Het lijkt me leuk als jullie meedenken met ideeën en gebeurtenissen, dus als jullie iets leuks bedenken, mogen jullie het in de reacties droppen. Je naam zal dan ook verschijnen in de inleiding. Als je liever anoniem blijft, kan je uiteraard ook een pb sturen.

POV: Isabel

Al onze tassen worden in de auto gegooid van een klasgenoot haar vader. Ondanks dat ik een hekel heb aan mijn klas, heb ik toch besloten mee te gaan op kamp. Mijn meester beloofde me dat het een onvergetelijk moment zal worden en ik ben bang dat hij gelijk heeft. Ze hebben me al wel eens opgesloten in de toiletten, ik wil niet dat dat nog eens gebeurd. Ik kijk om me heen en zie hoe de kinderen naast elkaar gaan staan met hun fietsen en zoals gewoonlijk heb ik weer niemand. Wie wil er nou naast mij staan? Ik doe de capuchon van mijn trui over mijn hoofd en mijn lange, bruine lokken hangen langs mijn borsten. De stagiaire komt naar me toegelopen met zijn fiets in zijn hand. Hij draagt een geel, reflecterend hesje en mijn meester fietst naar de voorste kinderen van de rij.
'Zal ik dan maar naast jou gaan fietsen?' vraagt de stagiaire met een glimlach. Hij is op zich wel aardig, maar eerlijk gezegd ben ik liever alleen.
'Hoeft niet hoor,' fluister ik.
De stagiaire zucht, maar gaat er verder niet op in en wacht tot de kinderen in beweging komen. Dan beginnen we te fietsen. Snel werp ik nog een blik op alle ouders die hun kinderen uitzwaaien, zoekend naar mijn moeder, maar ik zie haar nergens. Ze zal haar bed wel niet uit hebben gewild en ik weet precies wat ze bedoeld. Mijn vader is overleden op een verschrikkelijke wijze. Ik was nog maar vijf jaar oud toen het gebeurde.
Mijn vader ging 's ochtends naar zijn werk; hij was een rechercheur. Vanwege een vermissing van een achtjarig meisje moest hij die dag een bos doorzoeken, samen met zijn collega, omdat ze in een gebouw van het woud voor het laatst gezien was. De kans was groot dat ze er verdwaald was geraakt, dus hoopten ze dat ze haar met behulp van speurhonden konden vinden. Maar die avond kwam hij niet meer terug naar huis. Mijn moeder sloeg meteen alarm en een paar dagen daarna vonden ze het lichaam van zijn collega. Hij was waarschijnlijk verdronken, omdat ze hem in een riviertje vonden. Ruim een week na dat, werd papa gespot. Hij had steken in zijn lichaam en andere wonden die een moord aangaven. De speurhonden werden later gevonden, nog wel in leven, maar helemaal getraumatiseerd. Het meisje is nog steeds vermist. Niemand heeft enig idee wat er met de twee mannen gebeurd is en sindsdien is mijn moeder ook depressief. Ze gaat iedere week naar een psycholoog en kan dus ook niet veel voor mij zorgen. Ik heb haar vanochtend gevraagd of ze zou komen, maar ze zei al dat de kans klein is, maar dat ik niet moet vergeten dat ze altijd van me houdt. Ik hou van mijn moeder, maar ze moet wel onthouden dat ik ook last heb van depressie. Het voelt alsof ze me heeft aangestoken of iets dergelijks.

POV Mikai:

Ik heb echt medelijden met Isabel, man. Ze is superaardig en zo, maar om de een of andere reden mag niemand haar. Ik draai mijn hoofd even naar haar om terwijl ze met trieste ogen naar de grond staart. Ik heb al meerdere keren geprobeerd met haar te praten, maar ze denkt dat ik net als die anderen ben, enkel omdat ik iets heb met Nina. Ik draai mijn hoofd naar mijn vriendinnetje. Nina's lange, blonde haren hangen op haar rug en haar donkere ogen zijn op de grond gericht. Ze is mooi en zo, maar Isabel heeft iets wat zij niet heeft. Ze is een iets moederlijk type en denkt veel minder aan zichzelf. Natuurlijk kan ik het niet uitmaken met Nina, niet nu ik zo populair ben, maar toch wil ik ook wel eens met haar iets hebben, weet je.
'Ik ben echt kaulo jaloers, man.' zucht mijn vriend. Ik kijk naar mijn vriend wie naast mij fietst terwijl hij zijn ogen gericht heeft op Nina's kontje.
'Kom aan, Rojvan.' fluister ik. 'Waag het zo naar haar te kijken, ik ga je bakka's geven, ik zweer je.'
'Yo, gozer! Rustig, man! Maar je moet toegeven, dat meisje heeft echte air bags. O, wat zou ik dolgraag mijn toli in haar poeni willen steken. Ik bedoel, kom aan ouwe. Je moet toegeven dat ze echt een lekka lek is.'
'Walla? Dat is mijn chick. Waag het haar te nakken.'
'Don't worry, ik vind haar sisa wel wat. Die heeft pas echt grote sketten. En ik vind ook haar chan chan wel wat.'
Misschien vindt je onze manier van praten wel vreemd, maar dat is het voordeel als volwassenen geen straattaal kunnen. Zo weten ze niet wat we zeggen.
'Noëll is echt sappig. Ze is echt een mittie voor skatten. Ik bedoel, haar body, het heeft wel wat. Dat wordt mijn dusji.'
Ik zucht. Rojvan is zo'n persoon die echt veel straattaal praat, maar ja zijn broers zijn dan ook echte straatmensen. Ook roken wij al, samen met de andere kinderen. Ik kijk nog een keer om naar Isabel.
'Weet je wie ik ook wel eens zou willen ankeren?' vraagt hij plotseling. 'Isabel. Ze is echt faja, ondanks dat het een biatch is, is ze wel jiggy. Depressieve smatjes kunnen ook kwaka zijn, alleen jammer dat de andere sma's haar pesten, maar ook bij haar zou ik mijn toli wel eens naar binnen willen werken. Ze blijkt ook nog eens mentos te zijn geweest.'
Hij kijkt me aan met die blik in zijn ogen als hij aan dat soort dingen denkt en ik besluit dan ook niet meer met hem te praten.
'Tief toch een eindje op,' zeg ik binnensmonds en ik fiets wat harder om de rest bij te houden.

POV Janne:

'Ik snap niet dat Isabel mee moet gaan,' fluister ik tegen Nina.
'Echt hè? Ik mag haar voor geen meter!' is Nina het met me eens. 'Maar goed nieuws: we kunnen doen alsof we vrienden met haar willen worden en dan haar laten verdwalen in het bos.'
Ik grijns. Wat een geweldige ideeën heeft Nina toch altijd.
'Geweldig.'
'Hey, jongens!' roept de meester. 'Goed nieuws! We hoeven alleen nog maar het bos in en onze hut zal dan links van de weg liggen!'
Iedereen begint te juichen. Eindelijk kunnen we hierna stoppen. Ik begin echt genoeg te krijgen aan al dat gefiets. Ik schrik op wanneer ik getril hoor in mijn broekzak en haal mijn mobieltje tevoorschijn. Mijn vader belt, maar ik weiger nog eens op te nemen. Vlak voordat ik het huis verliet om naar school te gaan, heb ik een flinke ruzie met hem gehad en ik wil hem nooit meer zien of spreken!
'Wow,' hoor ik Nina naast me fluisteren. 'Creepy. Heel creepy.'
Ik kijk op en zie hoe de bomen over ons heen hangen en de lucht blokkeren. Al snel verschijnt er een grijs gebouw. Het zit onder de spinnenwebben en er het lijkt regelrecht uit een horrorfilm te komen. Ik haal opgelucht adem wanneer we het voorbijrijden, maar de angst keert terug wanneer de stagiaire van achteren roept:
'Hey! We rijden het voorbij! Omdraaien en jullie fietsen parkeren! Dit is de plek waar we deze week zullen doorbrengen!'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen