Foto bij Scar 69

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik sla mijn armen weer om haar heen en trek haar tegen me aan. Ze lijkt met elke ademhaling iets te ontspannen en eindelijk laten we allebei de vermoeidheid over ons heen glijden. Voordat we in slaap vallen, druk ik een kus tegen haar haar en zeg ik: 'Ik zou je nog niet kunnen haten als ik het zou willen.'

Net wanneer we een half uurtje slapen klinkt er een knal, midden in de nacht. Paige zit abrupt rechtop in bed, waardoor ik ineens ook wakker ben.
‘Paige?’ vraag ik. Ik doe het nachtlampje aan en kom ook een stukje overeind. Wanneer ik een hand op haar schouder leg, kijkt ze abrupt naar me om. Haar ogen zijn groot en staan ineens vol tranen. Haar ademhaling is gejaagd. Ik frons en ga nog iets rechter overeind zitten. Aarzelend leg ik een hand op haar wang. ‘Hé… Wat is er aan de hand?’
Ze stamelt een paar onafgemaakte woorden die ik niet goed kan verstaan en veegt met bevende handen de tranen van haar wangen die er nog niet zijn. Met een bezorgde blik strijk ik over de volle lengte van haar haar.
‘Alles is oké,’ zeg ik. ‘Het is maar onweer.’
Ze tast even afwezig met haar hand naar haar keel, alsof ze wil checken of het haar wel lukt om er woorden uit te persen. ‘Ik… Oké… Ik-ik dacht gewoon even dat het een pistoolschot was en ik moest denken aan… aan mijn vader.’
Ik maak aanstalten om op te staan. ‘Zal ik wat water voor je pakken?’
Ze schudt haar hoofd en pakt mijn onderarm vast. ‘Ga niet weg. Alsjeblieft,’ snikt ze met gebogen hoofd en licht schokkende schouders. ‘N-niet weggaan.’
Ik sla snel mijn armen om haar heen en trek haar tegen me aan. Zachtjes wieg ik haar heen en weer terwijl ik in hetzelfde tempo over haar haar strijk. ‘Het is oké, lieverd, ik ga nergens heen.’
Ik druk een kus tegen haar slaap en ga weer liggen, haar nog steeds in mijn armen. Ze laat nog altijd snikkend haar hoofd op mijn borst rusten en ik hoor hoe haar ademhaling geleidelijk steeds kalmer en regelmatiger wordt. Ondertussen blijf ik haar haar strelen.
Er klinkt weer een donderslag en automatisch gaat er weer een schok door haar heen. Wanneer ze zich dichter tegen me aan drukt, sla ik mijn armen strakker om haar heen. Ik voel haar beverige, gejaagde ademhaling in mijn hals. Ik voel dat een paar van haar tranen mijn huid raken.
‘Het is maar onweer,’ probeer ik haar te sussen, maar dat is makkelijk praten, als je niet achtervolgd wordt door herinneringen die verschrikkelijker zijn dan ik me voor kan stellen. ‘Het komt wel goed.’
‘Ik… Ik weet het. Ik snap ook niet precies waarom… waarom ik ineens zo van slag ben. Sorry.’
‘Je hoeft geen sorry te zeggen.’
Ze antwoordt niet en heeft een paar minuten nodig om zichzelf weer bijeen te rapen.
‘Het… Het spijt me dat ik zo… Ik wil niet irritant zijn, of zo. Het is niet mijn bedoeling om je lastig te vallen,’ brengt ze zachtjes uit, alsof ze zich schaamt voor de ruimte die ze inneemt en het geluid dat ze produceert.
Ik trek me iets terug om een kus op haar voorhoofd te geven, waarna ik haar aankijk. Ze ziet er moe uit, en verdrietig, en bang.
‘Ik ben er voor je, lieverd. Je hoeft je niet schuldig te voelen. Niemand dwingt me om hier te zijn, bij jou. Ik kies daarvoor. Omdat ik dat wil. En dat je het soms moeilijk hebt, verandert daar niets aan,’ beloof ik haar. ‘Helemaal niets.’
Ze kijkt me een beetje onzeker aan, dus ik strijk voorzichtig haar haar achter haar oor en leg mijn hand op haar wang. Ik kijk haar aan, met een zachte blik, als een streling.
'Helemaal niks.'
Ze knikt, maar zegt niks. In die tussentijd ratelt het onderweer verder, nu al een stuk zachter dan eerst, gelukkig. Ze lijkt er minder van te schrikken. Toch duurt het nog een tijdje tot haar tranen gedroogd zijn en ze haar ademhaling weer onder controle heeft. Ik kan me niet eens voorstellen wat voor verschrikkelijke herinneringen er nu door haar hoofd schieten.
Na een tijdje komt ze een stukje overeind en strijkt haar haren aan de linkerkant van haar hoofd weg. Ze laat haar vinger langs de rand van haar oorschelp glijden, die een wat vreemde, puntige vorm heeft. Het ziet er niet geheel natuurlijk uit en ik ben er altijd maar van uitgegaan dat het aangeboren was.
‘Is dit je ooit opgevallen?’ vraagt ze. Het klinkt niet angstig, of onzeker, of boos, of juist opgewekt. Ik kan zoals wel vaker het geval is helemaal niks aflezen van haar stem.
Ik knik.
‘Je elfenoortje,’ zeg ik.
Ze glimlach zwakjes. ‘Dat is een leuke manier om het te benoemen.’
Ik leg een hand in haar nek en kom iets omhoog om een zachte kus tegen haar oorschelp te drukken. ‘Hoe ben je eraan gekomen?’ vraag ik.
Ze slikt en ik zie aan haar geforceerde glimlach dat ze er iets luchtigs van probeert te maken. ‘Mijn vader wilde dat mijn broers leerden om eventuele wonden te kunnen verzorgen, dus elke keer als ik mezelf bezeerde, moesten zij me behandelen. Dit is het resultaat van Grigory’s gewelde hechtkunsten toen ik negen was en met mijn hoofd tegen de deur aan was geknald.’
Mijn blik wordt opeens een stuk donkerder.
‘Negen,’ herhaal ik op monotone stem, waarop ze zachtjes knikt. Ik druk opnieuw een zachte kus tegen haar oor, maar dit keer eerder als een soort bezegeling, als een soort heilig ritueel. Ik trek me terug en kijk haar in het halfdonker droef aan. ‘Echt… Ik vind het zo erg wat je allemaal overkomen is.’
Ze haalt met afgewende blik haar schouders op. ‘Dit valt op zich nog wel mee, in vergelijking met een paar andere.... opmerkelijke opvoedmethodes van mijn vader.’
Ik durf het bijna niet te vragen, maar ik doe het toch. ‘Zoals?’
Stilte. Een paar seconden maar.
‘Mijn vader heeft een soort traditie waarbij hij zijn kinderen zo’n groot mogelijk trauma probeert te geven op hun vijftiende verjaardag door middel van hen te leren hoe ze iemand moeten martelen,’ antwoordt ze en ze laat het heel normaal klinken, alsof het niet iets zo vreemds en verschrikkelijks is. ‘Hij zag het gelijk ook als geweldige optie om mij van jongs af aan hard te maken. Hij deed het niet bij de dingen die echt serieus blijvende schade aanrichten, maar…’ Ze slikt moeizaam en knijpt haar ogen dicht. ‘Hij gebruikte mij als een soort proefpersoon om ze te leren waterboarden. Ik had er laatst een nachtmerrie over en toen besefte ik dat dat waarschijnlijk voor mijn moeder de aanleiding was om op dat moment weg te gaan. Toen we wegvluchtten was het twee dagen voor Dennis’ vijftiende verjaardag. Het heeft heel lang geduurd voordat ik dat verband legde.’
Even kan ik niks uitbrengen. Dan stamel ik: ‘Meen je dat?’
Ze knikt zachtjes. ‘Maar je maakt het in je hoofd waarschijnlijk erger dan het is, denk ik. Het duurde altijd maar kort. En bovendien was ik de eerste keer nog maar vijf, dus dat herinner ik me maar vaag.’
‘Nog maar vijf? Dat klinkt echt niet geruststellend,' stoot ik uit.
'Nee, misschien niet echt, maar op die leeftijd begreep ik er maar weinig van, gelukkig. En, zoals ik al zei, zijn de herinneringen aan die keer niet heel levendig. Bovendien was ik al bang voor mijn vader, dus heel veel effect had het niet. Het enige wat het niet gedaan heeft is mij sterker maken, ook al was dat nou wel zijn doel. In dat opzicht was het eigenlijk nutteloos.'
Ze laat het niet klinken alsof het een verschrikkelijk traumatiserend iets is, maar dat is ook helemaal niet nodig. Of ze het nu wel of niet erg laat klinken, ik zie toch wel een vijf jaar oude Paige voor me, huilend op een tafel met een natte lap stof op haar gezicht, haar hele familie er gezellig omheen alsof het verdomme een gezinsuitje is. Ik heb helemaal geen beschrijving van haar nodig om het ijskoud te krijgen.
Ze werpt een blik op de alarmklok en lijkt wit weg te trekken.
'Oh, Nathan, je moet echt gaan slapen. Het spijt me echt. We zijn al veel te lang wakker geweest. Ook met bakken en zo. Morgen moeten we weer werken. Sorry.'
'Je hoeft je excuses niet aan te bieden,' druk ik haar op het hart, maar aangezien ik inderdaad wel moe begin te worden, ga ik samen met haar weer liggen. Maar slapen doe ik nog niet. Ik wil eerst zeker weten of zij niet nog heel lang wakker blijft liggen.
Ik wacht tot ik zeker weet dat ze slaapt. Soms doet ze alsof ze slaapt en ligt ze gewoon stil, maar ze weet niet dat ze in het echt helemaal niet zo stil ligt wanneer ze slaapt. Ze knarst met haar tanden, of mompelt woorden in talen die ik niet versta. Soms blijft ze maar woelen, meestal wanneer ze een nachtmerrie heeft. Inmiddels ben ik eraan gewend.
Ze ligt tegen me aan en ze is warm en zacht en sterk tegelijk. Af en toe beweegt ze haar benen iets, maar ze is niet al te onrustig.
Voorzichtig kom ik op mijn elleboog steunend iets overeind. Ik til mijn hand op om voorzichtig de zachte huid van haar wang aan te raken, maar doe het toch niet, bang om haar te wekken. Dan zeg ik zachtjes, gewoon om te weten hoe de woorden proeven: ‘Ik hou van je.’
De stilte die volgt is oorverdovend en even ben ik doodsbang dat ze toch wakker was en het gehoord heeft. Maar ze laat geen enkele reactie zien en ik kan gelukkig tot de conclusie horen dat ze echt in slaap was. Heel even kijk ik nog naar haar gezicht, zwak verlicht in het maanlicht. Eigenlijk wil ik de hele nacht naar haar kijken. Eigenlijk wil ik mijn hele leven naar haar kijken. Maar dat kan niet. Dus ik trek haar gewoon iets dichter tegen me aan, doe mijn ogen dicht, en val uiteindelijk zelf ook in slaap, met de vrouw waar ik van hou in mijn armen.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Die vader wordt met de seconde slechter! Leeft hij nog? Zo ja: ik zal hem vermoorden.

    1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Hij leeft nog, maar ik zou die moordpoging toch maar niet doen.

      1 jaar geleden
    • BethGoes

      Okey. Laten we het anders zeggen: geef me zijn adres, en als ik ooit (denkt het niet) naar Rusland ga, dan... vermoord ik hem als nog.

      1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Dat risico kan ik niet nemen, helaas. Anders is er een kans dat ik het plot misschien wat aan moet passen en daar heb ik geen zin in. Sorry, maar je zult net als Paige moeten leven met de kennis dat hij nog ergens gezellig rondloopt, zonder de consequenties van zijn daden te moeten ondervinden.

      1 jaar geleden
    • BethGoes

      Haha, oke

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen