Toen Arnaut de volgende morgen wakker werd, had hij het gevoel dat er iets niet klopte. Hij keek om zich heen en merkte dat ze plots met zijn vieren waren. Hij zag hoe Pauline opstond, haar haar goed streek en in de richting van Halt liep. Toen ze de jongen opmerkte, draaide ze zich om om het te begroeten. "Dag Arnaut, dat is weer eventjes geleden. Hoe gaat het met je?" "Euh… goed," antwoorde Arnaut automatisch. "Wat doet u hier eigenlijk?" hij besefte onmiddellijk dat zijn vraag wat achterdochtig en ongastvrij kon geklonken hebben, maar Pauline deed alsof ze dat niet doorhad. "Ik kwam hier toevallig langs met een opdracht. Ik moet namelijk de bemoeienis van een vervelende persoon in belangrijke zaken voorkomen." Het duurde enkele tellen voor hij doorhad dat de vrouw betekenisvol naar Halt stond te kijken. "O" was het enige dat hij kon uitbrengen. Hij zag dat Halt druk aan het schrijven was, en nu met het stuk papier hun kant opliep.

"Pauline," zei hij, "ik heb een heel goede reden om hier te zijn, maar het ligt nogal moeilijk. Je weet dat wij Jagers zowat onze eigen geheimpjes hebben..." Daar hield hij op, en Will, die er ook bij was komen staan, vroeg zich af in welke richting dit gesprek was aan het gaan. Hij kon zich geen enkel geheim bedenken dat Pauline nog niet wist, behalve dan dat hun paarden een wachtwoord hadden. En misschien wist ze ook niet waar de jaarlijkse bijeenkomst plaats hield of dat de Jagers, die zelf de wet moesten beschermen, hem vaak overtraden met hun alternatieve oplossingen voor een probleem. Van dat laatste betwijfelde hij of Pauline echt geen vermoeden zou hebben, maar toch, geheimen hadden ze in overvloed. "Ik weet zeker dat Crowley het zou begrijpen als ik het hem uitlegde, maar voor niet-Jagers is het redelijk..." daar hield hij weer op. "Dus je wilt dat ik een brief overbreng?" "Ja, dat zou inderdaad wel handig zijn..." "Je bedoelt dat ik maar postbode kan spelen, zodat jij ondertussen er onderuit kan muizen met die twee jongens." Halt keek haar recht aan. "Nee, Pauline, deze keer niet. Het is serieus, ik zou je nooit zomaar durven weg te sturen. Doe het alsjeblieft." Pauline keek even terug. Haar man zag er eerlijk uit, dus ze besloot dat hij best wel eens de waarheid zou kunnen spreken. En al het waar was, dan zou het erg zijn als hij hem ondanks die goede reden toch naar huis moest nemen. Eigenlijk wou ze het liefste gewoon de inhoud van de brief lezen, maar in tegenstelling tot Halt, had zij wel degelijk respect voor het briefgeheim. "Het is goed," zei ze, "maar als ik merk dat je me met een smoesje hebt afgescheept, dan zal het je beste dag niet zijn." Halt keek met een onschuldige blik terug. "Dat zou ik toch nooit durven," zei hij, maar even dacht ze een glimp van opluchting in zijn ogen te zien. Dat was zo snel weer verdwenen, dat ze er niet te veel aandacht aan hechtte. Na het ontbijt ging ze weer de andere richting uit.

"Halt?" "Hmmm?" "Die brief, wat stond daar nu eigenlijk in?" Will had zijn vraag gespaard totdat ze bij een smal stuk weg waren aangekomen, waar ze maar met twee naast elkaar konden rijden. Arnaut was een paar meter voor hen, en als hij zacht praatte, zou de jongen hem niet eens horen. Als het een Jagersgeheim was, zo redeneerde hij, dan mocht hij het vast en zeker ook weten. "Wil je dat echt weten?" Will knikte. "Je zou eens wat minder nieuwsgierig moeten worden." Toen was het smalle stuk weg voorbij, en kwam Arnaut naast hen rijjden. "Waar hadden jullie het over?" vroeg hij. "Nergens over," zei Will verdrietig. Hij besefte maar al te goed dat zijn kans was verkeken en dat hij nooit achter de inhoud van de brief zou komen.

Een paar dagen later ontving Crowley een brief die door Pauline persoonlijk werd bezorgd. Ze bleef geduldig staan wachten terwijl de Jager de brief langzaam doornaam.

Dag Crowley,

Als je deze brief leest, dan is mijn vrouw weer helemaal naar huis gereden. Ik zou haar graag in de waan laten dat het niet voor niets was. Je kent de redenen waarom ik dit doe en je weet ook dat je me niet kunt tegenhouden. Laten we het voor ons allebei gemakkelijker maken door de zaak te laten. Als je het waagt om Pauline te vertellen dat ik haar zomaar heb afgescheept, dan zou ik maar uitkijken. Laat me gewoon doen, dan is dit opgelost voor je het weet.

Halt


Crowley dacht een paar seconden rustig na, daarna gaf hij de brief aan Pauline, die daar stond te wachten "voor het geval ze een boodschap terug moest sturen", maar hij begreep dat ze er uit nieuwsgierigheid stond. "Lees hem maar eens, en ik zeg het je, je zal er niet blij mee zijn." Toen de vrouw de brief weer liet zakken stonden haar ogen wraakzuchtig. Hij was even blij dat hij Halt niet was. "Wat doen we nu?" Crowley maakte een wegwerpgebaar. "Laat hem maar doen. Je weet dat hij, als hij zelfs jou durft te bedriegen, we het hele korps zouden nodig hebben om hem daar weg te krijgen. En wat mij betreft hebben we al problemen genoeg." Pauline knikte en begon onder het buitengaan al een lijstje in haar hoofd op te maken. Allereerst zou Halt een maand hun huis niet meer in mogen. Hij moest maar weer bij Will blijven logeren. Daarnaast zou ze per ongeluk zijn lievelingssokken kwijtraken. Wat kon het toch goed doen je tegen één persoon niet altijd even diplomatisch te gedragen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen