Foto bij H35: Luxor ~ Khana

Het wiegen van de boot maakte me vrij slaperig, ondanks dat er een schreeuwende baby was en dat er kinderen heen en weer liepen. Ik had vannacht maar drie uren geslapen, want daarna moesten we meteen vertrekken om deze boot te halen. We waren de Nijl aan het afvaren en af en toe hielden we halt bij een aanleg plaats, zodat de toeristen af de boot konden en nieuwe toeristen konden opstappen. Op die momenten kon ik even in slaap vallen, maar daarna kwamen er altijd wel kinderen die lawaai maakten of baby’s die hun longen uit hun lichaam schreeuwden. Nick liep hier ook ergens op de boot rond, maar ik wist niet meteen waar. Hij vertrouwde me nog steeds niet volledig en ik kon hem geen ongelijk geven. Ik had tenslotte geen antwoord gegeven op die laatste vraag en dat spookte ook nog steeds door mijn hoofd. Zou ik er op antwoorden? Meteen verwierp ik die gedachten, want volgens mij zou hij mij dan absoluut niet meer vertrouwen. Misschien zou ik het vertellen als het echt nodig was, maar voor nu leek het me niet nuttig.

“Mevrouw Davis, we zijn er”, hoorde ik iemand zeggen en ik keek op. Voor mij stond een jongeman in traditionele kledij en ik knikte. Saida had hem de opdracht gegeven ons bij Luxor af te zetten, wat hij dus nu ook keurig aan het doen was. Ik stond op en wandelde naar de reling, wachtend op het moment dat we konden aanmeren. Niet veel later kwam Nick er ook aan en we konden aan land gaan. “Daar is de tempel al, maar ik denk niet dat de sfinxen nu zullen praten”, zei Nick en ik zag de tempel inderdaad al staan. Ik knikte en zuchtte. “Wel, dan moeten we onze avond maar opvullen… Misschien iets te eten zoeken?” vroeg ik en Nick knikte. Het was al avond en we hadden doorheen de dag nog niets gegeten. “Goed plan, laten we maar gaan”, zei hij en we begonnen te wandelen.

Ik had geen idee wat Nick had besteld, maar het smaakte vrij goed. Na het eten besloten we naar de tempel te gaan en onderweg liepen we langs alle sfinxen. De beelden zagen er oud en versleten uit, maar er liep toch een rilling over mijn rug toen ik me probeerde in te beelden hoe ze eruit zagen als ze tot leven kwamen… Hopelijk konden ze wat meer vertellen over Qasim, Saida’s broer, en waren ze niet zo agressief als die sfinx bij de piramides. We wandelden verder en ik zag dat het erg druk was, waardoor ik even zuchtte. Wat verderop zag ik een rustig plekje en terwijl Nick en ik ons door de massa wurmden, botste ik hard tegen iemand op en raakte ondertussen Nick kwijt.

“Sorry, mijn fout”, zei ik tegen de man, maar ik merkte dat hij bleek zag. Zijn ogen stonden zowel suf als bang, maar hij zei niets. Een gesluierde vrouw trok hem echter snel mee en ik zag dat ze op haar hand een tattoo had staan. Het leek op een christelijk kruis, maar de bovenkant was een lus in plaats van een streep. Kort maakten we oogcontact, maar toen verdween ze in de massa, samen met die man. Ik zag toen nog enkele vrouwen met dat rare symbool op hun handen, maar ze verdwenen allemaal. Ondertussen voelde ik hoe mijn hartslag steeg doordat ik nog steeds in de massa stond. Zoveel mensen… Ik kreeg het moeilijk met ademen en het leek alsof ze op mij af kwamen, zodat ik geen lucht meer kreeg. Af en toe leek ik nog die getatoeëerde hand te zien, maar het kon zijn dat ik het me verbeelde. Mijn ademhaling piepte en een paar toeristen duwden me opzij om er langs te kunnen. Voor ik het wist, viel ik op de grond en hoorde ik iemand geschrokken iets zeggen, maar toen werd het zwart. Ik haatte drukke plaatsen…

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen