Foto bij 174. - Lucien

Die nacht slaap ik niet. Emma ook maar weinig. Het grootste deel van de tijd liggen we met elkaar vervlochten, hopend dat de ochtend zich snel aan zal doen. We praten af en toe, maar we zijn vooral stil. Allebei verdronken in onze gedachten, die eindeloos over elkaar heen struikelen. In korte tijd ga ik door ontelbaar veel emoties heen, het is werkelijk uitputtend. En nog slaap ik niet.
"Oké, klaar nu." Ik duw mezelf overeind. Emma kijkt me met kleine slaapoogjes verbaasd aan. Zelfs oververmoeid is ze nog mooi. "Ik spring nog eens uit het raam als ik hier de hele nacht moet liggen."
Ze wrijft in haar ogen. "Wat wil je dan? Met het vonnis morgen lijkt het me niet veilig om zonder wachten naar buiten te gaan..."
Ik trek mijn neus op. "Het is toch veel te koud buiten. We kunnen het kasteel toch verkennen? Weet je nog, dat je me 's nachts uit mijn bed kwam halen toen we nog kinderen waren? Je kende het paleis niet en wilde dat ik je alle beste verstopplekjes liet zien, om vervolgens alsnog in het hooi te gaan liggen."
Ze giechelt en gaat overeind zitten. "En als we verdwalen?"
"Dan hebben we elkaar." Ik bied een hand aan om haar uit bed te helpen. Ze aarzelt kort, maar al snel pakt ze hem aan. "Oké. Op avontuur."

Ik scherm haar af met mijn eigen lichaam. Haar handen, koud nu we niet meer in een door vuur verwarmde kamer zijn, liggen tegen mijn borstkas aan. Als ik had durven bewegen, had ik mijn kamerjas weer dichtgetrokken om mezelf tegen die ijspegels te beschermen. Mijn hart klopt in mijn keel.
"Lucien." sist ze. "We moeten..."
"Ssh!" Ik druk mezelf tegen haar, en dus de muur, aan. Het hoekje is maar klein en ik kan alleen maar bidden dat het ons genoeg verbergt. Onder me voel ik hoe Emma heel hard haar best doet om niet hardop te lachen.
"Ssh!" sis ik nog eens, al ben ik zelf ook niet in staat de grijns in te houden.
"Je wordt verdomme koning van Frankrijk!" fluistert ze. Heel voorzichtig kijk ik het hoekje om. De wachters staan nog steeds met elkaar te smoezelen, onder het dimme licht van hun fakkels.
"Ik mag amper van mijn kamer af zonder wachter." Ik kijk neer op Emma, als is ze praktisch niet te zien in het donker van de nacht en mijn schaduw die over haar heen valt. "Als we 's nachts betrapt worden, krijgen we nog huisarrest."
Ze slaat een hand voor haar mond om het niet uit te proesten. Met de ander duwt ze me zachtjes tegen mijn borst; ik begraaf mijn gezicht in haar hals om mijn eigen gelach te verbergen. We zijn weer even stil, luisteren aandacht of we wegstervende voetstappen horen. Helemaal niks. Ik neem weer een voorzichtige blik. Alle drie de wachters staan er nog. "Ga je werk eens doen, man." mompelt Emma als ik mijn hoofd schud. "We hadden al zes keer vermoord kunnen zijn."
Ik bijt hard op mijn lip om mezelf stil te houden en leg een vinger tegen mijn lippen om te gebaren dat we ons dit niet kunnen veroorloven. Ik vraag me af of ze dat überhaupt kan zien. En dan, eindelijk, het geluid van laarzen op de stenen vloer die al snel wegsterven. Emma ademt hoorbaar uit. Nu we ons hoekje uit kunnen, wordt ze verlicht door de maan en kunnen we elkaar aankijken. Vervolgens schieten we in de lach. Stilletjes, dat wel.
"Kom." Ze pakt mijn hand en trekt me door de gangen. We gaan niet perse ergens heen, struinen simpelweg door de duistere gang die hier en daar een verdwaalde fakkel hebben. Zo nu en dan komen we een schilderij tegen, altijd iemand uit de koninklijke familie. Het valt op dat de koningin vaker is afgebeeld dan wie dan ook, al is dat misschien toeval. Net als ik wil voorstellen om weer terug te gaan naar onze vertrekken, horen we opnieuw voetstappen.
Emma is sneller dan ik; ze grijpt een fakkel en trekt me giechelend en half rennend mee. "Waar gaan we heen?!" fluister ik dringend, maar ze negeert me. Door de ramen die we passeren zie ik dat het ochtendgloren nadert en daarmee wordt het weer drukker in de gangen. Voor ons werpt een fakkel ineens een schaduw op de muur, overduidelijk van een wacht. Alleen zijn schaduw; de wacht zelf is de hoek nog niet op. Emma maakt een piepgeluidje, laat mijn hand los en trekt aan de dichtstbijzijnde deur in de hoop dat hij open is. Dat is 'ie. Zonder na te denken duw ik haar naar binnen en trek de deur zo stil mogelijk achter ons dicht. Emma zet de fakkel in een houder naast de deur. Ademloos luisteren we. De voetstappen komen dichterbij en stoppen.
"Ze gingen niet weg." fluistert Emma. Ik knik.
"Als dit mis gaat: jij bent hier niet. Verstop je ergens."
"Waar heb je het over?!"
Ik grijns naar haar. Heel voorzichtig doe ik de deur net genoeg open om rond te kijken. De wacht staat aan het einde van de gang met zijn rug naar ons toe. Aan de andere kant van de gang staat er nu ook een. Met het vonnis van vandaag is er extra beveiliging opgetrommeld, die blijkbaar op elke hoek staat.
"Merde." Ik sluit de deur weer. "We zitten ingesloten."
Emma kijkt me met grote ogen aan. "En nu?! We kunnen niet zo naar buiten! We zijn allebei halfnaakt en het is midden in de nacht! Hoe gaan we uitleggen dat we op dit tijdstip in de bibliotheek zijn?"
"De bi... Oh, zeg." Ik kijk rond. De fakkel verlicht een aantal kasten, maar ik vermoed dat het er een stuk meer zijn. "Zo lang zal het niet meer duren voor het licht wordt. Ik zag het al aan de horizon... Als we nog even hier blijven, kunnen we daarna zeggen dat we even zijn gaan wandelen en naar de bibliotheek zijn gegaan om ons in te lezen in het Portugese wetssysteem?"
"Dat geloofd niemand."
"Heb jij een beter idee?"
Ze is even stil, en zucht dan. "Oké. Maar wat gaan we tot dan doen? Alle boeken zijn Portugees en als we teveel praten ben ik bang dat ze ons horen..." Terwijl ze praat, pakt ze de fakkel en loopt ze de ruimte door. Al snel vinden we een paar comfortabele banken. Emma strijkt neer en zwaait met een soepele beweging haar benen er ook op. Met de spanning van vannacht en de angst voor het vonnis, gaat er van alles in me om. Door de boeken om me heen wordt ik herinnert aan een bijzonder fijne gebeurtenis in de bibliotheek.
"Ze zeggen wel eens dat God de bibliotheek niet betreed, omdat er teveel boeken zijn die Zijn Woord tegenspreken." Ik ga voor Emma staan. Haar grote ogen twinkelen in de vlam van de fakkel. "Denk je dat dat waar is?"
"Lucien, ik weet niet of dit..."
"Het zou mij wel goed uitkomen." onderbreek ik haar. Mijn vingers strijken over haar been, nemen de dunne rok van haar avondjurk mee omhoog. "Ik betwijfel dat mijn plannen als heilig worden gezien." Emma zegt niks, kijkt me alleen maar met een al te bekende blik. Ik grijns en vlij neer op de vloer, terwijl ik één van haar benen van de bank trek. Ik kus de binnenkant van haar dijen, wat me een gelukzalige zucht oplevert. "Laat me de spanning verlichten, lieveling." fluister ik tegen haar huid. Mijn duimen volgen voorzichtig de lijntjes waar haar benen zich buigen. Emma rilt. "Lucien..."
"Ssh, prinses..." Ik grijns, bijt zachtjes in haar vlees. "Straks horen ze je nog."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen