Foto bij Chapter 8

Avery Autumn Lagorio


Het rechte, kronkelende, naar boven hellende pad duurt naar mijn idee eeuwen om te volgen, maar dat kan ook door het gezelschap komen. Hoewel ik aan het bibberen ben van de kou laat niets van Hunter zien dat hij er last van heeft. Natuurlijk is hij afkomstig van Durmstrang en is het koude weer daar misschien zo gewoon dat hij er nu geen last van heeft, maar ik kan me niet voorstellen dat hij het, enkel gehuld in een shirt, leren jasje en lange broek, niet koud heeft.
We naderen het kasteel al als ik me besef dat ik gemakkelijk een spreuk had kunnen gebruiken om onze hoofden te beschermen tegen de regen. Ik was zo overdonderd door alles dat ik dat even vergeten was. Ik besluit om er niks over te zeggen tegen Hunter. Mijn hele lichaam doet pijn van de klap op de grond en het liefste wat ik wil, is in mijn bed kruipen en vergeten dat de dag van vandaag gebeurd is.
De grote eikenhouten deuren zwaaien voor ons open en laten ons binnen in de immense hal die, zelfs na een aantal jaar, nog steeds mijn aandacht trekt. Ik zie dat Hunter zijn blik langs de hal laat glijden en vraag me af van wat hij ervan vindt, maar zoals altijd toont hij amper emotie.
Mijn maag trekt samen als ik Lander samen met Steven zie staan. Zo te zien is de ceremonie voor de eerstejaars net achter de rug en zal het avondeten dadelijk plaatsvinden.
“Leuke trip gehad?” vraagt Lander pesterig aan me. “Het zal nogal koud zijn geweest, niet dan?”
“En welke verloren ziel heb je nu weer opgepikt onderweg? Alsof je vorig jaar al niet genoeg jongens hebt gehad.”
Voordat ik iets kan zeggen, doet Hunter een paar stappen naar voren zodat hij zijn gezicht recht in die van mijn broer kan duwen.
“Die verloren ziel, zoals jij het al mooi zegt, heeft een naam en ook een mond om te praten. En die mond kan je ook heel gemakkelijk beheksen als je nu niet je kop dichthoudt.” Hunter’s blik glijdt naar beneden, naar het logo op het gewaad van mijn broer. “Ah, Zwadderich? Ik hoop dat ze niet allemaal zo hersenloos zijn als jullie twee.”
En na dat gezegd te hebben, doet hij een stap opzij en loopt de zaal in. Hij kijkt nog één keer over zijn schouder naar mij en lijkt iets te willen zeggen, maar sluit dan zijn mond, schudt zijn hoofd en richt zich weer naar voren.
Ik krimp in elkaar als Steven zich weer naar mij richt met een woedende blik in zijn ogen. Ik weet gewoon dat hij dit zal bespreken met onze ouders en dat zij dan heel boos op me zullen zijn. Sinds mijn elfde is het minste of geringste al een reden voor ze om me uit te schelden en ze op mijn plek te wijzen. Puur om iets waar ik niks aan kan doen.
Ik laat mijn schouders zakken en omdat ik ontzettende honger heb, negeer ik het feit dat ik nog steeds gehuld ben in modder en loop the Great Hall binnen, waar alle studenten al aan hun tafels zitten. Ik voeg me bij de studenten van mijn afdeling en hoewel ze een sympathieke blik op me werpen, doet niemand echt moeite om aan me te vragen wat er gebeurd is.
Ik kijk over mijn schouder en zie Hunter al aan de tafel van Slythern zitten, waar hij geanimeerd aan het praten is met iemand die ook tatoeages op zijn lijf heeft en bekendstaat om zijn ruige houding. Hij ziet er zo anders uit dan toen we naar Hogwarts liepen dat ik me afvraag of dat iedereens defensieve houding niet gewoon aan mezelf ligt.
Net op het moment dat ik aan mijn eten wil beginnen, vliegt er een rode brief mijn kant in. Ik krimp in elkaar omdat ik weet wat er nu gaat komen. In tegenstelling tot de voorgaande jaren kan ik het nu echter echt niet hebben, zeker niet na mijn aanvaring met Hunter. Maar helaas is zoals altijd alles in mijn leven meedogenloos en opent de brief zich nu ook zonder medelijden, een rij met papieren tanden onthullend en een rode, slangachtige tong. Een Howler.
“Avery Autumn Petronella Lagorio, hoe haal je het verdomme in je hoofd om de koets naar Hogwarts te missen? Niet alleen maak je je familie nog meer te schande, maar breek je de reputatie van je broer alleen maar meer en meer af door die verschrikkelijke streken van je. Ik heb nu al al het mogelijke uit de kast moeten halen om de eer van onze familie te redden na die stunt van jou toen je net aan je schoolcarrière begon. Om redenen die jij zelf wel weet, mag dit in de toekomst niet meer voorkomen en ik verwacht dat je op elk proefwerk en elk examen minstens een Acceptable haalt, wat, als ik je zielige afdeling zou moeten geloven, wel haalbaar zou moeten zijn! Je moest je schamen om je familie zo ten schande te maken!”
De brief scheurt, na haar woorden hard gescandeerd te hebben door heel the Great Hall, kapot in mijn gezicht en laat een hoop papieren stukjes achter. Ik voel dat mijn gezicht rood word en dat de tranen me in de ogen staan, al zeker als ik wat onwennig gelach naast me hoor.
Wanneer ik naar opzij kijk, zie ik de meelevende blikken van mijn afdelingsgenoten. Een meisje glimlacht zelfs bemoedigend naar me, maar er zijn ook enkelen die me juist met een spottende grijns aankijken. En voor heel even durf ik het aan om mijn blik te laten glijden naar de Slytherin-tafel. En dat had ik beter niet kunnen doen.
De blikken van zowel mijn broer als Lander en zijn vrienden zijn spottend. Hunter en de jongen die naast hem zit, kijken me ongelovig aan. Ik zie dat Hunter zijn hoofd een beetje schuin houdt en me vragend aankijkt. Hij lacht niet mee met de rest, maar heeft ook geen sympathieke blik in zijn ogen. Zijn blik is… koud. Meer kan ik er niet over zeggen.
Ik vergeet mijn honger en ik vergeet waar ik hiervoor kwam. Dit kan ik niet aan. Niet net nadat ik iemand heb ontmoet die me toch al niet mag, niet nu mijn moeder door heel the Great Hall iets prijs heeft gegeven wat ik verborgen wilde houden. Ze heeft er niet bij gezegd wat het was, maar er gaan zeker vragen komen. Vragen waar ik niet bereid voor ben om ze te beantwoorden.
“Avery, wacht!” hoor ik iemand van mijn afdeling zeggen, maar ik heb mijn ene been al over de bank waar ik op zit heen geslingerd.
“Avery, kom nou.”
Ik ruk mijn arm los uit de slappe grip en slinger mijn andere been over de bank heen. Het enige waar ik me nog op kan concentreren, is dat verdomde gelach. Het voelt alsof het naar mij gericht is, alsof iedereen me uitlacht. Als ik mijn blik langs de gezichten laat glijden, kan ik alleen maar de spottende blikken eruit halen.
Tranen verzamelen zich in mijn ogen en ik ren snel weg, voordat ze de kans krijgen om ze over mijn wangen te zien rollen. Ik wil weg. Weg uit deze zaal, weg van Hogwarts, weg van mijn moeder die me in het openbaar elk jaar vernedert. Weg van alle pijn, frustratie en woede.
Ik wil weg van deze wereld.


Great Hall - Grote Zaal
Howler - Brulbrief
Acceptable - Acceptabel


Sorry, ik was gisteren vergeten te activeren!

Reacties (1)

  • Teal

    Verdoooorie! Nu weet ik nog niet welke afdeling ze zit, al gok ik Ravenclaw... maar t kan allemaal 😂

    Mooi geschreven!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen