‘Wendy?’ De docente kijkt zoekend het lokaal rond.
Ik haal mijn telefoon tevoorschijn en app Wendy waar ze is.
Ziek. Koppijn, misselijk, alles.
‘Die is ziek, mevrouw,’ reageer ik. Het is belachelijk dat ik niet wist wat er met haar was, aangezien ik dat altijd van haar weet of misschien beter wist. Ik neem me voor na de colleges bij haar langs te gaan. Het doet me goed te merken dat ik de colleges gemakkelijk volg doordat ik de laatste weken weer meer aandacht heb besteed aan mijn opleiding en daardoor ook de lessen heb voorbereid.
Direct na het laatste college fiets ik naar Wendy’s kamer en ik klop aan, omdat de bel het al maanden niet doet. Niet veel later verschijnt Wendy in de deuropening, een stuk bleker dan gewoonlijk.
‘Hey.’ Ze glimlacht zwak.
‘Ik wilde even weten hoe het met je was.’
‘Je kunt weer aanbellen trouwens, m’n nieuwe huisgenoot heeft de bel gemaakt.’
‘Waar is Arne heen?’ Ik frons.
‘Hij is afgestudeerd. Je bent hier lang niet geweest, Anouk.’
‘Sorry.’ Ik sla mijn ogen neer.
‘Zo bedoel ik het niet! Ik vind het alleen jammer. Ik verwijt je niets, want ik snap het wel. Sarah en Nico laten ook minder van zich horen. Liefde kost blijkbaar veel tijd. Niet dat ik daar iets van weet, maar oké.’ Ze zucht diep. ‘Kom binnen. Als je niet bang bent om ziek te worden.’
‘Ik zal niet lang blijven, het kost je vast veel energie.’ Ik steek een smoothie naar haar uit. ‘Zie het als een moderne fruitmand.’
Wendy schiet in de lach, wat ervoor zorgt dat ze hoestend haar handen tegen haar buik drukt. ‘Je bent een schat.’
We lopen naar de woonkamer, waar een lange jongen op de bank zit.
‘Tijmen!’ Ik kijk hem verbaasd aan. ‘Wat doe jij hier?’
Hij komt overeind en omhelst me. ‘Dat kan ik beter aan jou vragen. Ik woon hier namelijk.’
‘Dat meen je niet. Wendy, is hij je nieuwe huisgenoot?’
‘Jullie kennen elkaar blijkbaar?’ Ze fronst.
‘Hij is een vriend van Collin.’
‘Serieus?’ Wendy’s frons wordt dieper. ‘Dat had ik nooit verwacht.’
‘Hoezo niet?’ vraag ik verbaasd, want in mijn ogen is Tijmen het leukste en aardigste van Collins vrienden. Ik kan me niet voorstellen dat Wendy hem niet mag.
‘Tijmen is zo relaxed, kalm en vriendelijk.’
‘En Collin?’ Ik klem mijn kaken op elkaar.
‘Anouk.’ Tijmen schudt zijn hoofd. ‘Collin kan een arrogante, botte hufter zijn. Dat weet jij ook. Zeker als je hem niet kent. Val Wendy daar niet op aan.’
Direct wil ik reageren, maar ik besluit me niet te laten kennen. ‘Sorry. Ik ben het trouwens helemaal met je eens wat Tijmen betreft.’ Ik glimlach. ‘Wat is er met jou aan de hand?’
‘Alles. Alles doet pijn. Ik voel me alsof ik tientallen keren ben overreden door een vrachtwagen en zo zie ik er ook uit.’ Wendy draait de dop van de smoothie af en neemt een slok. ‘Zoveel beter dan een fruitmand.’ Ze zet het flesje op tafel. ‘Dank je. Lief van je. Hoe is het met jou?’
‘Heel goed. Het voelt alsof ik eindelijk weer een beetje controle heb over hoe mijn dagen gaan.’
‘En met jou en Collin?’
‘Nog beter. Ik voel me echt goed bij hem, Wendy.’ Ik kan het niet helpen dat ik belerend klink.
‘Fijn.’
‘Het is een verademing om te zien dat je hem op zijn plek zet, Anouk. Die jongen walst over iedereen heen, maar jij zet hem keer op keer terug en hij accepteert het van je. Je bent goed voor hem.’ Tijmen staat op. ‘Ik zal jullie met rust laten. Moet ik nog iets voor je meenemen uit de winkel, Wendy?’
‘Mijn hoofd zit vol met watten, ik kan niet nadenken. Dus nee, neem maar niets voor me mee.’ Wendy zucht diep. ‘Maar wel heel lief van je.’
‘Ben ik ook.’ Tijmen grijnst breed en met die grijns op zijn gezicht loopt hij de kamer uit.
‘Leuke jongen,’ zeg ik expres. Ik ken Wendy zo goed.
Ze knikt, terwijl er een blos naar haar wangen stijgt. ‘Ik wist niet dat je hem kende.’
‘Niet overschakelen.’ Ik duw plagend tegen haar schouder. ‘Vind je hem leuk?’
Wendy haalt haar schouders op. ‘Ik weet het niet. Hij is heel aardig. En knap.’ Haar wangen worden nog roder. ‘Maar hij zou nooit voor zo’n simpel, saai meisje als ik vallen.’
‘Dat dacht ik ook bij Collin, Wendy. Moet ik hem eens voor je polsen?’
Ze schudt haar hoofd, wat een nieuwe hoestbui oplevert waardoor ze ineenkrimpt. ‘Als je het maar laat. Mocht hij me ook leuk vinden, dan komt het vanzelf wel. Anders is het veel te gênant als we hier nog samen wonen.’
‘Precies! Jullie wonen hier al samen.’
‘Hou op Nouk!’ Wendy geeft me een duw.

‘Ben ik weer.’ Tijmen stapt de kamer binnen. ‘Heb je zin in kippensoep, Wen? Mijn moeder zegt altijd dat het helpt tegen griep.’
‘Je bent een held.’ Wendy begint te hoesten. ‘Zet maar in de keuken als je wilt, dan maak ik het zo.’
‘Nee joh, ik warm het wel even voor je op. Wil je ook, Anouk?’
‘Lekker.’
Tijmen loopt de kamer weer uit, waarna ik naar Wendy toebuig.
‘Wen? Hij kookt voor je? Wat is er hier aan de hand, jongedame?’ Streng kijk ik haar aan.
Wendy schiet in de lach. ‘Mond houden, Nouk. Maak het niet erger voor me dan het al is.’ Ze legt haar handen tegen haar gloeiende wangen.
‘Je bent schattig als je bloost,’ plaag ik.
‘Ik heb koorts ja?!’
Ik schiet hardop in de lach. ‘Het is wel goed met jou.’
Niet veel later zitten we alle drie in de bank met een kommetje kippensoep.
‘Ga je nog naar Collin vanavond?’ Tijmen kijkt me onderzoekend aan.
Ik haal mijn schouders op en neem een hap van de te hete soep. ‘Hoezo?’
‘Hij appte net of we vanavond nog langskwamen en ik vroeg me af of hij ook had gevraagd. Hij is veel rustiger namelijk als jij er bent. In positieve zin. Minder overheersend. Het is een toffe gast hoor, maar hij is leuker als jij er bij bent. Kalmer.’ Tijmen neemt onverstoorbaar een hap van zijn soep.
‘Even tussendoor hè? Hoe kunnen jullie dit eten?’ Wendy kijkt ons allebei vol ongeloof aan.
Ik schiet in de lach. ‘Ik probeer net te verbergen dat ik mijn tong heb verbrand.’
Ze lachen allebei.
Ik haal mijn telefoon tevoorschijn en glimlach als ik zie dat ik een berichtje van Collin heb, waarin hij me vraagt of ik ’s avonds naar hem toe kom, samen met zijn vrienden. Snel reageer ik dat ik er zal zijn.
‘Ik ben er ook vanavond.’
‘Dan kunnen we straks wel samen heen, als je dat goed vindt.’
Verbaasd kijk ik Tijmen aan.
‘Het hoeft niet.’
‘Nee, ja…Graag zelfs, maar je bent altijd zo beleefd en vriendelijk. Respectvol.’
Tijmen haalt zijn schouders op. ‘Dat lijkt me niet meer dan logisch. Je zou niet minder van iemand moeten accepteren.’
‘Dat doe ik ook niet.’
‘Het was geen aanval, Anouk.’ Wendy duwt zachtjes tegen mijn schouder.
Betrapt buig ik mijn hoofd. ‘Weet ik. Sorry.’ Ik eet verder van mijn soep, al is het maar om mezelf een houding te geven.
‘Het spijt me jongens, maar ik ga mijn bed in. Ik voel me echt een dweil.’ Wendy begint te hoesten.
‘Zo zie je er ook wel uit ja,’ plaag ik.
‘Van je vrienden moet je het hebben,’ zegt Tijmen nuchter.
‘Van haar kan ik alles hebben, Tijmen.’ Wendy staat op en zet haar kommetje soep op tafel. ‘Sorry, maar ik krijg het echt niet op.’
‘En het is nog wel met zoveel liefde klaargemaakt.’ Ik weiger Wendy aan te kijken, omdat ik weet dat ze het me niet in dank afneemt dat ik zo’n opmerking maak.
Het levert me een tik van haar voet tegen mijn benen op. ‘Veel plezier bij Collin.’
‘Slaap lekker, Wendy,’ zeggen Tijmen en ik tegelijkertijd.
‘Dank je.’ Ze slentert de kamer uit.
‘Wat grappig dat je met Wendy hier woont.’
Tijmen knikt. ‘Het is een leuke meid. Beter dan de huisgenoten met wie ik samen heb gewoond.’ Hij gaat iets rechtop zitten. ‘Hoe kan het dat ik je de afgelopen tijd hier niet heb gezien als Wendy en jij zo goed bevriend zijn?’
‘We spreken elkaar veel overdag. We doen dezelfde studie.’ Ondanks dat het één van de redenen is, is het absoluut niet de hoofdreden, maar zodra ik iets niet uitspreek, blijft het nog veilig in mijn hoofd en klinkt het minder heftig.
‘Verpleegkunde, of niet?’
‘Ja. Allebei het eerste jaar. Daar ken ik haar ook van. Gek genoeg heb ik van mijn vriendinnen een soort vriendengroepje weten te maken. Ik.’ Praten met Tijmen gaat zo gemakkelijk.
‘Waarom zeg je dat zo verbaasd?’
‘Zo sociaal ben ik niet.’ Ik haal mijn schouders op.
Tijmen lacht verbaasd. ‘Jij niet? Je bent hartstikke sociaal. Je maakt gemakkelijk contact, je hebt interesse in de ander en je hebt humor en lef. Dat is een mix van bijzonder goede eigenschappen, Anouk.’
Ik bijt op mijn lip. ‘Meen je dat?’
Hij knikt langzaam. ‘Zeg ik iets verkeerds?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Het is zo gek om dat te horen. Ik…Ik heb niet zo’n fijne middelbare schooltijd gehad. Nogal wat pesterijen. Dus horen dat ik sociaal ben en een leuk persoon ben, voelt altijd nog een beetje onwennig.’ Iedere keer dat ik het vertel, wordt het gemakkelijker om het uit te spreken. Zeker naar iemand als Tijmen. Toch voel ik de neiging weg te lopen. ‘Zullen we naar Collin?’
Tijmen staat op. ‘Is goed.’ Hij draait zich naar me toe. ‘Dat is rot om te horen, Anouk. Het is achterlijk dat anderen jou omlaag moesten trappen om zich goed te voelen.’ Hij trekt me stevig tegen zich aan. ‘Neem het van mij aan: je bent een fantastische meid. Laat niemand je ooit nog anders vertellen.’ Hij laat me weer los. ‘Niet aan Collin vertellen, anders wordt hij weer jaloers.’ Tijmen schudt zijn hoofd. ‘Vind je dat niet irritant?’
‘Valt wel mee. Hij is er heel open over. Ik durf hem tegengas te geven. Dat heeft me weinig problemen met hem opgeleverd.’
‘Andere dingen wel?’
‘O, nee hoor. Alleen dat van laatst.’ Ik voel een blos naar mijn wangen stijgen. ‘Ik was zo boos op hem.’ Ik zucht diep. ‘Maar ja, dat is weer uitgesproken. Dat hoort er ook wel bij, denk ik. Toch?’
Tijmen knikt. ‘Dat zeker. Je had groot gelijk trouwens laatst. Die jongen heeft een groot ego hoor, Anouk. Hij zal vast lief voor je zijn, maar dat hoef je echt niet altijd voor hem te zijn. Niemand biedt weerstand aan hem, dus daarom reageert hij ook zo scherp op jou.’
‘Dat zei hij zelf ook al inderdaad. Je kent hem goed,’ merk ik op.
‘We zijn samen opgegroeid.’ Tijmen glimlacht kalm. ‘Onze ouders woonden naast elkaar. We hebben samen modder gegeten, onze knieën kapot gevallen en in bomen geklommen.’
Ik schiet in de lach. ‘Dat klinkt als een goede vriendschap.’
‘Dat is het ook. Ondanks dat ik hem af en toe niet uit kan staan. Wat beter gaat trouwens sinds hij met jou is. Je bent echt de eerste die het beste in hem naar boven haalt.’
‘Dat verbaast me.’
‘Jij moet eens iets meer in jezelf geloven.’ Tijmen duwt zacht tegen mijn schouder. ‘Laten we gaan.’

Reacties (3)

  • Long

    Oooh Tijmen is echt aardig! Hoop dat hij en Wendy wat worden ;D

    1 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Echt aardige jongens, daar zijn er nooit genoeg van!

      1 jaar geleden
  • NicoleStyles

    Als Anouk geen relatie had, had ik der geshipt met Thijmen, die is zo leuk!

    1 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Als ik leefde in dit verhaal had ik Tijmen gekozen hahaha

      1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Tijmen is vet leuk!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen