Foto bij H32: Sfinx ~ Khana

De sfinx kwam als een jagende leeuwin op ons af: zijn lichaam laag tegen de grond en met een enge blik in zijn ogen. “Jullie horen hier niet te zijn”, gromde hij en ik slikte. Het was duidelijk dat hij ervaring had met toeristen, aangezien hij Engels kon. “We hadden een paar probleempjes, waardoor we de tijd sneller voorbij ging dan we hadden verwacht”, antwoordde Nick rustig en de sfinx kwam weer dichterbij. Opeens grijnsde hij en zei: “Jullie moeten een raadsel oplossen, want anders komen jullie hier niet levend vandaan.” “Oh leuk, vertel maar”, zei Nick doodnormaal en ik keek hem stomverbaasd aan. Hij wou een raadsel van de sfinx oplossen, met nadruk op ‘van de sfinx’? De sfinx ging echter als een kat zitten en begon monotoon het raadsel op te zeggen:
“Je draagt het overal heen,
maar toch is het geen blok aan je been.
Elke dag is het in gebruik,
maar nooit betaal je ervoor,
het kan net zo nep zijn als een pruik,
maar is ook zo echt als ivoor.
Je deelt het met iedereen
en toch is het van jouw alleen.
Anderen gebruiken het vaker dan jou,
zodat je opletten zou.
Wat ben ik?”

Nick fronste en keek nadenkend voor zich uit. Ook ik begon mijn hoofd erover te breken, maar ik slaagde er niet in om me goed te concentreren. Ik voelde me nog steeds uitgeput en ik wou het liefste in bed duiken, maar eerst moesten we voorbij deze sfinx komen. De sfinx keek met een triomfantelijke grijns op ons neer en ik wreef even over mijn gezicht. Ik zat onder het vuil en mijn kleren waren op bepaalde plekken gescheurd door die tocht door de tunnel. Opeens zag ik Nick onheilspellend grijnzen en hij keek naar de sfinx. “Is het antwoord toevallig ‘mijn naam’?” vroeg hij en de sfinx zijn blik veranderde. Hij keek boos en gromde: “Dat kan je niet weten, dat is onmogelijk! Je hebt vals gespeeld!” Opeens sprong hij naar voren en Nick kon me nog net opzij duwen, waardoor we allebei verder rolden in het zand. Toen we stil lagen, sprong de sfinx alweer op ons af en kon Nick nog maar net op tijd een muur van zand oproepen. “Khana, opstaan en weglopen”, zei hij gehaast en ik krabbelde overeind, maar lopen in het zand terwijl je moe was, was een zware opgave.

Opeens voelde ik iets vreemd door mij heen gaan en toen ik naar Nick keek, zag ik dat hij verbijsterd naar de sfinx keek. De muur van zand stortte in elkaar en de sfinx sloeg Nick weg. Toen kwam de sfinx op mij af gesprongen en pinde mij met gemak tegen de grond, waardoor ik pijnlijk kreunde. “Dit wordt smullen”, grijnsde hij, maar opeens keek hij alert op. Hij kromp wat in elkaar en liet mij los, terwijl hij naar een plek wat verder op bleef staren. Hoewel het eerst vaag was, hoorde ik steeds duidelijker iemand op een heel hypnotiserende manier zingen. Toen de stem vrij dichtbij was, draaide de sfinx zich om en met enkele sprongen was hij weg, mij en Nick verbaasd achterlatend. “Wel, wel, wel…” hoorde ik toen een zangerige stem zeggen en ik krabbelde snel overeind, om dan enkele meters van mij vandaan een groep gedaantes te zien staan met enkele fakkels.

Twee gedaantes maakten zich van de groep los en kwamen op ons af. Ondertussen was Nick al bij mij komen staan terwijl ik het zand van mijn kleren klopte. “Een goedenacht, vreemd wezen en…”, zei de vrouwelijke elf, maar hield toen haar hoofd scheef. Ze keek me onderzoekend aan en ik wende mijn blik af. Haar metgezel glimlachte mysterieus en zei: “Jullie lijken een zware dag te hebben gehad in de piramide, nietwaar?” “Nogal, maar het is gelukt”, antwoordde Nick en ik zag nog een gedaante van de groep naar ons toe komen. Ze deed haar cape af en ik herkende in het licht van de fakkels het gezicht van Saida. Ze zag er opgelucht uit en Nick haalde de documenten uit zijn rugzak. “Hier, dit zijn de bewijzen”, zei hij en gaf de documenten aan haar. Dankbaar nam ze die aan en zei: “Duizendmaal dank, Nick en Khana, hopelijk kunnen jullie nog verder gaan?”

Ik knikte met een flauwe glimlach en toen zag ik de mannelijke elf naar mij kijken, terwijl hij zei: “Mijn naam is trouwens Aldeon, ik ben de leider van deze groep nomadenelfen. Deze prachtige vrouw naast mij is mijn levenspartner Baruhelma, de sjamane van onze groep. Ik hoor al dat jij Khana bent en jij Nick.” Kort knikten zowel Nick als ik en Aldeon vroeg: “Mag ik vragen wat voor wezen je bent, Nick? Wij hebben jouw soort hier nog niet vaak gezien.” “Kitsune, uit Japan”, antwoordde hij wat achterdochtig en Baruhelma glimlachte. “Fijn om je te leren kennen, Nick”, zei ze en keek toen naar mij. Haar ogen bleven mij maar bestuderen en ongemakkelijk keek ik weg. Voordat ze iets kon zeggen, kwam er nog een vierde persoon naar ons toe en ik zag een vrouwelijke elf in rare kleren en met rood haar. Zodra ik haar duidelijk zag, werden mijn ogen groot en haar gezicht klaarde meteen op. “Khana! Wat leuk je nog eens te zien! Dat is al zo lang geleden!”, zei ze enthousiast en ik kromp ineen terwijl ik mompelde: “Lina, alsjeblieft…” Aldeon en Baruhelma keken mij toen ook aan met een blik van herkenning en Aldeon zei: “Khana? Khana, het mensenkind? Nee maar zeg, je bent gegroeid! Ik had je niet meteen herkend!” Dit ging de foute kant op… Toen ik even naar Nick keek, zag ik dat hij zijn ogen wat had samengeknepen en mij wantrouwig aankeek. Hoe moest ik dit uitleggen?

Reacties (1)

  • Hermione2003

    Nu heb ik het gevoel dat ik slim ben omdat ik het raadsel ook wist😂 Leuk geschreven!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen