Foto bij Scar 78

Hey! Ik ben vandaag teruggekomen van vakantie, dus ik kan weer gaan activeren. Om eerlijk te zijn heb ik het heel erg gemist. Af en toe had ik wel genoeg internet om heel even een hoofdstuk te lezen van de stories die ik volg, maar aan mijn eigen verhalen kon ik vrij weinig doen. Vanaf nu zal ik gewoon weer doorgaan volgens het normale schema. Bedankt voor het geduld.

Het laatste stuk van het laatste hoofdstuk:
'Nathan, ik moet gaan.'
‘Paige, wat is er aan de hand?’ stoot ik uit, maar ze hangt al op. ‘Paige!?’
Ik probeer haar te bellen. En daarna opnieuw. Maar ze neemt niet meer op. Het lijkt wel alsof ze van de aardbodem verdwenen is.

Ik rijd naar Hailey en Marco toe, ondanks dat ik in alle staten ben, behalve in staat om te rijden. Ik bel aan, veel te lang en veel te hard. Zodra Hailey opendoet, struikel ik bijna naar binnen.
'Nathan? Wat is er aan de hand?' vraagt ze, duidelijk verontrust.
'Ze is weg,' zeg ik en het voelt alsof de angst mijn keel dichtknijpt. 'Ze is weg. Ze is weg. Ze is weg.'
Wanneer ze doorheeft dat ik op geen enkele manier in staat ben zelfstandig te functioneren, ondersteunt ze me terwijl ze me naar de bank leidt. Ik zit voorovergebogen, met mijn handen in mijn haren en mijn ellebogen steunend op mijn knieën.
'Paige?' vraagt ze met overslaande stem.
Ik knik. Mijn borstkas voelt nog kleiner en krapper te worden wanneer ze haar naam hardop zegt. Het voelt zo definitief.
'Wat is er gebeurd?' vraagt ze bezorgd. 'Hebben jullie ruzie? Is het uit?'
'Ze is weg,' stoot ik uit. En dat is het enige wat ik blijf zeggen. Keer op keer.
Na een paar minuten van Hailey die bezorgde vragen stelt en water aanbiedt, komt Marco thuis met een boodschappentas. Zodra hij de scène ziet, kijkt hij van mij naar Hailey. En weer naar mij. En weer naar Hailey. Naar mij. Naar Hailey. Dan zegt hij, met een lijkbleek gezicht alsof hij een geest gezien heeft: 'Wat de fuck is er aan de hand?'
Hailey haalt onbeholpen een hand door haar haar en kijkt hulpzoekend naar haar man.
'Ik weet het niet,' zegt ze. 'Hij-hij doet raar.'
Met een frons hurkt Marco voor me neer.
'Hey, Nate, wat is er?' vraagt hij.
Ik kijk op. Doodsbang.
'Ze is weg.'
'Paige?' vraagt hij.
Met tranen in mijn ogen knik ik.
'Is het uit?' vraagt hij en ik schud van nee. Door de waas van angst heen zie ik hem slikken. 'Is ze in gevaar?'
'Ik-Ik... Ze belde me en... en ze zei dat ik haar niets als vermist op moest geven en ze begon te huilen en ze... ze zei dat ik verder moest gaan met mijn leven als ze na een week niet terug was en ze-ze neemt niet meer op en ik ben zo bang,' ratel ik, gevolgd door een storm van zoveel verschillende onafgemaakte woorden dat ik er niets meer uit op te maken valt.
'Weet je waar ze is?' vraagt hij met een zachte maar dringende stem.
Ik schud mijn hoofd.
'Nee. Nee - en ze zei dat ik niet moest zoeken en dat ik verder moest gaan en ik-ik wil helemaal niet verdergaan. Ik wil gewoon dat ze terugkomt en...' Door een vlaag van houterige, haast astmatische ademhalingen kan ik mijn zin niet afmaken en ik voel hoe mijn hele lijf oncontroleerbaar begint te schokken.
'Denk je dat ze ontvoerd is?' vraagt hij met een stem die onbewust balanceert tussen de kalme, doelgerichte politieman die hij wil zijn en de paniekerige vriend die hij nu is.
Ik maak een vreemd geluid, nauwelijks menselijk. Het duurt heel lang voordat ik in staat ben om te antwoorden.
'Het-Het was niet vrijwillig,' zeg ik, bijna bedachtzaam, waarna er allemaal scenario's met uitzonderingen door mijn hoofd schieten, de een nog absurder dan de ander. Ik denk terug aan het gesprek en stamel: 'Het was niet vrijwillig. Ik weet het zeker.'
'Weet je... Weet je wie het heeft gedaan?' Het is Hailey die het vraagt - niet Marco - en ze klinkt doodsbang.
Ik maak een verstikt geluid. Zo voelt het ook. Alsof ik stik. Mijn knieën beginnen oncontroleerbaar te schokken en ik duw mijn handen erop om ze stil te houden, maar het lukt niet. Ik denk dat ik begin te klappertanden, maar ik denk niet dat ik überhaupt iets kan denken. Het voelt allemaal als één grote koortsdroom.
'Hey, blijf ademhalen,' zegt Marco sussend en hij hurkt voor me neer. Ik kan hem door de waas voor mijn ogen zien. 'Gewoon blijven ademhalen. Focus je even op het kalmeren en dan praten we zometeen verder. Oké, Nate?'
Nate. Zo noemde Paige mij ook. Noemt. Alsjeblieft, laat het noemt zijn.
'Heb ik een paniekaanval?' vraag ik door het gebonk in mijn hoofd een - en het voelt heel raar om zoiets te vragen, maar ik doe het toch, want ik ben doodsbang en heb geen idee wat er precies aan de hand is.
'Ik denk het, ja. Dat gaat wel over, oké? Blijf gewoon ademen. Je moet er even doorheen,' probeert hij me te helpen.
En ik heb geen idee hoe, maar ik kom er doorheen. En ik heb geen idee hoe lang het duurt, maar tegen de tijd dat ik me weer voldoende bewust ben van mijn omgeving, is het opeens aan het schemeren buiten en kan ik Marco en Haileys verwrongen gezichten minder goed zien, wat misschien ook maar het beste is.
Hailey biedt me weer water aan en ik voel me zo schuldig dat ik een paar slokjes naar binnen werk, ook al voel ik me misselijk en moet ik enorm veel moeite doen om het door te kunnen slikken. Ik trek mijn benen op en sla mijn armen om mijn schenen. Mijn gezicht verberg ik tegen mijn knieën en wanneer ik een nieuwe vlaag paniek op voel komen, focus ik me zo goed mogelijk op mijn ademhaling.
'Paige,' weet ik dan uit te brengen. Het is nauwelijks een snik.
Er gaat iemand naast me zitten en wanneer ik een slanke, voorzichtige hand over mijn rug voel strijken, weet ik dat het Hailey is.
'Weet je wie het gedaan heeft?' vraagt ze opnieuw.
In eerste instantie antwoord ik niet, want ik kan het niet zeker weten. Het kunnen een hele hoop mensen zijn. Het kan haar familie zijn. Het kunnen vijanden van haar familie zijn. Het kan een soloactie van Dmitri zijn. Het kan Kaidens moordenaar zijn, die alle Ivanovics iets aan wil doen. Het kan ook heel iemand anders zijn - ze is immers politieagente en die hebben genoeg vijanden. Ze kan me zelfs gewoon zat zijn geraakt en heeft besloten om haar eigen verdwijning in scène te zetten om van me af te komen - en om de een of andere reden is dat nog de verschrikkelijkste mogelijkheid, hoe egoïstisch het ook van me is. Ik dénk dat het om iets groots gaat: iets wat groter is dan het korps en zelfs de regering en misschien wel de wet. Ik weet het niet. Er is één ding wat ik wel weet, en dat zeg ik wel hardop.
'Wie het ook is, het heeft geen zin om de politie erbij te betrekken. Als ze weg is, is ze weg.'
Ik voel de afkeer in Hailey wanneer ze haar hand wegtrekt en met onvaste stem zegt ze: 'Je laat haar maar gewoon aan haar lot over?'
Ik kom met een ruk overeind en bozer dan ik had bedoeld, zeg ik: 'Natuurlijk niet! Ze zei dat, als ze over een week niet terug was, ik verder moest gaan. Nou, als ze over een week niet terug is, ga ik naar haar op zoek. Maar ik weet genoeg over haar verleden dat de politie dit niet kan oplossen.'
'Hoezo?' mengt Marco zich weer in het gesprek en zijn stem is heel berekenend. Ik praat nu tegen de commissaris van de politie, niet tegen mijn vriend. Hij voelt zich beledigd.
Ik maak een gefrustreerd geluid en kijk hem aan. Ik haal een hand door mijn haar en zeg: 'Ik... Ik weet genoeg over haar verleden om dat te weten. Ik-ik heb haar beloofd het niet door te vertellen. Je moet me vertrouwen.'
'Wat is er met haar verleden, Nathan?'
Mijn knieën begeven het en ik laat me weer op de bank neerploffen. Ik houd mijn hoofd in mijn handen en probeer wanhopig mijn ademhaling onder controle te houden. Ik voel Haileys aarzelende hand over mijn rug strijken, heel eventjes maar. Dan kijk ik op naar Marco.
'Ik kan het niet zeggen. Ik-ik had beloofd dat ik...' Ik val stil en na een tijdje zeg ik, bang dat hij het verkeerde idee heeft gekregen: 'Het is niet haar schuld. Marco, het is echt niet haar schuld. Ze is gewoon op de verkeerde plek geboren op het verkeerde moment met verkeerde mensen om haar heen en-en ze dacht dat ze ervan af was, maar het haalt haar opeens allemaal weer in. Het is haar schuld niet. Het is nooit haar schuld geweest. Ze wilde alleen maar een leven.'
Het begint steeds meer te klinken alsof ik het tegen mezelf heb in plaats van tegen hem en ik weet dat ik op mijn woorden moet letten, maar het lijkt alsof de angst alles onmogelijk maakt. Ik kijk weer weg en wrijf over mijn gezicht. Ik moet helder nadenken. Ik moet mijn gedachten op een rijtje krijgen. Ik moet Paige weer vasthouden.
Wanneer ik opkijk, zie ik dat Hailey haar hand tegen haar mond heeft gedrukt en er een traan over haar wang glijdt. De laatste tijd zijn ze steeds beter bevriend geraakt, en ik weet zeker dat zij op mij na degene is die het meest om haar geeft. Marco slaat een arm om haar heen en trekt haar even tegen zich aan. Ze duwt even haar gezicht tegen zijn shirt, maar blijft stevig overeind staan, alsof ze blijft vechten. Ik heb al mijn kracht al opgegeven. Marco legt een hand op haar achterhoofd en strijkt zachtjes over haar haar, maar ze maakt zich van hem los en veegt de tranen van haar gezicht. Ik weet niet in hoeverre Paige haar verteld heeft over haar verleden. Zelfs zonder al die kennis heeft ze reden genoeg om bang te zijn.
Ze stapt naar me toe en hurkt voor me neer, alsof ik een klein kind ben, maar in mijn huidige staat is dat een beetje beledigend voor alle kinderen in deze wereld, die beter in veel betere staat zijn.
'Wil je hier blijven, vannacht?' vraagt ze. 'Dan maak ik de logeerkamer even klaar. Je hoeft niet alleen te zijn.'
Ik schud warrig mijn hoofd en sta een beetje wankel op. Mijn knie trilt. Ik haal een hand door mijn haar, voor de zoveelste keer.
'Nee,' zeg ik. 'Nee, ik wil naar huis. Ik-ik wil dat ik er ben, voor het geval ze terugkomt en... Ik wil naar huis.'
Ze vouwt voorzichtig haar vingers om mijn pols en haalt mijn hand voorzichtig uit mijn haar, waar ik in alle paniek misschien net iets te hard aan trok.
'Moet ik met je mee?' vraagt ze.
Ik schud weer mijn hoofd en begin naar de deur te lopen. Ik kan niet stilzitten. Zodra ik stilzit, ga ik denken aan alle verschrikkelijke dingen die haar nu zouden kunnen overkomen. Ik denk dat ik Marco iets hoor zeggen, maar ik heb de deur al achter me dichtgedaan en loop naar mijn auto.
Ik wil naar huis gaan, maar waar ik eigenlijk naar links zou moeten gaan, rijd ik rechtdoor. Een paar minuten later loop ik in het schemerdonker over het kerkhof aan de rand van de stad. Ik ga met mijn rug tegen Blueberry's perfect bijgehouden graf zitten, wat ik feilloos weet te vinden, ook al ben ik hier al jaren angstvallig weg te blijven. Ergens aan de kant van de weg had ik een madeliefje gevonden en ik draai het afwezig rond tussen mijn duim en wijsvinger. Ik sluit mijn ogen en leun mijn hoofd tegen de koele steen van het graf. Ik slik de brok in mijn keel weg en wrijf met mijn vrije hand over mijn voorhoofd.
'Blueberry, ik heb het weer verkloot,' zeg ik na een tijdje, mijn stem trillend en onvast. Het voelt nutteloos om te praten, maar ik doe het toch. Tranen branden in mijn ogen wanneer ik eraan toevoeg: 'En... En ik weet niet meer wat ik moet doen.'
Ik veeg de tranen van mijn wangen en sla mijn armen om mezelf heen. Ik snik niet. Ik ben te druk bezig met ademhalen, wat een hele opgave blijkt te zijn.
Plotseling word ik overvallen door het afschuwelijke besef dat ik op een graf zit. Twee meter onder mij ligt wat er over is van Blueberry, in een kist, weg te rotten. Alleen nog maar een stapeltje botten en kleren. Wat als Paige dood is? Hoe lang zou het duren voordat er ook niks meer van haar over is? Ik stuif jammerend overeind. Ik kan niet nog iemand kwijtraken. Het is te gruwelijk. Ik laat het madeliefje voor het graf op de grond dwarrelen en begin op een haast dronken manier weg te lopen, naar de uitgang. Ik wil rennen, maar ik denk niet dat ik dat kan - tot ik iemand over straat voorbij de poort van de begraafplaats zie lopen.
'Paige?' roep ik, terwijl ik het kerkhof af snel en over de stoep achter haar aan ren. Ze begint ook te rennen. 'Paige, kom terug!'
Zodra ik bij haar aangekomen ben, draait de wildvreemde vrouw zich met een gil om, tranen in haar ogen. Ze stuift voor me weg, haar hand voor zich uitgestoken in de hoop me op afstand te houden.
'Oh God - doe me alsjeblieft geen pijn!' snikt ze en ik zet verbaasd een stapje achteruit. Om de een of andere reden kijk ik om me heen, alsof ik om hulp zoek, maar er is verder niemand op straat.
'Ik-Ik ga je geen pijn doen,' stamel ik dan en ik slik, mijn ogen wijd opengesperd. 'Het spijt me zo. Ik-Ik dacht dat je iemand anders was. Ik dacht dat je haar was.'
'Wat? Wie?'
Ik zet nog een stapje achteruit, mijn handen voor me op borsthoogte met mijn handpalmen naar haar toe, zodat ze kan zien dat ik haar geen pijn wil doen. Mijn beeld van haar wordt wazig van de tranen.
'Het spijt me,' zeg ik opnieuw. Het is bijna een snik. 'Ik wilde je niet bang maken. Het spijt me. Ik dacht dat je haar was en... ik-ik wil haar alleen maar terug.'
Haar blik glijdt naar de poort van de begraafplaats waar ze me waarschijnlijk uit zag komen rennen. Haar blik verzacht en ze denkt het te begrijpen en ik zie een medelijden in haar ogen waar ik niet aan gewend wil raken.
'Oh,' zegt ze. 'Oh, ik vind het... Gecondoleerd.'
'Ik wilde je niet bang maken,' is het enige wat ik nog kan zeggen, maar het enige wat ik kan denken is dat Paige niet dood mag zijn.
'Ik weet het. Doei,' zegt ze, bijna ongemakkelijk in plaats van bang, alsof ze niet weet hoe ze om moet gaan met de hopeloze tragedie die voor haar staat. Ze herhaalt zachtjes: 'Gecondoleerd.'
En ze loopt weer weg, nog twee keer nerveus over haar schouder kijkend.
Onder andere omstandigheden had ik me geschaamd, maar ik ben te verward. Ik strompel terug naar mijn auto en ga erin zitten. Het duurt een paar minuten voordat ik mijn gordel vastgemaakt heb. Het duurt nog een paar minuten voordat ik me realiseer dat ik aan de passagierskant zit. Ik stap uit en loop, leunend op de motorkap, naar de goede kant. Het duurt een paar minuten voordat alles tot me doorgedrongen is. En nog een paar minuten voordat ik begin te huilen. Ik weet niet hoelang het duurt voordat ik weer gekalmeerd ben, maar tegen de tijd dat ik over de stille straten naar huis rijd, is het donker.
Ik loop mijn eigen appartement binnen en mijn blik valt op de sleutel van Paiges appartement, hangend aan het haakje. Ik zou nu naar haar appartement kunnen gaan. Misschien kan ik er dan achter komen wat er gebeurd is. Maar ik doe het niet. Ik durf het niet. En even vraag ik me af waarom niet, maar dan besef ik dat ik bang ben een lijk aan te treffen en de gedachte alleen al is zo ondraaglijk dat ik weiger er verder over na te denken.
Ik loop linea recta naar de badkamer en trek mijn kleren uit. Ik ga onder de douche staan en zet hem op een dusdanig hete stand dat het zeer doet, alsof het mijn huid weg schroeit. Ik ben volledig apathisch voor de pijn. Na een tijdje, veel langer dan ik er normaal überhaupt over doe om te douchen, zet ik de straal juist zo koud mogelijk en ik blijf eronder staan tot ik koppijn krijg van de kou en aan het klappertanden ben.
Met ingestudeerde, gedachteloze handelingen droog ik mezelf af en trek ik ondergoed aan, waarna ik me zonder mijn rust te kunnen vinden op mijn buik op bed laat vallen, te verdoofd om onder de dekens te gaan liggen.
Ga niet drinken, zeg ik tegen mezelf, ondanks dat alles binnenin mij schreeuwt om een borrel. Mijn hand grijpt wanhopig iets vast. Ik weet niet zeker of het het kussen of de deken is, maar ik knijp er zo hard in als ik kan. Ga niet drinken.
Ik probeer Paige weer te bellen. En wanneer ze niet opneemt, probeer ik het opnieuw. Ik spreek een voicemail of twintig in, waarvan minstens de helft eindigen in ik die haar in tranen smeekt terug te komen. Uiteindelijk geef ik het op zonder dat het opgeven durf te noemen.
Na een tijdje kom ik weer overeind en ik loop de badkamer in, naar de wasbak. Ik houd minutenlang mijn hoofd onder de koude kraan. Niet drinken.
Ik droog mijn hoofd af en laat me weer op het bed vallen, deze keer wel onder de dekens. Ik doe het nachtlampje uit, maar blijf nog heel lang naar de leegte van het plafond staren, tot het moment dat ik na een paar ondraaglijke uren van piekeren in slaap val. Ik zie haar haarscherp voor me. En ik weet nog precies hoe haar lippen op de mijne voelen, hoe mijn hand op haar zachte wang voelt. Het enige wat ik wil, is haar in mijn armen houden, zodat ik weet dat ze weer bij mij is, dat ze veilig is. Ik vraag me af of het geluid maakt wanneer iemands hart breekt. Ik heb in ieder geval niks gehoord.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen