Foto bij 181 - Emmeline

"Ik zeg dat we hem helpen," erg lang hoef ik er niet over na te denken. Zijn onderbouwing is sterk, en ik snap zijn verlangen naar de dood van zijn vader.
"Emmeline," begint Lucien. "We kunnen niet zomaar een keuze maken, hier moeten we over nadenken."
"Zeker," ik strijk neer op een van de zetels bij het vuur. "Maar als Eailyn deze man inderdaad als haar broer erkent, zie ik geen reden om zijn plan niet.. een handje te helpen."
Ik begrijp dat Lucien niet kan geloven dat ik dit zeg. Vredelievende, nadenkende Emma, die instemt met een plan om een man te vermoorden.
Maar als iemand het verdient is het Darragh. Een man die zijn naasten zoveel pijn heeft toegebracht verdient niets anders dan een pijnlijke dood.
In veel opzichten doet hij me denken aan mijn echtgenoot. In de tijd dat ik met hem getrouwd was heb ik er ook vaak over nagedacht om het lot een handje te helpen. Zijn nek door te snijden als hij in bad zat, hem te verstikken met een kussen in zijn slaap, gif door zijn maaltijd te strooien en toe te kijken hoe zijn hart langzaam stopte met kloppen.
"In ons leven beslissen we zo vaak over leven en dood, en als het aan mij ligt is de keuze in dit geval niet al te moeilijk." Ik gun Eailyn's vader het licht in zijn ogen niet, en net zoals bij de mannen die ons zoveel leed toebrachten in Portugal zal ik niet rouwen als ik dat zelfde licht zijn ogen zie verlaten.
De zucht die Lucien slaakt is van vermoeidheid. Niet gek, gezien de reis die we gemaakt hebben en de dag die we hadden.
"Goed," hij haalt een hand door zijn haren. "We zullen dit morgen verder bespreken. Voor nu zal ik een kamer voor je regelen, met alle gasten die er op dit moment in het kasteel verblijven zal niemand opmerken dat je hier niet hoort te zijn." Hij zegt het niet met al te veel enthousiasme, maar het is al lang een opluchting dat hij hem niet in de kerkers laat smijten.
Ainmere slaat zijn laatste beetje whiskey achterover en staat op uit de stoel.
Hij maakt een lichte buiging in mijn richting, de vijandelijkheid van zojuist helemaal verdwenen. "Mijn excuses, prinses. Ik wilde u niet laten schrikken, zeker niet in uw situatie." Dan laat hij zich door Lucien de kamer mee uit nemen.
      "Er staan twee wachten voor zijn deur," mompelt Lucien als hij de kamer weer terug inkomt. Zijn stem klinkt energieloos, en ik kan van een afstandje de wallen onder zijn ogen zien. Futloos ontkleedt hij zichzelf, en laat hij zich in het bed vallen, naast me. Ik trek de dekens over ons beide heen en druk een kus op zijn ontblote schouder.
"Volgens mij is dit een goede keuze, Lucien," ik streel wat haren uit zijn gezicht.
Hij zucht opnieuw diep, zijn ogen gesloten. "Dat hoop ik dan maar."

Het sneeuwt opnieuw als we wakker worden. Witte vlokjes dansen door de lucht, en als ik door het raam kijk zie ik dat de kasteeltuinen bedekt worden door een klein laagje wit.
We hebben maar geluk dat we al terug zijn in Frankrijk, want met dit weer had het ons misschien weken langer gekost om de reis te maken.
"We gaan zo allereerst met Eailyn spreken. Ze heeft het recht om te weten dat de man die zegt dat hij haar broer is hier is," hij rijgt zijn blouse dicht, "en ze zou de keuze moeten hebben om hem af te wijzen, mocht ze hem niet willen zien."
Ik knik enkel en laat me door hem in mijn jurk helpen, waarna hij ook die dicht rijgt.
"Ik hoop dat ze hem wil zien," ik staar uit het raam naar de dartelende sneeuw. "En dat hij de waarheid spreekt. Als dat werkelijk zo is, wil ik hem helpen zijn plan uit te voeren, Lucien. We kunnen moord niet goed spreken, dat weet ik, maar ik snap zijn verlangen. Ik wou bijna..."
Even overweeg ik om mijn zin niet af te maken. Wat ik nu ga zeggen mag deze muren nooit verlaten.
"Dat iemand dit voor mij had gedaan, toen Aleran...," ik schuif een diadeem in mijn haren. "Maar dat heeft zich uiteindelijk zelf opgelost."
      Eailyn ontvangt ons hartelijk met thee. Ze lijkt onze gespannen gezichten en de twijfel in onze stemmen niet te herkennen, en begint meteen te praten.
"Natuurlijk snap ik dat jullie het een tijd geheim moesten houden," merkt ze op, terwijl ze een koekje in haar mond stopt, "maar dat ik tegelijkertijd met het volk moest horen dat jullie eindelijk in verwachting zijn voelde toch als een dolksteek in mijn hart." Ze slaat haar handen voor haar mond. "Verkeerde woordkeuze."
Lucien en ik wuiven het allebei weg - ik leer maar veel van zijn manieren.
"Het spijt ons, Eailyn. We konden het nou eenmaal niet meer verborgen houden..." Lucien neemt een slok van zijn thee, die nog veel te heet is.
"De volgende keer ben je een van de eersten die het hoort," voeg ik er nog aan toe, terwijl ik zenuwachtig in mijn kopje roer.
"We zijn hier eigenlijk omdat...," Lucien zet de thee terug op de salontafel en gaat verzitten. "Omdat er een man in het kasteel is die beweert je broer te zijn, Eailyn."
Het is een tijdje stil, het enige geluid is het rinkelen van het lepeltje in Eailyn's thee. Niemand doorbreekt de stilte, dat is aan Eailyn.
"Oh." Het lepeltje gaat steeds ruiger door het hete water, en ik ben bang dat ze een barst in het porselein slaat als ze zo doorgaat. "Ainmere is hier, dus..."
Ze slikt hoorbaar.
"Als je hem niet wil zien snappen we dat, Eailyn. Maar hij wil je spreken. Over... over jullie vader, voornamelijk."
Ze lacht zachtjes. "Natuurlijk... Ik had het kunnen weten."
Lucien legt zijn hand op mijn been en haalt diep adem. "We kunnen hem laten weten dat je tijd nodig hebt, om na te denken."
De roodharige vrouw schudt driftig haar hoofd. "Nee.. nee, ik hoef er niet over na te denken. Ik wil hem spreken, om te horen wat hij te vertellen heeft."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen