Foto bij Chapter 4

Avery Autumn Lagorio

Ik heb het moment om mezelf om te kleden tot het laatste uitgesteld. Mijn gewaad valt wijd langs mijn lichaam, mijn rok tot net boven mijn knieën en mijn stropdas en overhemd heb ik netjes dichtgeknoopt. Na het twee maanden niet meer gedragen te hebben, moet ik er weer even aan wennen, maar ik weet dat dat slechts tijdelijk is.
De regendruppels die langs de ramen glijden en een wedstrijdje doen om het eerste beneden te zijn, kondigen aan dat het slecht weer is. Ik kan me eigenlijk weinig avonden herinneren dat het echt helemaal droog bleef. Ik ben ook blij dat het enkel in het eerste jaar een traditie is om met de boten over het meer te gaan.
Ik kan me nog steeds herinneren hoe hallucinant het beeld van het kasteel met al zijn glorie was vanuit de boot op het water gezien. De maan wierp een felle gloed over het glimmende water en het kasteel had vanuit mijn perspectief immens geleken. En ook behoorlijk intimiderend.
Niet alleen het uitzicht van het kasteel was hallucinant. Ik kan me nog meer dingen van dat jaar herinneren dat de stemming bij mij compleet heeft doen omslaan. Ik slik en terwijl ik naar buiten kijk, wortelt dat zware gevoel zich weer in mijn binnenste. Dat gevoel om aan een nieuw jaar te beginnen.
Nog één jaar. Nog één jaar en dan begint het echte leven. Dan begint de echte ellende. Ik kan er niet aan denken, wil er niet te lang bij stilstaan. Dan gaat mijn lichaam weer trillen, voel ik weer die drang om over te geven en heb ik het gevoel alsof ik niets meer kan eten. En dat dagen aan een stuk.
Ik houd mijn hand tegen mijn rommelende buik gedrukt en heel even ben ik bang dat ik weer last ga krijgen van maagkrampen, wat een slecht idee is gezien het feit dat het nog zeker een half uur duurt eer dat ik aan zal komen op het kasteel. Misschien als ik de eerste koets weet te bemachtigen dat ik sneller zal zijn dan de rest, maar dat is niet met zekerheid gezegd.
De trein stopt en snel loop ik naar de uitgang toe zodat ik uit kan stappen, weg uit deze benauwde ruimte. Hoewel het buiten waait en regent, is het hierbinnen aangenaam verwarmd. Of was het hier aangenaam verwarmd, totdat ik weer over alles begon na te denken en het extra benauwd kreeg.
“Zwadderaars eerst!” hoor ik iemand zeggen, waarna ik vervolgens een harde stoot in mijn zij krijg.
Ik weet al bijna wat er nu gaat komen en snel houd ik mijn handen naar opzij, maar ik ben te laat. Ik voel een harde duw in mijn rug en verlies mijn evenwicht. Ik tuimel naar voren, recht van het trapje af en val voorover. Het harde grind doet zeer onder mijn armen, al zeker als ik er met een harde klap op terechtkom. Mijn wang klapt tegen de grond aan en ik hap naar adem als de lucht voor heel even uit mijn longen geperst lijkt te worden.
Achter me hoor ik gelach. De andere leerlingen weten wel beter dan zich om mij te bekommeren en ik hoor hoe haastige voetstappen langs mij komen, op weg gaande naar de koets. Ik weet dat er geen enkele professor in de buurt is om me te helpen en dat niemand de persoon die mij heeft geduwd zal verklikken, dus daar hoop ik ook niet op.
Ik voel hoe een voet zich plant in mijn rug zodat ik niet overeind kan komen en wanhopig denk ik aan de koets die ik nu misloop. Het idee dat ik over meer dan een half uur pas op Hogwarts aan zal komen, maakt me paniekeriger dan ik wil toegeven. En natuurlijk kan ik mezelf op proberen te tillen, maar de waarheid is dat mijn armen ontzettend veel zeer doen en dat ik het gevoel heb alsof ik geen energie meer heb om overeind te komen.
En even, heel even, krijg ik het idee om hier te blijven liggen. Om niet naar het kasteel te gaan, maar te hopen dat ze mij zullen vergeten en… en dan? Wat ga ik dan doen? Ik kan niet terug naar mijn ouders en in Hogsmeade zullen ze ook geen plaatsje voor me hebben.
Ik word net zo lang tegen de grond gehouden totdat iemand roept dat diegene die me tegen de grond houdt op moet schieten omdat de koetsen zo zullen vertrekken. De ijskoude regen slaat genadeloos op me neer, dringt door mijn kleren en verkilt me tot op het bot. Ik besef me dat ik geen reservegewaad heb meegenomen en dat ik dus aan één van mijn afdelingsgenoten zal moeten vragen om een spreuk te gebruiken om het water eruit de krijgen.
Mijn wangen worden rood van schaamte bij dat idee.
Het lijkt een eeuwigheid te duren, maar dan verdwijnt de voet en kan ik eindelijk overeind komen. Zware wolken trekken zich samen boven mijn hoofd en in de verte hoor ik het gerommel van onweer, wat me onwillekeurig doet denken aan de avonden dat ik samen met mijn broer onder mijn dekens ging zitten om ons te beschermen tegen het felle, hevige onweer buiten.
Ik hoor dat de koetsen in beweging komen en wil beginnen met rennen, maar ik weet dat ik het niet haal. Net zoals vorig jaar en dat jaar ervoor zal ik ook deze keer naar Hogwarts moeten lopen. Ik klem mijn kaken op elkaar van frustratie, maar weet dat er niks aan te doen is.
Ik begin te lopen en sla mijn armen stevig over elkaar heen zodat ik hopelijk de kou een beetje buiten kan houden, maar het heeft geen nut. Nat grind kleeft aan mijn kleren en een stekende pijn gaat door mijn onderarmen, wat wil zeggen dat ik ze geschaafd heb.
Lichtflitsen verlichten de omgeving en de schaduwen van de bomen geven een intimiderend beeld van hoe mijn omgeving er op dit moment uitziet. Als ik op de tippen van mijn tenen ga staan, kan ik nog net het topje van de hoogste toren van Hogwarts zien. Het grind knerpt onder mijn schoenen en ik houd mezelf voor dat als ik goed in beweging blijf, de kou vast minder zal worden.
Plotseling wordt de hemel opnieuw opgelicht door een lichtflits en voordat ik kan beginnen met tellen, hoor ik een luide klap. Ik voel mijn hart in mijn keel zakken als ik de grond voel trillen en vervolgens iets lichts op me af zie komen.
Is dit het einde?


Hogsmeade - Zweinsveld

Reacties (1)

  • Teal

    Waaaauw zo nice

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen