Foto bij Scar 60

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'In dat geval, stel ik voor dat jullie twee morgen bij ons komen eten. Het is dan toch vrijdag. Een beetje eten, beetje drinken, beetje geheimen lostrekken,' zegt ze met een gespeeld onheilspellende glimlach.
Wetende dat ze het allemaal goed bedoelt en niets haar van gedachte zal laten veranderen, knik ik maar gewoon gedwee.
Morgen, besef ik, gaat geweldig worden, óf een totale ramp.

De volgende dag zijn we iets eerder klaar, dus kunnen Paige en ik nog niet gelijk naar Marco en Haileys huis toe. Paige ziet er al de hele dag bijna zenuwachtig uit, alsof ze een tiener is die mijn ouders moet ontmoeten. Ik heb al meerdere keren gezegd dat het heus wel goedkomt en ik zeker weet dat Hailey haar aardig gaat vinden, maar ze wil duidelijk een goede impressie maken. Als ik niet zoveel medelijden met haar had, had ik het misschien schattig gevonden.
Wanneer we naar de auto's lopen om eerst nog even naar huis te gaan, vraag ik: 'Kom je anders vanavond bij mij slapen?'
Ze glimlacht en knikt en nu ben ik degene die me als een tiener voelt.
'Dan kan ik maar beter wel even wat spullen bij mij thuis ophalen. En ik moet me even omkleden. En ik moet Ody nog te eten geven,' voegt ze eraan toe.
'Ik rijd wel even met je mee. Dan vertrekken we daarna in mijn auto naar Marco,' stel ik voor en ze knikt weer.
Eenmaal bij haar appartement aangekomen, ziet het er nog steeds even onpersoonlijk uit als altijd. Geen fotolijstjes, schilderijen of souvenirs. Dit keer ligt er echter wel een boek op het aanrecht, open en met de kaft naar boven. Wanneer ze aan het omkleden is, loop ik ernaartoe en werp ik even een blik op de inhoud. Het is duidelijk vakliteratuur. Als ik ook psychologie had gestudeerd, had ik er misschien wat van begrepen.
Het duurt niet lang voordat Paige de kamer weer binnenkort, met gekamde haren los over haar schouders. Ze draagt zwarte jeans, met daarbovenop een marineblauw t-shirt en een wit, openhangend overhemd eroverheen.
Ik loop naar haar toe en leg een hand in haar nek terwijl ik haar een kus geef, net iets te lang om nonchalant te zijn.
‘Bloedmooi,’ zeg ik. ‘Zoals altijd.’
Ze rolt met haar ogen en ik doe het overdreven na. Ik pak haar hand vast en leid haar mee naar het boek.
‘Waar gaat het over?’ vraag ik.
‘Denk je dat je er iets van zal begrijpen als ik dat vertel?’
Ik schenk haar een scheve grijns.
‘Nee, maar ik vind het zo leuk wanneer je ogen oplichten als je vertelt over iets wat je interesseert,’ zeg ik en ze begint hardnekkig te blozen.
‘Je bent trouwens heel schattig als je bloost,’ voeg ik eraan toe.
Ze geeft een speelse klap tegen mijn schouder en begint harder te blozen. ‘Hou je kop.’
Ze trekt het boek naar zich toe en laat haar vinger gedachteloos over de pagina glijden.
‘In grote lijnen belicht het een dissociatieve identiteitsstoornis vanuit een neuropsychologisch standpunt. Het is gebaseerd op een onderzoek waaruit is gebleken dat de verschillende identiteiten in één patiënt verder nog eigen psychische stoornissen kunnen hebben. Een psychische stoornis is eigenlijk een errortje in een bepaald deel in je brein - welk deel hangt af van welke afwijking het is - en dat betekent dus in dit geval dat bepaalde delen van het brein bij een episode van een bepaalde identiteit van de desbetreffende persoon meer of minder actief zijn.’
Ze probeert niet te lachen om mijn verbouwereerde uitdrukking. Ze raakte me na twee woorden al kwijt. Maar ik had gelijk: de manier waarop haar ogen oplichten is echt heel leuk.
‘Schattig,’ zeg ik alleen maar.
Haar ogen vernauwen zich en ze zegt op zogenaamd dreigende toon: ‘Als je niet heel gauw ophoudt, ga ik vertellen over het syndroom van Capgras.’
‘Ik zou niet durven,’ antwoord ik theatraal.
Ze schudt lachend haar hoofd en geeft dan snel Ody te eten. Even vraag ik me af hoe ze het geregeld heeft toen ze in Parijs was, maar dan herinner ik me weer dat slangen niet elke dag te eten hoeven.
We hebben nog ruim de tijd, dus we hoeven ons niet te haasten. Hier maak ik met liefde gebruik van door mijn armen om haar heen te slaan en haar zwijgend tegen me aan te houden, met haar hoofd tegen mijn borst - en ik verbaas me erover dat het kan. Ik had er alleen maar van durven dromen om Paige vast te houden, om haar haar te kunnen kussen en haar zachtjes heen en weer te wiegen, gewoon omdat ik dat wil. Het voelt als een sprookje.
‘Zullen we zo gaan?’ vraag ik dan, met een blik op de klok.
Ze maakt zich van me los en zegt: ‘Oh, wacht. Ik moet nog even wat spullen voor vannacht pakken.’
Ze vist ergens uit de keuken een plastic tasje tevoorschijn en verdwijnt dan eerst de badkamer en daarna haar slaapkamer in. Ik besef opeens dat ik haar slaapkamer nog nooit heb gezien, maar ik peins er niet over om zonder haar toestemming naar binnen te storen.
Wanneer ze terug is, trekken we onze jassen weer aan en opeens - ik heb geen idee hoe het begonnen is - zijn we iets langer aan het zoenen dan eigenlijk de bedoeling was. Eerst hadden we nog meer dan genoeg tijd, maar nu moeten we eigenlijk toch echt haasten.
Haast giechelend als tieners lopen we op hoog tempo naar mijn auto, maar als de ongeëvenaarde gentleman die ik ben, neem ik natuurlijk wel de tijd om even netjes de autodeur voor haar open te houden.
Ze werpt het plastic tasje achterin en klikt de gordel vast. Voordat ik dat zelf ook doe, buig ik nog even naar haar toe voor een laatste kus - een korte, deze keer, alsof we al jarenlang samen zijn.
Net wanneer ik weg wil rijden, zorgt iets wat in haar houding doorschemert ervoor dat ik toch nog even wacht en ik leg een hand op haar knie.
Ik kijk haar even onderzoekend aan, een tevergeefs onderdrukte, bezorgde frons op mijn gezicht, en ze kijkt terug, met een verwarde uitdrukking. Het was me al eerder opgevallen, maar ik had me voorgenomen om er niets van te zeggen. Toch kan ik de nieuwsgierigheid niet meer bedwingen.
‘Gaat het?’ vraag ik aarzelend. Als ik ongelijk heb, gaat ze heel beledigd zijn. ‘Je ziet er de hele dag al een beetje moe uit.’
Ze haalt haar schouders op in een poging tot onverschilligheid, maar ik zie een alertheid in haar ogen die me vertelt dat er misschien iets niet helemaal klopt.
‘Gewoon niet zo goed geslapen,’ antwoordt ze.
Aarzelend vraag ik: ‘En waarom niet?’
‘Oh... Ik... Gewoon...’ Ze slikt en ik zie dat ze veel moeite moet doen om uiteindelijk toe te geven: ‘Ik had een paar nachtmerries.’
Mijn gezicht vertrekt even van de medelijden, maar - wetende dat dat is wat ze hoogstwaarschijnlijk wil - trek ik mijn gezicht weer in de plooi.
‘Heb je daar vaker last van?’
Ze haalt haar schouders op. Ja, dus.
‘Over je vader of over...?’ suggereer ik. We weten toch allebei al wat ik bedoel. Geen reden om het onnodig hardop te zeggen, aangezien de woorden alleen al als vergif smaken in mijn mond. Het zou niet zo'n grote taboe voor mij moeten zijn, maar ik vind het moeilijk om überhaupt hardop te zeggen.
‘Allebei,’ antwoordt ze, een beetje schor.
Ik geef een zacht kneepje in haar knie.
‘Oh, liefje. Je mag me op zo’n moment best appen of bellen. Ik zal het geluid niet uitzetten. Als je wilt, zal ik gewoon langskomen. Ook als het drie uur ‘s nachts is, oké?’ zeg ik, ook al weten we allebei dat ze dat niet zal doen, hoewel ik het echt meen. Ik pak haar hand vast om die naar mijn mond te brengen en ik druk een kus op de zachte huid.
‘Vanavond zal ik de nachtmerries voor je weghouden, oké?’ beloof ik haar en ze glimlacht. Het is niet veel, maar het is al iets.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Ik hoop echt dat ze een keer bij elkaar intrekken!

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    zo schattig <3

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen