Foto bij H40: Tempel van Isis ~ Khana

Het was druk in de tempel. Massa’s toeristen liepen heen en weer terwijl acteurs de ambachten van de oude Egyptenaren uitbeelden in de kledij van vroeger. “Khana, als je… laat maar”, zei Nick met een blik op mijn paniekerig gezicht en hij trok me mee langs de toeristen. Ondertussen keek hij ook zoekend rond en ik probeerde mezelf te kalmeren, om hem te kunnen helpen. Op een iets rustigere plek stonden we even stil en bekeken we de menigte. “We moeten een priesteres van Nephthys vinden, zodat we die kunnen volgen”, zei Nick en ik knikte. Opeens zag ik verderop een gesluierde vrouw om zich heen kijken en dan een gang in te lopen. “Nick, daar! Aan de overkant zag ik iemand verdacht”, zei ik meteen en hij keek erheen. “Laten we haar volgen… Oh ja, probeer me een vrouwelijke naam of zo te geven, het is raar om een vrouw Nick te noemen geloof ik…”, zei hij en trok me al mee door de massa. “Fijn dan… Nicky”, zei ik en hij keek me fronsend aan. “Nicky, serieus?” vroeg hij verontwaardigd en we liepen de gang in.

“Dat is de enige manier dat ik jouw naam kan onthouden en als ik me zou verspreken, moet ik gewoon nog die ‘y’ erachter plakken”, antwoordde ik verdedigend en hij zuchtte. “Al goed, al goed… Hier loopt de gang dood”, zei hij opeens en voor ons was een muur. “… maar…”, zei ik verward, maar Nick begon al de muren te onderzoeken. Een geheime doorgang, natuurlijk… We bleven even zoeken, maar we vonden niets. “Nick… y… we moeten voort doen. Het is al voorbij 11u30”, zei ik toen toch wat bezorgd en hij vloekte even. Hij sloot even zijn ogen, maar zuchtte toen gefrustreerd en keek op. “Ik kan mijn krachten hier weer niet gebruiken, toch niet zoals normaal”, zei hij en ik keek om me heen. “Wacht eens…”, zei hij opeens en ik zag hoe hij zich concentreerde.

Ik zag het zand onder mijn voeten bewegen en er kwam een symbool tevoorschijn. “Een ankh… wat moeten we hiermee doen?” vroeg ik en Nick knielde bij het symbool neer. Toen wreef hij over de lus en keek naar boven, waarna hij grijnsde. “Wel heb je ooit…”, zei hij verwonderd en ik zag in het plafond een hendel zitten. Nick sprong omhoog en trok aan de kleine hendel, waarna er een zachte klik klonk en de muur voor ons opzij schoof. Er klonk ook meteen gepraat en Nick en ik keken elkaar even aan. “Kom, opschieten”, zei hij toen en we liepen de gang in. De muur schoof automatisch terug toen we erdoor waren en we liepen door de gang, die uitkwam op een grote zaal die vol zat met gesluierde vrouwen.

Helemaal vooraan stond een altaar, maar lang kon ik er niet naar kijken. “We hebben nog 20 minuten om Qasim te vinden en hem hier weg te krijgen”, zei Nick gedempt en ik knikte. Net toen ik wou voorstellen om gesplitst te gaan zoeken, draaide een vrouw zich om en kwam naar ons toe. “Jullie zijn laat”, zei ze kil en ik slikte. We mochten nu echt niet betrapt worden… “We weten het, we hadden de massa toeristen onderschat”, antwoordde Nick verontschuldigend en de vrouw leek het te geloven. “Ga maar naar voor, daar is nog plaats”, zei ze en iets wat paniekerig keek ik naar Nick, maar hij bleef rustig en zei: “Dankuwel, dan gaan we daar heen.” Net toen we aanstalten maken om weg te gaan, hield de vrouw mij tegen en zei: “Ik zal jullie wel begeleiden… Maar eerst wil ik jullie handen zien.” Ik knikte en liet de bovenkant van mijn handen zien, evenals Nick. De vrouw knikte tevreden en gebaarde dat we haar moesten volgen. Nick en ik keken elkaar even aan, maar er zat niets anders op dan haar te volgen.

Eenmaal vooraan werden we pal in het midden gezet en we waren omringt door gesluierde vrouwen. Ik voelde mijn hartslag stijgen en ademen werd steeds moeilijker, zeker door die doek voor mijn mond. Opeens voelde ik iemand mijn hand vast pakken en voordat ik mezelf kon lostrekken, zei Nick: “Probeer niet op de mensen rond ons te letten, nu toch niet…” Ik snapte niet goed wat hij met die laatste woorden bedoelde, maar ik deed mijn best om zijn raad op te volgen. Toen kwamen er verschillende vrouwen in de traditionele kledij van de priesteressen naar voren rond het altaar staan en meteen knielde iedereen. Dankzij Nick werd ik op tijd naar de grond getrokken, zodat er geen argwaan zou ontstaan. “Mijn zusters, vandaag offeren een crimineel! Zijn naam is Qasim Daivari, moge hij door de ammit verscheurd worden!” riep de hoofdpriesteres in het Arabisch en de vrouwen rond mij zeiden iets vreemd. Ik bootste de klanken half mompelend na en toen gingen we weer overeind staan. “Breng hem!” zei de priesteres toen en de man die ik de vorige dag had gezien, kwam vastgebonden de zaal in. Hoe moesten we hem nu gaan bevrijden?

Reacties (1)

  • Hermione2003

    Spannend! Ik ben benieuwd hoe ze dit gaan aanpakken!🙂

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen