POV Nina:

'Oh my God, nee!' gil ik. 'Mijn nagel is gebroken!'
Het is bijna donker en gelukkig was er eten te vinden in de hut. Ons buikje is vol, maar we durven niet naar onze eigen toilet. We zijn allemaal nog steeds van slag door het lijk van het kleine meisje en vooral Isabel treft het zwaar. Alleen denk ik eerder dat zij gewoon faket, gewoon aandacht vragen, y'know.
'Noway!' zegt Janne. 'Dat kan echt niet! Maar maak je maar geen zorgen, ik heb nepnagels.'
Ze wilt hem aan me geven, maar we schrikken allemaal wanneer er gegil komt uit de jongensslaapkamer. We rennen allemaal naar hun kamer, maar er is niemand te bekennen.
'Zwevende houten pop!' schreeuwt Janne ineens en we kijken allemaal omhoog. De kamer wordt gevuld met ons paniekerige gegil en ik begin te hyperventileren. Maar dan komen de jongens tevoorschijn. Ze hebben de slappe lach.
'Jullie hadden je eigen gezichten eens moeten zien!' buldert Rojvan. 'Echt geweldig!'
Maar Mikai lijkt niet zo blij te zijn met het resultaat. Oh, wat is ie toch lief...
'Lieverd!' gil ik. 'Hoe kon je dit laten gebeuren!' En ik begin te huilen.
Mikai kijkt bezorgd en duwt me aan de kant. Verontwaardigd kijk ik hem aan terwijl hij Isabel troost.
'Wat is er? Gaat het wel?' vraagt hij.
'I-I-Ik denk dat ik ga f-flauwvallen.'
'Kom mee,' zegt hij zorgzaam. 'Dan gaan we wat water pakken.'
Met z'n tweeën verlaten ze de kamer terwijl ik ze woedend nakijk. Mijn vriendje die praat met die freak, ik vertrouw haar niet. Ik wed dat ze hem van me wil afpakken. Daar gaat ze voor boeten!
'Wow,' fluistert een van de jongens. 'Dat was best heftig.'

POV Isabel:

Ik hang boven de WC al mijn eerder opgegeten eten te lozen. Ik weet dat mijn klas me nu een angsthaas vind, maar ik weet ook dat het niet de grap van de jongens was die me de rillingen gaf. Het was iets wat daarvoor gebeurde.

Het geluid uit de slaapkamer zorgde ervoor dat alle meisjes de ruimte verlieten zodat ik alleen even kon lezen in mijn boek. Ik zat er helemaal in, maar toen was er iets dat het verstoorde.
'Hallo?' vroeg ik, toen een fluisterende, akelige stem door de kamer galmde. 'Is daar iemand?'
'Isa... Isa... Isaaaaaaa...' Ik keek zoeken om me heen naar de bron van geluid, maar eerst kon ik niets vinden. Tot twee lichtgevende bollen in de deuropening naar de douches stonden. Het silhouet vormde langzaam een klein meisje en uiteindelijk was het duidelijk. Ze had een witte huid en lange, zwarte haren. Een wit jurkje dat ze droeg, zat onder de rode vlekken en ze had blote voeten. Haar ogen waren blauw en ze glimlachte vriendelijk. Snel en paniekerig stond ik op om naar haar te kijken.
'Isabel, goedendag.' zei het meisje en ik liep langzaam achteruit. Ik struikelde een paar keer bijna en het kind liep langzaam naar voren.
'We hebben je hulp nodig.' zei ze. 'Ik heb jou nodig. Alsjeblieft, help ons.'
Zo snel ik kon, rende ik naar de anderen om me bij hen aan te sluiten.


'Gaat het wel?' hoor ik Mikai bezorgd vragen. Mijn kots geluiden stoppen en ik kom de WC weer uit.
'Ja ja,' zucht ik. 'Veel beter nu alles eruit is.'
Ik loop naar de wasbak en maak mijn gezicht even nat met water.
'Gelukkig maar.' antwoordt Mikai. 'Kom, dan gaan we weer...'
Hij breekt af. Nieuw gegil komt uit de kamer.

POV Rojvan:

De houten pop hangt aan het plafond als een of andere demon en ik kijk wild om me heen of we er echt allemaal zijn. Het geschreeuw vult mijn oren, maar iedereen is aanwezig. Isabel en Mikai komen ons ook joinen, dus we hoeven niet te denken dat zij de schuldigen zijn. Ik laat nog één keer mijn blik over onze klas glijden en op de leraren na, missen we toch drie kinderen. Jennifer, Anna en Lotte zijn er niet. Ik ren naar Mikai en vraag of ze hem hebben gezien, maar Isabel is de persoon die antwoord.
'Ze hadden het in de kleedkamer nog over een of andere verlaten fabriek. Volgens mij zijn ze daar naar toe gegaan voor jullie die grap uit wilden halen.'
Mikai kijkt me geschrokken aan en schreeuwt:
'Allemaal naar de meisjesslaapkamer! Geen paniek!'
Iedereen renden als een gek naar de ruimte en wij blijven nog even achter met Janne en Nina. We kijken naar de vliegende pop.
'Ga weg, dit is mijn huis!' lijkt een akelige stem te roepen, maar dat is niet waar Mikai zich zorgen om leek te maken. Het was Isabel wie haar ogen had gericht op een deuropening naar de bezemkast.
'Ze heeft hulp nodig.' fluistert ze. 'We kunnen het niet negeren.'
'Hoor jij iemand vragen om hulp?!' roep ik verontwaardigd. 'Er zegt iemand dat we hier moeten vertrekken, dus dat doen we ook!'
'Maar...' probeert ze nog te zeggen, veel zin heeft het niet. Mikai trekt haar mee en ik sluit de deur. Met zijn allen rennen we naar de ruimte waar onze klasgenoten verscholen zitten.
'Jongens, barricadeer de deur!' roep ik. 'Dat ding mag hier niet komen.'
Nogmaals hoor ik Isabel iets prevelen.
'Ze heeft ons nodig, jongens. Zij hebben ons nodig.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen