Verhaal achter dit korte verhaal: ik heb dit een tijd terug geschreven, eigenlijk met het idee om een bepaald citaat dat ik ervoor bedacht had erin te verwerken, maar toen kwam dit verhaal eruit. Ik heb een hele tijd gedacht dat het nog niet af was, maar toen probeerde ik verder te schrijven en lukte dat eigenlijk niet. Dus ik denk dat het wel af is.

We waren op de stoep buiten voor de club beland, even onze welverdiende frisse neus aan het halen, nadat we uren tussen de zwetende lichamen hadden gedanst. Mijn hoofd voelde licht en ik wist dat de reden dat alles een beetje leek te draaien alcohol was. Ik had altijd de grootste lol om mezelf wanneer ik me in zo’n bui bevond en het leek elke keer weer de beste avond van mijn leven te hebben wanneer ik tussen de flitsende lichten de tijd vergat.
Ik speelde stukjes van de avond als ingezoomde shots als uit een film terug in mijn hoofd: je vingers die zich tussen de mijne vlochten, je stoppels die langs mijn wang schraapten, je stem die in mijn oor fluisterde. We hadden verder niks gedaan dan dansen, maar ik wist zeker dat als je me weer gezoend had, ik daar net zo goed in mee zou zijn gegaan.
Het was niet koud buiten, omdat het zomer was, het heerlijke soort zomernacht waarvan je zou willen dat ze het hele jaar door voor zouden komen, dat vooral zo heerlijk was omdat het deed denken aan eerdere zomernachten met net zulke goede herinneringen.
Ik keek je aan en vroeg me af of het stom was dat we weer alleen met z’n tweeën terecht waren gekomen.
‘Wil je weer terug naar binnen?’ vroeg je. Ik schudde mijn hoofd.
‘Nee, ik denk dat het zo wel weer genoeg is geweest. Het is laat genoeg. Ik denk dat ik beter naar huis kan gaan.’
‘Oké, ik loop met je mee. Ik haal binnen dan onze jassen nog even, goed?’
Ik knikte ja en je verdween. Iemand vlakbij stak een sigaret op. Ik verplaatste een paar meter om niet in de stank te hoeven staan. Een eenzaamheid sloeg op dat moment bij me in als een baksteen.
Ik was nooit erg succesvol geweest in de liefde, maar die ene keer dat ik erbij in de buurt leek te komen, moest het dan zo gaan. Ik was niet gek om te denken dat er misschien iets gaande was geweest tussen ons, maar na het moment dat dat eruit was gekomen, hadden we er niet meer over gepraat. Ik kon de onduidelijkheid en onuitgesproken woorden tussen ons niet uitstaan, maar ik wist ook niet hoe ik erover moest beginnen. Bij die gedachten werd me maar al te erg ingeboord dat andere mensen over het algemeen veel meer sociale skills leken te hebben dan ik.
Je keerde terug met mijn felblauwe regenjas en je eigen normale, zwarte jack.
‘Wil je nog iets te eten halen?’ vroeg je.
Ik schudde mijn hoofd, ook al vermoedde ik dat er wel kans was dat ik misselijk zou worden. ‘Nee, jij wel?’
‘Nee, laten we dan gewoon gaan.’
Ik dacht even dat je je arm om me heen zou slaan bij het weglopen, maar misschien bedacht je je net, of misschien wuifde je alleen even wat lucht weg.
Ik wist niet wat ik tegen je moest zeggen nu we weer alleen waren. Niet omdat ik niet wist hoe ik met je moest praten, of dat ik niets tegen je wilde zeggen, maar zonder dat ik het wilde voelde ik de muur van onuitgesproken woorden die tussen ons in was gebouwd. Normaal had ik hier geen moeite mee na een paar biertjes. Het was alleen omdat jij het was, omdat we ons ergens in dat grijze gebied tussen vrienden en meer dan vrienden bevonden. Eigenlijk wist ik nog niet helemaal zeker of ik je leuk vond, maar wilde ik vooral gewoon proberen of er meer in zat. Ik zag ons nooit samen zijn tot in de eeuwigheid, maar wie wist of er tussen nu en het einde van ‘ons’ iets leuks in zat, een verhaal om te beleven.
Bedenkelijk balanceerde ik over de stoeprand. ‘Weet je,’ zei je, na een tijdje, ‘het teistert me dat je niet praat.’
‘Jij praat anders ook niet,’ kaatste ik terug. ‘Waar wil je over praten?’
‘Vond je het leuk vanavond?’
‘Tuurlijk.’
‘Mooi, want ik zou het niet leuk vinden als jij het niet leuk vond.’ Oké, nou, mooi, fijn dat we dat bevestigd hebben.
‘En vind je mij ook leuk?’ besloot ik dan maar gewoon direct te vragen, want ik wilde geen douane in mijn hoofd hebben die mijn woorden tegenhield. Abrupt stonden we stil, alsof ik eindelijk de bom had laten vallen of de olifant had aangewezen die al een tijdje over onze schouders meekeek. Ik had het eigenlijk willen schreeuwen, maar dat deed ik niet.
‘Is dat wat je dwarszit?’
Ik trok mijn wenkbrauwen omhoog. ‘Ik wil gewoon dat je eerlijk tegen me bent. Duidelijk.’
‘Oké, ja dan.’
‘Ja, wat?’
‘Ja, ik vind je leuk. Minder als je als een schooljuffrouw klinkt.’ Je glimlachte. Je lach was een van de dingen die ik het leukste aan je vond. ‘Maar ik denk gewoon dat… Je weet wel, jij en ik…’ De toon waarop je het zei, zei al genoeg: jij dacht wat ik ook dacht. Daarvoor hoefde je je zin ook niet af te maken. We wisten allebei hoe onwaarschijnlijk ‘jij en ik’ was. ‘Ik bedoel, het is dus niet dat ik je niet…’
‘Nee, ik snap het. Dat is eigenlijk ook wat ik ook al dacht.’ Ik besloot snel verder te lopen. ‘Volgens mij is het nog best wel een eind, dus we kunnen beter doorlopen.’
Ik denk dat ik er gewoon meer van had verwacht, van de eerste keer dat iemand zou verklaren me daadwerkelijk leuk te vinden. Misschien had ik gewoon verwacht dat verliefdheid pats-boem makkelijk was, zoals het in de films was, zelfs als het niet makkelijk was. In romantische komedies waren mensen altijd gewoon op gegeven moment wederzijds verliefd en was er nooit dit soort onduidelijkheid. Niemand zou een film over ons maken. Waarschijnlijk was er niet eens genoeg materiaal om een film van te maken.
Ik kon onze zoen wel als een scene voor me zien. Je kwam op me af in slow motion, midden op de dansvloer, waar opeens niemand meer leek te zijn dan wij tweeën, en plotseling kuste je me, waarbij het even leek alsof er niemand meer bestond dan wij. Op dat moment was ik hét meisje geweest.
Ik wist dat het niet zo was gebeurd, dat ik me eigenlijk niet eens meer kon herinneren of je nou op me afkwam en me toen zoende, of dat we al met elkaar aan het dansen waren, en dat ik eigenlijk niet eens goed wist of ik het zoenen nou wel fijn vond. Misschien dat ik het juist daarom nog een keer wilde proberen, om te kijken of het dan beter was, of er niets mis met me was dat ik niks voelde.
De lucht rook naar zomer. Volgens mij begon het ook alweer lichter te worden buiten. Ik had helemaal niet doorgehad dat we zo lang aan het dansen waren geweest. Straks zou de zonsopkomst de hemel verven en zou die prachtige lucht verspild zijn aan jou en mij.

Reacties (1)

  • TAMOCHi

    Dit is zo mooi, lief en verdrietig tegelijkertijd. I'm not sure wat ik voel hierdoor, maar ik vind het mooi!

    'x

    1 jaar geleden
    • BlueJays

      Haha, dat is misschien ook wel een soort van de bedoeling van dit verhaal. Thanks! (:

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen