Foto bij H37: Sfinxen van Luxor ~ Khana

“Khana, wakker worden…”, hoorde ik Nick zeggen en hij schudde aan mijn arm. Met een geeuw wist ik mijn ogen te openen en kwam overeind. Het was donker, maar de lichten die de sfinxen en de tempel verlichtten maakten het minder duister. Nick had een illusie rondom ons gecreëerd, waardoor de andere mensen en de bewakers ons niet zagen. “Is er al iets gebeurd?” vroeg ik en Nick schudde zijn hoofd. “Nee, maar ik weet nu wel wanneer de bewaker ongeveer langs komt”, zei hij en ik knikte. Het was ondertussen al één uur ’s nachts en ik had even geslapen, omdat ik het anders niet meer ging uithouden. Nick gooide iets naar mij en ik ving het, om dan te zien dat ik een chocoladereep was. “Een toerist heeft zijn rugzak hier achtergelaten en daar zaten nog wat snoepgoed in. Er zat ook een bom in, maar die heb ik ontmanteld”, zei hij alsof het doodnormaal was en ik trok een wenkbrauw op. “Oké, bedankt”, zei ik en begon te eten.

Opeens leek het alsof er een schokgolf door mij heen ging en ik hapte naar adem. Ik zag verderop de bewaker doodstil staan en verward keek ik naar Nick. Die keek echter alert naar de overkant en ik zag dat een sfinx daar bewoog. Het leek alsof er een dun steenlaagje van het beeld afviel en een levende sfinx stond op. Nick en ik gingen voorzichtig naar hem toe en midden op de weg naar de tempel bleven we staan. Om ons heen kwamen verschillende sfinxen tot leven en stapten van hun plaats, om dan om ons heen te gaan staan. Ik slikte even, maar voor de rest voelde ik me niet echt nerveus. Ze hadden ons niet spontaan aangevallen, tot mijn opluchting. “Jullie willen ons spreken?” zei één van hen en Nick knikte. Geen begroeting? Maakt dat eens mee… “Ja, we willen jullie vragen of jullie kunnen zeggen waar Qasim Daivari is. Hij is een mens”, zei Nick en er kwam een sfinx uit de groep naar voor, om vlak voor ons stil te staan.

“Hij werd aan mij toevertrouwd, maar de priesteressen van Nephthys hebben hem opgeëist”, zei hij en ik keek hem verward aan. “Wat bedoelt u daarmee?” vroeg ik voorzichtig en de sfinx keek me recht aan. Hij was even stil, maar zei toen: “Ze gaan hem morgen middag offeren in de tempel van Isis. Hij is een crimineel.” Ik wou protesteren, maar Nick keek me aan en schudde zijn hoofd. “Bedankt voor het antwoord, dan gaan wij nu”, zei hij en de sfinx hield zijn hoofd schuin, maar knikte toen. “Kunnen we de mens niet houden?” hoorde ik opeens vlak bij mijn oor achter mij en geschrokken draaide ik me om. Verschillende sfinxen waren vlak achter mij komen staan en keken mij met een hongerige blik aan. “Ja, we hebben al een tijdje niets meer gegeten!” zei een andere sfinx instemmend en ik liep wat achteruit. Ze kwamen op mij af, maar een oudere sfinx riep: “Genoeg! Keer terug naar jullie plaats, dwaze jongelingen!” Mokkend draaiden de sfinxen zich om en liepen weg. Mijn hartslag daalde terug wat en ik kon het niet laten om opgelucht te zuchten.

Zonder nog een woord te zeggen, keerden ook de anderen sfinxen terug en net voordat ze versteenden, zei eentje nog: “Verstop jullie maar, de bewaker gaat terug bewegen als we weer versteend zijn.” Snel liep ik met Nick naar de dichtstbijzijnde sfinx en net op tijd. De bewaker stapte ons voorbij en ik ging even zitten. “Tempel van Isis…”, mompelde Nick nadenkend en ik dacht na. Er was iets dat ik over het hoofd zag… Opeens wist ik het weer en ik zei: “Nick, ik heb Qasim gezien vandaag! Die man die door vrouwen werd meegenomen…” Nick keek verbaasd op en begon heen en weer te wandelen. “Dat wilt zeggen dat die dienst enkel door vrouwen wordt uitgevoerd… in de tempel van Isis, maar waar is die?” zei hij toen en ik zocht in mijn handtas naar een kaart.

Zodra ik die had gevonden, opende ik hem en liet hem aan Nick zien. Hij pakte een deel vast en keek mee. “Wij zijn hier, in Luxor…”, zei ik en wees een bolletje aan, waarna ik vervolgde: “… en dat daar is de tempel van Isis, op het eilandje Philae.” “Dus we moeten weer een boot hebben”, zei Nick en ik knikte. “Liefst, ik heb geen zin om in de Nijl te gaan zwemmen”, antwoordde ik en hij glimlachte even. “Ik zal Saida verwittigen, maar waar overnachten we dan?” vroeg hij en ik haalde mijn schouders op. “Ik kan momenteel overal wel slapen, dus voor mij moet het niet al te luxueus zijn”, antwoordde ik en hij knikte. Ik was moe en mijn voorkeur ging nu gewoon uit naar enkele uren slaap. Hij wees naar de tempel achter ons en vroeg: “Is het dan goed dat we in de tempel overnachten? Ik kan nog wel een simpele illusie in stand houden daar.” “Ja, ik ben de temperatuur toch al wat gewoon door het wachten”, zei ik en we liepen de tempel onopgemerkt in, dankzij de illusie van Nick.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen