ik rond zijn gebied naar de juiste plek. Het boek had het over een kristal. Een groot paars kristal dat het mogelijk maakt het juiste ziel eruit te halen zolang je de frequentie van hun ziel maar weet. Iedereen had een eigen frequentie, op die manier kon Zazuar waarschijnlijk ook zien wanneer iemand sterft, want dat is deel van zijn kracht.
Het boek vertelde niet dat een ziel hun eigen frequentie had, maar dat was wel het deel waar de boek fout in was. Het boek vertelde dat je alleen iemand terug kon halen vanwege liefde, en dat terwijl je een duister boek leest. Tenzij liefde iets duisters was, het is niet magisch, en al helemaal niet juist.
Liefde is een gevoel, een gevoel die ik nog steeds niet volledig heb geleerd.
Maar er was nog iets wat ik moest doen, iets anders om ze volledig terug te krijgen, en dat was om terug in de tijd te gaan om te veranderen wat er gebeurde. Om mijzelf te stoppen, zonder de evolutie te veranderen waar de mens uit bestaat, als ik dat ook zal stoppen, dan zal dit pad van de tijdlijn ook niet bestaan.
Het is net alsof je de wortel probeert om te zagen, zonder de wortel zal de boom niet kunnen bestaan. Ondanks het overgeschreven wordt op een nieuw tijdlijn, het zal teveel schade brengen op mijzelf.
Op dit punt wist ik ieder geval zeker dat ik verbonden zit aan de tijd.
Dat was wat ik voelde toen ®#[email protected] zichzelf uit de tijdlijn probeerde te halen, een steek in mijn lichaam een kracht die de tijdlijn probeert stabiel te houden. Dat is waarom de tijdlijn niet veranderd is, omdat alles in een ander straatje is beland, en omdat ®#[email protected] niet zoveel tijd inneemt, was de schade nog te beperken.
Wat ik met dat kristal moet doen is maar tijdelijk, ik kan ze tenminste vertellen dat ik een manier heb gevonden ze terug te halen.
En dat is precies wat ik deed, ik hield mijn klauw naar voren en in een korte tijd was het mij gelukt Sorax en Jay’la eruit te laten komen.
Waarom zei Zazuar dat het onmogelijk was, als het voor mij zo makkelijk was? Of misschien was het normaal gesproken onmogelijk, behalve voor mij.
Ieder geval, toen ze daar voor me zweefde waren ze niet blij met mij, juist omdat ik ze uit die steen had gehaald.
“Zegt het spreekwoord ‘De doden laat je rusten’ je iets?” Zoals ik al zei, niet blij, en dat begreep ik niet. Had ik dan toch iets fout gedaan?
“Ik dacht dat jullie blij waren mij weer eens te zien, er zijn al veel jaren voorbij gegaan… Meer dan ik zou willen, en ik miste jullie…” Heel even had ik het gevoel alsof er tranen in mijn ogen zaten, ik heb wezens eerder zien huilen om hun geliefdes, het zou mij ook moeten lukken.
“Bijter, met de dood omgaan is ook een leerproces, een leerproces die je zelf moet nemen. Er zullen altijd wezens dood gaan in je leven, zulke dingen gebeuren nou eenmaal.” Sorax sprak wijs zoals hij altijd deed, maar ik kon niet met de pijn leven die elke keer steeds groter wordt.
“Hoe moet ik dat zelfs doen, als ik langer leef dan ieder ander, verandert dat de regels niet?” Ik keek hem aan toen ik hem dat vroeg, met mijn kop vragend scheef.
“Er zijn geen vaste regels op de wereld, het is geen spel. Het zou inderdaad zwaarder voor jou zijn dan voor de wezens die wat korter leven, zo is dat nou eenmaal. Jouw taak is hoe je ermee omgaat.” Iets in mij brak, een fractie van wat ik destijds voelde, maar genoeg voor mij om te voelen dat het balans in mij stuk begon te gaan.
“Ik zal jullie terug brengen, met de complete stam die erbij hoort, ditmaal zodat jullie nooit meer mij hoeven te verlaten, zonder pijn, zonder verdriet… Dat zal dan allemaal niet meer nodig zijn, daar ben ik zeker van.” Ik keek naar de grond in eerste instantie, en keek toen zelfverzekerd weer op. “Daar ben ik zeker van.”
Ik hield mijn klauw weer naar voren om ze terug te doen in de steen, ze zullen mij nu nog niet begrijpen, maar ze gaan het wel doen, eenmaal als het plan is gelukt.
Daarvoor moest ik Zazuar verlaten, deze plek had geen nut meer voor mij, ieder geval niet nu.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen