Foto bij Scar 84

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ze ziet er afwezig uit, overdonderd, alsof het allemaal te snel gaat en ze de werkelijkheid niet meer bij kan houden.
‘Ga maar slapen, oké, lieverd?' zeg ik. 'Dan voel je je hopelijk weer beter wanneer je wakker wordt.’

Heel lang ben ik bij haar gebleven terwijl ze sliep, maar na een uur of anderhalf van weigeren haar los te laten en obsessief naar haar slapende gezicht te kijken, besef ik dat het misschien toch een beetje eng begint te worden. Wanneer ik zeker weet dat ze er niet wakker van zal worden, laat ik haar los en loop ik naar de woonkamer, waar ik me met een leeg gevoel op de bank neer laat zakken. Na een tijdje sta ik op om een kop koffie te maken - de weinige slaap die ik de afgelopen tijd heb gehad eist duidelijk zijn tol - en drink hem op, alleen om daarna weer op te staan en een hele pot te maken, want anders kom ik de dag niet door.
Ik werk op mijn laptop even mijn email bij - voornamelijk spam - en na een half uurtje klinkt er opeens weer gehoest uit de slaapkamer. Minder dan een minuut later komt Paige in haar pyjama naar buiten lopen. Ze heeft al wat meer kleur op haar gezicht, maar ze loopt nog steeds mank. Ik leg snel mijn laptop weg en kom overeind.
'Ga even zitten. Dan pak ik je antibiotica.'
Ze gaat op de bank zitten en na een minuutje ben ik terug met een van de blauw met witte capsules en een glas water. Met een zucht slikt ze het weg en drinkt de helft van het glas leeg. Ik ga naast haar zitten en als een overbezorgde moeder voel ik met de rug van mijn hand aan haar wang en voorhoofd. Ik weet niet waarom ik verbaasd ben dat ze nog steeds koorts heeft.
'Hoe voel je je?' vraag ik.
Ze haalt haar schouders op. 'Gewoon... ellendig. Ik weet het niet. Longontstekingerig. Alsof ik in elkaar geslagen ben en gekneusde ribben heb. Ik voel me gewoon... ellendig. Verzwakt. Ik voel me gewoon moe, maar ook weer niet. Het is...' Ze schudt haar hoofd en zucht. 'Het is gewoon zo klote. En ik...' Ze kijkt me even aan, bijna bang, alsof ze niet weet of het ernstig is. 'En ik voel me duizelig tijdens het lopen.'
Ik slik de automatisch opborrelende paniek weg en knik zo kalm mogelijk. Voorzichtig strijk ik een pluk haar achter haar oor en zeg: 'Dat zal wel door de hersenschudding komen. De dokter zei al dat dat kon gebeuren. Geef het even aan als het te erg wordt, oké?'
Ze knikt en gaat met haar rug tegen de leuning en haar benen over mijn schoot zitten, ook al zit ik dusdanig dichtbij dat ze eigenlijk bijna op mijn schoot zit.
‘Ik ben de hele week zo doodsbang geweest,’ zeg ik zachtjes en ik strijk zachtjes over haar wang. Ik kan niet van haar afblijven. Ik durf het niet. Het voelt alsof ze tot stof op zal gaan als ik haar niet bij me houd.
‘Het spijt me,’ prevelt ze met neergeslagen blik.
‘Het is jouw schuld niet. Het is echt jouw schuld niet. Jij was waarschijnlijk wel banger dan ik. Maar... God... Ik was zo ongerust. Ik kon niet eten. Ik kon niet slapen. Niet stilzitten. Ik kon alleen maar de meest verschrikkelijke mogelijkheden over wat er met je gebeurd was bedenken. De een nog erger dan de ander. En ik-ik kon helemaal niks doen om je te helpen. Ik voelde me zo... zo máchteloos,’ zeg ik en de onmacht weerklinkt in mijn stem. ‘Ik... Ik wilde je alleen maar weer vast kunnen houden.’
'Ik ben er nu,' belooft ze me. En dan slaat ze haar armen om mijn nek en trekt ze me dicht tegen zich aan en hoewel het voor ons beiden een vrij ongemakkelijke houding is, omhels ik haar terug, want - lieve God - ik dacht dat ik dat nooit meer zou kunnen doen. Haar stem kraakt wanneer ze eraan toevoegt: 'Ik was zo bang dat ik je nooit meer zou zien.'
'Ik ook,' zeg ik zachtjes en we laten elkaar los zodat we elkaar weer wanhopig aan kunnen kijken. Mijn hand vindt haar wang weer. Ik heb haar recht onder mijn vingertoppen nodig om te kunnen geloven dat ze er echt is, om me weer heel te voelen. 'Ik hou zo veel van je.'
'Ik ook van jou,' zegt ze. Er breekt een gelukzalige glimlach op haar enigszins gehavende gezicht uit. 'Je houdt van me.'
'Zielsveel,' druk ik haar op het hart.
'Zeg het nog een keer.'
'Ik hou van je.'
'Nog één keer,' smeekt ze.
'Paige, ik hou meer van je dan wat dan ook. Meer dan van mijn eigen leven.'
Weer die glimlach die ik nooit meer dacht te kunnen zien. 'En ik van jou.'
Ze drukt haar lippen even op de mijne en trekt zich dan een paar centimeter terug. Met gesloten ogen rusten we onze voorhoofden tegen elkaar en ik voel haar adem over mijn lippen strijken. Mijn linkerarm heb ik om haar heen geslagen en mijn rechterhand strijkt over haar hals, nek, haar, wang, overal waar ik bij kan.
'Moe?' vraag ik wanneer haar ademhaling geleidelijk langzamer wordt.
'Beetje,' geeft ze toe.
Ik trek me een stukje terug om haar aan te kunnen kijken. 'Wil je weer naar bed?'
Ze schudt van nee en houdt me steviger vast. Ik beantwoord haar omhelzing en teken wat figuurtjes op haar rug terwijl ze haar hoofd in mijn hals rust.
'Ik wil alleen maar bij jou blijven,' zegt ze en ik glimlach.
Na een tijdje gaan we liggen, Paige nog steeds in mijn armen. Haar hoofd ligt tegen mijn schouder en ze slaapt net niet, maar is ook niet helemaal wakker. Ze ligt zo dicht tegen me aan dat ik haar hart kan voelen kloppen en ze ademt een beetje raar vanwege haar verwondingen. Ik voel mezelf ook steeds slaperiger worden. Het is zwaar genoeg om mijn ogen niet open te willen doen, maar te licht om echt volledig buiten westen te raken. Mijn hand strijkt met lome bewegingen over haar rug, raakt over haar shirt heen even haar tatoeage aan. Ik geef een kus op haar haar en weiger haar los te laten, als een verslaafde. Ze heeft de kracht om me kapot te maken, is me afgelopen week wel duidelijk geworden, maar meer dan ooit voel ik nu dat ze ook de kracht heeft om me gelukkiger te maken dan ik aankan, alleen maar door er te zijn.
Plotseling draait ze zich met een vertrokken gezicht van me weg en begint ze te hoesten, haar mond verstopt achter haar elleboog. Haar hele lichaam schokt mee met het geweld. Het klinkt waarschijnlijk minder pijnlijk dan het is - en het klinkt heel erg pijnlijk. Ik strijk over haar rug en wil vragen hoe het gaat, maar ik besef net op tijd dat ze te druk is met hoesten om te kunnen antwoorden. Die kloterige longontsteking. Wanneer ze eindelijk opgehouden is - het lijkt wel uren te duren - gaat ze zitten en huivert ze. Met gebogen hoofd houdt ze haar handen tegen haar gekneusde ribben en ik ga naast haar zitten. Ik probeer haar blik te vangen, maar ze heeft haar ogen stijf dichtgeknepen van de pijn.
'Zal ik een pijnstiller voor je pakken?' opper ik en ze knikt zonder te kunnen praten.
Tegen de tijd dat ik terugkom, zit ze nog steeds in dezelfde positie, verstard door de pijn. Ik zeg vertwijfeld haar naam en raak heel kort haar schouder aan. Ze kijkt even naar me op en ik zie tranen in haar ogen.
'Denk je dat het zelf lukt?' vraag ik voorzichtig en ze knikt, ook al betwijfel ik het.
Bijna aarzelend haalt ze haar handen van haar ribben, alsof ze bang is dat ze uit elkaar valt, maar dan pakt ze snel het water en de pijnstiller en slikt ze het door. Nadat ze nog een beetje gedronken heeft, leg ik het glas voor haar weg.
'Ik ben moe,' zegt ze dan schor en onvrijwillig moet ze nog een paar keer hoesten, wat ervoor zorgt dat ze weer verstijft en de tranen opnieuw in haar ogen springen.
'Wil je slapen?' vraag ik en wanneer ze knikt, voeg ik eraan toe: 'Hier of in bed?'
'Hier,' antwoordt ze, te moe om die reis überhaupt nog te overwegen.
Ik knik en help haar voorzichtig om te gaan liggen op een manier die haar ribben zo min mogelijk belast. Ik graai ergens een kussentje en fleecedeken vandaan en dek haar zorgvuldig toe.
'Wil je alsjeblieft blijven?' Ze kijkt me met smekende ogen aan en haar hand zoekt naar de mijne. Ik knik - ik zou haar onmogelijk iets kunnen weigeren - en ga op mijn zij bij haar liggen, haar rug tegen de achterkant van de bank en onze gezichten naar elkaar toe. Zodra ze zeker weet dat ik er ben en zal blijven, laat ze haar ogen dichtgaan en ik ben te bang haar pijn te doen om een arm om haar heen te slaan. Ik strijk alleen maar voorzichtig door haar haar en wacht tot de slaap haar komt opeisen, wat zoveel sneller gaat dan normaal dat het bijna eng is. Ik kus haar op haar haar, voorhoofd, jukbeen, wang, slaap - overal waar ik bij kan. Ik weet niet waarom, maar geleidelijk word ik weer een wrak. Het begint bij een brok in mijn keel. Daarna beginnen mijn handen te trillen. Er branden tranen in mijn ogen, waarna ze eerst mijn zicht wazig maken en dan over mijn wangen rollen. Ik strijk ze snel weg. Gelukkig is ze te diep in slaap om er wakker van te worden. Ik weet niet wat er mis is, want ze is thuis. Ze is thuis. Ze is niet meer in gevaar. Ze is niet dood. Ze gaat niet dood.
Maar ze zit onder de blauwe plekken. Ze heeft een longontsteking. Een hersenschudding. Gekneusde ribben die als messen steken bij elke hoest of stap. Ze heeft de herinneringen. En zelfs nu ze hier naast me ligt, veilig en herstellende, maakt het me kapot, want ze ziet er zo ziek uit - zo verschrikkelijk ziek, alsof haar lichaam haar heeft opgegeven.

Na een tijdje wordt ze weer wakker, maar het duurt nog heel lang voordat ze gaat zitten. Ik sta op om een glas water voor haar te halen en nadat ze wat gedronken heeft, begint ze: ‘Mijn vader...’
Ze zucht en schudt haar hoofd, moed verzamelend om verder te gaan. Na een opent ze haar mond weer.
'Mijn vader sloeg mij nooit toen ik nog een kind was. Alleen mijn broers. Ik moest er altijd charmant en schattig uitzien voor als hij bezoek kreeg en blauwe ogen zijn niet elegant, dus van mij bleef hij af. Daarom focuste hij zich wat mij betreft meer op de mentaal zware mishandelingen. Echt hele fucked up dingen. En nu komt het opeens allemaal weer terug. Ik herinner het me weer allemaal,' zegt ze en ze probeert zo wanhopig nonchalant te klinken dat de tranen in haar ogen me automatisch meer en meer opvallen. En dat is het moment dat ik me realiseer dat het waarschijnlijk een nachtmerrie is waardoor ze wakker is geworden. Ik had niks door. Meestal is het wat duidelijker.
'Wat heeft hij allemaal gedaan, dan?' vraag ik, ondanks dat ik niet helemaal zeker weet of ik het wel wíl weten.
Ze slikt en kijkt naar haar handen, die op haar schoot liggen in de hoop ze op te kunnen laten houden met trillen.
'We hadden een hond. Laika, heette ze, want het was een Westsiberische Laika en ik kon geen betere naam bedenken. En vanwege die ruimtehond. Ik moest altijd voor haar zorgen. En ik was echt helemaal dol op haar, wat mijn vader natuurlijk wist. Elke keer...' Haar adem stokt in haar keel en haar hand gaat naar haar mond. Het is duidelijk dat ze met man en macht probeert de tranen terug te dringen. Mijn hart breekt en ik sla een arm om haar heen. Na een paar onvaste ademhalingen gaat ze door. Het duurt niet lang voordat haar stem alweer breekt. 'Elke keer als hij boos werd op mij en eigenlijk mij wilde slaan, mishandelde hij Laika. En ik moest altijd toekijken en... en een keer was hij echt heel erg kwaad, want ik had geprobeerd hem tegen te houden toen hij Dennis sloeg en hij ging te ver. Ik was toen tien en ik wist eigenlijk al dat ze dood was, maar toch heb ik de hele dag naast haar lichaam gezeten en gewacht tot... tot ze weer wakker zou worden. En dat... dat werd ze niet...’
De eerste snik snijdt door haar lichaam en ik trek haar tegen me aan. Ze kruipt op mijn schoot en drukt zich huilend tegen me aan alsof ze zich wil verstoppen onder mijn ribben. Ik probeer haar te troosten, maar ik weet niet in hoeverre het lukt, want het bloed kookt in mijn aderen en ik voel niets anders dan haat - niet tegen haar, maar tegen haar vader, wiens huid ik van zijn gezicht pel als ik hem ooit in levende lijve tegen ga komen.
'Ze was zo lief,' snikt ze. 'En als ik 's nachts bang was, dan liet ik haar stiekem in mijn kamer en sliep ze naast me op bed en dan had ik altijd minder nachtmerries. En-en het is mijn schuld dat ze dood is en ik weet dat je gaat zeggen dat dat niet zo is en misschien heb je gelijk, maar het doet zoveel pijn.'
Ik kan niet anders dan het voor me zien en het idee is verschrikkelijk. Met haar in mijn armen wieg ik ons zachtjes heen en weer.
'Paige, ik vind het zo erg voor je,' is het enige wat ik uit weet te brengen.
Ze maakt zich los uit mijn omhelzing en kijkt me wanhopig naar woorden zoekend aan. Ze haalt een hand door haar haar en zegt dan uiteindelijk: 'Ik... Ik bedoelde het zo goed. Het voelt zo dubbel. Aan de ene kant wens ik elke dag nog dat ik gewoon "braaf" was geweest zodat mijn vader Laika met rust had gelaten, maar... aan de andere kant was hij mijn broer in elkaar aan het slaan en het voelde echt alsof ik wel iets móést doen. En ik... ik weet gewoon niet of ik er spijt van moet hebben of niet.'
Ik weet het ook niet.
'Hij... Mijn vader...' Ze zucht en schudt haast moedeloos haar hoofd. 'Hij had ook een doodskist in de kelder staan. Met luchtgaten erin geboord en een slot erop. En als straf sloot hij me daar soms in op. Urenlang. Ik heb er claustrofobie en nachtmerries over levend begraven van gekregen en het heeft heel lang geduurd voordat dat afgezwakt is.'
Ik krimp bijna ineen. Ik kan gewoon niet geloven dat ik dit kan geloven. Dat haar vader haar dit aangedaan heeft, breekt mijn hart, maar het verbaast me niet.
'Hij heeft iemand gedwongen zichzelf te verbranden en ik moest ernaar kijken,' fluistert ze hees. Alles wat ze wanhopig heeft geprobeerd te vergeten komt nu weer over haar heen walsen.
'Moet je...' Ik ben heel lang stil, zoekend naar woorden. 'Is het niet verstandig om dit misschien voor te dragen aan... weet ik veel... de FBI? CIA? Iemand die je vader kan stoppen?'
Angst breekt door op haar gezicht. Ze wordt lijkbleek.
'Mijn vader is al jarenlang een van de topprioriteiten van de regering van een hele hoop landen, waaronder de VS. Al vanaf voor mijn geboorte. Ik ben opgegroeid met een noodplan voor het geval we opgepakt werden. Als dat zou gebeuren, moesten we zo snel mogelijk zelfmoord plegen zodat we hem niet konden verraden. Ik was drie toen het me voor het eerst verteld werd. Het heeft geen zin. Ze krijgen hem niet te pakken. Hij is te goed voorbereid. Ze zijn nooit überhaupt in de buurt gekomen. Ik...' Ze slikt, tranen brandend in haar ogen. 'Ik wil gewoon nooit meer wat met hem te maken hebben. Misschien laat hij me dan met rust. Of ik nu help of niet, het lukt ze toch niet. En zodra ik hen hulp aanbiedt, wordt niet alleen ik, maar ook jíj binnen een dag vermoord door mijn vaders organisatie. En ik weet niet... Ik kan niet... Met mij waren ze nog voorzichtig, maar... Als ze jou...'
Ik knik, want het is wel duidelijk dat ze haar zin echt niet af durft te maken. Hoewel ik begrijp wat ze suggereert en het om míjn welzijn gaat, kan het me verassend weinig schelen.
‘Ik vertrouw je,’ beloof ik haar en ik vouw voorzichtig mijn armen om haar middel heen. Ik druk een zachte kus tegen haar schouder. ‘Hoe gaat het met je ribben?’
‘Een beetje... gekneusd,’ antwoordt ze schaapachtig.
‘Je weet toch dat je niet...’ Ik zucht schud mijn hoofd. Even sluit ik mijn ogen, maar dan kijk ik haar weer aan, smekend. ‘Ga alsjeblieft nog niet werken, maandag. Je bent echt heel ziek. Je bent sterk, maar je kunt nog niet werken.’
‘Ik heb nauwelijks vrije dagen meer over, Nathan. Ik zal wel moeten. En ik wil het.’
Mijn hand vindt een weg naar haar wang en ik kijk haar indringend aan.
‘Alsjeblieft. Als je vrije dagen van dit jaar opraken, regelen we wel met Marco dat je die van mij kan krijgen of zo. Dat moet wel lukken.’
‘Nathan...’ verzucht ze. Ze wil me niet tot last zijn. Ze wil niemand iets verschuldigd zijn.
‘Denk er alsjeblieft over na,’ onderbreek ik haar. ‘Oké?’
Ze knikt. ‘Oké.’
‘Ik zou in principe ook gewoon thuis kunnen blijven. De criminelen stikken er maar in, ik ben liever bij jou. Ik heb nog meer dan genoeg vrije dagen en dan kunnen we gewoon even helemaal niks belangrijks doen, oké? Een pyjamadag. We maken er een gezellige longontstekingvakantie van.’
Ze lacht en de knoop in mijn borst - die steeds verder verdwijnt, maar door alle paniek van de afgelopen dagen nog steeds niet helemaal weg is - wordt iets losser.
Ik geef een kus tegen haar sleutelbeen en rust mijn hoofd in haar hals. Aangezien ze schrijlings op mijn schoot zit, zou ik haar in principe net zo dicht tegen me aan kunnen trekken als ik wil, wanhopig naar geruststelling en lichamelijk contact, maar ik ben zo bang haar pijn te doen dat ik maar gewoon losjes mijn armen om haar heen houd. Ze strijkt met haar handen door mijn haar en heel lang zitten we gewoon in stile.
Ik wil haar zeggen wat ze voor me betekent. Ik wil dat ze het weet. Ik wil dat ze het allemaal weet. Nadat ik zo lang zo verschrikkelijk bang ben geweest omdat ze zo ver weg was, ben ik niet bang meer om haar dichtbij me te laten. Mijn hart is van haar. Ze mag weten waar die uit bestaat.
Maar ik heb geen idee hoe ik het zou moeten zeggen. Het zou eruitkomen als een ongeorganiseerd boeket van onhandige woorden, van woorden die alleen maar woorden zijn, woorden die alleen maar een betekenis hebben omdat de taal besloten heeft dat dat de dingen zijn die ik kan voelen.
Dus ik druk gewoon een zacht kusje in haar hals - teder, voorzichtig, vol genegenheid - en zeg het allemaal.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Super lief! Ik hoop echt dat ze een pyjama dag gaan nemen! Het liefst een pyjama week!

    Maar... mag Paige zich niet gewoon ziek melden?

    1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      In Amerika is de gezondheidszorg best wel fucked up. Je krijgt daar niet zomaar verlof. Je krijgt daar een beperkt aantal vrije dagen en daar moet je het mee doen.

      1 jaar geleden
    • BethGoes

      Ohh... dat is stom...

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen