Foto bij 177 - Emmeline

Lucien besprak zijn keuze voor het vonnis niet met ons, dus zijn woorden komen voor mij even onverwacht als voor het Portugese volk. Velen van hen zijn niet blij. Ze vinden het Franse hof al bemoeials, vreselijke kwallen, en andere benamingen die ik oppikte toen ik het Portugees probeerde te begrijpen.
De oproer is dan ook niet verrassend, maar beneemt me wel de adem en het angstzweet bekruipt me. Mijn blik valt op de ring - hopelijk hoef ik hem niet te gebruiken. Onbewust vouw ik mijn hand over mijn buik, beschermend wat me zo dierbaar is, terwijl mijn andere hand Eschieve's hand zoekt.
Haar ogen ontmoeten de mijne en ik knik, in een poging haar gerust te stellen. Ik zie dat de uitspraak haar veel doet, maar ze heeft ondertussen beter dan wie dan ook geleerd om dat te verbergen.
Zodra ze ouder is, en nog wijzer, zal ze haar eigen keuze kunnen maken over het lot van de koningin. Lucien heeft een wijze keuze gemaakt.
In de mensenmassa wordt er geroepen en ontstaan er overal ruzies. Dit kan niet veel goeds betekenen, en het onheilspellende gevoel lijkt steeds groter te worden. Er hoeft nu maar één iemand een wapen te trekken, en....
"Morte aos franceses! Que eles queimem no inferno!" De wachten lijken dit niet tegen te kunnen houden, of misschien willen ze het niet tegenhouden. Corruptie lijkt hier de normaalste zaak van de wereld te zijn, het zou me niets verbazen als de helft van de mensen die ons moet beschermen ons eigenlijk liever dood ziet.
Eschieve's gezicht betrekt, haar Portugees is goed genoeg om te begrijpen wat er geroepen wordt.
De oproep wordt herhaald door een groot deel van het publiek. Hier en daar worden er andere dingen teruggeroepen, of doen mensen een poging om de boel te sussen, maar met weinig resultaat.
Ik kijk naar Lucien, naar Eschieve, naar de Portugese koning. We lijken allemaal even aan de grond genageld te staan, afwachtend wat er komen gaat.
En wat er komen gaat is een geworpen dolk. Ik denk dat ik het me verbeeld, omdat niemand anders het lijkt te zien. Maar des te dichter het ding bij ons komt, des te zekerder ik het weet. Het ding suist door de lucht, verrassend snel, en lijkt gericht te zijn op het hoofd van degene die het lot van de koningin in handen heeft - Eschieve.
Met de hand waarmee ik net nog haar hand vasthield trek ik haar naar achter. Ze slaakt een kreet, alarmeert iedereen die niets door leek te hebben. De dolk is echter al te dichtbij.

"Waarom zou je dat in Gods naam doen?" Lucien ijsbeert door de kamer terwijl een arts de laatste hand legt aan het verzorgen van mijn wond.
"Het was óf mijn lichaam, of het hoofd van Eschieve, Lucien. Ik koos voor het eerste." Ik schuif de stof van mijn jurk weer omhoog. "Het is maar een kras, de stof heeft de grootste schade voorkomen."
"Maar dat wist je niet van tevoren, Emma!" Hij beent nog steeds driftig heen en weer. "We zijn niet in een positie waarin we dit soort roekeloze beslissingen kunnen nemen!"
"Jij had exact hetzelfde gedaan als je het eerder had gezien, Lucien. We weten allebei dat ik geen andere keus had."
"Ja, ik had hetzelfde gedaan, maar dat is anders, Emma. Ik ben niet...," hij zucht en stopt even met lopen. "Ik ben niet in verwachting van ons kind, en mijn kostuum is een stuk beter voorbereid op dit soort dingen dan jouw jurk.."
Dit is volgens mij de eerste keer dat hij het heeft over ons kind, en door de glimlach die ontstaat op mijn gezicht vergeet ik even dat we ruzie aan het maken zijn.
"Ik wéét dat het roekeloos was, maar ik zou het zo weer doen."

Voor onze veiligheid is besloten dat het beter is als we zo snel mogelijk vertrekken uit Portugal, en ik weet dat wij allemaal niets liever willen dan teruggaan naar Frankrijk. Weg uit het land dat ons haat, weg uit de onveiligheid. Terug naar huis.
Ik help Eschieve met het inpakken van haar spullen, en bij elke beweging die ik maak kijkt ze me bezorgd aan. "Gaat het echt goed met je, Emmeline?" Het is de zevende keer dat ze het me vraagt, en ik knik glimlachend.
"Het is maar een krasje, Eschieve."
"Maar het had zoveel anders af kunnen lopen... ik wil niet dat je je leven riskeert voor mij."
Ik sla haar hutkoffer dicht en ga er op zitten, zweetdruppeltjes op mijn rug. "Eschieve, het is allemaal goed afgelopen en dat is het aller belangrijkst, oké?"
"Ik wil gewoon graag dat je veilig bent, Emma.. Jij en de baby."
Ik trek haar even in mijn armen en druk een kus op haar kruin. "We zijn veilig, wij alle vier. En dat is waar het om gaat."

De koets is net groot genoeg voor drie mensen, maar door de onopgeloste spanning die er tussen mij en Lucien hangt lijkt hij veel te klein.
Ik staar naar buiten, zie het Portugese landschap voorbij trekken en hoor het geluid van paardenhoeven, en droom over thuis. Als ik mijn ogen sluit ben ik misselijk, maar de vermoeidheid wint het uiteindelijk.
Mijn dromen zijn bekend, en zo realistisch dat ik bijna vergeet dat ik slaap, tot ik wakker word door een diepe kuil in de weg.
Als ik mijn ogen open stoppen Lucien en Eschieve onmiddellijk met praten, maar ik had al genoeg van het gesprek gehoord om te weten waar het over ging.
"Ga gerust verder met praten over hoe roekeloos ik ben geweest," zucht ik, en sluit mijn ogen weer.
"Nee, Emma...," Eschieve tikt me aan en ik kijk haar vragend aan. "Ik was net tegen Lucien aan het zeggen dat hij moet stoppen met mopperen. Dat je misschien wel roekeloos bent geweest, maar dat je ook mijn leven gered hebt, of in ieder geval er voor hebt gezorgd dat ik niet gewond ben geraakt. Lucien is gewoon graag de beschermende stoere man, en hij wil niet dat je in gevaar bent. Maar hij is nu klaar met boos doen, toch, Lucien?"

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen