Ik liet mijn ogen over de posters op haar muur glijden. Films die ik niet kende, muziek, die ik niet kende. Het gaf me een beeld van haar smaak, of, op zijn minst, haar voorkeuren.
'Hopelijk zit het je niet dwars?' Vroeg ze ineens. Ze klonk serieuzer dan een moment geleden.
'Wat?' Vroeg ik terwijl ik haar hand vastpakte.
'Dat besluit wat je gemaakt hebt, om me te helpen hiermee. Om me veiligheid te bieden.' Ze liet haar hoofd hangen.
'Natuurlijk niet.' Zei ik zacht terwijl ik mijn mijn vingers bewoog om een pluk haar onhandig achter haar oor te duwen.
Ze keek op met een blik die me bijna vroeg of ik een grapje maakte.
'Geloof je me niet?' Vroeg ik uiteindelijk. 'Ik dacht dat je me wel serieus zou nemen.'
Ze knikte langzaam. 'Ik geloof je, of ja, nee, ik geloof je.'
Ik keek haar aan. 'Maar je kan het moeilijk accepteren?'
'Er waren anderen voordat jij kwam, weet je? Het is moeilijker om jezelf open te stellen als je een besef hebt van de pijn die het kan geven.' Ze pakte mijn hand wat steviger vast.
'Dat is niet erg, als je er moeite mee hebt dan heb ik gewoon meer geduld. Je lijkt me aardig op je gemak bij me.'
Ze keek op en lachte even, een gebaar wat mijn hart met hoop vulde.
'Daar heb je een goed punt. En dat geldt niet alleen voor mij.' Zei ze met een schuine glimlach.
Ik schudde mijn hoofd en haalde zachtjes een van mijn vingers over haar rug.
'Dus wanneer ga je het me vertellen? Kom op, ik weet toch wel dat je iets te verbergen hebt.' Haar ogen schitterden, nieuwsgierigheid besefte ik me. Dit was ondanks alles niet een verhaal wat ik haar wilde vertellen.
'Als ik er klaar voor ben?' Merkte ik aarzelend op. Ze was zo gaan zitten dat haar gezicht nog maar een paar centimeter van het mijne verwijderd was.
'Wat moet ik doen om het uit je te krijgen?' Vroeg ze zacht.
Ik lachte terwijl ik probeerde de mentale vlammenzee te doven. Ik wilde haar naar me toetrekken. Ik wilde haar zachte aanraking voelen, haar warmte opnemen. En toch deed ik niks. Niks anders dan lachen.
'Geduld hebben met me.' Ik legde een vinger op haar lippen. 'Misschien wel van me houden, denk je dat je dat zou kunnen?'
Ze ging weer wat verder naar achter zitten. 'Van je houden?' Herhaalde ze vragend. Ze keek uit haar raam. 'Vanaf de dag dat ik je zag heb ik al van je gehouden.' Haar stem was zacht, ze was bijna voorzichtig in hou ze de woorden uitsprak, alsof ze haar vogels liet uitvliegen.
'En sinds dat ik je heb leren kennen ben je nooit meer uit mijn hoofd vertrokken. Een troon van gedachten, echt een passend plaats voor een prinses. Ja, je haalt me soms het bloed onder mijn nagels vandaan, maar dat doe je met de beste intenties.'
'Prinses?' Ze begon te lachen. 'Je hebt soms de raarste opmerkingen.'
'Jij ook.' Zei ik zonder na te denken over wat ik zei. Ze knipoogde naar me.
'Dat is wat ons zo uniek maakt.'
Ik sloot mijn ogen en kuste haar voorhoofd. Het was moeiteloos, niet zoals eerst. Een natuurlijke handeling. 'Daar heb je gelijk. Je bent immers van mij.' Ik voelde haar lijf ontspannen onder mijn vingers.
'Ja, van jou.' Fluisterde ze terwijl ze mijn gezicht in haar handen nam.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen