Foto bij Scar 63

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Het spijt me,’ zegt ze, zo zachtjes dat ik het maar net versta.
Het duurt even voor ik antwoord en ik strijk met een hand over haar zachte haar.
‘Het is allemaal jouw schuld niet,’ vertel ik haar schor.
'Laat me niet alleen.' Haar stem klinkt zacht, hees, bang, ademloos, verstikt.
'Nooit,' zeg ik. En dat is het laatste wat een nog gezegd wordt voordat we uiteindelijk allebei weer in slaap vallen.

Wanneer we om zo'n tien uur 's ochtends wakker liggen lig ik op mijn rug, met Paige half bovenop me en onze benen verstrengeld. Ze geeft allemaal kleine, vertederende kusjes in mijn hals en ik kan niet anders dan glimlachen.
‘Goedemorgen,’ zeg ik.
‘Stil nou. Laten we gewoon maar doen alsof het geen ochtend is. Ik heb geen zin om uit bed te komen,’ klaagt ze en ik voel haar adem langs mijn hals strijken.
‘Is goed.’
We liggen nog heel lang in bed zonder iets te zeggen. Onze vingertoppen strijken over plekjes die onze ogen niet konden vinden: droge plekjes huid, de welving van haar wang, de nauwelijks zichtbare stoppels op mijn kin. En onze ogen prenten de rest in: elk sproetje of oneffenheidje in onze gezichten, de glans in haar ogen, de bedeesde en haast verbaasde glimlach die me eraan herinnert dat ze niet opgegroeid is met mensen die naar haar kijken alsof ze waardig is, een goed mens.
Dan betrekt plotseling haar gezicht en fronst ze. Met een verwarde uitdrukking komt ze een stukje overeind, steunend op haar elleboog. Ik leg een hand op haar wang en wrijf voorzichtig met mijn duim over de zachte huid.
'Hey, wat is er aan de hand?' vraag ik, mijn stem nog hees van het slapen.
'Ik... Ik ben vannacht wakker geworden, of niet?' vraagt ze.
'Ja. Je had een nachtmerrie. Herinner je je dat niet?'
Ze schudt haar hoofd.
'Nauwelijks,' antwoordt ze. Dan schraapt ze haar keel en zegt ze: 'Sorry.'
'Vannacht bood je ook al je excuses aan. Waarom?'
Ze slikt en kijkt weg, zoekend naar woorden.
'Ik wil je er gewoon niet mee lastigvallen. En ik... ik wil liever niet dat je me zo ziet.'
Ik pak haar hand en geef er een kus op, waarna ik hem tegen mijn borstkas houd, over mijn hart.
'Ik vind het ook moeilijk om je zo te zien, om eerlijk te zijn. Ik vind het erg om je pijn te zien lijden,' zeg ik eerlijk en ze kijkt me weer aan. 'Maar ik kan je beloven dat ik blij ben dat ik erbij was en dat ik er wakker van werd. Ik vind het een verschrikkelijk idee dat jij je zo voelt zonder dat ik erbij ben, zonder dat ik je kan proberen te helpen. En je hoeft je excuses daar niet voor aan te bieden.'
Ze knikt bijna onzichtbaar, maar waarschijnlijk alleen omdat ze íéts van een reactie moet tonen en dit het meest algemeen is. Ik kom net dat ene stukje omhoog om haar te kunnen kussen en druk mijn lippen even tegen de hare, waarna we weer gaan liggen. We liggen op onze zij, bijna tegen elkaar aan, gezichten naar elkaar toe, haar hoofd onder mijn kin. Ze glijdt met een hand over mijn rug naar mijn ribben en strijkt daar voorzichtig over mijn shirt, alsof ze elke ronding van bot en spier in haar gedachten wil prenten. Op mijn beurt speel ik wat met haar warrige, zachte haar en ik hoor onze ademhalingen versmelten.
‘Ik moet eindelijk zometeen weer naar mijn eigen appartement. Ik moet nog wat dingetjes regelen en het is zonde om al die huur te betalen en dan lekker al die tijd bij jou te bivakkeren. En het is onverantwoordelijk om Ody zo lang alleen te laten. Hij verdient ook wat aandacht. Kom je mee?’ oppert ze.
‘Ja, hoor. Gezellig.’
Ze zucht.
‘Maar eerst nog even blijven liggen,’ zegt ze. ‘Nog vijf minuutjes.’
Uiteindelijk worden het er vijftig.

Rond een uur of elf gaan we weg uit mijn appartement. Onderweg naar haar flat doen we nog wat boodschappen om de rest van het weekend niet te verhongeren.
Vanaf die middag voelt Paige zich niet zo lekker - de maandelijks terugkerende variant - en ze probeert me ervan te overtuigen dat ik gewoon mijn ding moet gaan doen en ze niet wil dat zij me tegenhoudt, maar ze begrijpt niet dat ik dit ook prima vind. Ik vind het ook een geslaagd weekend als ik de hele tijd op de bank onder een dekentje met haar in mijn armen tv lig te kijken. En ik vind het niet erg om thee voor haar te zetten of een Advil voor haar te pakken. En ik heb er geen probleem mee om over haar buik te wrijven wanneer die zeer doet of haar voorhoofd te kussen wanneer de migraine op komt zetten. En ik vind haar ook - misschien wel juist - mooi wanneer ze met warrig haar, een joggingbroek en een hoodie van mij aan de eettafel zit. Ik ben graag bij haar en waar ik juist geen zin in heb, is om weg te gaan en iets voor mezelf te gaan doen terwijl ik weet dat zij zich niet goed voelt.
Dus om een uur of half twee, nadat we geluncht en opgeruimd hebben, liggen we met een fleecedeken op de bank een film te kijken. Ze ligt met haar rug tegen mijn borst en ik heb mijn armen om haar heen geslagen. Met mijn bovenste hand wrijf ik over haar buik.
Ergens tijdens het tweede reclameblok wat we niet door kunnen spoelen, krimpt ze ineens iets ineen van de pijn en grijpt haar hand baar haar buik. Ik hoor haar scherp door haar neus ademen in een poging zichzelf bijeen te houden.
Ik druk een kus op haar haar en vraag in een mengeling van verbazing en angstige afgrijzen: ‘Is het elke keer zo pijnlijk?’
‘Het is deze keer wel ietsje erger dan normaal, maar niet héél veel. Vooral de eerste paar dagen zijn voor mij het ergst, dus het is maar goed dat die nu in het weekend vallen,’ antwoordt ze, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, wat het eigenlijk ook is. Het is natuurlijk ook zo ongeveer een kwart van de tijd. Vermoedelijk zou ik sterven.
‘En als ze niet in het weekend vallen?’ vraag ik.
Ze haalt haar schouders op. ‘Dan neem je een pijnstiller, ga je naar werk en hou je je bek erover.’
‘Meen je dat?’ stoot ik uit.
Ze draait zich in mijn armen om en kijkt me aan.
‘Nathan, doe nou niet alsof je neus bloedt, gewoon omdat het nu om mij gaat in plaats van elke andere willekeurige vrouw. Als je omgeving weet dat je ongesteld bent, word je niet meer serieus genomen. Zeker aangezien Ashley en ik de enige vrouwen in het departement zijn.’
‘Oh ja. Natuurlijk. Ik... Ik bedoel natuurlijk niet “natuurlijk”, maar... natuurlijk.’
Ze drukt grinnikend een kusje in mijn hals en zegt met haar lippen tegen mijn huid strijkend: ‘Duidelijk.’
Op dat moment begint net weer de film en ze draait zich weer om, nog altijd in mijn armen.

Wanneer de film eenmaal afgelopen is, blijven we nog een tijdje liggen, deze keer met onze gezichten naar elkaar toe. Ik druk een serie kussen in haar hals - de manier waarop ze naar adem hapt is geweldig - en ik laat een hand van haar middel over haar heup naar haar knie glijden, waarna ze haar been om me heen slaat. Zo blijven we liggen en ik voel me klam, ontspannen.
‘Hoe voel je je?’ vraag ik en ik laat mijn voorhoofd in haar hals rusten.
‘Ik ben ongesteld, niet terminaal ziek. Maak je nou maar niet zoveel zorgen,’ lacht ze.
Ik buig wat naar achteren en kijk haar sip aan.
‘Maar je voelt je niet lekker,’ zeg ik pruilend. ‘En ik wil niet dat je pijn hebt.’
Ze glimlacht naar me.
‘Je bent te lief,’ zegt ze. Na een zucht antwoordt ze: ‘Het gaat wel. De buikkrampen vallen nu wel mee. Vooral wat hoofdpijn. Niet iets om je bijster veel zorgen over te maken.’
Ik knik. ‘Is er iets wat ik voor je kan doen? Wil je nog wat te drinken? Eten?’
Ze schudt haar hoofd en nestelt zich nog iets dichter tegen me aan.
‘Ik wil blijven liggen. Ik lig net zo lekker.’
‘Uw wens is mijn bevel.’
Ik hoef niet eens op te kijken om te weten dat ze grijnzend met haar ogen rolt. Ik leer haar met de dag beter kennen. En dat vind ik allesbehalve erg.
Na een korte stilte vraagt ze: ‘Nathan?’
‘Hmm?’
‘Wat is eigenlijk je achternaam? Niemand heeft me ooit je achternaam verteld.’
Ik zucht. Oh nee. Daar gaat mijn waardigheid.
‘Ik sta er niet zo mee te koop. Het is niet bepaald het stoerste ooit,’ ontwijk ik het in een poging subtiel te zijn.
Ze glimlacht en komt iets boven me hangen om me aan te kunnen kijken. Haar haren vallen als een gordijn langs haar hoofd en ik veeg ze achter haar oor. Met één hand strijkt ze afwezig over mijn wang.
‘Zal ik je eens een geheimpje vertellen? Ik vind stoere Nathan best wel ietsje minder cool dan lieve, zachte Nathan, dus vertel maar. Ik heb twee achternamen die haast niemand in dit land normaal uit kan spreken, dus héél veel erger kan het niet worden.’
Daar heeft ze een punt.
‘Darling,’ antwoord ik dan.
Ze glimlacht naar me en ik zou willen dat ik dat beeld voor eeuwig bij me zou kunnen dragen. Maar niet eens de scherpste foto of beste geheugen zouden de twinkeling in haar ogen vast kunnen leggen. Soms voelt het alsof er niets op aarde is dat Paige recht zou kunnen doen.
‘Darling,’ herhaalt ze. ‘Nathan Darling. Mijn darling. Ik vind het leuk. Hoezo vind je dat stom?’
‘Gewoon. Het is niet bepaald stoer. Stel nou dat ik het leger in was gegaan? “Korporaal Darling”. Dat straalt toch geen autoriteit uit?’ zeg ik.
Ze haalt haar schouders op.
‘Nou en. Stoerheid en autoriteit worden zwaar overschat. De wereld kan wel wat meer dingen als Darling gebruiken. En mocht het helpen: ik vind het leuk. Heel leuk.’
Dat helpt zeker. En uit het niets denk ik: Paige Darling.
En ineens klinkt mijn achternaam een stuk minder stom.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Darling. Poehey, dat is inderdaad een bijzondere achternaam!

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Awh zo schattig!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen