Foto bij H31: Tunnel ~ Nick

Het bloed gleed langzaam langs mijn pols naar mijn arm en maakte mijn hand glibberig, waardoor ik de rotspunt niet heel goed kon vasthouden. Ik merkte dat Khana uitgeput was, maar we konden nu niet uitrusten. Met een zucht sloot ik even mijn ogen om een oplossing te bedenken, toen ik opeens een zachte windvlaag voelde. Meteen klauterde ik wat naar beneden en sloot weer mijn ogen. De windvlaag was niet ver van mij vandaan en ik klom wat meer naar rechts. Khana volgde mijn bewegingen zodat het touw niet strak kwam te staan en na een beetje zoeken, had ik een soort tunnel gevonden. Hij was niet heel groot, maar volgens mij moest ik er door passen als ik op mijn buik kroop. “Khana, hier is een tunnel. Ik kruip er eerst in, dan maak je mijn rugzak aan mijn voeten vast en dan volg je. Gaat dat lukken?” vroeg ik en ze kwam naar mij toe geklommen. “Ja, ik denk het wel…”, zei ze wat buitenadem en ze nam mijn rugzak over.

Ik wist met heel wat moeite in de tunnel te kruipen en eenmaal er volledig in, voelde ik hoe Khana de rugzak aan mijn voeten vastmaakte. Het was benauwd in de tunnel en donker, maar ik durfde geen vlam te maken. Zodra de rugzak vast zat, kroop ik wat naar voren en voelde hoe Khana ook de tunnel in kroop. Toen ik een klop tegen de rugzak voelde, begon ik weer verder te kruipen. We gingen maar traag vooruit door de kruipende beweging en het werd ook al snel warmer in de tunnel door onze inspanningen. “Nick, even pauze alsjeblieft”, hoorde ik Khana toen vermoeid zeggen en ik bleef stil liggen. Er klonk een kreun en wat gehijg, maar ze viel niet in slaap. Ik probeerde de windstroom te voelen en te beheersen, maar het enige wat ik kon doen was het iets harder laten waaien. Dat bracht ook al verkoeling en ik zuchtte diep. Ik had dit zwaar onderschat…

De hele tocht door de tunnel hadden we enkele keren moeten stoppen omdat Khana dat nodig had. De tunnel ging omhoog en omlaag en maakte allerlei bochten, waardoor ik al snel niet meer wist of we onder de piramide waren of zelfs er al buiten. Ik volgde de luchtstroom en na een hele tijd voelde ik hem vanzelf versterken. “Volhouden, we zijn er bijna”, zei ik en ik kreeg een vermoeide kreun als antwoord. Ik kroop verder en opeens voelde ik meer lucht. Ik stopte met kruipen en stak mijn hand vooruit, om er dan wat mee rond te zwaaien. Tot mijn vreugde voelde ik geen tunnel meer en ik maakte een vlam, om dan te zien dat deze tunnel eindelijk op een kamer was uitgekomen. Ik kroop verder en ging al half uit de tunnel hangen, waarna ik tegen Khana zei: “Khana, zet je schrap. Ik ga me uit de tunnel laten vallen om eruit te kunnen.” “Oké”, antwoordde ze en ik duwde me volledig uit de tunnel. Meteen viel ik naar beneden, maar een harde trek aan het touw zorgde ervoor dat ik niet viel. Doordat de rugzak aan mijn voeten hing, draaide ik 180° en stond ik praktisch goed. Ik pakte de rand van de tunnel vast en zei toen: “Oké, kom maar! Ik sta bijna.” Het touw om mijn middel verslapte en ik kon mezelf op de grond laten zakken. Toen hielp ik Khana met uit de tunnel te komen en ze haalde opgelucht adem.

Ik probeerde mijn vlam zo groot mogelijk te maken en Khana fronste. “Nick, kan je de gang daar verlichten?” vroeg ze en ik deed dat, waarna ik begon te grijnzen. “Dat is het touw van jouw bol wol!” zei ik opgetogen en ook bij Khana verscheen er een glimlach. “Heeft het toch nog wat geholpen”, zei ze en pakte het touw op. Toen trok ze aan de ene kant en meteen kwam het touw gespannen te staan. “Die kant op, volgens mij was er nog enkel die val met glijdende trappen”, zei ze toen en we volgden het touw. We kwamen inderdaad de eerste val tegen en voorzichtig begonnen we de trap te beklimmen. De eerste keer dat we hier langskwamen waren we allebei uitgegleden en naar beneden gedonder, gelukkig zonder breuken of zo. Toen we boven stonden, volgden we de draad verder en kwamen uiteindelijk aan bij het punt dat de draad in de muur verdween.

Khana wou de steen meteen eruit duwen, maar ik zei: “Wacht, ik ga eerst een illusie proberen te creëren zodat niemand merkt dat die steen beweegt.” Ik wist totaal niet hoe laat het was en mijn gsm was gek geworden toen we de piramide waren binnengekomen. Met wat moeite wist ik me te concentreren en duwde Khana de steen naar buiten. Het was echter al volledig donker en ik liet de illusie los. Khana kroop als eerste naar buiten en ik volgde, waarna de frisse nachtlucht ons tegemoet kwam. Ik schoof de steen terug en merkte dat het teken inderdaad was verdwenen. Khana liet zich met een diepe zucht op de grond zakken en ik ging naast haar zitten, met de vlam in mijn hand. “We leven nog…”, zei ze toen verwonderd, alsof ze niet kon geloven dat we het gehaald hadden. Ik glimlachte en humde. “Inderdaad, we leven no…”, begon ik, maar zag toen een schim op ons afkomen. Oh nee… Khana hield haar adem in en ik kreunde. De sfinx was ontwaakt…

Reacties (1)

  • Hermione2003

    Dan zijn ze er net uit, komt er meteen een sfinx. Ze hebben het geluk niet echt aan hun kant staan hè?😂 Maar serieus, goed geschreven, het is een leuk verhaal!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen