Foto bij Chapter 2

Avery Autumn Lagorio

Ik laat mijn blik naar mezelf in de spiegel glijden. Mijn bruine haren, die als ik ze los laat hangen net tot onder mijn borsten vallen, heb ik netjes opgestoken in een knot. Mijn groene ogen, eigenlijk het enige bewijs van wat had moeten zijn, kijken me strak aan in de spiegel. Ze zijn onopgemaakt, maar dat haalt nog steeds niet de natuurlijke schoonheid weg die ik van mijn moeder heb geërfd.
Ik slik als ik denk aan het moment dat ik me om moet kleden, dat alles weer opnieuw gaat beginnen. Alles wat ik tijdens de zomervakantie heb moeten verkroppen, tijdens die verschrikkelijk zomervakantie. Ik knijp mijn ogen dicht, maar deze keer verdring ik de neiging om terug te gaan in de tijd, om weer te denken aan wat er gebeurd is. De momenten dat ik moet gaan slapen of een rustmomentje heb, zijn al erg genoeg.
De scherpe pijn in mijn borst herinnert me eraan wat er tijdens het vorige diner gebeurd is, wat weer benadrukt wat er na mijn elfde verjaardag gebeurd is. Maar nee, nu wil ik er even niet aan denken. Nu wil ik er heel even niet mee bezig zijn. Ik wil ze niet het geluk gunnen. Ik wil ze niet het geluk gunnen dat ik weer begin te huilen.
Ik laat mijn blik afdwalen naar de dure rok die mijn moeder voor me heeft gekocht toen ik vijftien was. Het enige heldere moment, het enige moment dat ze dat voor me wilde doen. Maar dat was nadat ze haar plannen had gemaakt en nadat ze deze kenbaar aan mij had gemaakt. Opeens was er een verklaring voor haar zoetsappige gedrag, voor de verandering in haar attitude die zo plotseling was, dat ik het niet nog altijd niet kan begrijpen.
Mijn slanke vingers dwalen af naar de ketting met het groene embleem van de afdeling waar ik zo van hield. Nee, waar ik nog steeds zo van hou. Ik draag de ketting enkel als mijn ouders het niet zien, want als ze weten dat ik het draag, dan worden ze vast woest. Ik doe de ketting uit vanaf het moment dat ik in de trein stap en verberg hem net zo lang onder mijn kleren totdat mijn ouders uit het zicht zijn.
Voor één laatste keer til ik de ketting op. De steen die aan de ketting hangt, heeft een smaragdgroene kleur en glimt telkens als er een lamp of als de zon erop schijnt. De steen zelf wordt omgeven door vier kleine diamantjes die zich als een barrière om de steen opgesteld hebben, alsof het zo kan voorkomen dat de steen afbreekt als ik de ketting per ongeluk zou laten vallen.
Het is een erfstuk dat ik voor mijn vijftiende verjaardag heb gekregen. Niet omdat mijn moeder zo veel van me houdt, maar omdat… Ik schud mijn hoofd. Nee, ik ging er niet meer aan denken, dus dat is dan ook precies wat ik ga doen.
“Doe dat af,” zegt iemand plotseling op een botte toon tegen me.
Wanneer ik me omdraai, zie ik dat mijn moeder achter me staat. Ze heeft een kille blik in haar groene ogen, waardoor het lijkt alsof ze me elk moment kan vergiftigen met die blik van haar.
“Ik wil niet dat je het mee draagt naar school. Ik wil niet dat je het draagt op díe kleren.”
Met een vieze blik kijkt ze naar de koffer, waar mijn gewaad opgeborgen ligt. Als het aan mijn moeder had gelegen, zou ze het nu al verbrand hebben. Ik houd de koffer instinctief dichter tegen me aan en wil het liefste iets terug zeggen, maar ik weet dat ik het me niet kan permitteren om hier een scène te schoppen. Ik moet situatie niet erger maken dan ze nu al is. En dus doe ik de ketting met pijn in het hart af en geef hem aan mijn moeder.
De rook die plotseling met een snerpend geluid op komt waaien uit de locomotief geeft aan dat de Hogwarts Express dadelijk gaat vertrekken. Mijn moeder gunt me niet eens een blik waardig, maar loopt in plaats daarvan naar Steven toe, mijn broer.
Ik draai me snel weg van het tafereel zodat ik niet hoef te zien hoe mijn moeder drie kussen op de wang van mijn broer drukt en hem een knuffel geeft. Ik loop het trapje op dat me toegang geeft tot de verschillende coupés van de trein en gun mijn ouders geen blik mee waardig, net zoals zij dat ook niet bij mij doen.
De trein komt in beweging en in eerste instantie zit ik lekker rustig en alleen. Net wanneer ik mijn boek tevoorschijn wil halen, komen er opeens drie meisjes binnen. Ik kan aan hun gewaden zien dat het Gryffindors zijn. Ze giechelen aan één stuk door en na een tijdje irriteert het me, dus sta ik op en loop uit de coupé.
Shit. Nu dat de trein vol zit, zal het wel onmogelijk voor me worden om een coupé te vinden. Toch ga ik opzoek. Ik ben nog maar net voorbij de vierde coupé als ik plotseling iets tegen mijn voet voel stoten. Ik reageer te laat en kan niet voorkomen dat ik naar voren hel, waarbij ik mijn evenwicht verlies en vervolgens hard op mijn handen en knieën val.
Achter me hoor ik gelach en het kost me niet veel moeite om uit te vinden wie deze stunt uit heeft gehaald.
“Gaat-ie lekker, trut?”
Zonder over mijn schouder te kijken, duw ik mezelf omhoog en wil verder lopen. Ik heb hier geen zin in. Niet nog eens. Ik heb deze confrontatie al eens gehad en het wordt telkens door dezelfde persoon uitgehaald. Ik dacht dat hij me zou steunen, ik dacht dat hij me zou verdedigen, maar aan het einde van de rit was ik enkel maar een lokaas zodat hij toenadering kon zoeken tot mijn vader.
Hij heeft er altijd een hekel aan gehad dat ik het beter kon vinden met mijn vader en dus heeft hij zijn kans gegrepen toen het onvermijdelijke gebeurde. En sindsdien hebben mijn ouders een hekel aan mij en kan hij gewoon zijn gang gaan.
Ik voel dat een hand zich sluit om mijn pols en kijk eindelijk over mijn schouder, recht in de groene ogen van mijn broer, Steven. Steven is mijn tweelingbroer en de belangrijkste schakel in ons gezien, aangezien hij de opvolger van mijn vader is. Hij wordt geacht om ons bloed en onze achternaam voort te zetten als hij oud genoeg is. En mijn moeder heeft iets voor mij geregeld waardoor ik volgens haar zonder schande ook hun bloed kan voortzetten, gemixt met het bloed van een andere belangrijke factor.
Diegene die gesproken heeft, is Lander. Hij is de beste vriend van Steven en komt, net als Steven en ikzelf, uit een pure-blood familie. Zijn vader werkt op dezelfde afdeling in the Ministry of Magic als onze vader, wat hem laat denken dat hij zowat de beste van zijn afdeling is.
Ik ruk mijn pols ruw uit Steven’s grip en loop dan, onder het geschaterlach van een aantal Slytherins, snel naar het einde van de gang. Al stap ik van deze trein af en eindig ik mijn leven, maar ik wil dit niet opnieuw meemaken. Ik wil de confrontatie niet opnieuw aangaan.
Ik wil niet opnieuw de controle verliezen.


Hogwarts Express - Zweinsteinsexpress
Gryffindor - Griffoendor

Reacties (2)

  • Histoire

    Sympathiek personage. Het is mooi dat je haar eenzaamheid neer weet te zetten. Dan kan ik meteen vanaf hoofdstuk twee met haar meeleven. Dat heb je goed gedaan. (;

    1 jaar geleden
  • Teal

    Waaa zo leuk!!!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen