Foto bij Scar 80

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:

Zodra ik haar nummer herken, stokt mijn adem in mijn keel. Ik denk niet dat ik ooit zo snel heb opgenomen.
‘Paige?!’ Ik barst bijna weer in tranen uit.
‘Ik ben weer terug,’ zegt ze en ik krijg kippenvel van haar stem. Het klinkt alsof iemand alle emotie uit haar gezogen heeft en tegelijkertijd alsof ze nog nooit zo bang is geweest. Ik vraag me af wanneer ze voor het laatst heeft geslapen. ‘Zou… zou je even naar mijn appartement kunnen komen?’
‘Natuurlijk. Paige, natuurlijk.’ Voordat ik kan vragen wat er gebeurd is, wat er in godsnaam gebeurd is, hangt ze alweer op.
Wanneer ik bij haar appartement aangekomen ben, twijfel ik even of ik aan moet bellen, maar om de een of andere reden pak ik mijn sleutel en loop ik naar binnen. Misschien ben ik bang dat ze niet opendoet, of misschien kan ik echt niet langer wachten.
Wanneer ik opendoe, word ik overvallen door een bedwelmende geur. Waar het normaal gesproken naar thee en proteïnerepen ruikt, ruikt het nu koud en muf en verlaten.
Naast de deur van haar slaapkamer, ligt een slordig opgevouwen stapeltje kleren, gescheurd, vuil en roodgekleurd van het bloed. De kapstok is van de muur getrokken en ligt op de grond. De deurklink van de badkamerdeur zit los en ziet eruit alsof het elk moment zou kunnen vallen. De bank is verschoven en de jaloezieën bij het raam zijn ook kapot getrokken. Wanneer ik met ingehouden adem verder de ruimte in loop, zie ik dat de eettafel kapot is en in brokstukken op de vloer ligt. Alle schade ziet eruit alsof het tijdens een gevecht kan zijn gebeurd. Ik heb genoeg plaatsen delict gezien om te weten dat dit er een is.
Als dat nog niet genoeg is om mijn bezorgdheid op te wekken, dan is Paige zelf dat wel. Aan haar vochtige haren te zien heeft ze gedoucht, maar ze is er niet in geslaagd om wat haar wel niet overkomen is van zich af te spoelen. Er zitten donkere kringen onder haar ogen. Ze is veel dunner geworden in die korte tijd. Elk spoortje van een glimlach is van haar gezicht verdwenen. Haar huid is zo bleek dat je er bijna doorheen kunt kijken. Er zit opgedroogd bloed op haar lip. Ze heeft een blauw oog, wat al vaag aan het genezen is. Haar armen zitten onder de bloeduitstortingen en ze heeft een snee op haar voorhoofd. Haar knokkels zijn gebarsten. Een bloeduitstorting kleurt haar slaap donkerblauw. En haar zilveren ogen, die altijd leken te glanzen, zijn dof.
Mijn mond wordt droog en ik loop verbijsterd naar haar toe. Bij bijna elke stap die ik zet lijkt ze ineen te krimpen.
‘Paige?’ Ze krimpt ineen bij het horen van haar naam, of mijn stem, of wat het ook precies is. Sprakeloos reik ik mijn hand uit om haar aan te kunnen raken, maar ze zet een stapje achteruit. Ze durft geen oogcontact te maken.
Ik had gedacht dat ik haar wanhopig in de armen zou vallen, dat ik haar na een verschrikkelijke week weer vast zou kunnen houden en dat ze me zou kunnen beloven dat we geen van beiden ooit nog zoiets zouden hoeven doorstaan, maar de situatie is haast kil - of eigenlijk eerder afstandelijk. Ik voel me machteloos. Misschien nog wel machtelozer dan voordat ze terug was, want nu wéét ik dat er iets is gebeurd en ik wéét dat ik haar zou kunnen helpen, maar het kan niet. Een paar maanden nadat ik aangenomen werd bij de politie, ging ik vanwege een vaag belletje naar 911 naar een huis waar opeens een hysterische moeder op me af kwam rennen en in haar slaap gestikte, zeven weken oude dochter in mijn arme duwde, mij smekend haar weer tot leven te brengen. En ik stond daar maar, met een kinderlijkje in mijn armen, niet wetend wat ik in godsnaam moest doen. Ik weet nog hoe overdonderd en hulpeloos ik me voelde op dat moment. Hoe ik me nu voel, doet me daar sterk aan denken.
‘Kun je…’ Ze veegt de tranen uit haar ogen. ‘Zou je me kunnen helpen met opruimen?’
‘Ja, natuurlijk,’ zeg ik. Opeens word ik overspoeld door woede en met harde stem vraag ik: ‘Paige, welke klootzak heeft dit gedaan!?’
Ze schudt haar hoofd. Ze opent even haar mond om iets te zeggen, maar ze bedenkt zich en schudt opnieuw haar hoofd. Ik heb haar nog nooit zo gezien.
‘Paige, alsjeblieft… vertel gewoon wat er gebeurd is.’
Ze kijkt bijna even radeloos als ik me voel. Ze schudt weer haar hoofd, zo zachtjes dat ik het bijna niet zie. Dan slikt ze en haalt ze een hand door haar haar. ‘Kun je me helpen het tafelblad weg te brengen? Ik kan mijn rechterhand niet goed gebruiken. Mijn pink zat uit de kom.’
‘Wát?!’
Ze recht haar rug bij het horen van mijn stemverheffing, alsof ze een soldaat is die net bevelen is toegeblaft. Eindelijk kijkt ze me aan, haar uitdrukking hard en kwetsbaar tegelijk. Bij het zien van de wanhopige blik in mijn ogen, kijkt ze weer weg. ‘Het was mijn eigen schuld. Ik heb hem eerder al weer goed teruggezet. Het geneest wel weer, hoor. Het doet gewoon nog een beetje pijn.’
Halverwege de laatste zin breekt haar stem.
Ik voel de tranen in mijn ogen branden en met trillende ademhaling haal ik een hand door mijn haar.
'Paige,' zeg ik met onvaste stem. Er lijkt iets in haar blik te breken wanneer ze de tranen in mijn ogen ziet en ik vind het moeilijk om oogcontact te maken. Ik zet een onbeholpen stapje naar haar toe en maak een onwillekeurige beweging in haar richting, maar ik raak haar niet aan. Ik slik en vraag: 'Mag... Mag ik je alsjeblieft gewoon even vasthouden?'
Haar aarzeling lijkt een eeuwigheid te duren. Dan knikt ze en ik overbrug de laatste afstand. Mijn armen glijden voorzichtig om haar heen, bang om haar pijn te doen, en ik houd haar angstvallig tegen me aan. Ik knipper de tranen weg en verberg mijn gezicht even in haar haar. Alleen al bij het ruiken van haar geur schiet ik alweer vol. Ik ga niet huilen. Ik ga niet huilen. Ik ga niet huilen.
'Ik was zo bang dat ik je nooit meer zou zien,' breng ik met krakende stem uit.
Ze zegt niets, maar duwt gekweld haar gehavende gezicht in mijn hals.
'Paige.' De adem stokt in mijn keel. 'Hebben... Heeft... Paige, ben je verkracht?'
Ze schudt haar hoofd. 'Nee,' zegt ze zachtjes, schor. Ik voel haar ademhaling in mijn hals. 'Nee, zo was het niet.'
'Wat is er dan wel gebeurd?'
Ze maakt zich van me los en draait haar hoofd weg zo dat ik de tranen in haar ogen niet zie. Ze snift en schudt haar hoofd.
Ik vang haar blik en kijk haar smekend aan. ‘Paige… Ik… Waarom vertel je me niet wat er gebeurd is?’
Ze bijt op haar lip en even denk ik dat ze haar tranen niet langer kan bedwingen, maar ze herpakt zichzelf weer en antwoordt: ‘We kunnen het maar beter gewoon vergeten.’
Ik loop hoofdschuddend naar haar toe en neem haar gezicht in mijn handen. Eerst krimpt ze ineen, maar dan laat ze het toe. ‘Paige… Je bent een hele week weggeweest. Heb je enig idee hoe bang ik was? Ik heb je elke dag gebeld. Ik was zo bezorgd. Natuurlijk kunnen we het niet “beter gewoon vergeten”. Ik denk niet dat het heel vreemd is dat iemand wil weten wat er gebeurd is wanneer de persoon van wie ze… om wie ze geven, opeens verdwijnt en een week later gewond terugkomt.’
Ze maakt zich van me los en aan haar blik die ik dat de verandering in woordkeuze haar niet ontgaan is. Ik ben ontzettend slecht als het om relaties gaat, maar zelfs ik besef me dat dit heel erg als een afwijzing moet klinken. Ik weet niet waarom ik niet gewoon gezegd heb dat ik van haar hou. Het is namelijk waar. Ik ben de hele week in paniek geweest. Elk uur van elke dag heb ik Marco gevraagd of hij iets van haar gehoord heeft. Ik heb nauwelijks geslapen, bang dat er iets ernstigs aan de hand was, wat nu ook het geval blijkt te zijn. Ik hou van haar. Ik hou meer van haar dan van wat dan ook in de hele wereld. Ik ben alleen te laf om het te zeggen.
‘Misschien kun je maar beter gaan. Ik red me wel. Dan zien we elkaar morgen op werk wel weer,’ prevelt ze zachtjes.
‘Wat? Paige, je kunt toch niet naar werk als je er zo aantoe bent?’ stoot ik verbaasd uit.
Ze slaat haar armen om zichzelf heen. ‘Ik kan nu eenmaal niet anders. Ik zal toch echt aan de commissaris een verklaring moeten geven voor mijn afwezigheid.’
‘Dus mij vertel je het niet, maar Marco wel?’
Ze zucht. ‘Nathan.’ Even lijkt het erop dat haar stem zal breken, maar ze blijft op het randje balanceren. ‘Ik moet in ieder geval kijken of ik überhaupt nog welkom ben. Misschien ontslaat hij me wel.’
‘Maar…. je kan míj toch wel vertellen waar je bent geweest? Vertrouw je me niet?’
Ze knijpt haar ogen dicht en zucht. ‘Ik zei: we zien elkaar morgen op werk wel weer.’
‘Weet je het zeker?’
Ze knikt.
Even overweeg ik om nog iets te zeggen, maar ik neem mijn verlies maar en vertrek, haar achterlatend in de ravage waarover ze me niet wil vertellen. Ik wil niet weg. Ik wil haar vasthouden en nooit meer loslaten. Maar toch vertrek ik. Wanneer ik bij mijn auto sta, kijk ik omhoog naar haar silhouet in het raam. Ze heeft haar gezicht in haar handen gelegd en aan het schokken van haar schouders te zien, is ze aan het huilen. Waarom weet ik nog steeds niet.

‘Ik wil je bedanken voor je discretie,’ hoor ik haar de volgende ochtend bij Marco's kantoor op formele toon zeggen, waarna ze van hem afscheid neemt en de deur opent. Haar mond valt even open wanneer ze mij ziet. Meer dan een afgewende blik en een gefluisterde begroeting krijg ik niet, bijna alsof we vreemden zijn.
Nog altijd een beetje van mijn stuk gebracht, glip ik zijn kantoor binnen. Ik doe de deur achter me dicht en ik zeg niet eens hallo. Ik stamel meteen: ‘Weet jij wat er met haar gebeurd is?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Ze heeft niks losgelaten. Ik hoopte eigenlijk dat jij het misschien wist.’
‘Ik heb haar gisteravond al gezien, maar ze wilde niets vertellen en heeft me weggestuurd. Ik heb geen idee wat haar overkomen is.’ Ik slik en adem nieuwe lucht in, alsof het een oplossing met zich meebrengt. ‘Wat heb je met haar afgesproken?’
Hij gaat verzitten. ‘Ik zou haar hier technisch gezien voor kunnen ontslaan - ik zou haar hier technisch gezien zelfs voor móéten ontslaan - maar ik heb naar de regels gekeken en ik heb het kunnen omzeilen met vakantiedagen en zo. Ik heb haar vandaag vrij gegeven. Dan heeft ze vandaag en het weekend om naar de dokter te gaan en te kijken hoe erg ze eraan toe is. Als er niets ernstigs is, dan moet ze maandag weer beginnen.’
Ik knik. ‘Dankjewel.’
Even is het ongemakkelijk stil. Dan vraagt hij: 'Weet je echt niet wat er met haar gebeurd is?'
Nee, ik weet het niet. En dat steekt. Ik zou het toch moeten weten? Ze kan mij toch wel vertrouwen? Ik zou haar niet in de steek laten, wat het ook is. Ik zal haar altijd proberen te beschermen. Maar, besef ik, misschien is dat wel waar ze zo bang voor is.
Ik schud langzaam mijn hoofd, diep in gedachten.
'Oh, ik had echt gehoopt dat jij het zou weten,' zegt hij.
'Ja,' zeg ik en ik slik. 'Ik ook.'

Reacties (1)

  • BethGoes

    Het spijt me zeer dat ik het zeg, maar ik ben nu echt verschrikkelijk boos op Paige! Hoe durft zo om niets te zeggen? Nadat ze Nathan in zo'n verschrikkelijk zwart gat heeft laten belanden? Wel g- ahum, podverdomme!

    1 maand geleden
    • AmeranthaGaia

      Ik snap je en als schrijfster was ik me er zelf ook van bewust, maar voor haar was het ook niet bepaald vrijwillig en ik kan je zonder spoilers te geven vertellen dat ze in een nog zwarter gat heeft gezeten dan Nathan. Wat er gebeurd is, zal snel duidelijk worden.

      1 maand geleden
    • BethGoes

      Oki, ik ben echt super benieuwd wat er is gebeurd!

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen