Foto bij H30: Ammit ~ Khana

Met een kreun opende ik mijn ogen, om dan te zien dat het pikkedonker om mij heen was. Wat was er gebeurd? Mijn hersenen wilden niet meteen meewerken en ik voelde dat ik op een bobbelig oppervlakte lag. Toen mijn ogen wat gewend waren aan de duisternis, merkte ik dat er een paar lichtgevende stenen waren die zwak licht uitstraalde. Ik draaide mijn hoofd opzij en keek meteen in de oogkassen van een schedel, waarna er ook nog een spin over kroop. Met een luide gil schoot ik overeind en tot mijn afschuw zag ik dat ik op vele schedels en geraamtes lag. Wat verderop zag ik opeens Nick overeind schieten en met grote ogen om zich heen kijken. “Oh mijn god…”, hoorde ik hem zeggen en hij maakte weer een vlam in zijn handpalm. Om ons heen lagen minstens duizenden skeletten en ik had het gevoel dat ik moest overgeven.

Zo snel mogelijk stond ik op, wat veel gekraak opleverde en ik probeerde mijn maag onder controle te houden. Ook Nick was opgestaan en kwam naar mij toe. Wat verderop zag ik hoe de skeletten half in het water lagen, waarna er een soort ondergronds meer volgde. “Khana, kijk naar boven of zo, maar niet naar beneden”, zei Nick opeens en ik onderdrukte de neiging om naar beneden te kijken. Ik voelde vanalles rond mijn benen wegkruipen en ik kneep mijn ogen dicht. Ik haatte dit, ik haatte dit, ik haatte dit… “Klaar, hoe komen we hier uit?” vroeg Nick en ik opende mijn ogen terug. Zo’n 10 meter boven ons zag ik het gat waar wij doorheen waren gevallen, maar ik had het gevoel dat dat een illusie kon zijn. Volgens mij was dat gat veel hoger en hadden wij geluk dat deze skeletten onze val wat hadden gebroken. “Geen idee”, antwoordde ik en keek naar Nick, maar ik zag dat hij naar de skeletten keek. “Vreemd”, zei hij opeens en ik trok een wenkbrauw op.

“Khana, jouw en mijn skelet zijn toch hetzelfde?” vroeg hij toen en ik keek hem raar aan, maar knikte toen. “Ja, buiten een staart en vossenoren”, zei ik en hij gebaarde naar enkele geraamtes die wij nog niet hadden gebroken. “Er zit een gat in hun ribbenkast ter hoogte van hun hart”, zei hij en toen zag ik het ook. Meteen kwam er een wezen in mij op en ik trok lijkbleek weg. “Nick, we moeten hier snel weg”, zei ik met een benepen stem. “Waarom? Wat is er?” vroeg hij verward en ik zei: “Omdat dit het hol is van de…”, maar ik werd door een luide brul onderbroken. Meteen keek ik om naar het water en mijn ogen werden groot, “… ammit”, maakte ik met bang stemmetje mijn zin af.

Uit het water kwam een wezen met de kop van een krokodil, het voorlijf van een leeuw en het achterlijf van een nijlpaard. Ze keek ons boosaardig aan en brulde nog eens, waarna ze naar ons toe kwam gewandeld. Ik wist dat ze zich met mensenharten voedde en volgens de mythes enkel de harten mensen die teveel gezondigd hadden, maar volgens mij at ze alle harten en ook hetgeen waar ze in zaten… Nick vloekte en we renden naar de dichtstbijzijnde wand. Toen haalde Nick iets uit zijn rugzak: een fles met een donkere vloeistof in. Hij draaide de dop er van af en goot de inhouden in een grote boog om ons heen, waarna hij de vloeistof met zijn vlam aanstak. Meteen ontstond er een muur van vuur en de ammit krijste. “Oké, en nu?” vroeg ik terwijl ik tegen de muur stond. Nick wees naar boven en zei: “Nu klimmen, voordat de olie is opgebrand.” Hij haalde een touw uit zijn rugzak en gaf mij het ene uiteinde. Het andere uiteinde knoopte hij om zijn eigen middel en ik deed dat maar ook. Als iemand zou vallen, kon de andere die nog tegen houden… Althans, dat was de theorie. Ik wist niet of ik Nick wel zou kunnen houden als hij viel. De ammit brulde weer en snel begonnen Nick en ik te klimmen.

Hoewel de wand wel uitstekende rotsen had, was het een heel lastige klim. Nick was al iets verder dan mij en pakte een ander rotspunt vast, maar liet deze meteen los en vloekte. “Khana, niet hoger komen, deze rotsen zijn gecamoufleerde messen”, waarschuwde hij mij toen en ik zag dat zijn hand bloedde. Ik vloekte en liet mijn bezweet voorhoofd tegen de wand voor mij leunen. Mijn armspieren trilden door de inspanning en de vermoeidheid kwam opzetten. Volgens mij waren we al zeker een dag in deze piramide aan het rondlopen zonder echt te rusten en ik moest slapen. “Khana, volhouden, ik kan je niet houden als je nu uitglijd”, zei Nick opeens en ik greep de uitstekende steen steviger vast. Ik voelde mijn energie wel gestaag wegvloeien en ik hijgde van de inspanning. Wat moesten we nu doen?

Reacties (1)

  • Hermione2003

    Dit is zo spannend! Goed geschreven hoor!😁👏🏻

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen