Foto bij Scar 70

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Voorzichtig kom ik op mijn elleboog steunend iets overeind. Ik til mijn hand op om voorzichtig de zachte huid van haar wang aan te raken, maar doe het toch niet, bang om haar te wekken. Dan zeg ik zachtjes, gewoon om te weten hoe de woorden proeven: ‘Ik hou van je.’
De stilte die volgt is oorverdovend en even ben ik doodsbang dat ze toch wakker was en het gehoord heeft. Maar ze laat geen enkele reactie zien en ik kan gelukkig tot de conclusie horen dat ze echt in slaap was. Heel even kijk ik nog naar haar gezicht, zwak verlicht in het maanlicht. Eigenlijk wil ik de hele nacht naar haar kijken. Eigenlijk wil ik mijn hele leven naar haar kijken. Maar dat kan niet. Dus ik trek haar gewoon iets dichter tegen me aan, doe mijn ogen dicht, en val uiteindelijk zelf ook in slaap, met de vrouw waar ik van hou in mijn armen.

Mededeling: Hey, lezers. Zoals je misschien al is opgevallen, heb ik de leeftijdskeuring van het verhaal verhoogd naar 16+. Dat komt nog niet per se door dit hoofdstuk of de hoofdstukken die in de nabije toekomst geactiveerd zullen worden, maar ik keek gewoon nog eens even goed naar de verhaallijn en de dingen die nog komen gaan en dacht dat 16+ toch een iets geschikter label was. Ik hoop dat het voor niemand een probleem is. Veel leesplezier!

Trigger warning: seksueel misbruik

Die ochtend komt een klein meisje het bureau binnenlopen, net wanneer ik ook pas net gearriveerd ben. Paige is nog niet hier, want die moest nog even iets met een de hoofdinspecteur van moordzaken overleggen en zei na een minuutje of tien terug te zijn.
Het meisje kijkt met grote angstige ogen om zich heen. Haar iets te grote, roze regenjas bedekt de helft van haar handen. Ik loop naar haar toe en hurk bij haar neer.
‘Hey, kan ik je ergens mee helpen?’ vraag ik op een zo vriendelijk mogelijke toon.
‘Bent u van de politie?’ vraagt ze met een bijna bibberende stem.
‘Ja.' Ik tik op mijn badge. 'Ik ben Nathan. Hoe heet je?’
‘Liselotte.’
'Wat is je achternaam, Liselotte?'
Ze lijkt er even over na te moeten denken. Dan antwoordt ze: 'Halstra.'
‘En hoe oud ben je?’
‘Zes.’
Ik kijk om me heen, maar zie geen bezorgde ouders die wanhopig aan mensen vragen of ze een klein, blond meisje in een roze regenjas hebben gezien. Wat doet een zes jarig kind alleen in het midden van de stad?
‘Ben je alleen?’
Ze knikt.
‘Kom je even mee? Dan praten we over wat er aan de hand is, oké?’ zeg ik en wanneer ze weer knikt, sta ik op. Hoewel het niet helemaal de bedoeling was, pakt ze mijn hand vast en loopt ze met snelle pasjes achter me aan, alsof ze doodsbang is dat ik haar achterlaat. Ik loop met haar naar de nu nog verlaten wachtruimte en zet haar in een stoeltje neer. Ik hurk weer voor haar neer.
‘Liselotte, kun je me vertellen waarom je hier bent?’ vraag ik en wanneer ze lijkt te aarzelen, voeg ik eraan toe: ‘Je kunt alles zeggen. Je bent veilig, hier.’
‘Mijn mama zegt altijd dat de politie mensen helpt. Dat is zo, toch?’
‘Ja, dat klopt. En waarmee heb je hulp nodig?’
Ze begint met haar handen aan haar regenjas te friemelen.
‘Toen ik een tijdje geleden met mijn papa en mama naar de kerk ging op zondag, zei de dominee dat mensen die slechte dingen doen hulp nodig hebben.’
Ik knik. Ik probeer niet onzeker te klinken wanneer ik vraag: ‘En wie heeft er dan hulp nodig volgens jou?’
Ze slikt. ‘Mijn papa.’
Ik probeer het niet te laten merken, maar ik krijg het automatisch ijskoud. Ik hoop dat ze het plotse kippenvel op mijn armen niet ziet.
‘En wat doet jouw papa dan voor slechts?’
Ze is heel lang stil. Nog langer dan dat.
'Je mag alles zeggen,' beloof ik haar.
Weer een aarzeling, maar uiteindelijk zegt ze het toch.
‘Soms, wanneer mama een avonddienst draait en dan niet thuis is… dan komt hij mijn slaapkamer binnen en doet hij mijn kleren uit en dan... en dan doet hij dingen en dan zegt hij dat het ons geheimpje is, omdat andere mensen vinden dat het slecht is.’ Ze krijgt ineens een rood hoofd van schaamte en haar ogen vullen zich met tranen. ‘Ik weet dat hij zei dat het geheim moest blijven en ik wil niet klikken, maar als het slecht is, heeft hij misschien hulp nodig. Ik wil geen klikspaan zijn.’
Haar stem breekt bij die laatste zin en ze begint bijna te huilen.
O nee. God, nee. Neeneeneeneenee, blijf ik maar denken. Het duurt even voordat ik erin slaag hardop iets te zeggen.
‘Nee, het is juist heel goed dat je het gezegd hebt. Aan de politie mag je alles vertellen. Je papa heeft inderdaad hulp nodig. Hij zou eigenlijk heel trots op je moeten zijn omdat je zo dapper bent dit te zeggen. Maar kun je misschien nog iets meer vertellen over wat hij dan precies doet?’ Ik wil het haast niet weten, maar ik zal wel moeten. En ik ben niet van plan weg te lopen voor mijn verantwoordelijkheden.
‘Nou… Hij… Soms dan doet hij dingen en dan doet het pijn en dan zegt hij dat dat betekent dat we juist heel veel van elkaar houden. En toen ik vroeg of het wel goed was, zei hij dat God mij speciaal gemaakt had voor dit en dat het helemaal niet erg was als ik hem daar aan zou raken. En toen ik een keer “nee" zei, zei hij dat ik naar hem moest luisteren, want hij was volwassen. Hij zei dat er genoeg andere mensen zijn die dit doen, maar als het normaal is hoeft het toch niet geheim te zijn?’
‘Nee, het is niet normaal. Het is echt heel goed dat je-‘ begin ik, maar ik word onderbroken doordat de deur opengaat. Paige komt naar binnen lopen.
‘Oh, je bent… bezig?’ vraagt ze.
Ik knik en wenk haar. Ze komt naar me toe lopen en ik buig voorover om snel in haar oor te fluisteren wat er aan de hand is. Ze knikt met een lichte grimas op haar gezicht. Dan trekt ze haar gezicht in de plooi en hurkt ze bij Liselotte neer.
‘Hey, Liselotte. Ik ben Paige. Zou je misschien warme chocolademelk lusten? Dan praten we zometeen verder, oké?’
Ze knikt zachtjes, bedeesd. Paige glimlacht geruststellend naar haar en staat op.
'Ik ga het wel even halen,' zegt ze en ze maakt aanstalten om weg te lopen, maar ik houd haar tegen.
'Ik ga wel, misschien praat ze liever met jou.'
Paige aarzelt even, maar knik dan, waarna ik de kantine in verdwijn. Met mijn handen diep in mijn zakken gestoken, alsof ik me zo kan verstoppen, wacht ik bij het pruttelende apparaat in de kantine die niet alleen koffie, maar ook goedkope chocolademelk kan maken. Ik ben waarschijnlijk de enige die weet dat het hier alleen staat omdat Marco het stiekem drinkt wanneer hij moet overwerken.
Wanneer ik de wachtkamer weer binnenloop, zit Paige voor Liselotte neergeknield met een pop in haar handen. We hebben altijd wat kinderspeelgoed op het bureau liggen voor het geval er kinderen zijn die hier wat langere tijd moeten verblijven. Ik denk echter niet dat dat is wat Paige van plan is.
'Kun je me aanwijzen waar je papa je heeft aangeraakt?' vraagt ze met zachte, kalme stem.
Liselotte slikt.
'Overal,' zegt ze. Haar onderlip begint te trillen.
Paige knikt. Ze houdt haar gezicht continu neutraal, maar ik weet dat zij even misselijk is als ik.
'En waar deed het het meeste pijn?' vraagt ze.
Het meisje wijst voorzichtig naar de plek tussen de benen van de pop en ondanks dat ik dat eigenlijk al wist, krijg ik het er ijskoud van. Ze is even stil en begint dan te huilen. Een beetje onbeholpen geeft Paige haar de pop en ze klemt hem snikkend tegen haar borst aan. Ze klampt zich eraan vast alsof haar leven ervan afhangt.
Paige staat op en schrikt even wanneer ze mij ziet. Blijkbaar had ze nog niet door dat ik er was. Ze neemt met een zacht bedankje het bekertje chocolademelk uit mijn hand en legt het neer op de tafel, waar ze gelijk een doos tissues vandaan haalt. Ze hurkt weer neer bij Liselotte en wanneer ze uitgehuild is, vraagt ze: 'Hey, is het goed als ik even de traantjes wegveeg, Liselotte?'
Ze knikt zachtjes en voorzichtig dept Paige de tranen van haar gezicht, terwijl ze haar ondertussen wat sussende woorden toefluistert.
Net wanneer ze klaar is en de gebruikte tissues in de prullenbak heeft gegooid, gaat de deur weer open. Deze keer is het Ashley die naar binnen komt lopen, gevolgd door een doodstille man en een huilende, hyperventilerende vrouw.
‘Wat als ze ontvoerd is? Ze is allergisch voor noten. Wat als ze haar noten geven?! Oh, God, nee! Niet mijn kleine meisje,’ snikt ze. Ze keert zich troostzoekend tot haar man, die een beetje afwezig een arm om haar heen slaat.
En dan zien ze ons. De vrouw begint haast nog harder te huilen, maar deze keer van opluchting.
‘Liesje?!’ roept ze uit. ‘Oh, Liesje! Oh God, daar ben je!’
Ze maakt zich los van haar man en begint naar haar dochter toe te rennen, maar Paige verspert haar de weg.
‘Het spijt me ontzettend, maar misschien is het beter als u niet bij uw dochter komt totdat er meer opheldering is over de situatie.’
‘Wat? W-Waarom niet? Dat is Liselotte. Mijn Liesje. Mijn kleine meisje. Ik ben haar moeder,’ stamelt de vrouw, maar ik kijk niet naar haar. Ik kijk naar de vader, die opeens lijkt te begrijpen wat er op het spel ligt en verbleekt.
Hij dwingt zichzelf naast zijn vrouw te gaan staan en zegt met een zenuwachtig lachje: ‘Sorry, maar u kunt wat een zesjarig kind zegt toch niet serieus nemen? Misschien lijdt ze wel aan waanbeelden! Kom, laten we gewoon naar huis gaan.’
‘Dat gaat niet gebeuren,’ zeg ik, mijn stem scherper dan bedoelt. Hij kijkt me aan met een plotseling wel heel donkere, harde blik; eentje die, in tegenstelling tot de rest van zijn uiterlijk, wel past bij een klootzak die zijn dochter misbruikt.
‘We gaan naar huis,’ zegt hij opnieuw.
‘Herman?’ vraagt zijn vrouw. ‘Herman, wat is er aan de hand?’
Ik aarzel niet en haal mijn handboeien tevoorschijn.
‘Meneer Halstra, u wordt bij deze aangehouden voor het seksueel misbruiken van uw dochter. We raden u aan volledig mee te werken.’
Even is het doodstil in de kamer. Dan begint mevrouw Halstra weer te jammer en te huilen.
'Herman, waar hebben ze het over?' snikt ze. 'Alsjeblieft... Oh God, vertel me dat het niet waar is. Alsjeblieft.'
Meneer Halstra antwoordt niet. Hij staat nog heel even verstijfd stil, neemt de situatie in zich op, en begint dan naar de deur te rennen. Hij komt niet ver. Hij is de kamer nog niet uit voordat ik hem met zijn gezicht tegen de muur heb gedrukt en zijn handen achter zijn rug geboeid heb. Ik duw hem in Ashleys handen en zeg dat ze hem naar de cel moet brengen. Ze ziet er een beetje overdonderd uit, alsof het allemaal te snel voor haar gaat. Het ene moment had ze te maken met twee wanhopige ouders die hun kind kwijt waren geraakt en het andere moment met een gebroken gezin waarvan de vader een pedofiel is. Ze knikt en leidt meneer Halstra de kamer uit.
Ik loop naar Paige, Liselotte en mevrouw Halstra toe.
'Breng jij Liselotte even naar Alstia toe?' vraagt Paige en ik knik. Alstia werkt bij de traumahulpafdeling van het bureau en is ook kinderpsychologe. Waarschijnlijk weet zij het beste wat te doen.
Liselotte is zelf ook zo verdoofd dat ze gewoon met me meeloopt wanneer ik het vraag, ook al blijft ze telkens weer over haar schouder kijken naar haar hysterisch huilende moeder. We lopen door de gangen van het politiebureau en aangekomen bij Alstia's kantoor, klop ik op de deur. Terwijl we wachten kijk ik opzij naar het meisje naast me. Ze heeft haar duim in haar mond gestoken en ziet eruit alsof ze op het randje van huilen balanceert.
'Kom binnen,' hoor ik haar stem en ik doe voorzichtig de deur open, alsof elke plotselinge beweging Liselotte bang kan maken.
We lopen naar binnen en zodra Alstia ons ziet, staat ze op. Met haar vriendelijke, warme ogen kijkt ze naar Liselotte, die gelijk iets lijkt te ontspannen.
'Hey, Nathan,' zegt ze, waarna ze mij aankijkt. 'Wat is er aan de hand?'
'Haar vader is net gearresteerd. Zou je alsjeblieft even op haar willen letten? Ik moet nog wat dingen regelen,' leg ik snel uit.
'Waarvoor is hij gearresteerd?'
Met één blik heb ik het haar duidelijk gemaakt. We werken allebei dagelijks met criminelen, maar er zijn bepaalde blikken die alleen bestaan voor types zoals Herman Halstra.
Ze trekt haar gezicht weer in de plooi en loopt naar ons toe. Ze hurkt bij Liselotte neer en vraagt: 'Hey, hoe heet je?'
'Liselotte,' antwoordt het meisje.
Alstia knikt en wendt zich dan tot mij. 'Ik neem het vanaf hier wel over.'
Ik knik dankbaar. Ik heb nooit geweten hoe ik kapotte dingen weer in elkaar moet zetten.

Wanneer ik terugkom in de wachtkamer, zijn Paige en mevrouw Halstra er nog steeds. De vrouw zit op een stoel, met haar gezicht in haar handen. Ze blijft maar huilen. Ze ziet eruit als vochtig hout dat niet in de fik wil vliegen. Ik ga een beetje ongemakkelijk bij Paige staan. Zij ziet er ook niet helemaal op haar gemak uit. Wij arresteren de slechteriken. Normaal gesproken zien we de nevenschade van al die criminaliteit niet.
Mevrouw Halstra kijkt op, met rode, gezwollen ogen.
'Ik heb van hem gehouden,' snikt ze. 'Oh God, ik kan gewoon niet geloven dat ik met hem... Ik had het door moeten hebben! Ze leek de laatste tijd voor hem terug te deinzen, maar ik dacht dat het niets was. Oh, mijn Liesje... Ze moet zo bang geweest zijn...' Plots hapt ze naar adem. 'Ik ben met hem naar bed geweest. Ik ben met hem naar bed geweest terwijl hij in die tussentijd... Oh God, nee...'
Paige heeft eerder door dat ze gaat overgeven dan ik. Ze heeft het zelfs eerder door dan mevrouw Halstra zelf. Vliegensvlug heeft ze de prullenbak bij de muur weggegrist en houdt hem voor mevrouw Halstra's bleke gezicht, die haar maag erin leegt. Paige zet de prullenbak weer op de grond en bijna als een klein kind laat mevrouw Halstra Paige met wat tissues haar gezicht schoonvegen. Ze is een gebroken vrouw.
'Oh God, Herman... Wij zouden toch voor altijd van elkaar houden?' snikt ze en ze kijkt mij aan alsof ik een antwoord zou kunnen hebben. Ik heb geen idee wat ik zou moeten zeggen.
Paige hurkt bij haar neer en vraagt: 'Is er misschien iemand die je kunt bellen? Iemand die Liselotte en jou op kan komen halen?'
'Mijn broer,' zegt de vrouw ademloos. Ze haalt haar telefoon uit haar jaszak. Haar handen trillen. Ze belt iemand en houdt met een nog altijd van verdriet vertrokken uitdrukking de mobiel bij haar oor.
'Thomas?' zegt ze na een tijdje, wanneer haar broer blijkbaar heeft opgenomen. Ze wil nog iets zeggen, maar ze barst weer in tranen uit. Ze klapt volledig dicht en is niet meer in staat om ook nog maar één woord uit te brengen. Snikkend kijkt ze op naar Paige, haar blik smekend. Ze steekt de telefoon naar haar uit en een beetje aarzelend neemt Paige die aan.
Ze neemt het gesprek over en legt kort uit wat er aan de hand is. Na een tijdje hangt ze op en geeft ze de mobiel weer terug aan mevrouw Halstra.
'Hij komt eraan. Over een minuutje of vijf is hij er, zei hij.'
Ze knikt en veegt de tranen van haar wangen. Vanaf dat moment houdt ze zich vrij sterk - sterker dan ik gedacht had. Totdat haar broer aankomt. Zodra hij zijn armen om haar heen slaat, stort ze weer helemaal in en huilt ze weer zo hard dat ik me afvraag of het ooit nog wel goedkomt. In die tussentijd schreeuwt Thomas moord en doodslag. Hij zegt dat hij hem iets aan zal doen, dat hij die klootzak zal vermoorden. Aan mij is de taak om hem zo beleefd mogelijk uit te leggen dat ik zijn gevoelens begrijp, maar dat moord toch misschien wel iets te gevoelig ligt in deze samenleving.
Na een tijdje halen we Liselotte weer op en gaan ze naar huis. Meneer Halstra blijft in de cel achter om op zijn proces te wachten en daarna weg te rotten in de cel. In de gevangenis zitten de echte criminelen: de drugsdealers, de moordenaars en mensenhandelaren. Het enige waar dat soort types het over het algemeen over eens zijn, is dat je van kleine, jonge meisjes af moet blijven. Halstra gaat het nog geen maand overleven in de gevangenis, weet ik.
Ik houd van mijn werk. Ik houd echt heel veel van mijn werk. Maar op dagen als dit heeft het iets lugubers. Eerst was er een man die buiten het weten van zijn vrouw om zijn dochter misbruikte. En nu is er een verscheurd gezin. Het is beter zo, daar is geen twijfel over mogelijk, maar het is ook wel echt het minste van twee kwaden. Als politieagent krijg je zelden met de mooie dingen in het leven te maken. Terwijl ik dat denk, verschuift mijn blik automatisch naar Paige, heel even maar. Soms, besef ik, moet je zelf het leven mooi maken.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen