Foto bij H41: Bennu ~ Nick

De gesluierde vrouwen om ons heen begonnen opeens op een klagende manier te zingen en bewogen heen en weer. Qasim ging op de offertafel liggen en ik keek snel om me heen. Chaos, ik moest chaos creëren… “Nicky, kaarsen”, mompelde Khana zacht en ik volgde haar blik. Eén van de priesteressen stond vrij dicht bij een groepje kaarsen en als ik de vlammen iets groter zou maken, zou haar kleed in brand vliegen en zou er ook paniek ontstaan. Ik concentreerde me, maar tot mijn grote frustratie raakten mijn krachten niet tot daar. Deze tempels waren zo irritant… Khana keek mij aan en ik schudde mijn hoofd als teken dat ik het niet kon. Ze keek even om zich heen en ik zag dat de hoofdpriesteres enkele handgebaren aan het maken was boven Qasim. Hij lag nog steeds onbeweeglijk op de tafel en keek met grote ogen naar boven.

Vanuit een zijgang zag ik een priesteres met een mes langzaam aan komen schrijden en ik blikte kort naar Khana. Ze had haar ogen echter gesloten en zuchtte even diep, waarna ik in versneld tempo haar een paniekaanval zag krijgen. Nog geen 5 seconden later zakte ze ineen en geschrokken weken de vrouwen uiteen. Meteen liep ik wat dichter naar de kaarsen toe en liet ze kort opflakkeren, waardoor het kleed van de priesteres in brand schoot en ze gillend begon rond te draaien. Ondertussen knielden enkele vrouwen bij Khana neer en klopten op haar wang, maar ze reageerde daar niet op. In al deze chaos rende ik naar Qasim en trok hem van tafel. Hij viel en bleef maar suf kijken, niet reagerend op wat ik deed. Ik vloekte en zag toen een kever op zijn onderarm zitten die zich in zijn huid had vastgebeten. Met een snelle en behendige beweging trok ik de kever los en Qasim hapte naar adem.

“Wat…”, begon hij verward, maar ik trok hem al overeind. “Loop die gang in, ik moet nog een vriendin halen”, zei ik snel en hij keek me verward aan, maar knikte en liep die kant op. Enkele priesteressen sprongen voor hem en ik zuchtte geïrriteerd. Konden ze het nog lastiger maken? “We hebben een probleempje denk ik”, zei iemand opeens vlak naast mij en tot mijn verbazing stond Khana daar. Ze toonde haar hand en ik zag dat de ankh aan het vervagen was. De chaos stopte toen de priesteres haar brandend kleed had gedoofd en alle vrouwen kwamen om ons heen staan. Qasim, Khana en ik stonden met onze rug naar elkaar toe de vrouwen rond ons in het oog te houden, toen er opeens een soort kreet klonk. Via een zijgang kwam opeens een soort reiger met lange poten en twee lange veren achter op de kop binnengewandeld. Meteen stapten de priesteressen opzij en bogen eerbiedig, terwijl de vogel verder bleef wandelen. “Een bennu”, zei Qasim verwonderd en ook hij boog. Ik keek Khana verward aan, maar ze haalde haar schouders op en boog lichtjes. Ik besloot het maar na te doen en ik zag de vogel vlak voor ons stoppen. Hij tikte met zijn snavel tegen Khana en mijn hoofd, waarna hij naar Qasim wandelde.

De bennu spreidde zijn vleugels en het leek alsof hij Qasim omarmde. Er steeg gemompel op uit de groep, maar na nog een kreet werd het terug stil. “Het lijkt erop dat we ons hebben vergist”, zei toen de hoofdpriesteres terwijl ze naar voor kwam. Ze boog weer even voor de bennu en ging toen verder: “Onze godin Nephthys heeft ons belet deze vreemdelingen en deze man iets aan te doen, het is een teken!” Het bleef muisstil en ik hield iedereen in de gaten. Opeens keek de priesteres recht naar ons en zei: “Ga, voordat we van gedachten veranderen.” De vrouwen gingen opzij en de bennu wandelde via deze doorgang weg. We volgden hem zonder protesteren en ik zag nog net hoe ze een schaap naar binnen brachten, maar toen ging ik als laatste door de geheime doorgang en sloot de muur achter mij.

Khana zuchtte zwaar opgelucht en trok meteen al haar sluiers af. “Eindelijk lucht!”, zei ze opgelucht en Qasim keek ons vragend aan. “Wie zijn jullie?” vroeg hij verward en ik antwoordde: “Ik ben Nick en zij is Khana. Jouw zus Saida heeft ons gestuurd om je te redden.” Hij leek iets te willen zeggen, maar keek toen met opgetrokken wenkbrauwen naar Khana. De bennu had zijn kop tegen Khana’s voorhoofd gedrukt en allebei hun ogen waren gesloten. “Bedankt”, zei Khana opeens en de vogel zette enkele stappen naar achteren. Toen draaide hij zich om en steeg op, om dan via enkele openingen in het plafond naar buiten te vliegen. “Wat… hoe…”, stamelde Qasim en ik zei: “Geen vragen stellen, ik weet enkel dat mythische vogels haar wel mogen precies…” Khana lachte even ongemakkelijk en zei toen: “Laten we maar gaan, ik heb eigenlijk wel honger gekregen.” “En dan noemde je mij een vreetzak”, zei ik plagend, terwijl ik terug dacht aan onze reis in Japan. Ik kreeg een stomp tegen mijn schouder en voor het eerst sinds ik hem had gezien, verscheen er een glimlach op Qasims gezicht. “Ik wil alles weten over jullie tocht naar hier, maar ik ben het eens met Khana: eerst eten”, zei hij en ik draaide met mijn ogen, wat de twee mensen liet lachen. We hadden Qasim, eindelijk…

Reacties (1)

  • Hermione2003

    Gelukkig, ze hebben hem weten te redden! Je hebt echt een fijne schrijfstijl, ga zo door!🙂

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen