Mijn broers en ik gaan zij aan zij door een doorntunnel en voor we het weten zijn we in het kamp.
'Er zijn hoge, stenen wanden die het kamp beschermen en er zijn een heleboel katten.' fluister ik tegen Zonkit zodat hij een beeld kan vormen.
'Ik ruik het, ze ruiken allemaal een beetje anders en er is net een kat weg die helemaal anders ruikt. Die zal wel niet bij de clan horen.'
Eerst kijk ik hem verbaasd aan, maar dan ruik ik het ook.
'Het was een grote kat en hij is nu aan het lopen met een paar Donderclankatten naar waar wij vandaan komen.' gaat hij verder.
'Ja,' zegt Grondkit. 'Hij is weg, dus ons probleem niet.'
Grondkit is altijd wel een beetje chagrijnig, maar zo humeurig heb ik hem nog nooit gezien. Hij is duidelijk niet eens met het feit dat we moeten intrekken bij onbekende katten. Kwiklicht en Vospoot' begeleiden ons naar een hol terwijl Braamklauw en Grijsstreep omhoog klimmen waar een ander hol is. Het medicijnhol is gelukkig groot genoeg voor ons allemaal. Grondkit en ik schrikken allebei op wanneer een bezorgde stem uit een spleetje komt, maar Zonkit lijkt het allang te weten.
'Wie zijn dit, Kwiklicht?'
De poes is lichtbruin gestreept met een witte borst en poten, ook heeft ze ambergele ogen die toen heel zorgzaam stonden. Dan verschijnt er nog een katje. Het is een klein, wit katertje met blauwe ogen zonder pupillen.
Hij is ook blind.
'Wie zijn dit?' vraagt hij.
Kwiklicht stelt ons voor en kijkt dan naar de poes.
'Loofpoel, Braamklauw heeft me gevraagd of ik ze naar het medicijnhol wilde brengen zodat jij ze kan onderzoeken vanwege een lange reis.'
Loofpoel knikt.
'Zal ik doen, Gaaipoot, kom je helpen?'
Het witte katje knikt en loopt naar Panterstaart.
'Wow,' zegt hij sarcastisch. 'Wat hebben jullie jezelf goed verzorgd.'
Hij zucht en wanneer hij papa's staart wil onderzoeken, trekt hij die woedend weg.
'Sorry, maar ik wil niet behandeld worden door chagrijnige katten.'
'Zo te horen ben je zelf ook een beetje humeurig,' snort mama. 'Je mag mij wel onderzoeken kleintje, ik heb er geen problemen mee behandeld te worden door een blinde leerling.'
Even schrik ik en denk ik dat Gaaipoot naar haar zou uithalen omdat ze hem beledigd heeft, maar integendeel zelfs. Hij trippelt tevreden op haar af.
'Dat is vreemd,' fluister ik tegen Grondkit. Ik kijk even om me heen of Zonkit er is, maar hij ligt bij Loofpoel terwijl ze hem besnuffelt. 'Als ik blind zou zijn, zou ik boos worden. Maar hij lijkt eerder voldaan!'
'Luipaardpels zegt wat ze denkt,' wijst Panterstaart me terecht. Ik voel zijn staart langs mijn vacht en ben even bang dat hij me op mijn donder zou geven omdat ik zoiets durfde te zeggen tegen mijn broer. Soms vind ik het echt niet leuk als papa afluistert, maar nu vind ik het eigenlijk niet zo erg. 'Jullie moeder vertelt altijd de waarheid, hoe denk je dat we zo goed op elkaar kunnen vertrouwen? En daarmee bedoel ik hoe ik haar kan vertrouwen, want ze weet precies wanneer ik lieg.'
Ik grinnik en breng mijn aandacht weer naar de twee blinde katten. M'n mam fluistert iets in het oor van Gaaipoot en ze beginnen een heel gesprek over vanalles en nogwat. Ze praten zo zacht dat zelfs ik het niet kan horen.
Ik hoor hoe de slierten bij de ingang van het medicijnhol bewegen en er trippelt een andere kat binnen. Ik draai mijn hoofd naar hem om en moet een huivering onderdrukken. De kat is in mijn opinie gigantisch! Hij heeft een vuurrode vacht en groene ogen. Hij trippelt op Panterstaart af en knikt hem toe.
'Hallo,' zegt Panterstaart een beetje verlegen. Het is duidelijk dat hij het niet gewend is het woord te doen.
'Luipaardpels is kerngezond!' wordt er ineens door het hele hol geschreeuwd door Gaaipoot.
'Goed zo,' knikt Loofpoel. 'Nu kan je naar Grondkit.'
Het blinde katje trippelt op mijn broer af een begint aan zijn behandeling. Mijn moeder staat op en trippelt op de kater af.
'Gegroet,' zegt ze en ze werpt even een blik op haar partner.
'Je mag weer ademen, Panterstaart.' snort ze.
Papa slaakt een zucht van verlichting en ik richt mijn blik weer op de twee katten.
'Braamklauw en Grijsstreep vertelde me dat jullie je bij de Donderclan willen voegen.' zegt de kat kalm.
'Dat klopt,' informeert Luipaardpels. 'We hebben lang gereisd en zijn meerdere eenlingen tegengekomen, maar willen toch echt meer katten om ons heen en hebben een thuis nodig. Van twee katers genaamd Rogge en Ravenpoot hebben we gehoord dat de Donderclan een erg behulpzame clan is en een goede leider heeft en dat we bij jullie wel terecht kunnen. Is dat waar?'
Grijsstreep en de kater kijken elkaar even aan wanneer ze de twee namen horen en dan knikt de rode kater.
'Dat klopt. Ik ben de Donderclanleider, Vuurster, en hoorde ik het nou goed? Zei je, Rogge en Ravenpoot?'
Mama knikt kalm en slaat haar staart over haar voorpoten.
'Dat klopt. Ze hebben ons veel positieve dingen verteld over jullie. Maar eh, mogen we ons bij jullie voegen? Want als jullie ons liever weg hebben, zullen we weer gaan.'
'Ik denk dat ze wel kunnen blijven,' zegt Braamklauw die naast zijn leider is gaan staan. 'Panterstaart en Luipaardpels hebben de vaardigheden van een krijger en de kits zijn zes manen oud, dus we kunnen hen een mentor geven.'
Vuurster knikt. 'Goed idee, Panterstaart kan vanavond bij jullie slapen in het krijgershol en Luipaardpels kan met haar kits één nacht doorbrengen in het medicijnhol, dan komt morgen de leerlingsceremonie en kunnen de kits naar het leerlinghol en Luipaardpels ook naar het krijgershol.'
Ik werp een blik op mijn blinde broertje wie nerveus met zijn oren wiebelt.
'Kan ik ook een leerling worden?' vraagt hij zenuwachtig. Mama trippelt op haar zoon af en geeft hem een lik tussen zijn oren.
'Maar natuurlijk, je mag dan blind zijn, maar je bent niet hulpeloos.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen