Foto bij H27: Valstrikken in de piramide ~ Khana

“Nick, pas op!” riep ik en trok hem meteen naar achteren, waarna er een soort speren uit de muur rechts van ons kwamen. Hij zuchtte en zei geïrriteerd: “Ik heb het echt gehad met al die vallen, waar zijn die bewijzen nu?” Ik haalde mijn schouders op en zuchtte. We hadden vooral speren, instortende muren, glijdende trappen, uitstekende messen en onstabiele vloeren gehad, naast nog enkele andere vallen. Het was vooral Nick die alles opmerkte, maar af en toe had ik het iets sneller door dan hem. Hierdoor leefden we allebei nog en ik voelde me absoluut niet op mijn gemak. Mijn bol wol was ik ook al kwijt doordat een mes uit het plafond het touw had doorgesneden. Tot daar mijn goed plan… “Laten we hier in gaan”, stelde Nick voor en we wandelden weer door een boog. Met zijn vlam verlichtte Nick de weg en ik zag dat we in een kamer stonden. Er stonden mensgrote afbeeldingen op de muren van goden en gebiologeerd keken Nick en ik ernaar. Opeens viel achter ons een muur naar beneden en geschrokken keek ik om. Nick gromde en zei: “Natuurlijk, dat hadden we nog niet gehad… Waarom ook niet hé, opgesloten worden in een kamer moest toch ook nog komen.” Ik was het eerlijk gezegd met hem eens: ik was deze vallen meer dan beu.

Toen voelde ik de vloer bewegen en ik viel voorover op mijn handen. In het midden van de kamer was een spleet ontstaan en langzaamaan werd die breder. Oh nee… “Nick, krijg je die deur open?” vroeg ik paniekerig terwijl ik overeind ging staan. Hij leek iets te proberen, maar er verscheen een frons op zijn gezicht. “Ik… het gaat niet…”, zei hij toen verward en meteen begon ik te zoeken naar andere uitgangen. In het gat dat ontstond zag ik allerlei speren omhoog staan met enkele geraamtes tussen. Mijn hart bonkte in mijn keel en ik liep langs de muren. Toen merkte ik aan de overkant opeens wat gekrabbel in de muur op en ik zag Nick naar die kant springen. “Khana, spring! Die helft beweegt sneller!” zei Nick en ik merkte inderdaad dat ik al bijna tegen de muur stond. Met moeite wist ik te springen en Nick trok me snel wat meer naar voren. “Dank je”, zei ik snel en begon te kijken naar die krabbel.

Er stond ‘Walk like an Egyptian’ en Nick keek me verward aan. “Dat is toch een liedje?” vroeg hij en ik knikte. Aan het einde van de ‘n’ was er een lange lijn recht naar beneden, wat me deed vermoeden dat die persoon hier gevallen was. De grond bewoog langzaam steeds verder de muur in en onze plaats werd steeds kleiner… “Ik snap het niet”, zei ik en met de groeiende paniek in mij kon ik niet meer goed nadenken. Opeens trok Nick grote ogen en zei gehaast: “Khana, zoek tussen die afbeeldingen naar iemand die geen god is en die niet danst. ‘All the old paintings on the tombs, they do the sand dance don't you know, if they move too quick, they're falling down like a domino’ is de lyrics, dus we moeten net de uitzondering hierop vinden.” Ik knikte en bekeek de tekeningen aandachtig, waarna ik er één vond. “Hier! Deze man danst niet!” zei ik en Nick kwam naast mij staan.

Voorzichtig raakte hij de tekening aan, maar zijn hand verdween er los door. “Een illusie met daarachter een doorgang, kom!” zei hij gehaast en hij stapte door de tekening. De vloer was bijna helemaal in de muur verdwenen en net toen ik een stap door de tekening zette, zakte mijn andere voet weg en viel ik bijna terug naar achteren. Gelukkig kon Nick mij nog door de tekening trekken en zwaar ademhalend van het schrikken hield ik nog even zijn arm vast. Hij klopte op mijn rug en zei met een grijns: “Wel, dat hebben we ook weer gehad.” Ik grimaste even en liet hem los, waarna hij met zijn vlam de kamer verlichtte waarin we waren beland.

Er stonden hier en daar nog wat spullen zoals kisten en beeldjes, maar voor de rest was het er vrij leeg. Toch was er niet zo veel stof als in de gangen waar we eerder hadden gewandeld en Nick wandelde naar één van de kisten. “Kijk jij in de andere kisten?” vroeg hij en ik knikte, waarna ik een willekeurige kist opende. Verbaasd keek ik naar wat er in zat en vroeg: “Nick, deze piramide is toch oud hé?” “Ja hoor, waarom?” vroeg hij en ik wenkte hem. Toen hij bij mij was, fronste hij en zei: “Dat zijn smartphones… Hoe komen die hier?” Ik haalde mijn schouders op en zei: “Geen idee, misschien heeft die mummie ze gestolen? Maar dat wilt dan zeggen…” “… dat we in zijn hoofdverblijf zijn”, maakte Nick mijn zin af en meteen liepen de rillingen over mijn rug. “We doorzoeken snel de andere kisten en dan gaan we hier weg”, zei hij toen hij mijn kippenvel opmerkte en ik knikte. Nick opende een andere kist en zei meteen: “Khana! Ik heb hier documenten!” Meteen liep ik naar hem toen en hij toonde enkele mappen met papieren in.

Hij sloeg er een willekeurige open en ik zag het profiel van een man verschijnen. “Fatin Husseini”, las ik hardop voor en die naam deed een belletje bij mij rinkelen. Ik keek Nick met grote ogen aan en zei: “Dat is de man die berecht moest worden! Dit zijn de bewijzen!” Nick grijnsde en deed zijn rugzak af, waarna hij de mappen in zijn rugzak stopte. “Kom, en nu wegwe…”, begon hij, maar toen hoorde ik een rochelend geluid en geschrokken keek ik naar de deuropening. Een stankwalm kwam de kamer in en ik deed mijn best om niet te kokhalzen. In de deuropening stond een gedaante en hij mompelde allerlei woorden die ik niet verstond. Hij zette een stap naar ons toe en wij stapten achteruit. “Hallo meneer de mummie…”, zei ik in het weinige Arabisch dat ik had geleerd en de mummie begon meer te rochelen, waardoor ik enkele maden uit zijn mond zag vliegen. Oh god…

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen