Foto bij Chapter 5

Avery Autumn Lagorio

Avery, elf jaar, 1 september

“Kom op, Avery. Gewoon rennen met je karretje en blijven doorgaan. Je kunt het heus wel.”
Met een angstige blik kijk ik in de richting van de muur. Ik weet dat ik hier niet te lang mag blijven staan om geen aandacht te trekken, maar ik kan het niet helpen dat ik bang word van het idee om door de muur heen te rennen.
We staan precies op de plek waar we moeten staan, namelijk bij de muur van platform 9¾. Volgens de instructies moet je hard op de muur af rennen en ga je er dan zo doorheen, waar de Hogwarts Express op ons wacht. Maar ik ben bang. Bang dat als ik tegen die muur bots, ik niet door de muur heen ga, maar met mijn karretje en al tegen de grond zal vallen. En dat zal pijn doen.
Ik hoor mijn broer luid zuchten. Dan voel ik hoe iemand mijn hand vastpakt en kijk ik naar boven, waar mijn vader me aankijkt met een vriendelijke blik in zijn ogen. Ik zie ook de verwachting en de hoop. De verwachting dat ik ingedeeld zal worden in Slytherin. De hoop dat ik net zo’n reputatie op zal bouwen zoals hij en mijn moeder hebben gedaan toen zij nog naar school gingen.
“Ik weet dat je het eng vindt, lieverd, maar dit is de eerste stap naar volwassenheid. Wanneer je in Slytherin terechtkomt, zal je dapper moeten zijn.”
Ik bijt op mijn lip, maar geef dan een knikje. Ik weet dat hij gelijk heeft, maar ik durf nog steeds niet. Ik verlang naar mijn huis, naar mijn kamer, waar ik me op kan sluiten met de boeken die mijn vader deze zomer nog voor me gekocht heeft. Maar mijn boeken zitten allemaal veilig in mijn hutkoffer en er is geen kans dat ik me weg kan keren van deze verantwoordelijkheid.
En dus knijp ik mijn ogen dicht, klem ik mijn handen stevig om mijn karretje heen en begin dan te rennen. Lucinda, mijn uil, begint hard te krijsen en wanneer ik mijn ogen open, zie ik dat haar grijze kop gericht is naar de muur. Ik doe mijn ogen weer dicht en voel een vreemd gevoel door me heen gaan. Daarna hoor ik het geluid van heel veel mensen.
Ik open mijn ogen en voel mijn mond bijna openvallen als ik de Hogwarts Express zie. Ik heb het gehaald! Niet langer dan een paar seconden later verschijnen mijn ouders en mijn broer.
“Dat was toch niet zo erg?” vraagt Steven grijnzend aan me.
Ik schud mijn hoofd naar hem. Nee, dit is niet eng meer. Maar als ik heel eerlijk ben, vind ik het wel eng om naar Hogwarts te gaan. Hoe zou het daar zijn? Hoe zouden andere leerlingen op me reageren? Ik wilde dat ik net zo zelfverzekerd was als mijn broer, maar dat ben ik niet. Maakt dat van mij een slechte Slytherin?
De angsten en twijfels verdwijnen kort als mijn vader zijn armen om me heen slaat. Hij drukt een kus tegen mijn voorhoofd, haalt zijn hand in een liefdevol gebaar over mijn wang heen en dan is het de beurt aan mijn moeder. Ze glimlacht naar me, buigt zich voorover en drukt ook een kus op mijn voorhoofd, maar laat het lieve gebaar en de knuffel weg.
Ik heb het altijd beter met mijn vader dan met mijn moeder kunnen vinden. Ik weet ook niet waarom, maar het is gewoon zo. Ik kijk toe hoe mijn ouders afscheid nemen van Steven, zie dat mijn vader iets in zijn oor fluistert en zie het gezicht van Steven vertrekken. Daarna verschijnt er een haast kille blik in zijn ogen en geeft hij een knikje. Ik slik en deins geschrokken terug, maar als hij naar mij kijkt, is die blik weer verdwenen en heeft hij weer die warme blik die ik gewend ben van hem. Ik schud verbaasd mijn hoofd.
“Veel succes!” zegt mijn vader tegen ons beiden. Verbeeld ik het me nu of kijkt hij mijn broer net iets langer aan dan mij? “Laat iets weten als jullie op Hogwarts aangekomen zijn.”
Mijn moeder zegt niets, maar werpt mijn broer een kushandje toe. Naar mij wuift ze, maar ik kan de blik in haar ogen niet goed plaatsen. Ze neemt me niet in zich op zoals ze normaal doet. Ze lijkt… afkeurend, bijna teleurgesteld. En ik weet niet waarom, maar ik voel een brok in mijn keel opkomen. Wat heb ik verkeerd gedaan? En wat zei mijn vader tegen Steven?
Ik draai me snel van hun weg, plotseling blij zijnde met het vooruitzicht om tot december hier niet meer mee bezig te moeten zijn. Maar ja, dan komen de lessen en de verwachtingen van de leerkrachten in de plaats. Ik zucht zachtjes.
“Niet zo onzeker, Avery. Het komt allemaal wel goed,” fluistert mijn broer zachtjes in mijn oor.
Hij legt een hand op mijn rug en begeleidt me de trein in. We kiezen een willekeurige coupé uit en gaan zitten. Dan komt er een jongen naar binnen gelopen met blond haar en ongewoon gekleurde ogen. Het lijkt een mengeling van drie kleuren te zijn: groen, lichtbruin en… geel? Misschien is het de weerkaatsing van het licht, maar het lijkt echt op geel.
Hij richt zijn ongewoon gekleurde ogen op mij en meteen krijg ik een onbehaaglijk gevoel. Hij neemt me kort in zich op, maar richt zich dan tot mijn broer. Een grijns verschijnt om zijn lippen en hij steekt zijn hand uit naar Steven.
“Hallo, aangenaam kennis te maken. Mijn naam is Lander.”
Steven neemt de hand aan en nadat ze elkaar de handen hebben geschud, doen Lander en ik hetzelfde. Weer neemt hij mij in zich op en snel wend ik mijn blik af.
“Spreek ik hier met toekomstige Slytherins of zijn er andere verwachtingen?” vraagt Lander plotseling.
“Zowel onze vader als onze moeder hebben in Slyherin gezeten en mijn vader werkt in the Ministry of Magic,” antwoordt mijn broer zelfvoldaan. “Dus ja, het is weldegelijk de bedoeling dat we in hun voetsporen zullen treden.”
Ik zie dat Lander me weer in zich opneemt en tot mijn verrassing herken ik dezelfde blik die mijn moeder ook in haar ogen had.
“Jullie allebei?” vraagt Lander dan, wat me een beetje van mijn stuk brengt.
“Wat denk jij dan? Natuurlijk wij allebei.”
Ik ben blij om te horen hoe verontwaardigd Steven klinkt, alsof hij niet kan geloven dat ook maar iemand twijfelt aan ons vermogen om in Slytherin terecht te komen. Maar Lander’s reactie doe me wel denken aan die van mijn moeder. Was dat het? Was ze bang dat ik niet in Slytherin terecht zou komen? En waarom?
De trein is nog niet vertrokken en als ik naar opzij kijk, zie ik mijn moeder staan. Ze is aan het praten met een andere man en vrouw, maar als ze opzij kijkt, ontmoeten onze ogen elkaar. En ik weet niet wat het is, maar nu zie ik een bijna verdrietige uitdrukking over haar gelaat gaan. Ik ga wat rechter zitten en knipper snel met mijn ogen, maar ze is alweer verdergegaan met het gesprek en werpt geen blik meer mijn richting in. Mijn vader doet dat wel. Een glimlach verspreidt zich om zijn lippen en snel zwaait hij naar me, een actie die ik kopieer.
“Dat zijn mijn ouders,” zegt Lander opeens. “Mijn vader werkt ook in the Ministry of Magic, net zoals die van jullie. Mijn ouders hebben ook allebei in Slytherin gezeten.”
Ik neem de man en de vrouw nu beter in me op. De man heeft zijn blonde haar glad naar achteren gestreken en de vrouw draagt zware make-up en heeft haar blonde haar in perfecte krullen over haar schouders hangen. En als ze zich naar ons draait en een perfect gebit onthult door te lachen naar haar zoon zie ik dat ze dezelfde ongewone ogen heeft als Lander.
“Onze vader heeft ooit 120 punten voor Slytherin verdiend in zijn vierde schooljaar,” zeg ik plotseling. “En toen hij Seeker werd van het Quidditch team, won hij bijna elke wedstrijd the Golden Snitch.”
“En jij denkt dat je in zijn voetsporen zal treden?”
Het klinkt spottend. Ik kijk snel naar mijn broer om te zien of hij het ook gehoord heeft, maar hij is meer naar buiten aan het kijken dan zich op het gesprek aan het concentreren. Ik zie aan de manier hoe zijn hoofd staat dat hij naar onze ouders aan het kijken is en vraag me af of hij ze hard zal gaan missen.
Ik weet dat ik van hem geen hulp hoef te verwachten en dus richt ik me naar Lander, proberend om zo zelfverzekerd mogelijk te kijken.
“Natuurlijk,” antwoord ik. “Ik word de beste Slytherin die Hogwarts ooit gezien heeft.”


Seeker - Zoeker
Quidditch - Zwerkbal
Golden Snitch - Gouden Snaai

Reacties (1)

  • Teal

    Ik ben zo benieuwd in welke afdeling ze terecht is gekomen, Slytherin is natuurlijk al uitgesloten...

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen