Foto bij H34: Opdracht voor Halatir ~ Rin

Verveeld keek ik naar de dwergen die een belachelijk dansje deden. “Stop al maar, jullie vervelen mij nog meer”, zei ik toen geïrriteerd en de dwergen stopten. Ze keken me suf aan en ik gebaarde met mijn hand dat ze weg moesten gaan. Terwijl ze weg wandelden, ging mijn gsm af en ik fronste. “Astrid… hmm, ik ben benieuwd welk nieuws je hebt”, mompelde ik en nam toen op. “Rin? Astrid hier”, hoorde ik haar zeggen en ik humde. “Ja, dat zag ik al. Wat is er?” vroeg ik en Astrid antwoordde: “Ik heb een brief van Halatir gekregen.” Meteen ging ik rechtop zitten en zei: “Geef me even, ik ga naar Rikku.” Ik liep naar het centrum van de grot en slaakte een schrille kreet, waardoor ik Rikku in één van de openingen van onze kamers boven zag verschijnen. “Wat?” riep ze en ik zwaaide met mijn gsm. Haar ogen twinkelden opgewonden en ze sprong naar beneden, waarna ze in een zweefvlucht naar mij toe kwam. “Nieuws?” vroeg ze en ik knikte, waarna ik mijn gsm op luidspreker zette.

“We luisteren”, zei ik en Astrid humde. “Mooi. Halatir heeft geschreven dat hij een plan heeft, maar daarvoor jullie hulp wilt”, zei ze en Rikku en ik keken elkaar met een grijns aan. “Moeten we iemand vermoorden?” vroeg Rikku en Astrid antwoordde: “Nee, jullie moeten iemand opsporen. Hij is heel moeilijk te vinden, dus daarom vertrouwt hij enkel op jullie.” Astrid klonk daar niet zo blij mee, wat ons dus des te vrolijker maakte. “Wie?” vroeg ik nu en Rikku vroeg ook: “In hoeveel tijd?” “Jullie moeten David Smith vinden, hij is een kitsune en houdt zich ergens in Japan op. Jullie hebben tijd tot 2 dagen voor nieuwe maan, want ik moet ook nog een brief terug sturen.” Rikku en ik humde tegelijkertijd en ik zei nog: “Dat wordt een eitje, we hebben nog wel eventjes de tijd… Is er nog nieuws?” Het was even stil, maar toen zei Astrid: “Niet echt… oh ja, Halatir vraagt ook of jullie hem de dag na nieuwe maan kunnen opwachten in jullie grot, hij zal via schaduwmagie naar jullie toe komen en dan moeten jullie hem rechtstreeks naar David brengen. Hij heeft maar één dag tijd, dus alles moet vlot lopen.” “Komt in orde, we laten je nog wel iets weten”, antwoordde Rikku en we namen afscheid.

Zodra ik had afgelegd, keken Rikku en ik elkaar grijnzend aan en ik zei: “Wat denk je, zuster? Een stukje gaan vliegen?” “Tegen vliegen zeg ik geen nee”, antwoordde Rikku met een prachtige demonische grijns en we spreidden allebei spontaan onze vleugels. Met een lichte sprong en een paar stevige slagen waren we niet veel later al via verschillende tunnels naar buiten aan het vliegen. “Waar beginnen we?” vroeg ik toen we in de lucht waren en Rikku haalde haar schouders op. “Misschien eerst een bezoekje aan Yoko? Die weet meestal de nieuwste mensenroddels”, antwoordde ze en ik knikte. “Je wordt nog slim, mijn zuster”, antwoordde ik smalend en ze botste expres tegen mij aan, waardoor we beiden naar beneden vielen. Lachend herstelden we ons evenwicht en vlogen verder.

“Een goede avond Yoko!” zei ik luid terwijl ik de deur opensloeg. Meteen trok ze het deken hoger over haar lichaam en keek ons dodelijk aan. “Als jullie komen, is het nooit een goede avond”, zei ze kattig en ik grinnikte. “We hebben nieuws nodig over een zekere David Smith”, zei Rikku terwijl ze verveeld naar haar nagels keek. Yoko zuchtte diep, gromde gefrustreerd en ging toen recht staan. Ze begon zich aan te kleden en in het bed zag ik een lijk van een man liggen. “Je bent weer aan het aansterken zie ik?” zei ik en weer keek Yoko mij dodelijk aan. Toen draaide ze zich om en zocht in een kast naar iets. “Het is nodig. Als Halatir slaagt, gaat er een oorlog komen en daaraan wil ik met volle kracht meedoen”, zei ze toen en gooide een krant naar ons toe. Behendig ving Rikku die op en sloeg hem open, om dan te fronsen. “Dat is makkelijk zeg”, zei Rikku lachend en ik keek mee. Er stond een artikel in over iemand die een vos van de berg Fuji had zien wegrennen, met een grote en diepe snee op zijn rug. De afbeelding was ook duidelijk genoeg om die vos te herkennen, maar wat het meeste opviel waren de staarten. “Is dat David?” vroeg ik met een frons en Yoko knikte. “Hij bevindt zich waarschijnlijk in de buurt van de berg Fuji, want dat is de enige melding van hem”, zei ze en tilde het lijk op. “Als jullie mij nu eindelijk met rust willen laten?” zei ze toen en Rikku en ik grijnsden. “Succes met het droppen”, zei ik en ze snoof even. Rikku en ik draaiden ons om en stegen weer op, de nachtelijke hemel in.

“Mooi, gaan we kijken in de buurt van die berg?” vroeg ik, maar Rikku schudde haar hoofd. “Nee, wij gaan eerst iets anders doen. Hoewel ik het niet graag zeg, heeft Yoko wel gelijk: als Halatir slaagt, komt er een oorlog. Zodra hij met dit plan rond David slaagt, zie ik de kans op oorlog met grote sprongen toenemen. Wij moeten ook voorbereid zijn, zuster, want het zal een prachtige strijd worden.” “Dan maar op mannenjacht”, zei ik en ze knikte met een grijns. “Laten we ons beperken tot 2 mannen, anders gaat het opvallen”, zei ik en ze trok een somber gezicht. “Vijf mannen”, zei ze toen en ik schudde mijn hoofd. “3 dan.” “4? We moeten genoeg energie hebben om de omgeving rond mount Fuji te onderzoeken”, zei Rikku en ik zuchtte, om dan te lachen. “Fijn, 4 mannen dan”, zei ik en ze antwoordde: “Top, tot straks!” Toen dook ze naar beneden en ik vloog verder. Waar o waar zitten er krachtige mannen…

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen