Foto bij 176. - Lucien

De Portugese meisjes die me in mijn kleding helpen zijn stil. Eerder werd me al verteld dat er nog veel mensen zijn die achter hun koningin staan, ondanks de crue daden die ze op haar geweten heeft. Deze meisjes zijn niet anders, en nu kleden ze de man die het vonnis over haar zal uitspreken. De brief drukt tegen mijn hart. Ik weet wat er in staat. Ik weet niet hoe mensen zullen reageren op het nieuws.
Zodra ze kunnen, verlaten de meisjes mijn vertrekken. Een deel van mij neemt het ze niet kwalijk. Een ander deel wil ze door elkaar schudden en ze eraan herinneren hoeveel levens de koningin verwoest heeft.
Het is Pascalle die mijn gezicht voor haar rekening neemt, nadat ze ervoor heeft gezorgd dat Emma er feilloos uitziet. Ze zorgt met een bijna magische aanraking voor dat ik er niet meer uitzie alsof ik net uit het graf ben komen kruipen. Elke krul zit op zijn plek, mijn baard precies goed geschoren om er verzorgd uit te zien. Pas als ze de kroon uit zijn doeken wil pakken, bedenkt ze zich. "Eschieve." zegt ze bedenkelijk. "Wil jij je broer kronen?"
Eschieve, overduidelijk gespannen, licht op. "Mag dat?"
"Aan jou is vandaag alle eer." beloofd ze zachtjes. "Portugal moge rouwen om haar koningin, Frankrijk viert jou."
Eschieve bloost. Ze is gekleed in een jurk met de kleur van moerbeien. Dezelfde kleur die ze droeg toen ze voor het eerst geïntroduceerd werd op het Portugese hof. Er zitten zilveren details op, en op de ketting om haar hals is ons familiewapen duidelijk te zien. De diadeem die ze draagt is er eentje van onze moeder; een delicaat sieraad bezet met helderrode edelstenen. Ze ziet er zo volwassen uit dat het me pijn doet.
Vol trots pakt ze mijn kroon uit de doeken en ik kniel voor haar neer. Voorzichtig zet ze het ding op mijn hoofd. Het metaal voelt koel tegen mijn voorhoofd, en op een vreemde manier heel vertrouwd. Net als alle sieraden die we vandaag dragen is de kroon van zilver, al is het wat donkerder dan die van de vrouwen. Het is fijn filigree met talloze fleur-de-lis erin verwerkt, en dezelfde rode edelstenen als Eschieve. Wanneer ik weer ga staan, herken ik mezelf bijna niet.
Het kostuum dat ik draag is een kleur die precies tussen de outfits van Eschieve en Emma invalt, waardoor het overduidelijk is dat we bij elkaar horen. De pompeuze stijl die momenteel in de mode is, is duidelijk genegeerd; iets waar ik maar wat blij om ben. In plaats daarvan geeft dit ontwerp me een bizar statige houding. Aan mijn heup hangt mijn zwaard. Compleet ongepast, maar ik weiger de menigte toe te treden zonder.
"Emma? Om het af te maken. " Pascale overhandigt haar iets. Emma komt achter me staan en maakt met behendige hand de zware cape vast aan mijn schouders. Er zitten metalen schouderstukken aan als die van harnas, gegraveerd met ons familiewapen. De outfit laat niks aan de verbeelding over, hij heeft maar één boodschap: met ons valt niet te sollen. We zullen altijd terugvechten.
Emma pakt mijn ene hand, Eschieve de andere. Als ik zo in de spiegel kijk, denk ik terug aan Emma's woorden van gisteren. We zijn net een gezin.
Ik haal een keer diep adem en knijp in hun handen. "Nous sommes une famille. Quoi qu'il arrive, nous resterons ensemble."

Ondanks de gure kou lijkt het halve koninkrijk te zijn uitgelopen voor het vonnis. Ze hebben zich verzamelt op de binnenpleinen, overduidelijk verdeeld. De wachters zijn druk met het sussen van kleine vechtpartijen, maar het is bijna niet te doen. Waar er eentje wordt opgebroken, begint er elders weer een ander. We stelen af een toe een glimps door de ruiten, maar proberen tot de officiële start uit het zicht te blijven.
"Peu importe ce qu'ils vous disent, ne quittez pas mon côté." vertel ik Emma en Eschieve. "Ne laissez pas l'autre de la vue. Si quelque chose se produit, courez ensemble ou pas du tout. Clair?" Ze knikken allebei. Hoewel de koning zijn trouw aan ons gezworen heeft, vertrouw ik de hele situatie voor geen cent. Er hoeft maar één wacht zich tegen ons te keren en we hebben grote problemen.
"Mes princesses!" Pascalle duwt zich tussen de wachten voor de deur door, duidelijk geïrriteerd dat ze niet werd binnengelaten. "J'ai presque oublié! Nog een laatste cadeau van het Franse hof!" Alle drie kijken we haar vragend aan. Pascalle overhandigd de twee vrouwen een zilveren ring met een grote, zwarte edelsteen. In het Frans vervolgd ze: "Eailyn heeft deze laten maken. Draag ze om de wijsvinger - aan de zijkant zit een klein knopje, waarmee de steen opent en een naald tevoorschijn haalt."
"Wat goed zal een naald doen?" Eschieve bekijkt de ring van alle kanten. "Ik neem in ieder geval aan dat het als wapen is bedoeld."
"Gif." raadt Emma zachtjes. "Ze zijn gedoopt in gif."
Pascalle's ogen glitteren. "Er zit een klein reservoir met sterk gif in de ringen. Waar je de naald ook steekt, je belager zal binnen enkele seconden zoveel pijn hebben dat hij niet meer na kan denken en uiteindelijk verlamd raken."
De twee vrouwen schuiven de ring om hun vinger. Ze passen perfect bij de outfits van vandaag. Niemand zal iets vermoeden.

Alsof het Portugese hof elke kans aanpakt om me te martelen, staat Cecilio naast me. Hij is gekleed in het zwart. Onder zijn ogen zitten donkere ringen. Als je goed kijkt, is het duidelijk dat hij gehuild heeft. En toch, slechts luttele momenten voordat de balkon deuren openzwaaien, spreekt hij me toe. In het Frans.
"Wat de beslissing ook mogen zijn, ik begrijp en respecteer het. Het kwetst me. Maar wat mijn moeder jullie, en vooral Eschieve heeft aangedaan is onvergeeflijk en ze moet gestraft worden. Al dat ik van je vraag is dat je genadig bent in je methodes." Hij verwacht duidelijk geen antwoord; hij staart strak voor zich uit, met zijn handen tot vuisten gebald aan zijn zijde.
"Wanneer de dag komt, zul je een goede koning zijn, Prins Cecilio."
De deuren zwaaien open.

Zelfs tijdens het opnoemen van haar daden en een verslag van de situatie, houd het boegeroep niet op. De wachters doen hun best, maar er is constant een handjevol mensen dat ons de hel toewenst. Ze moesten eens weten dat de hemel al lang een optie meer is voor mij. Uiteindelijk kan het moment niet langer worden uitgesteld. Het is tijd voor het vonnis. Zelfs God wil ons teisteren: de hemel breekt open en de lucht wordt vervuld met zonlicht op deze zwarte dag. Met trillende handen haal ik de brief uit mijn jas. In een vluchtige beweging voel ik Emma en Eschieve's hand over mijn rug. We hebben elkaar.
Als bij een wonder trilt mijn stem niet als ik begin met lezen.
"Voor haar daden heeft het Franse hof besloten dat de Koningin Brisida zal boeten voor haar daden. Zij heeft ons onrecht toegedaan dat ons tot einde der dagen zal achtervolgen. Dusdanig is er besloten dat de dood voor haar te genadig is." Geroezemoes vanuit het publiek, naast me verstart de prins. "Dood zal haar verlossing brengen die ons niet gegund is. Een daarbij te noemen feit is dat degene die de koningin het meeste onrecht heeft aangedaan, nog niet op een leeftijd is om te beslissen over haar lot. Daarom luidt het vonnis als volgt:" Ik haal diep adem. Ik voel de aanwezigheid van mijn familie achter me. Als het moet, ben ik bereid dit hele plein uit te moorden zonder enige twijfel.
"De koningin zal verbannen worden, naar een eiland op een halve dag varen van de Franse kust. Zij zal hier onder bewind staan van het Franse hof en bewaakt worden door het Franse leger. Enkel zullen haar gegund worden de basisbehoeften. Niet meer, niet minder. Het contact met familie of geliefden zal haar niet zijn toegestaan; zij zal haar tijd slijten in eenzaamheid. Dit zal haar vonnis zijn, tot de Franse prinses oud genoeg is om zich te buigen over het vonnis. Eschieve Aalis Melisende Castellon behoudt hier het recht om het vonnis naar wil aan te passen en dat uit te voeren; dit recht bevalt haar tot het moment zij zegt wat te doen met het vonnis."
Er ontstaat oproep. Ik merk het direct.
"Prins Lucien!" De koning duwt zijn zoon aan de kant om oog in oog met me te staan. Ik staar ijskoud terug. "Dit kunt u niet doen! Dit was niet de afspraak."
"De afspraak was dat het Franse hof het vonnis zou bepalen. U gaf uw woord dat u dat vonnis zou accepteren. Dit is mijn vonnis, hoogheid, dit is het vonnis van het Franse hof." De woede borrelt in mijn aderen. Het kost me al mijn zelfbeheersing om deze man niet hier en nu van het balkon te bonjouren. Ik spuug de woorden uit. "Zo steune mij Gods. Ik ben het Franse hof en dit is hoe het zal zijn. Ieder protest van u brengt u dichter naar een oorlog die u niet zal winnen."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen