Foto bij Scar 62

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Maar als ik wegga... Welke delen van haar neem ik dan met me mee? Er is niemand om haar op te vangen als ik haar laat vallen, ooka ben ik niet van plan het uit te maken.
Ik ben haar enige. En ik had me nooit voor kunnen stellen dat die gedachte me ooit zó bang zou maken.

Om een uur of acht gaan Paige en ik weer op huis aan. Hailey en Marco hebben er niet op aangedrongen, maar ik zag dat Hailey er moe uit begon te zien en wist dat ze haar rust nodig had. Ze gaat dan misschien wel genezen, maar dat betekent niet dat ze al genezen is.
Omdat het nog vrij vroeg in de avond is, gaan Paige en ik nog niet naar bed wanneer we aangekomen zijn bij mijn appartement. Bovendien is het vrijdag, dus hoeven we morgen niet vroeg op te staan.
‘Hailey mag je,’ zeg ik wanneer we met een glas wijn op de bank zitten. Mijn bank is groot genoeg voor vier man, maar we zitten dicht bij elkaar, wat ik totaal niet erg vind.
‘Ja?’ Het klinkt bijna alsof ze niet zou weten waarom iemand haar zou mogen. Waarschijnlijk is dat ook zo.
‘Ja.’ Ik aarzel even en zucht dan. Ik wil het niet geheim van haar houden. ‘Het spijt me heel erg en je moet weten dat ze er zelf achter is gekomen. Ik heb het haar niet verteld, oké? Niet boos worden. Maar... uh... Hailey weet dat je verkracht bent.’
Ik weet niet welke reactie ik verwacht had, maar het kalme begrip waarmee ze reageert komt toch als een verassing.
‘Oké,’ zegt ze. Ze lijkt even na te denken en knikt dan. ‘Hoe wist ze het?’
Ik weet niet in hoeverre Hailey het geheim wil houden, want ik heb het er niet specifiek met haar over gehad, maar ik vertrouw Paige genoeg om het met haar te delen.
‘Ze had een gewelddadige ex. Echt een hele gewelddadige. Hij manipuleerde en sloeg haar en... laten we zeggen... de seks was over het algemeen nou ook niet bepaald vrijwillig. Zo hebben ze elkaar ook ontmoet, Hailey en Marco. Een buurvrouw kwam erachter wat er aan de hand was en toen ze op een dag kon horen dat haar ex weer erg gewelddadig werd, heeft ze de politie gebeld. Marco was het eerst ter plaatse. Hailey was er vrij slecht aan toe en hij heeft haar geëscorteerd naar het ziekenhuis. Eerst zijn ze heel lang vrienden geweest, mede dankzij het feit dat Hailey niet bepaald op een nieuwe relatie zat te wachten, maar uiteindelijk is het uitgegroeid tot iets groters, zeg maar. In ieder geval zei Hailey dat opeens “de puzzelstukjes in elkaar vielen”, of zo.’
Paige knikt nogmaals. Dan zegt ze: ‘Ik heb liever niet dat Marco het ook weet. Hij zal me dan op werk misschien proberen te ontlasten met bepaalde zaken en dat wil ik niet.’
‘Ze heeft gezegd dat ze het niet aan hem zou vertellen,’ beloof ik haar.
Ze is even stil, zet dan haar glas wijn weer op de salontafel en draait zich naar me toe, haar rug gerecht en alsof ze zich niet helemaal een houding kan geven.
‘Nathan, ik...’ Ze slikt en maakt een handgebaar waar ik niet veel uit op kan maken. ‘Ik... Vind je het erg dat we het rustig aan moeten doen? Ik bedoel... Ik snap dat je bepaalde verlangens en zo hebt en ik... Ik wil dat je eerlijk bent-‘
Ik weet al waar ze op doelt: Haileys grapjes over onze zedelijkheid voordat ze zich realiseerde waardoor die ontstaan was.
‘Ik vind het niet erg,’ druk ik haar op het hart en wanneer ze op haar onderlip bijt, neem ik haar hand in de mijne, waardoor ze bedeesd naar me opkijkt. ‘Echt niet. Zo... Zo iemand ben ik niet.’
Ze slikt weer en verbreekt het oogcontact. Ik zie haar een paar tranen wegknippen en naar de juiste woorden zoeken.
‘Ik... Soms... Soms voelt het alsof ik helemaal niets goeds heb om je te geven. Alleen maar zorgen en problemen en verplichtingen die je niet kan gebruiken. Je... Je doet zoveel voor mij op zoveel verschillende punten en ik... Ik kan je niets teruggeven en ik kan niet altijd de persoon zijn die je nodig hebt.’
Mijn gezicht vertrekt en ik pak haar hand iets steviger vast, alsof mijn woorden zo beter tot haar door zullen dringen wanneer ik zeg: ‘Je bent lang niet zo lastig als je denkt. We kennen elkaar pas een paar maanden, maar je hebt me nu al de mooiste herinneringen gegeven van de laatste paar jáár. Ik vind het prima om te wachten. En ik hoef niks van je terug, want zo werkt het niet in een relatie. Ik wil geen score bijhouden. Ik wil niet dat je zelf leegbloedt in een poging mijn wonden te dichten. Ik wil al die dingen niet. Ik wil jou.’
Ze staat op en begint te ijsberen. Met een onbeholpen, verloren uitdrukking op haar gezicht haalt ze een hand door haar haar. Ze opent haar mond en weet na een tijdje uit te brengen: ‘Ik... Ik snap gewoon niet waarom... waarom je zoveel móéite zou doen.’
Ik sta ook op en loop naar haar toe, waardoor ze stilstaat. Ik kijk haar bezorgd aan en wrijf met mijn handen over haar bovenarmen. Ik kijk haar indringend, bijna smekend.
Ik neem in een teder gebaar haar gezicht in mijn handen en buig voorover om mijn lippen tegen de hare te drukken. Ik kus haar, heel zachtjes en langzaam, bedoeld om haar ervan te verzekeren dat ik niet van plan ben te snel te gaan of haar de tijd niet te geven om na te denken over wat ze wil, maar eigenlijk zorgt het er juist voor dat al mijn concentratie naar onze trage bewegingen gaan en opeens heb ik alle tijd om er bewust weer aan herinnerd te worden hoe haar adem tegen mijn wang voelt, of hoe zacht haar huid is onder mijn handen. Ze zet een stapje naar me toe en komt dichter tegen me aan staan. Ik voel haar lichaam tegen de mijne drukken, voel haar warmte door onze kleren heen. Ik leg mijn handen op haar middel en kus haar tot ik niet anders kan dan me terugtrekken om weer adem te halen.
We kijken elkaar aan en het voelt alsof we allebei volledig blootliggen, alsof we niet eens geheimen voor elkaar zouden kunnen hebben als we dat zouden willen.
‘Omdat jij het bent,’ antwoord ik dan. ‘En omdat je het waard bent.’ Ik kus haar weer, vederlicht en kort, deze keer. ‘Je bent het allemaal waard.’

Midden in de nacht schiet Paige naast me opeens overeind, haar arm voor haar gezicht alsof ze die ergens tegen wil beschermen. Weg van een scherpe hap naar adem en een ondefinieerbare, jammerende snik, maakt ze geen geluid, en het is ook de beweging waar ik wakker van word. Ik ga ook zit en leg een aarzelende hand op haar schouder. Ze krimpt ineen onder mijn aanraking alsof die brandt en ik trek me terug.
‘Paige?’ vraag ik op fluistertoon, maar het is zo stil in de ruimte dat het aanvoelt als een schreeuw.
Ze reageert niet. Ze draait zich opzij naar het nachtkastje en haar hand trilt wanneer ze het nachtlampje aandoet. Met een ruk kijkt ze weer naar de lege plek waar eerder ook haar blik op gefixeerd was. Ze is aan het rillen en ik vraag me af of ze me überhaupt hoort wanneer ik opnieuw haar naam zeg, deze keer iets harder en dringender.
Ik zeg tegen mezelf dat het maar een nachtmerrie was en ik nu kalm en rustig moet blijven, maar ik heb haar nog nooit zo gezien en haar lijkbleke gezicht gezicht maakt me zo bang dat dat ik wel twintig blikken werp op de plek waar ze naar keek.
Pas wanneer ik voor een derde keer haar naam zeg, lijkt ze terug te komen in de realiteit. Ze kijkt me aan, met een bleek gezicht en grote, angstige ogen.
‘Sorry,’ zegt ze. ‘Sorry. Ik...’
Ze maakt haar zin niet af, maar het lichte, Franse accent dat ze normaal gesproken niet laat horen, vertelt me al wel waarover ze heeft gedroomd. Bang dat elke vorm van fysieke intimiteit haar angst aan zal jagen, steek ik voorzichtig een hand naar haar uit, niet zeker of het wel oké is als ik haar aanraak.
Hoewel het misschien vreemd is, besef ik dat ik meer moeite heb met de verkrachting dan het feit dat haar vader een gewetenloze moordenaar is. Niet omdat ik direct het ene nou bijster veel erger of verschrikkelijker voor haar vindt dan het andere, maar omdat ik weet dat ik een van de mensen ben die het makkelijkste een angstaanval over die verkrachting kan triggeren.
Wanneer ze weer bij haar positieven is gekomen lijkt ze iets dichter naar me toe te schuiven, maar ik durf haar pas in mijn armen te nemen nadat ik het voorzichtig gevraagd heb. Met één arm hou ik haar vast en met de hand van de andere veeg ik ben de tranen van haar wangen. Ze voelt klam en warm aan en haar lippen trillen.
‘Gaat het?’ vraag ik, mijn stem zacht en hees van het slapen.
Ze antwoordt niet, want ik denk dat ze het zelf niet eens weet. Maar ik weet het wel. Ik zie het aan haar.
Ik maak aanstalten om op te staan, maar ze klampt zich wanhopig aan me vast.
'Laat me niet alleen,' snikt ze, keer op keer. 'Laat me niet alleen. Laat me niet alleen.'
'Hey, het is oké. Ik ga gewoon even wat water voor je pakken, oké? Ik ben zo terug.'
Ik laat haar voorzichtig weer liggend neerzakken op het matras en strijk voorzichtig de tranen van haar wangen voordat ik het bed uit stap.
Wanneer ik terugkom, zit ze rechtop in bed met haar rug tegen de leuning en haar knieën tegen haar borstkas opgetrokken. Met iets van elkaar geweken lippen staart ze voor zich uit. Er rollen nog steeds stille tranen over haar wangen, maar het snikken is opgehouden.
Ik ga bij haar op de rand van het bed zitten en geef haar het glas water aan, wat haar uit haar trance lijkt te halen. Ze drinkt het met kleine slokjes tegelijk op. Haar hand trilt hevig wanneer ze het glas telkens weer aan haar lippen zet.
Wanneer ze klaar is, zet ze het neer op het nachtkastje en krimpt ze zelf ineen van het geluid van het glas op het hout. Ze blijft maar rillen, maar ze huilt niet meer en haar ademhaling is in ieder geval al een stuk regelmatiger, gelukkig.
Ik doe het nachtlampje uit ga aan mijn eigen kant van het bed onder de dekens liggen. Ik strijk met alle voorzichtigheid van de wereld een pluk haar uit haar gezicht en stop die weg achter haar oor.
‘Gaat het weer een beetje?’ vraag ik. Ze knikt, waardoor ik weet dat het niet waar is.
Ze gaat zelf ook liggen en ik durf haar niet aan te raken tot ze zelf tegen me aan schuift. Ik vouw mijn armen om haar heen en we liggen allebei op onze zij, gezichten naar elkaar toe. Ze legt haar hoofd tegen mijn borstkas en onze benen raken verstrengeld.
‘Het spijt me,’ zegt ze, zo zachtjes dat ik het maar net versta.
Het duurt even voor ik antwoord en ik strijk met een hand over haar zachte haar.
‘Het is allemaal jouw schuld niet,’ vertel ik haar schor.
'Laat me niet alleen.' Haar stem klinkt zacht, hees, bang, ademloos, verstikt.
'Nooit,' zeg ik. En dat is het laatste wat een nog gezegd wordt voordat we uiteindelijk allebei weer in slaap vallen.

Reacties (3)

  • Sunnyrainbow

    Awh arme Paige!

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Wauw. Ik besef me iets te laat dat ik veelste vrolijk ben voor het treurige onderwerp in het boek…. Bless Paige en Nathan(A)

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Goed geschreven!(hoera)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen