Foto bij 182. - Lucien

Het is snel geregeld. Eailyn liet weten dat ze niet wilde wachten, bang dat ze zich zou bedenken. Ik heb Winoc in vertrouwen genomen. Ainmere fluisterde de wachten toe dat hij een van hen was, dus er wordt niet vreemd opgekeken als hij voor Eailyn's deur komt te staan. Om ervoor te zorgen dat ze niet weggaat, denken ze.
De Ierse broer en zus zijn akkoord dat Emma en ik allebei in de ruimte blijven. We zullen ons nergens mee bemoeien, we zijn er gewoon voor de zekerheid. Mocht Ainmere zich wel bedenken, mocht het allemaal een leugen zijn... Als het uit de hand loopt, grijpen we in. Ook kan Eailyn zich op ieder moment bedenken. Ze hoeft het maar te zeggen en we bonjouren Ainmere de kamer uit.
"Ben je er klaar voor?" Emma werpt een bezorgde blik op Eailyn, die met een gladgestreken gezicht in de fauteuil bij het raam zit.
"Ik kan dit aan, jongens. Ik heb mijn jeugd ook overleefd, niet dan?"
Emma en ik wisselen een blik uit, maar ik haal mijn schouders op. Dit is waarschijnlijk haar manier om emoties te handelen en het is amper voor te stellen hoeveel er op dit moment door haar heen gaat.
Ik open de deur op een kier ten teken dat Ainmere naar binnen mag komen, en ik neem plaats naast Emma op de bank.

Eailyn
Mijn broer is zes jaar ouder dan ik. Vanaf zijn zestiende was hij bijna nooit meer thuis. Sinds zijn achttiende heb ik hem nog drie keer gezien. Dit is de vierde keer. Hij is ondertussen achtentwintig, ik tweeëntwintig. Op mijn achtste verjaardag begon de horror. Ik zag hem staan in de deuropening, en hij deed niks. Op zijn vijftiende verjaardag hoorde ik mijn vader zeggen hoe 'hij ook wel een keertje mocht' en dat 'het gevoel gelijkstond aan binnenkomen in de hemel'. Ik was negen.
Ainmere deed niks.
Wanneer hij binnenkomt, voel ik niks. Geen woede, geen afschuw, geen opluchting. Hij gaat op de stoel tegenover me zitten, ik volg elke stap die hij zet.
"Eailyn." Zijn stem zorgt voor kippenvel op mijn armen. Ik klem mijn kaken op elkaar. Hij begroet me in het Gallisch, en ik schud mijn hoofd.
"Engels." gebied ik, met een blik op Lucien en Emma. Ze houden zich afzijdig, maar ik ben blij dat ze er zijn. Ik weet niet wat ik zou doen als ik hier alleen met hem zou zijn.
"Uiteraard." Ainmere knikt. "Het is goed je te zien, Eailyn."
Ik zeg niks. Hij heeft de gratie om beschaamd te kijken.
"Lynn, ik weet dat ik... Ik heb zoveel dingen verkeerd gedaan. Ik had moeten ingrijpen. Ik wist niet hoe, maar ik had iets moeten bedenken. Hij had nooit zijn gang mogen gaan."
Ik hou nog steeds mijn mond. Ik vertrouw mijn stem niet. Ik wring de stof van mijn jurk tussen mijn vingers om mijn gezicht strak te houden.
"Hij vertelde me dat het normaal was, dat alle vaders dit bij hun dochters deden. Dat het deel uitmaakte van opgroeien." Hij staart naar zijn handen. Zijn onderlip trilt. "Toen ik doorkreeg dat dat niet zo was, was het al zolang aan de gang en ik wist niet wat ik moest doen. Het spijt me zo, Eailyn, zo zo erg."
"Waarom kwam je nooit naar me toe?" Mijn stem, amper hoorbaar, slaat over. Ik voel de tranen branden achter mijn ogen, maar ik weiger om te huilen. Dat verdiend hij niet. "Je wist wat er gebeurde. Je kwam nooit naar me toe om me te troosten, te helpen. Hoe langer het doorging, hoe meer je wegbleef. Ik heb je jaren niet gezien, en nu kom je ineens hier om excuses te maken?"
Hij schudt heftig zijn hoofd. "Ik kom hier om het goed te maken. Ik... ik weet dat je het zelf nooit zou doen, maar ik kom er een einde aan maken. En als je me daarna nooit meer wil zien, dan verdwijn ik voorgoed uit je leven."
"Hoe.. hoe bedoel je, er een einde aan maken?"
Als hij opkijkt, door zijn wimpers heen, zijn zijn ogen roodomrand. "Ik ken je, Eailyn. Je bent te zachtaardig. Maar zolang hij leeft, zal je nooit vrede hebben. Hij verdient het niet om te leven, zelfs het leven in de kerkers is te goed voor hem. Hij is van plan om uit te breken. Als ik niks doe, dan..."
"Doe het." De woorden vliegen over mijn lippen voor ik er erg in heb. Ainmere bevestigt waar ik al bang voor was: mijn vader is plannen aan het smeden om te ontsnappen. Ik kan en wil er niet aan denken wat er dan gebeurt. Zelfs als hij niet bij mij kan komen... Als hij zich aan andere jonge meisjes vergrijpt... Het idee alleen al is genoeg om de tranen te laten ontsnappen. "Hij mag niet vrijkomen. Nooit meer."
Ainmere knikt stellig en reikt om mijn hand vast te pakken, me een hart onder de riem te steken. Ik zie dat hij twijfelt. Ik snap het. Maar ik realiseer me dat hij ook een kind was, met alleen een vader als rolmodel. Ik pak zijn hand.
"Ik ben getrouwd, Ainmere." fluister ik. Hij licht op.
"Met wie?"
"Met... met een vrouw." Ik durf hem niet aan te kijken. "Ze heet Pascalle. Ze werkt hier in het kasteel en ik hou zoveel van haar, Ainmere, ze is alles voor me."
Het blijft even stil. Angst slaat me om het hart, al verdwijnt het even snel als het komt. Het maakt me niet uit of hij het accepteert of niet. Als hij dat niet doet, hoef ik hem na vandaag nooit meer te zien. Maar dan knijpt hij in mijn hand, en als ik opkijk heeft hij een stralende glimlach op mijn gezicht die me aan vroeger doet denken. Toen alles nog goed was. "Dat is fantastisch nieuws, Lynn. Ik ben blij dat je je geluk gevonden hebt."
Door mijn tranen heen moet ik lachen. "En jij?"
Hij bloost zowaar. "Ik ben nog niet getrouwd, en daarmee de schande van het land... Maar er wacht iemand op me. Ze was het met me eens dat ik eerst dit moest afhandelen."
Ik kan alleen maar grijnzen. Het voelt alsof er last van mijn schouders valt. "Laten we dat dan doen."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen