Foto bij 002 Emilia Grace Miller

Eenmaal buiten aangekomen is het niet ver lopen naar de supermarkt. Ik loop naar de overkant van de straat en volg daar mijn pad naar de supermarkt. Ik moet wel door een paar donkere steegjes heenlopen, wat mij altijd extra op mijn hoeden brengt. Ik loop stug door en zie opeens aan het einde van het lange straatje een jongeman staan. Hoe dichterbij ik kom hoe beter ik hem kan bekijken. De jongen is licht getint, heeft een zwarte kuif en een licht baardje. Om eerlijk te zijn was hij best knap. De jongen stond nog steeds stil en stond in het midden van pad, waardoor ik er niet langs kon. Hoe dichterbij ik kwam hoe meer mij zijn dringende blik opviel wat mij rillingen bezorgd. Eenmaal bij hem aangekomen sta ik stil en vraag vriendelijk of ik er langs mag. De jongen grijnst wat en stapt dan een stap opzij. Verbaast loop ik langs de jongen. Opgelucht liep ik door, toen ik bijna uit het steegje was werd ik ineens vanachter vastgepakt. Ik schreeuwde en probeerde los te komen uit zijn greep. Wat niet lukte omdat hij veel sterker was dan ik. “Aaah laat me los creep!!” Doordat ik alles bij elkaar schreeuwde klemde hij zijn hand om mijn mond. Ik kon niet zien wie het was, maar had een flauw vermoeden dat het de jongen van net was. Uit het niets kwam er om de hoek ineens een zwart busje aangereden en remde hard toen hij bij ons was aangekomen. Er stapte twee jongens uit het busje. De een had bruin warrig haar met een moedervlek op zijn keel en de ander had bruine krullen. Ze grijnsde allebei bij het zien van mij, wat mij rillingen bezorgde. De jongen achter mij haalde zijn hand van mijn mond en wierp mij in een keer over zijn schouder heen en liep met mij naar het busje. Ik probeerde nog tegen te stribbelen, wat niet lukte omdat hij veel sterker was dan mij. Hij gooide mij letterlijk in het busje, wat een pijnlijke kreun van mij opleverde. Ik hoorde de jongens hierom lachen en keek hun verontwaardigd aan. “Valt er wat te lachen ofzo?” snauwde ik naar ze, wat ze blijkbaar alleen maar amuserend vonden. Ik kroop de hoek in en trok mijn knieën omhoog en leunde hier met mijn hoofd op. Bang keek ik om mij heen, niet wetende wat ze met mij van plan waren, ook al had ik wel mijn vermoedens. De jongen met de bruine krullen zat tegenover mij en daarnaast zat de jongen met het bruine warrige haar. Naast mij zat de jongen met de zwarte kuif die mij vastpakte in het steegje. Voorin zaten nog twee jongens, de een had vuilblond haar en de ander had ook bruine warrige haren. Ik voelde hoe het busje wegscheurde toen iedereen erin zat.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen