Foto bij Scar 75

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Even is ze stil en ze zucht, maar dan gaat ze op bittere toon verder. 'Wat kom je doen, Vadìm?'
'Ik kom je vertellen,' antwoordt Vadìm, 'dat je broer vermoord is.'

Een tijdje is Paige stil. Haar handen trillen een beetje en ze balt ze tot vuisten om ze op te laten houden, maar verder beweegt ze niet. Ze ademt niet eens meer. Ik weet niet precies wat ik moet doen of zeggen. Net wanneer ik voorzichtig een hand op haar schouder wil leggen, vraagt ze op verassend vlakke toon, alsof ze al haar emoties uitgeschakeld heeft: 'Wie? Grigory? Dennis? Of...' Haar adem stokt in haar keel. Angst breekt door op haar gezicht.
Vadìm schudt zijn hoofd. 'Kaiden,' verduidelijkt hij zichzelf.
Dat was de enige broer die Paige aardig vond, waar ze van hield - waar ze van houdt. Ze brengt een onvaste hand naar haar mond, haalt hem trillend door haar haar, waarna ze haar armen om zichzelf heenslaat. Ik weet niet wat ik moet doen, hoe ik haar zou kunnen troosten.
'Kaiden?' vraagt ze voor de zekerheid, maar het klinkt eerder als een snik. Haar broer knikt bevestigend. Zelf ziet hij er niet uit alsof hij veel verdriet heeft, maar Paige wel. Ze schudt ontkennend haar hoofd en doet een stapje naar achteren, waardoor ze tegen mij aanbotst. Ik leg voorzichtig een hand op haar onderarm, maar ze trekt zich los, stapt weer naar voren en grijpt haar broer bij zijn kraag vast. Ze sleurt hem naar binnen en ondanks dat hij meer dan een kop groter is dan zij, duwt ze hem moeiteloos tegen de muur en met haar onderarm tegen zijn keel gedrukt, houdt ze hem op zijn plaats. Ze begint door de tranen heen tegen hem te schreeuwen.
'Je had beloofd dat je voor hem zou zorgen! Je zou hem uit de drugswereld houden! Voordat ik wegging, had je het me beloofd! Je gaf me je woord, Vadìm! Je had het beloofd!'
Ik sta perplex en ze begint hem uit te schelden en te verwensen in alle talen die ze kent. Haar Engels vloeit automatisch over in Russisch en er komen een paar verdwaalde woorden Frans tussendoor.
Vadìm heeft er blijkbaar genoeg van en draait de rollen om. Zijn hand klemt om haar keel wanneer hij haar tegen de muur op haar plek houdt en ze worstelt om adem te halen. Met een wijzende vinger roept hij iets terug in het Russisch en voor het eerst sinds ik de deur opendeed, weet ik wat ik moet doen. Bijna voordat ik erover heb nagedacht, schiet mijn vuist naar voren en ik raak hem hard tegen zijn kaak. Hij laat zijn zusje los en struikelt een stukje door de open deur naar buiten. Paige valt op handen en knieën op de grond en grijpt hoestend naar haar hals. Snel help ik haar overeind en ze grijpt me blind bij mijn shirt vast, leunt tegen me aan zodat ze niet in elkaar zakt.
In die tussentijd heeft Vadìm zich hersteld en hij loopt weer naar binnen. Verwachtend dat hij nu zelf een klap uit zal willen delen, duw ik Paige achter me en zorg ik dat ik tussen hen in sta, maar in plaats van een vuist in mijn gezicht planten, spreidt hij met een grijns zijn armen.
'Jij mijn zusje goed beschermen,' zegt hij met een knik, bijna goedkeurend. Blijkbaar vindt hij het moeilijk om tussen die twee talen te wisselen - zeker nadat hij een klap gekregen heeft - want zijn accent is zwaarder geworden. Ik vraag me af of Paige dat soms ook nog moeilijk vindt. 'Dat is mooi.'
Ik heb niet veel tijd om verbaasd te zijn over zijn gemoedswisseling, want hij praat weer verder. Even gebaart hij naar zichzelf en zegt dan: 'Omdat ik aardig ben om het persoonlijk te vertellen, blijf ik een nachtje slapen voor vlucht weer vertrekt. Dmitri is ook mee en komt zo. Hij haalt nu de koffers. Agraishka, je kent Dmitri nog wel?' Het voelt vreemd wanneer hij haar bij haar Russische naam noemt.
Net wanneer ik hem wil zeggen dat daar dus helemaal niets van inkomt, fluistert Paige zo zacht dat alleen ik het kan horen: 'Nathan, laat ze maar... ik... je wilt ze niet boos maken. Als ze boos worden, dan...'
Haar stem sterft weg en de zin blijft onafgemaakt.
'Ik zou je beschermen,' reageer ik, opnieuw op een dusdanig laag volume dat Vadìm niet zou kunnen verstaan waar we het over hebben. Ik weet niet helemaal zeker of dat waar is. Ik zou het probéren, dat zeker, maar Vadìm zelf ziet er al intimiderend uit en de manier waarop ze naar adem hapte toen hij de naam Dmitri noemde, belooft niet veel goeds.
Ik bijt op de binnenkant van mijn wang, slik mijn trots in, en zeg: 'Prima.'

De manier waarop de angst uit Paiges houding te lezen was toen Dmitri - een vriend van Vadìm, blijkbaar - binnenkwam, was bijna eng. Hij is nog groter dan Vadìm en heeft lichtblond, kortgeschoren haar, wat een intimiderend contrast vormt met zijn ogen, die zo donker zijn dat ze zwart lijken. De manier waarop hij naar haar keek beviel me totaal niet en ik kreeg moordneigingen toen hij met een grijns "Agraishka" tegen haar zei. Als ik niet bang was dat Paige een paniekaanval zou krijgen als er een gevecht uit zou breken, had ik hem al lang in zijn gezicht geslagen. Ik wil graag weten wat hun verleden is, maar ik denk dat dit in de geschiedenis van momenten het meest ongeschikte moment is om daar naar te vragen.
De twee mannen zijn mijn appartement binnen gelopen alsof het van hun is en het duurde niet lang voordat ze mijn voorraad drank gevonden hebben. Vadìm vraagt haar in het Russisch iets en ontevreden zegt ze dat hij nog steeds Engels moet praten.
'Dmitri spreekt geen Engels,' geeft hij als excuus op. Paige zucht, werpt even een korte blik op mij, maar gaat dan toch in het Russisch verder.
Het gesprek wordt steeds verhitter en net wanneer ik knarsetandend wil vragen waar ze het in godsnaam over hebben, besluit Paige om me een handje te helpen en maakt ze haar broer in het Engels duidelijk: 'Geen sprake van. Jullie mogen kiezen uit de bank, of een hotel.'
Hij zet een stap naar haar toe, zodat hij zo dichtbij staat dat ze elkaar bijna raken. Met een dodelijke blik kijkt hij haar strak aan en ze moet ver omhoog kijken om de blik te kunnen beantwoorden. Ze ziet er niet geïntimideerd uit - brutaal, zelfs - maar ik weet dat zijn plotselinge binnentreden in haar leven ervoor zorgt dat een van haar grootste angsten is uitgekomen.
Dmitri maakt een vragend geluidje vanwege zijn gebrek aan Engels en Vadìm vertaalt het even. Zijn vriend antwoordt iets in het Russisch, wat ervoor zorgt dat Paige spontaan ophoudt met ademen. Wanneer ze zich hersteld heeft, loopt ze naar het magnetische messenblok aan de muur en haalt ze één voor één alle messen weg. Ze loopt er zonder haar broer of Dmitri nog een blik waardig te gunnen mee naar de slaapkamer en het duurt even voordat ik doorkrijg dat ze niet meer terugkomt. Ik werp de twee mannen een laatste blik toe, die ondanks mijn dappere poging niet heel intimiderend is, en volg haar.
Ik doe de deur achter me dicht en met waterige ogen kijkt ze naar me op. De messen zijn op het nachtkastje neergelegd. Ze zit op de rand van het bed, een gebalde vuist tegen haar mond gedrukt om zich in te houden. Net wanneer ik iets wil zeggen, staat ze op en begint ze te ijsberen.
'Als ik wist dat... dat ze...' Ze verliest de woorden op weg naar haar lippen en schudt alleen maar haar hoofd. Ze werpt me een verontschuldigende blik toe en doet de slaapkamerdeur dan op slot, waarna ze opnieuw op de rand van het bed gaat zitten. Op de achtergrond hoor ik de stemmen van de mannen op de achtergrond en ze luistert er met een verwrongen gezicht naar. Ik vraag me af wat ze zeggen.
‘Wat zei Dmitri tegen je?’ vraag ik zachtjes, maar ze schudt haar hoofd ten teken dat ze het er niet over wil hebben en begraaft haar gezicht in haar handen. De messen die ze bovenop het nachtkastje heeft neergelegd, vertellen me dat hij waarschijnlijk gedreigd heeft om haar neer te steken. Of mij. Of allebei.
Ik kom naast haar zitten en net wanneer ik een arm om haar heen wil slaan, staat ze weer op. Ze raakt onbewust haar keel even aan, die rood is omdat Vadìm haar daar vastgegrepen heeft. Met trillende handen doet ze de deur die vanaf de slaapkamer naar de badkamer leidt ook op slot. Uit een laatje van het nachtkastje haalt ze het pistool wat ik daar bewaar en legt het ook op het nachtkastje, zodat ze er snel bij kan als dat nodig is. Ze pakt het shirt waarin ze slaapt en houdt het even twijfelend in haar handen. Ik sta op en draai me om, zodat ze zich om kan kleden zonder bang te hoeven zijn dat ik zal kijken. Nadat ze zich heeft omgekleed, doet ze hetzelfde voor mij en wanneer ik klaar ben en opkijk, zie ik dat ze weer op de rand van het bed zit. Ze rolt met haar schouders en ik hoor het haast kraken.
Ik ga op mijn knieën achter haar zitten en leg mijn handen zacht op haar schouders. Voorzichtig begin ik de duidelijk knopen die stress erin hebben gewerkt eruit te masseren en ze zucht opgelucht. Ik voel haar haast ontspannen onder mijn handen. Wanneer ze enigszins gekalmeerd is, zegt ze schor: ‘Als ik wist dat Vadìm en Dmitri zouden komen, was ik thuis gebleven.’
Bij hebt idee alleen al dat ze alleen in haar eigen appartement zou zitten met die twee klootzakken, word ik misselijk.
‘Ik ben blij dat je toch hier bent gekomen,’ zeg ik daarom zonder twijfel in mijn stem.
Ze antwoordt niet en gaat met een vermoeide zucht op haar rechterzij in het bed liggen
‘Het spijt me van Kaiden,’ zeg ik.
Ze bijt op haar lip en veegt even wat tranen weg. ‘Ik rouw wel om hem wanneer Vadìm en Dmitri weg zijn.’
Met een knik ga ik naast haar liggen en ik sla mijn armen om haar heen. Ze legt haar handen op de mijne, die op haar buik rusten.
Wetende dat ze waarschijnlijk niet wil dat ik een een opmerking over maak, doe ik alsof ik haar niet zachtjes hoor huilen en houd ik haar maar gewoon zo dicht tegen me aan als mogelijk. We zeggen allebei niets meer, maar ik denk niet dat een van ons ook maar een seconde geslapen heeft tegen de tijd dat ze weer opstaat, een uur of twee later.
Ze trekt snel wat warmere kleren over haar pyjama aan en ik doe haastig hetzelfde.
'Wat ga je doen?' vraag ik, maar ze negeert me en loopt de slaapkamer uit. Vadìm en Dmitri hebben zich verplaatst naar de twee grote stoelen bij de koffietafel, bij de bank.
Paige haat haar broer. En ze haat Dmitri ook. Toch gaat ze bij hen op de bank zitten en kijkt ze hen bleek van ellende aan. Ik ga naast haar zitten en houd de situatie scherp in de gaten. Niemand zegt iets. Uiteindelijk is het Paige die de stilte verbreekt. Het verlangen naar elke mogelijk laatste herinnering aan haar overleden broer wint het van de angst voor de twee mannen voor haar.
Haar mond is al een hele tijd geopend voordat de woorden komen. ‘Hoe was zijn begrafenis?’
Vadìm denkt even na. Dan antwoordt hij scherp: 'Er was een wat opvallend gebrek aan de aanwezigheid van zijn grote zus.'
Paige draait haar gezicht weg. Ik zie dat ze haar tanden op elkaar heeft gedrukt: misschien uit woede, misschien uit verdriet.
'Ik wist het niet. Als ik had geweten dat... dat hij...'
'Wat? Was je dan naar Rusland gekomen voor de begrafenis?' vraagt Vadìm spottend. Nu kijkt Paige hem wel aan, haar blik fel en kil.
'Ja. Voor Kaiden wel.'
'En voor mij? Voor Dennis? Voor Grigory? Ónze vader?' Gedurende het gehele gesprek klonk hij vrij kil, maar nu lijkt het hem toch oprecht te kunnen schelen.
'Doe niet alsof je het antwoord daar niet al lang op weet, Vadìm,' sist Paige.
Vadìm staat op en stapt naar ons toe. Ik zou het liefst ook overeind willen komen, maar aangezien Paige gewoon blijft zitten, houd ik me in. Ze kijken elkaar strak aan. Als blikken konden doden, hadden ze nu allebei morsdood op de grond gelegen.
'Zeg me dat je niet om me geeft. Kijk me aan en zeg me dat je van me walgt.'
Paige wendt haar blik af en antwoordt niet. Een minuut lang blijft Vadìm daar nog staan, maar dan gaat hij weer zitten. Er valt een stilte. We zitten gewoon in het halfdonker en haten elkaar.
‘Welke bloemen waren er?’ vraagt Paige uiteindelijk.
‘Orchideeën.’
Ze knikt met een afwezige gezichtsuitdrukking en zegt na een tijdje met onleesbare stem: ‘Hij had een hekel aan orchideeën.’
'Dat zijn meer de soort dingen die jij van hem wist,' zegt Vadìm. 'En jij was er niet.'
Ze kijkt weg. Ik zie dat ze haar best doet om niet te huilen en het liefste zou ik haar vast willen houden en haar al haar pijn eruit laten huilen, want ik weet dat het pijn doet om het in te houden, maar ik weet ook dat ze dat niet wil doen waar Vadìm en Dmitri bij zijn. Zodra ze de deur uit lopen, zal ze instorten. En ik zal er zijn.
'Heeft hij ooit verteld over de sterren?' vraagt ze dan met trillende stem.
Vadìms kaak verstrakt. 'Nee.'
Paige bijt even op haar knokkel en moet moeite doen om adem te halen. Ik zie dat ze elk moment in tranen uit kan barsten, ook al houdt ze zich nog altijd groot. Ik zie ook dat Dmitri haast gebiologeerd naar haar pijn kijkt en ik wil zijn ogen uitsteken, maar ik doe het niet.
'Hij was bang dat geesten bestonden. Als kind, althans. Niet omdat hij bang was dat geesten hem pijn zouden doen, maar omdat hij bang was dat zijn geest, als hij dood was, om de een of andere reden vast zou komen te zitten in zijn kist. Daarom wilde hij dat er met van die glow-in-the-darkverf een sterrenhemel aan de binnenkant van zijn kist zou worden geschilderd. Zodat hij iets zou hebben om naar te kijken.'
Heel even is Vadìm stil. Dan zegt hij, bijna zachtjes: 'Hij was ook mijn broer, weet je.'
Paige kijkt op, met door de tranen heen een van haat smeulende blik. 'Waarom wist je dan niet eens dat orchideeën haatte? Het zou me amper verbazen als je zijn middelste naam niet eens zou weten. Ja, hij was ook jouw broer, maar je hoeft mij niet wijs te maken dat je van hem hield.'
'En jij wel, wil je zeggen?' snauwt hij. Paige kijkt weg. 'Je had terug kunnen komen toen je volwassen was. Dat heb je niet gedaan. Het kon je geen fuck schelen.'
Paige slikt en kijkt haar broer eindelijk aan. Haar stem is hees wanneer ze ademloos vraagt: ‘Was hij gelukkig?’
‘Nee.’
Ze krimpt ineen. Deze keer lacht Vadìm er niet om. Ik kijk weer even naar Dmitri, die ons niet kan verstaan, maar wel duidelijk weet waar we het over hebben. Wanneer hij mijn blik beantwoordt, kijk ik weer weg.
'Doe maar niet alsof jij niet met mama mee was gegaan als ze het aan jou had gevraagd in plaats van mij,' zegt Paige zachtjes, bijna mompelend. Toch is het goed verstaanbaar in de doodse stile van de kamer.
Vadìm maakt een onverstaanbaar geluid en zegt met een bittere stem: 'Nou, dat zullen we nooit weten, want ze heeft het niet aan mij gevraagd. Ze heeft het aan jóú gevraagd. Haar lieve kleine prinsesje.' Hij haalt een hand door zijn haar en zegt iets wat volgens mij een Russisch scheldwoord is.
Dan wendt hij zich tot mij, zijn blik donker en kil en koud en beangstigend.
‘Je hebt geen goede vriendin uitgekozen.' Ik vermoed dat hij zijn accent aandikt om zo intimiderend mogelijk over te komen, wat zou lukken als ik niet zo kwaad was. ‘Ze is te koppig voor een huisvrouw en te zwak voor een geslaagde Ivanovic.’
Ik wil geen huisvrouw. En ik wil geen “geslaagde Ivanovic”. Ik wil Paige.
Hij staat op en Paige verstijft. Hij lacht om haar angst en loopt naar het aanrecht om een nieuwe fles drank te pakken. Wanneer hij terugloopt, legt hij in het voorbijgaan een hand op haar schouder, waardoor ze haar hoofd met een vertrokken gezicht wegdraait en ineenduikt. Ook dat lijkt hij wel amusant te vinden. Klootzak.
‘Heeft ze je ooit verteld over haar jachtgeheimpje?’ vraagt hij, overduidelijk van plan om het te vertellen, ongeacht mijn antwoord. ‘Vader nam ons wel eens mee om te jagen in de bossen. Herten en zo. Agraishka miste altijd.’ Zijn stem wordt scherper en hij kijkt alsof hij iets vies ruikt. Er klinkt haast jaloezie in zijn stem door wanneer hij eraan toevoegt: ‘Van ons allemaal, was Agraishka de beste schutter. Denk je serieus dat papa niet doorhad dat je het expres deed, zuslief? Niet te geloven dat je medelijden had met een stel herten. Misschien hield je wel meer van die kloteherten dan van ons.’
Paiges kaak verstrakt en ze staat op. Ik volg haar voorbeeld. Voordat ze, op de voet gevolgd door mij, weer naar de slaapkamer loopt, zegt ze tegen haar broer: 'Bel me maar voor de volgende begrafenis. Ik zal er zijn.'
Haar woorden klinken hard, maar nu de twee mannen haar gezicht niet meer kunnnen zien, laat ze de doodsangst die ze voelt zien, en die doet vermoeden dat ze zich helemaal niet zo hard voelt als ze doet denken.
'Zijn middelste naam was Aleksei!' roept Vadìm ons na, en ik hoor hoe hij uit pure frustratie een glas tegen de muur aan gooit.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Wat ben ik blij dat ik een normale familie heb zeg!

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Wow, het zou je familie maar zijn zo intens..

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen