POV Mikai:

Nadat we onze fietsen wegzetten, gaan we voor het pand staan. Het heeft, grote, grijze muren en een plat dak. De deur is groen en er staat het getal 6 in het rood. Er zijn geen ramen of iets anders dat zonlicht kan doorlaten, niet dat de bomen de stralen al niet blokkeren. In alle hoeken van de buitenkant is wel een spinnenweb te zien, maar zonder levende spinnen. Ik snap niet hoe je hier moet overleven.
'Wow, dit is echt creepy, man. Hoe kunnen mensen hier overleven?' vraagt Rojvan.
'Volgens mij lukt het de spinnen al niet.' mompel ik en ik kijk om me heen voor de gezichten van mijn klasgenoten. Dan zie ik Isabel. Ze staat er bevroren bij en ziet er niet uit alsof ze dit leuk vind. Dit kan ik me best voorstellen, het is echt het meest enge ding wat ik ooit heb gezien, het wint zelfs van horrorfilms! Voorzichtig loop ik op haar af.
'Eng hè?' vraag ik fluisterend.
Het is alsof ze opschrikt uit een dagdroom wanneer ik aan kom lopen.
'J-Ja.' stamelt ze.
'Ik hoop niet dat we ook iets engs tegenkomen.' fluister ik en ze bevriest.
'N-Nee! Het is heus niet alsof we hier een lijk tegen zullen komen, of in dit bos. Ik denk dat alles helemaal goed komt, echt waar!'
Ondanks het feit dat ze probeert zelfverzekerd over te komen, twijfelt ze duidelijk over haar eigen oordeel. Ze rilt van top tot teen en ik begin echt medelijden met haar te hebben.
'Kom mee, kids!' roept de meester. 'De jongens hebben de slaapkamer links en de meiden die van rechts. Wanneer jullie klaar zijn met je luchtbed op te blazen en al die dingen, zullen we meteen beginnen met een spelletje!'
Teleurgesteld van het gebouw lopen we naar binnen. De jongens gaan naar links en de meiden naar rechts. Ik onderdruk een huivering wanneer we onze slaapkamer binnengaan. Het is een gigagrote kamer en het plafond is heel hoog. Aan de muur hangen allemaal kruizen en ook een houten pop die haast lijkt opgehangen te zijn. Mijn klasgenoot Jens probeert de lampen aan te doen, maar wanneer hij dat doet, ontstaat er een elektrisch vonkje en begint de lamp te knipperen.
'Ach,' zegt hij. 'Beter dan niets.'

POV Jennifer:

'Hoog plafond, grijze, enge muren, een vreemd touw aan het plafond. Niet slecht, we gaan hier echt een avontuur beleven, nietwaar meiden?' Ik omhels mijn twee vriendinnen Anna en Lotte, want ik kijkt echt uit naar deze nachten. De hele nacht wakker blijven om te kletsen en natuurlijk heel veel snoep en roddels. We nemen een hoek en doen alles wat we moeten doen.
'Oh my God!' gilt Anna ineens. 'Kijk wat ik heb gevonden! Een plattegrond van het bos! Het blijkt dus dat er hier een oude make-upfabriek is, met het make-up zelf nog! We kunnen er naar toe en wat meenemen!'
'Oh my God! Ja!' stemt Lotte in. 'Dan nemen we ook een paar jongens mee natuurlijk, die kunnen dan bewijzen hoe "stoer" ze zijn.'
'En dan laten we ze samen met de meiden schrikken!' lach ik. 'Dat wordt geweldig!'
'Nou,' zegt Anna. 'Laten we dan gaan!'

POV Isabel:

Ik hoor hoe Anna, Lotte en Jennifer aan het kletsen zijn over een of andere verlaten fabriek, hoe Nina en Janne met hun vriendinnen aan het roddelen zijn en ik zit hier alleen met mijn beste vriend. Meneertje Knuffelbeer. Iedereen weet dat ik hem heb, dus waarom zou ik hem ook nog verstoppen? Ik slaak en zucht en sta op om naar de WC te gaan. Ik open de deur van het toilet, maar hij zit klem. Ik ruk hard aan de klink wanneer Ruben verschijnt.
'Mijn broer zei dat die twee jaar geleden ook al klem zat, dus mochten ze naar de WC van de docenten.'
'Boeit me niet.' zei ik. 'Ik wil deze WC, dus dan krijg ik hem.'
Ik geef nog een harde ruk en dan lukt het. Ik val bijna om, maar weet mijn evenwicht nog net te vinden. Ik kijk naar binnen en snak naar adem. De WC ziet er ten eerste heel vies uit, maar dat is niet wat me bang maakte. De vloer zit onder het bloed en middenin de ruimte ligt een meisje. Ze heeft lange, zwarte haren en haar blauwe ogen staren levenloos in het niets. Haar kleding zit onder de scheuren en bloed en een klein beetje van het rode vloeistof heeft zich opgehoopt in het hoekje van haar mond. Haar armen hangen langs de WC terwijl haar hoofd erop rust. Haar benen liggen uit elkaar en haar huid is spierwit, bijna groengeelachtig en het lijkt alsof haar lichaam jaren geen zuurstof heeft gehad. Ik begin te kokhalsen en heb het gevoel dat ik moet overgeven. Ik begin te gillen en zie hoe alle kinderen tevoorschijn komen. Terwijl ik blijf staren naar het lijk, beginnen de meisjes ook te schreeuwen en rent Rojvan weg om de leraar te halen.Paniekerig sluit ik de deur en belt Mikai het alarmnummer, althans dat probeert hij.
'Geen bereik.' zucht hij. 'Maar ik denk dat de meester wel weet wat we moeten doen.'
'Geen meester te bekennen.' roept Rojvan wanneer hij terugkomt. 'En ook de stagiaire lijkt in rook opgegaan te zijn!'
'Wat moeten we doen?!' huilt Anna.
'Geen leraar!' gilt Nina.
'Geen stagiaire!' schreeuwt Mikai.
Iedereen begint te schreeuwen en te gillen en uiteindelijk voel ik me verplicht ze rustig te houden.
'Calm down,' roep ik, hard genoeg om boven ze uit te komen. 'Hakuna matata, we gaan hier gewoon een leuke week van maken. De leraren zullen wel weer boven water komen en na dit kamp gaan we meteen naar de politie om dat meisje te melden. Wacht, ik herken haar.'
Ik denk goed na. Ik heb haar gezicht al eerder gezien, ondanks dat het gerot is en groen lijkt. Dan weet ik het.
'Ik heb haar foto wel eens gezien.' zeg ik. 'Op de vermissings posters. Zij is dat meisje dat zeven jaar geleden verdween!'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen