na regen komt zonneschijn!

Hoe wist mijn grootvader van die droom af? Was de droom dan geen droom maar iets anders? Misschien een gezamenlijke hallucinatie? Nee, dat kan niet, daarvoor waren we te ver van elkaar verwijderd. Was mijn grootvader dan misschien een waarzegger? De gedachte aan mijn opa, in welke vorm dan ook, deed nog teveel pijn, dus besloot ik om niet meer aan hem te denken. Ik had besloten om te proberen mezelf erover te zetten, het leven gaat ook nog door zonder hem. Die gedachte werd bij mij meteen afgestraft door een mentale pijnscheut. De tranen waren er weer. Ik liet ze maar stromen, het kan geen kwaad om af en toe eens alles eruit te laten en je emoties te tonen. Trouwens, er was toch niemand in de buurt. Toen ik uitgehuild was, besloot ik om toch maar naar de woonkamer te gaan.

De woonkamer was leeg toen ik er was, dus kon ik op mijn gemak een beetje eten. Ik had gemerkt dat ik na zo lang op mijn kamer gezeten te hebben toch wel honger had gekregen. Een blik naar buiten werpen had geen nut, het was nog even donker als toen ik naar huis was gerend. Dan keek ik maar naar de klok. Die leerde me dat het al de volgende dag was, aangezien het 1 uur 's nachts was en ik pas rond half 3 thuis kwam. Heb ik zo lang boven gezeten? dacht ik. Ach ja, het maakt ook niets uit. Ik had geen zin om Jan of iemand anders te zien, dus ging ik na een flinke maaltijd maar terug naar mijn kamer. Ik probeerde om wat te slapen, maar het verhaal bleef door mijn hoofd spoken. Elke keer dat mijn gedachten terug afdwaalden naar mijn opa, begon ik terug te huilen. Slapen zou er niet inzitten, maar een beetje rusten was ook wel welkom.

De volgende dag kwam ik ineens met een schok overeind. Dezelfde nachtmerrie had mijn brein overmeesterd en me in slaap gewiegd. Gelukkig was het maar een nachtmerrie, ik zou niet graag door een draak achtervolgd willen worden. Of er een zien, want ze bestaan gewoonweg niet. Mijn horloge zei me dat het half 8 's ochtends was. Aangezien het nog zo vroeg was, besloot ik nog even te blijven liggen. Een klein kwartiertje later besloot ik na wat getobd te hebben dat blijven liggen geen zin had, want mijn gedachten gingen steeds weer naar mijn opa. Ik keek weer naar mijn horloge, maar die gaf nog steeds half 8. Stom ding, dacht ik. Daar heb ik dus ook niets meer aan.

Toen ik een beetje later in de woonkamer kwam, keek iedereen me met grote ogen aan, alsof ik een of ander monster was dat net mijn opa had opgegeten. "Ben je alweer een beetje gekalmeerd?" vroeg mijn moeder voorzichtig. Toen begreep ik het. Ik antwoordde vlug :"Ja", maar aan mijn blijk konden ze zien dat dat geen volledige waarheid was. Ik ging wat eten halen en genoot ondertussen van de rust. Dat was de eerste keer dat ik het volledig stil heb geweten in huis, ondanks dat iedereen er was.

Toen ik mijn smakeloze boterham binnen had, besloot ik maar eens naar buiten te gaan. Mijn normale leven weer op te pakken. Ik wist zo al dat het moeilijk zou zijn, maar het was nodig. Soms had je tegenslag in het leven, maar het leven ging verder. Ik ging een wandeling maken in het bos dat dichtbij lag. Slechts enkelen wisten van het bestaan van dit bos, dus ik genoot altijd van de rust die ik hier kon vinden. En als er iemand kwam, ging ik gewoon naar een van mijn schuilplaatsen in het bos. Volgens mij wist niemand daarvan af.

Er was niemand anders in het bos. Het gekwetter van vogeltjes en de voorbijracende eekhoorntjes brachten me weer tot rust. Toch had ik het gevoel dat er iets anders was, dat er iets niet klopte. Ik zette me over dat gevoel heen en ging tegen mijn favoriete boom zitten, tegen de oude eik waarmee dit bos eigenlijk ooit was begonnen. De eekhoorns waren net een spel aan het spelen, zoals ze daar zo vrolijk achter elkaar renden. Of nee, ze waren eten gaan zoeken voor hun kleintjes. Ze vlogen een boom in en daar zag ik heel duidelijk een stel kleine hoofdjes boven de rand uitsteken. Onwillekeurig moest ik lachen.

Mijn ogen gingen langzaam open. Blijkbaar was ik in slaap gevallen. Dat komt ervan als je 's nachts wakker bent en overdag slaapt, dacht ik. Ik opende ze wat verder en zag op mijn schoot een klein vogeltje zitten. Het trippelde een beetje verder en keek me aan met een schuin kopje. Aan de rode borst zag ik dat het een roodborstje was. "Dag jongen", zei ik," wat brengt jou hier?" Het beestje hield zijn hoofd naar de andere kant schuin en begon vrolijk te kwetteren. Ik begon spontaan te glimlachen en probeerde hem op mijn hand te laten zitten. Dat wilde hij niet meteen, maar na een beetje aandringen gaf hij toe en kwam het roodborstje voorzichtig op mijn hand zitten, klaar om bij elk teken van gevaar weg te vliegen. Plots voelde ik mij heel bekeken. Voorzichtig, om mijn kleine vriendje niet te doen opvliegen, draaide ik me om en zag ik een rij hoofdjes naar mij kijken. Ineens schoten ze allemaal weg. Het vogeltje kwetterde verschrikt en vloog prompt op.

"Ik wist wel dat ik je hier kon vinden!" riep Jan vanuit de verte. Als er één ding was waar ik nu geen behoefte had, was het wel menselijk gezelschap. Natuurlijk liet ik dat niet merken. In plaats daarvan vroeg ik:" Hoe ken jij deze plek?" "Ik zocht je al 2 dagen, dus ging ik je ouders vragen of zij wisten waar jij misschien was. Toen ze zeiden dat je niet thuis was, vertelden ze me van deze plek en dat je hier nogal vaak kwam, dus ik besloot hier te komen zoeken." Die vervloekte ouders!

Reacties (2)

  • Pingu1710

    Aye ik wil wete hoe de opa dervan weet

    1 jaar geleden
  • snakebite852

    dees hoofdstuk is echt goed

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen