De vacht van Grondkit gaat regelmatig op en neer in zijn slaap. Mijn moeder is ook in slaap gedommeld en Zonkit ligt bij Loofpoel en Gaaipoot. Hij was helaas nog niet fit genoeg, dus moet de komende nachten hier blijven slapen. Ik heb best veel medelijden met hem, maar ben zelf wel blij dat we morgen een mentor krijgen. Dan wordt ik ook een leerling! Met de gedachten getraind te worden tot een krijger kan ik niet slapen en blijf ik dus klaarwakker. Uiteindelijk sluit ik toch mijn ogen. Maar van slapen komt er niks van, want we schrikken allemaal wakker wanneer er gekrijs op de open plek te horen is.
'W-W-Wat is dat?' stamel ik en ik richt mijn blik op Luipaardpels. Ze is opgestaan en trippelt naar de ingang naar het medicijnhol.
'Blijf hier kits, ik zorg ervoor dat geen kat jullie pijn doet.'
'H-Hoezo?' vraagt Zonkit angstig.
'Windclankatten vallen ons kamp aan.' verklaart Gaaipoot en hij verzamelt al wat genezende kruiden. Ik sta op en ren op ze af.
'Kan ik misschien helpen? Of mag ik ook gaan vechten?'
'Nee,' zegt Loofpoel streng. 'Jullie gaan bij elkaar liggen terwijl wij alvast alle nodige kruiden verzamelen, begrepen?'
Teleurgesteld loop ik naar Zonkit toe en kruip ik lekker dicht tegen hem aan. Grondkit volgt me en we blijven liggen. Uiteindelijk valt alles stil. Er wordt het een en ander gezegd op de open plek en daarna vervagen de geuren van de vreemde katten.
'Hebben we gewonnen?' vraagt Grondkit en hij springt op. Zonkit komt moeizaam overeind en ik help hem. Loofpoel en Gaaipoot lopen naar de open plek om eventuele katten te helpen, maar gelukkig is dat niet nodig. We rennen op onze ouders af en drukken onze vacht tegen die van hun.
'Hebben we gewonnen?' herhaalt Grondkit terwijl hij zijn vader hoopvol aankijkt.
'Nou, uh.' zegt hij. 'We hebben niet verloren, maar de katten zijn rechts omgekeerd.'
'Waarom zouden ze dat doen!?' roept een kleine, donkerbruin gestreepte kater. Hij heeft amberkleurige ogen en een lage stem. 'Eerst ons kamp binnenvallen en dan maar weggaan? Ze waren in de meerderheid en hadden voordeel!'
'Beter toch?' vraagt Luipaardpels. 'Straks was er nog een kat ernstig gewond geraakt, of gestorven.'
'Je hebt goed gestreden.' fluistert Panterstaart. 'Ik ben heel trots op je.'
Hij duwt zijn snuit in haar vacht en wikkelt zijn staart om de hare. Meteen verlang ik ook naar een partner. Hoe zou het zijn om de vacht van een kat waar je van houdt tegen de mijne te voelen?
'Dat heb je zeker,' zegt Vuurster die komt aan getrippeld. 'Je kon dan wel niet zien, maar toch heb je de Windclankatten laten zien dat ze niet met je moeten sollen. Complimenten.'
Ze knikt Vuurster een bedankje en uiteindelijk richt hij zich tot Panterstaart.
'Ik wil dat jij mentor wordt van een van je kits, we kunnen nu geen krijgers missen door een training omdat we allemaal weten dat de Windclan nog niet klaar is. Als het gevaar geweken is, zal ik een andere kat uitkiezen die ze traint. Als jij de training van Grondpoot doet, kan Luipaardpels die van Zonpoot op zich nemen. Ik zal Nachtpoot alles leren wat ik weet.'
Ik gloei van de trots. De Donderclanleider is mijn mentor! Ik ga hem bewijzen dat ik dat waard ben.
'Wow, geluk joh.' fluistert Grondpoot in mijn oor.
'Jullie kunnen hier trainen terwijl ik drie patrouilles erop uitstuur. Als de Windclankatten komen en aanvallen, is het jullie taak het kamp te verdedigen. Nachtpoot, jij gaat met mij mee. De Windclan is in drieën gesplitst, richting het meer, het donderpad en het woud weer in. Dus ga je mee?'
Vrolijk spring ik overeind.
'Natuurlijk!' roep ik. 'Mag ik dan ook meevechten!'
'Ik hoop niet dat het nodig is,' zucht Vuurster en hij trippelt naar een groepje katten. Ik volg hem en bots tegen een andere leerling op.
'Pas op, Nachtkit!' snauwt hij. Hij heeft een goudbruine, gestreepte vacht en ambergele ogen.
'Sorry,' fluister ik. Maar dan voel ik even hoe de woede in me brandt.
'Hey!' roep ik. 'Ik ben niet langer meer Nachtkit, maar Nachtpoot!'
De kater kijkt me verbaasd aan.
'Er is geen ceremonie geweest,' zegt hij zonder uitdrukking in zijn stem.
'Daar was geen tijd voor.' leg ik uit.
'Wie is je mentor?' vraagt hij terwijl hij me aankijkt met een vreemde blik.
'Vuurster.' zeg ik trots en ik steek mijn kin in de lucht. De leerling wil er nog iets tegen inbrengen, maar plotseling komt er een zwart poesje op hem af getrippeld. Ze drukt zijn neus in zijn vacht.
'Let goed op jezelf, Leeuwpoot.' zegt ze zacht.
'Geen zorgen, Hulstpoot.' zucht hij. 'Ik ga heus niet dood.'
'Ik hoop het maar,' mompelt ze, maar het is net hard genoeg om te horen. Gaaipoot trippelt ook op ze af.
'Jullie moeten alle drie terug komen!' zegt hij. Ik zucht, volgens mij willen ze niet met mij praten. Teleurgesteld loop ik naar Vuurster. Hij legt zijn staart op mijn schouder.
'Is er iets?'
Ik schud mijn hoofd.
'Niets. Het is alleen,' Ik zucht nogmaals. 'Waarom is die Windclan zo uit op een gevecht? En waarom ga je het akkoord?'
'Vechten is ook niet wat ik wil.' fluistert Vuurster. 'Maar zij blijkbaar wel, dus dan kunnen ze iets krijgen. Ik heb ze al eens proberen te helpen, maar hulp accepteren ze niet. Ze vinden zichzelf pas krijgers wanneer ze vechten voor hun prooi en territorium.'
Ik zucht voor een allerlaatste keer en Vuursters staart glijdt over mijn vacht.
'Maak je maar geen zorgen. Wat je nu hebt gezegd, geeft aan dat je later een goede krijger wordt. Vechten is namelijk voor mij altijd de laatste oplossing geweest.'
Nog even is het stil, maar wanneer Vuurster het teken geeft, rennen we allemaal het kamp uit, klaar om de Windclan uit ons territorium te jagen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen