. . .

‘Nog een laatste keer, lieverd…’
      Er waren tranen in haar ogen, al glimlachte ze nog steeds. Haar handen trokken aan zijn broek – en ze waren ruiger dan ze hoorden te zijn.
      ‘Kom op schatje, nog een klein beetje meer liefde voordat ik je zal laten gaan. Ga op je knieën zitten, ik wil me je niet als een lijk herinneren.’
      Met die woorden vervaagde het beeld van Abigail. Met een schok keerde hij terug naar zijn duistere realiteit. Terwijl hij wegkroop, zond hij een donkere blik naar zijn celmaat. Haat brandde in zijn binnenste.
      ‘Maak het gewoon af,’ zei hij. Een paar uur geleden had hij de man gevraagd zijn leven vandaag te beëindigen. Hij wist dat Jax hem gevraagd had dat te doen, en anders hadden Abigails dromen dat wel voorzien. Hij had de man het mes gegeven dat hij van de Chinezen had gekregen en waarmee hij zijn celmaat had moeten doden, maar hij wist dat hij alleen maar meer zou lijden als hij zijn leven in hun handen legde.
      ‘Na de lunch. Kom, wees een brave jongen. Ik zal snel zijn, nu en later vandaag.’
      Juice wist niet eens waarom hij protesteerde. Deze ochtend was niet anders dan alle andere ochtenden. Het had geen zin om te proberen bij hem vandaan te komen. Misschien zou Tully hem alleen maar langer in leven houden, zodat hij nog een paar dagen aan zijn trekken kon komen.
      Hij slikte en ging op handen en knieën zitten.
      Dit is niets nieuws, vertelde hij zichzelf. Hierna is het voorbij. Voor altijd.
      Het hielp niets. Toen de man zijn pik in zijn achterste schoof, brandden al zijn spieren. Met al zijn wilskracht probeerde hij zijn geest van zijn lijf los te maken, poogde hij verstrikt te raken in herinneringen aan Abigail. Hij deed zijn best om zich haar liefdevolle blik voor de geest te halen, en haar onschuldige glimlach – maar alles wat hij zag waren haar paniekerige ogen na een nachtmerrie; haar gesnik, de wanhopige manier waarop ze zich aan hem vastklampte nadat ze precies over dit moment had gedroomd.
      Laat me je doden.
      Oh, hoe hij wenste dat hij die wens tegemoet was gekomen. Hij gaf niets meer om de clubzaken die hij hier in de gevangenis had uitgevoerd. De eenzaamheid, de verkrachtingen… het was hun laatste respect niet waard geweest. Hij had naar haar moeten luisteren, had moeten sterven in haar armen, in het bed waar ze elkaar zo vaak bemind hadden in plaats van op de koude gevangenisvloer met zijn verkrachter als zijn enige gezelschap.
      Met een grom loosde zijn celmaat en met een paar pijnlijke stoten trok hij hem uit zijn gedachten vandaan.
      Juice zei geen woord toen hij zichzelf weer aankleedde, noch keek hij naar de man. Lunch kon niet snel genoeg komen.

Opnieuw wreef hij met zijn duim langs zijn nek. Er zat een vervelende plekje, het deed pijn en het jeukte maar hij voelde niets dan gladde huid. Hij dacht terug aan de droom die hij vannacht had gehad. Het was vreemd – maar het was onmogelijk dat de twee dingen met elkaar verband hielden. Met een ongemakkelijk gevoel dacht hij aan Scarlett, en vanaf haar schoten zijn gedachten meteen naar Abigail. Had hij gelijk gehad? Was ze hem aan het loslaten? Dat zou hem moeten opluchten, maar het deed pijn. Haar gedachten waren waarschijnlijk de enige die goede herinneringen aan hem met zich meedroegen.
      Zou hij haar bellen? Haar stem nog een laatste keer horen? Zou dat haar meer pijn doen of zou het haar juist rust geven, wetend dat zijn lijden voorbij was? Zou het haar opluchten als ze wist dat ze hem kracht had gegeven? Hij had niemand gebeld sinds hij hier was, hij nam aan dat hij daar nog recht op had.

Vijftien minuten later duwde hij de telefoon tegen zijn oor. Zijn hart bonsde fanatiek in zijn borst. Zou ze opnemen? Wat als –
      Er was een klik, gevolgd door haar naam.
      Hoewel haar stem monotoon klonk, had hij geen mooier geluid gehoord sinds hij hier was. Voor hij het wist liepen de tranen al over zijn wangen.
      ‘Juice?’ fluisterde ze toen ze zijn snikken hoorde. ‘Ben jij dat?’
      Zijn hart kromp samen toen hij zowel de wanhoop als de hoop in haar stem hoorde.
      ‘Ik ben bang.’
      Zichzelf vervloekend sloot hij zijn ogen. Van alle dingen die door zijn hoofd raasden was dát hetgeen hij hardop zei? Hij had haar rust willen geven – en nu deed hij het tegenovergestelde.
      ‘Wees niet bang,’ antwoordde ze, haar stem stabieler dan die van hem. Ze was zo sterk, ze was altijd al zo sterk geweest… ‘Je hebt een goed hart. God weet dat.’
      ‘Ik – ik denk niet meer dat er een god bestaat,’ mompelde hij en hij veegde langs zijn ogen.
      ‘Die is er. En Hij houdt van je. Hij wil dat je thuiskomt en dat je daar op mij wacht.’
      Leunend tegen de muur sloot hij zijn ogen en probeerde de tranen te weren. ‘Ik hou van je,’ mompelde hij. ‘Vergeet dat nooit.’
      ‘Natuurlijk niet.’
      Er viel een korte stilte. Juice slikte – hij wilde niet dat het gesprek tot een einde kwam.
      ‘Ik ben zwanger, Juice.’
      De hoorn gleed uit zijn hand. Hij stuiterde op en neer aan het koord, en onhandig pakte hij hem weer op. ‘W-wat?’ stamelde hij terwijl een nieuwe beklemming in zijn borst opkwam.
      ‘Je afscheidscadeau, die ochtend voor de politie je kwam ophalen,’ zei ze zachtjes.
      ‘Oh god…’ Hij greep naar zijn hoofd, zijn omgeving tolde om hem heen. ‘En je staat er helemaal alleen voor…’
      ‘Maak je geen zorgen om mij. Ik ben door één ouder opgevoed, ik red me wel. Het… het is een prachtig geschenk, een laatste troost. Je zult altijd bij me zijn, Juice. Elke dag van mijn leven. Hij of zij zal jouw nalatenschap zijn en ik zal de oren van zijn of haar hoofd kletsen over jou. Ik zal ons kleintje alles vertellen – hoe ik je voor het eerst aantrof, met je knieën tot in de stront en wc-papier…’ Ze lachte zachtjes – een trieste lach, maar hij wist dat ze glimlachte.
      ‘Tot mijn enkels,’ verbeterde hij haar, en zijn eigen lippen krulden om bij de herinnering. Zijn vingers gleden over zijn hoofdhuid en bleven op de inkt rusten die daar dankzij haar zat. ‘Maar vertel hem maar niet over de manier waarop je in bed probeerde te krijgen.’
      Ze grinnikte. ‘Ik denk anders dat het een leerzame les zal zijn.’
      Hij glimlachte nu ook en wreef een paar tranen van zijn wangen. De glimlach stierf echter weg toen de bewaker aangaf dat zijn tijd op was. Hij knikte en haalde diep adem.
      ‘Ik moet gaan,’ zei hij zachtjes. ‘Weet dat je het beste bent wat me ooit is overkomen. Ik hou van je – van jou en van dat kleintje dat in je groeit.’
      Hij wilde nog zo veel meer zeggen, maar zijn verdriet blokkeerde zijn keel.
      ‘Wees niet bang,’ zei ze. ‘Het ergste is voorbij. Ik hou van je, Juice. Ik zal altijd van je houden en ik zal ons kind laten weten wat een geweldige vader je zou zijn geweest.’
      ‘Dank je,’ fluisterde hij. ‘Bedankt voor je liefde. Dat je er altijd voor me was, ook toen de rest me uitkotste.’
      ‘Van jou houden was altijd makkelijk.’ Hij hoorde dat ze weer begon te huilen hij wanhopig klampte hij zich aan de telefoon vast. ‘Vaarwel, mijn liefste. Ik ben trots op je. De kleine en ik zullen altijd trots op je zijn.’
      Na die woorden was de lijn dood.

En een paar uur later was het niet alleen de lijn die dood was.


Reacties (2)

  • AmeranthaGaia

    Oké, dat was echt, echt, écht heel zielig.

    1 jaar geleden
  • VampireMouse

    Joe..................

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen