Foto bij Scar 77

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik had nooit gedacht dat ik Kaiden ooit nog zou zien,' zegt ze met monotone stem en eindelijk kijkt ze me aan. Haar blik is koud; niet uit woede, maar omdat ze niet meer weet hoe ze warm moet zijn, 'maar hij leefde nog wel.'
Ik leg voorzichtig een hand op haar knie en ik kijk naar haar voor wie ze ook is: het kind dat dingen heeft gedaan die ze zichzelf niet heeft kunnen vergeven, ook al deed ze het alleen omdat ze wilde overleven, omdat ze alle kapotte dingen weer wilde genezen. Ze heeft haar familie, die geen familie is, achtergelaten en heeft haar broertje niet meer mogen nemen - en nu is hij kwijt en is ze hem kwijt. Ze wil vrij kunnen zijn, maar ze heeft geen idee hoe ze zichzelf kan vergeven en ik heb geen idee hoe ik haar kan helpen.
Ze wendt haar blik af en herhaalt, meer tegen zichzelf dan tegen mij: 'Maar hij leefde nog wel.'

Het is half een 's middags wanneer ik een bak yoghurt voor haar neus op tafel zeg en zeg: 'Eet iets.'
Ze kijkt naar me op, haar gezicht bleek en deegachtig. Ik wil haar in mijn armen nemen, in bescherming nemen, maar ik zou niet weten hoe. Ze wendt haar blik weer af en mompelt: 'Ik heb geen honger.'
Ik haal een hand door mijn haar en slik een beginnende brok in mijn keel weg. Ik voel me zo machteloos. Ik haal diep adem, ga zitten, en probeer smekend haar blik te vangen.
'Alsjeblieft.' Mijn stem kraakt een beetje.
Ze is heel lang stil. Dan zegt ze: 'Ik heb net een foto van hem opgezocht. Van hoe hij er nu uitziet. Of uit heeft gezien, een paar weken geleden, toen hij nog leefde. Ik weet hoe hij eruitziet. En ik weet hoe bloed eruitziet. En ik weet hoe lijken eruitzien. Dus ik kan me een aardige voorstelling maken van hoe hij eruit heeft gezien.' Ze schuift de yoghurt van zich af. 'Ik heb dus geen honger.'
Haar verdriet heeft ruimte gemaakt voor een soort kilte - en ik weet niet precies welke ik lastiger vind om mee om te gaan.
'Alsjeblieft,' zeg ik en ik raak zachtjes haar arm aan. 'Alsjeblieft, doe het dan in ieder geval voor mij.'
Weer een moment van stilte. Dan begint ze het bakje leeg te lepelen en ik voel mijn verstarde schouders iets ontspannen. Iets.
‘Hoe voel je je?’ vraag ik zachtjes wanneer ze klaar is.
Ergens verwacht ik een snibbig, afsnauwend antwoord, maar dat doet ze gelukkig niet.
‘Hoofdpijn,’ antwoordt ze in een zucht en ze wrijft over haar voorhoofd.
Ik strijk even over haar rug en zeg even een pijnstiller te gaan halen. Ik kom terug met een Advil en een glas water. Ze slikt het weg en drinkt de rest van het glas leeg. Dan staat ze op en zet ze het weg op het aanrecht. Voordat ze terug kan lopen, kom ik ook overeind en ik loop voorzichtig naar haar toe. Ze kijkt me vragend aan en het duurt even voordat ik erin slaag iets te zeggen.
‘Hoe kende je...’ Ik twijfel even terwijl ik mijn vraag opnieuw formuleer. ‘Wat is je verleden met Dmitri?’
Haar blik wordt glazig en even heb ik er spijt van dat ik het heb gevraagd. En dan: angst, het soort angst dat elke centimeter van haar gezicht overneemt. Haar kaak verstrakt en alle kleur trekt weg uit haar gezicht om haar een geestachtig bleke uitdrukking te geven. De kwetsbaarheid die op haar gezicht verschijnt zorgt ervoor alsof ze op een kind lijkt waar tegen geschreeuw wordt. Het maakt mij zelf ook doodsbang.
'Hoezo denk je dat er een verleden tussen mij en Dmitri is?' vraagt ze, maar niet alsof ze het wil ontkennen. Ze is oprecht benieuwd.
'Omdat je bang voor hem bent.'
'Ik ben ook bang voor mijn broer.'
'Ja, en dat komt onder andere omdat hij je op zijn vijftiende verjaardag heeft lopen waterboarden,' zeg ik. 'Wat heeft Dmitri met je gedaan?'
Ze slikt en wendt haar blik af.
'Ik ben banger voor Dmitri dan voor mijn broer. Ze zijn allebei zonder twijfel bereid me iets aan te doen, maar Dmitri... Dmitri zou er het meeste plezier in hebben,' zegt ze.
'En waarom is dat zo?' probeer ik voorzichtig.
'Hij is labiel. Hij is echt... echt heel erg gestoord. Het komt bijna in de buurt van de mate waarin mijn vader gestoord is, maar dan... anders. Hij heeft geen goede, logische reden voor dingen nodig. Hij is niet berekenend. Het is... Het is moeilijk uit te leggen.' Ze zucht en sluit haar ogen. Even rust ze haar gezicht in haar handen, maar dan kijkt ze op. ‘Heb je ooit gevochten?’
Ik vraag me af of hij met willekeurige mensen gevochten heeft of met iemand die dichtbij haar staat, want het is wel duidelijk dat, wat hij ook gedaan heeft, veel impact gehad heeft. Ondanks dat ik niet precies weet hoe relevant het is, antwoord ik: ‘Ja.’
Op de middelbare school en toen ik nog mijn vervolgopleiding deed, ben ik wel eens in een knokpartij beland. Meestal was het niks serieus. Ik weet alleen nog wel een keer, toen ik zestien was, een of andere klier uit het eindexamenjaar in de schoolkantine iets heel naars (ik weet niet meer wat) over Marco zei terwijl zowel Marco als ik er gewoon bij stonden. Ik heb hem letterlijk bij zijn keel gegrepen, van de grond getild en vlak op zijn rug op de grond gegooid. Iedereen verwachtte dat ik bovenop hem zou duiken of dat er echt een gevecht uit zou breken, maar ik stapte gewoon naar achteren en wachtte tot een docent zou komen om kwaad op me te worden. Ik ben daar enorm voor in de problemen gekomen.
‘Ben je wel eens in elkaar geslagen?’ vraagt ze dan verder. Ze staart afwezig voor zich uit, haar blik dof en haar ogen glazig.
Ik voel mijn maag samenknijpen. Als dat iets met Dmitri te maken heeft, draai ik door.
‘Ik heb wel eens een paar rake klappen gehad,’ antwoord ik dan toch. Ik wacht wel tot ze zelf tot haar conclusie komt. Ik durf er niet naar te vragen.
Ze schudt haar hoofd en kijkt me heel even aan, maar alsof mijn blik brandt, draait ze haar hoofd weer weg. ‘Ik bedoel écht in elkaar geslagen. Oneerlijk in elkaar geslagen. Dat je echt in een hoekje getrapt bent en dat je op de grond bloed op ligt te hoesten en denkt dat je doodgaat of zo. Echt genadeloos in elkaar geslagen.’
Mijn handen ballen zich tot vuisten. Ik heb moeite om mijn stem onder controle te houden wanneer ik met opeengeklemde kaken vraag: ‘Wat heeft Dmitri gedaan?’
Ze bijt op haar lip en ik zie dat haar ogen zich met tranen vullen. Ik zou mijn armen om haar heen willen slaan en haar troosten, maar ik ben te opgefokt en gespannen. Het voelt alsof mijn woede haar zou breken als ik haar aanraak.
‘Ik woonde nog in Frankrijk. Hij kwam langs en blijkbaar dacht hij... dat je gewoon iemand kon vertéllen dat je met diegene ging trouwen. Als een bevel.’ Haar stem klinkt bitter. ‘Ik zei nee - natuurlijk zei ik nee - en hij... draaide door. Tegen de tijd dat hij klaar was...’ Ze haalt even diep adem en ze kijkt weg. ‘Hij... ik... ik had drie ribben gebroken. En mijn rechterarm en hand en sleutelbeen ook. En ik... en ik had een ingeklapte long. En een hersenschudding.’
Die man was in mijn huis. Even vraag ik me af waarom ze het me niet had verteld, maar dan besef ik me dat het logisch is. Als ze het me toen had laten weten, was ik een gevecht begonnen.
‘Was dat voor of nadat je...?’ verkracht werd? Het lukt me niet om de zin hardop af te maken.
‘Erna,’ antwoordt ze schor, want ze weet precies wat ik bedoel.
Ik klem mijn kaken op elkaar. Ik begin echt heel kwaad te worden, maar ik weet dat ik me in moet houden. Ik wil niet dat ze misschien bang wordt.
‘Dmitri heeft je in elkaar geslagen?’
‘Ja.’
‘Toen je zeventien was?’
‘Achttien. Ik was net achttien. Daarna ben ik meteen verhuisd.’ Ze bijt op haar lip om de tranen binnen te houden.
‘Dezelfde Dmitri die in mijn appartement was?’
Ze slikt. ‘Ja.’
Ze knippert verwoed een paar tranen weg, maar een daarvan ontsnapt toch uit haar linkeroog. Ondanks dat mijn bloed kookt en mijn huid brandt, leg ik een hand op haar wang en veeg ik de traan met mijn duim weg. Ik voel een steek in mijn borstkas op het moment dat ze haar hand op de mijne legt en haar hoofd tegen mijn handpalm leunt. Ik laat mijn armen om haar heen glijden.
'Als... Als ik had geweten dat hij je dat je aan heeft gedaan, had ik...' Ik maak mijn zin niet af. Er zijn zoveel dingen die ik dan had gedaan.
'Ik weet het,' zegt ze schor.
Na een tijdje maakt ze zich van me los.
'Sorry. Ik moet even iets doen,' zegt ze en ze probeert heel onverschillig te klinken, wat om diezelfde reden juist jammerlijk mislukt.
'Wat dan?'
'Ik moet even iemand bellen.'
Ik kijk haar onderzoekend aan en automatisch vernauwen mijn ogen iets, wat er waarschijnlijk heel wantrouwig uit moet zien, maar ik kan niet ontkennen dat ik niet helemaal gerust ben over de situatie.
'Oké,' antwoord ik een tikkeltje vragend.
Ze leent even mijn laptop en een paar minuten is ze gefocust bezig met allemaal dingen die ik absoluut niet begrijp, maar er verontrustend hacker-achtig uitzien. Dan neemt ze een nummer van het beeldscherm over in haar telefoon en heel lang staart ze naar de beltoets, bijna alsof het haar fysiek pijn doet. Dan raapt ze zich met een zucht en heel veel tegenzin bij elkaar en begint ze te bellen. Haar hand is verrassend vast wanneer ze de mobiel bij haar oor houdt, ook al trilt er een spiertje in haar wang.
Het duurt even tot er opgenomen wordt. En dat er opgenomen wordt, maakt het niet per se beter. Absoluut niet.
Paige praat tegen iemand in het Russisch, minutenlang, zonder ruimte voor onderbrekingen aan de andere kant van de lijn. Eerst is haar stem koud en kalm. Dan lijkt er een beetje verdriet door te breken. En dan een hele hoop. En dan woede, vol walging en wroeging en minachting. Ze sist beschuldiging na beschuldiging in de telefoon en ik kijk haar de hele tijd gespannen aan, maar ik kan absoluut niet opmaken wat ze zegt of tegen wie ze praat. Wanneer ze klaar is met haar pleidooi, krimpt ze nog voordat er iets geantwoord wordt ineen, als een kind dat op haar vingers getikt wordt. Ze lijkt zich schrap te zetten, met een bleek gezicht en vertrokken gezichtsuitdrukking.
Ik hoor versta niet precies wat er terug wordt gezegd, maar het is een ijskoude mannenstem, verassend monotoon. Hij verheft zijn stem niet. Paiges blik lijkt vlakker te worden zodra ze zijn stem hoort en ik vermoed dat het iets met Kaiden te maken heeft, maar ik weet niet wie het is. Dan hangt hij op en legt Paige haast voorzichtig haar telefoon weer neer.
'Wie was dat?' vraag ik terwijl ik bij haar ga staan, met mijn heup leunend tegen de tafel.
Ze kijkt me niet aan. Ze staart alleen voor zich uit en antwoordt afwezig: 'Mijn vader.'
Oh.
Ik had het eigenlijk aan kunnen zien komen, maar toch verbaast het me. 'Voor het eerst in veertien jaar?'
'Ja.'
'Wat... Wat heb je tegen hem gezegd?'
Ze kijkt me nu toch eindelijk aan.
'Dat ik hem aansprakelijk houd voor Kaidens dood, onder andere.' Ze slikt. 'En voor de mentale toestand van mijn broers. En... En eigenlijk van alles, maar het kwam neer op Kaiden.'
'Hoe reageerde hij?' vraag ik.
Ze slikt. 'Geen idee. Hij heeft niet gezegd wat hij echt dacht. Dat weet ik zeker. Hij was te diplomatiek. En ik was te bang om het helemaal te verstaan. Ik denk niet dat hij iets gaat doen. Hij gaat gewoon in Rusland zitten en me haten, hem kennende. Het enige wat ik gedaan heb, is hem meer reden geven om me nooit meer te willen spreken. Hij neemt nooit wraak wanneer het geen zin heeft.'
'Oké,' zeg ik zachtjes en ik sla mijn armen om haar heen, waarna ze hetzelfde doet. Ik druk een kus tegen haar slaap en rust mijn kin daarna op haar hoofd.
Een tijdje staan we daar zo, in stilte pijn te lijden. Dan maakt ze zich van me los en zegt ze: 'Ik denk dat ik gewoon even naar mijn eigen appartement ga. Ik moet wat dingen regelenen en rekeningen betalen en Ody verzorgen en echt van alles. Ik heb een hele hoop dingen de laatste tijd voor me uit zitten schuiven. Ik... Ik moet me nu even gewoon op wat dingen kunnen focussen en mezelf weer terug in de realiteit krijgen. Oké?'
'Oké. Wil je dat ik meega?'
'Nee, sorry. Ik... Ik moet gewoon even alleen zijn. Als ik bij jou ben is het te makkelijk om te denken dat de wereld een mooie plek is en ik... ik moet even denken. Snap je?'
Ik knik bedachtzaam. 'Bel me gewoon als er iets mis is, oké?'
'Oké.'
'Beloof het me.'
Ze rolt met haar ogen en forceert een glimlach die niet door het verdriet op haar gezicht heen weet te breken.
'Ik beloof het.'

Om een uur of tien in de avond word ik gebeld. Het is Paige.
‘Hey, gaat het?’
‘Nathan.’ Ze slikt en de toon in haar stem zorgt ervoor dat elk spoortje ontspanning in mijn lichaam plaatsmaakt voor een verstikkende bezorgdheid. ‘Met Paige. Ik… ik ben een tijdje weg. Ik wilde het even zeggen zodat je me niet als vermist opgeeft of zo. Het heeft geen zin.’
Het duurt heel lang totdat ik eindelijk kan stamelen: ‘Wat? Waar…? Voor hoe lang?’
Haar ademhaling beeft en even klinkt het alsof ze in tranen uit gaat barsten, maar dan raapt ze zichzelf bij elkaar en zegt ze: ‘Dat weet ik niet. Doe gewoon niks doms, oké?’
'Wat is er aan de hand? Ben je in gevaar?'
Het klinkt alsof ze een snik weg moet slikken.
'Nathan, weet dat ik er alles aan doe om weer thuis te komen. Maar, alsjeblieft. Als ik na een week niet terug ben, wil ik dat je verdergaat met je leven. Probeer er niet achter te komen wat er gebeurd is, want het gaat je niet lukken. Geloof me. Dit ligt buiten je macht. En je moet alles wat je over mijn verleden weet vergeten.'
'Hoezo? Paige, alsjeblieft. Alsjeblieft.'
'Vertel niemand erover. Over wat dan ook. Het spijt me zo.' En ze begint te huilen. En ik zeg haar naam. Vragend. Smekend. Wanhopig. Keer op keer. Na een tijdje zegt ze: 'Als ik niet... Als ik na een week niet terug ben, weet dan dat een leven met jou het mooiste leven is wat ik nooit heb kunnen leiden.'
Ik haal geen adem meer. Ik kan geen adem meer halen. Ik kan nooit meer ademhalen zonder haar.
'Gaat het om degene die Kaiden vermoord heeft?' vraag ik, doodsbang.
'Nathan, ik moet gaan.'
‘Paige, wat is er aan de hand?’ stoot ik uit, maar ze hangt al op. ‘Paige!?’
Ik probeer haar te bellen. En daarna opnieuw. Maar ze neemt niet meer op. Het lijkt wel alsof ze van de aardbodem verdwenen is.

Hi, lezers. Ik vertrek vandaag op vakantie naar een plek waar de internetverbinding niet supertop zal zijn, dus dit is het laatste hoofdstuk voor een paar weken. Donderdag 25 juli zal het eerstvolgende hoofdstuk weer geactiveerd worden. Het spijt me van de cliffhanger.

Reacties (4)

  • Shibui

    Nu moet ik zo lang wachten met zo'n cliffhanger.(N)
    Maar wel een fijne vakantie!

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    OH NEE! Ik hoop echt dat Nathan achter Paige aangaat!

    1 jaar geleden
  • Allmilla

    ... god zeg, moet ik nu voor 3 weken wachten voordat er een nieuw hoofdstuk komt?:|En ik heb het verhaal net volledig gelezen...:(Maar ik wacht wel, want dit verhaal is echt ongelooflijk goed!(hoera)Je hebt er een abo bij:)

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Het laatste hoofdstuk voor een paar weken en dan deze cliffhanger!? Fijne vakantie wel!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen