het begin van alles is er eindelijk!

Ik had echt geen zin in een gesprek met Jan, dus probeerde ik het zo kort mogelijk te houden. Ik verzon een smoes dat ik van mijn ouders voor 12 uur thuis moest zijn, zodat ik bijna weg moest. Tenminste, dat dacht ik toch. Aangezien mijn horloge nog steeds half 8 aangaf, had ik echt geen flauw benul van hoe laat het was. Toen ik dat aan Jan vertelde, toverde hij zijn GSM tevoorschijn. "Oh, het is nog maar 10 uur, meer dan genoeg tijd dus", zei hij. Ik kon mezelf wel voor het hoofd slaan. In ieder geval, ik was dus wel verplicht een gesprek te voeren. En ik wist al waarover het zou gaan: "En, hoe gaat het? Al een beetje over het verlies van je grootvader heen?" vroeg Jan heel voorzichtig, in de hoop mij niet te kwetsen. Ook al wist ik dat die vraag zou komen, bij het horen van mijn grootvader most ik toch even slikken. Ik probeerde te doen alsof alles oké was: "Uhm, jaja, alles in orde."

Voor de rest was het gesprek redelijk saai, en net toen het in de richting van zijn laatste woorden ging, hoorde ik in de verte de kerk 12 uur slaan. Gered door de bel, nog steeds zeer accuraat, dacht ik terwijl ik gehaast afscheid nam. Toen ik thuis kwam, waren mijn ouders heel verbaasd: "Wat doe jij zo vroeg thuis? Ik dacht dat je een hele dag weg ging zijn met Jan?" vroeg mijn vader. "Nee, hij moest deze namiddag nog weg", zei ik snel. Misschien iets te snel... "Helemaal niet, we hebben het hem nog gevraagd." Wat nu? "Jawel, hij werd last minute gebeld door een groep waarmee hij bevriend is, maar ik kan hen echt niet hebben. Dus ik heb besloten maar thuis te blijven." Mijn moeder zei: "Waarom? Een beetje sociaal doen kan heus geen kwaad hoor." "Mama, daar heb ik nu geen zin in." "Dan niet." Ze gaf het op. Gelukkig. Ik had geen zin in discussiëren. Of zelfs praten in het algemeen.

Ik ging voor de zoveelste keer in deze periode weer naar mijn kamer, om alleen te zijn. In het bos was ik niet meer zeker dat ik alleen zou zijn, ook al had ik daar wel behoefte aan. Dan maar op mijn kamer blijven. Mijn gedachten gingen terug naar de laatste woorden waar Jan achter viste. En dan vooral naar het gedeelte: Ga bij het onweer naar het westen, naar de Bron. Welke bron hij bedoelde, geen idee. Ik kende geen enkele bron in het westen. Ik hoopte maar dat het dan duidelijk zou zijn. Plots vroeg ik me af waarom ik eigenlijk zelfs dit belachelijke gedoe zou doen, maar ik besloot dat dat was omdat mijn grootvader er zijn laatste woorden aan had gegeven. Hij had speciaal moeite gedaan om in leven te blijven zodat hij dit aan mij kon vertellen. En ik vertrouwde blindelings op mijn opa, ook al was hij op het eind misschien dement. Soms betwijfelde ik weleens of hij wel echt dement was, hij leek ons gewoon in de maling te nemen. Soms leek het wel alsof hij zoiets belachelijk zei om dan in zichzelf te gaan zitten lachen. Waarom hij alsof zou doen, ik heb geen idee. De tranen welden terug op, dus ik deed moeite om ergens anders aan te denken.

Een paar saaie dagen later was ik nog steeds amper van mijn kamer afgekomen. Deze dag zou ik wel moeten, ik moest het rapport gaan ophalen. Ik hoopte dat ik niet al te slechte punten zou hebben. Voor ik vertrok toch nog even het weerbericht bekeken. De weervrouw voorspelde "dat er geen wolken zouden komen, voor de rest van de week droog weer". Ik sprong slechtgezind op de fiets. Dat onweer liet toch lang op zich wachten. Onderweg naar school echter rook ik ineens de typische geur van regen. Toen ik naar boven keek, zag ik dat er veel wolken ogenschijnlijk uit het niets opdoken. Na een tiental minuten zag heel de lucht pikkedonker, zo zwart dat je bijna geen hand meer voor ogen zag. Ik keek naar het westen, naar de richting waarvan mijn opa had gezegd dat ik zou moeten gaan. Daar zagen de wolken in plaats van zwart, groenig grijs. Zo'n kleur wolken had ik nog nooit gezien! Ik wist niet eens dat dat kon. In ieder geval, toen de eerste druppel viel hoorde ik mijn opa zijn zachte, hese stem terug zeggen dat ik naar de Bron moest, dus ik wist zeker dat dit eindelijk het juiste onweer was. In plaats van naar school te gaan, fietste ik dus naar het westen. Naar de mij onbekende 'Bron'.

Onderweg kwam ik een paar vrienden en klasgenoten in de tegengestelde richting tegen. Die wisten nog niet eens waarom ik op het klassenfeest ineens weg was, dus begonnen ze daar meteen achter te vragen. Ik negeerde ze allemaal. Naarmate ik dichter en dichter bij het westen kwam, begon het harder en harder te regenen. Toen pas begreep ik het: de Bron is het punt waaruit de hele storm kwam. Wat voor iets een storm kon maken wist ik niet, maar dit was geen natuurlijke storm. De regen werd zo hevig dat ik amper iets kon zien. Ik fietste en fietste en raakte elk gevoel van richting kwijt. Mijn enig aanknopingspunt was de Bron. Wat wel vreemd was, was dat ik niet nat werd. Overal waar ik keek, zag ik mensen vluchten voor de hevige regen, bang om helemaal doorweekt te worden. En precies die ene gek die naar de regen toe fietste, werd niet nat. Vreemd.

Op een gegeven moment reed ik een park in. Een groot park, het zou heel mooi zijn zonder de regen. Ik fietste door omdat ik hier niet was voor het park. Ik was hier voor de Bron van het onweer. Opeens stopte de regen. Het was echt vreemd. Je kon echt net een muur ven regen zien. Aan de ene kant een gigantische stortbui, aan de andere een zonnetje dat zachtjes op je gezicht scheen. Toen ik me omdraaide, zag ik wat de oorzaak van de storm was. Of beter, wie.

Reacties (2)

  • snakebite852

    dees is echt nice

    1 jaar geleden
  • Pingu1710

    OMG SCHRIJF VERDER WIE IS HET 😨😱

    1 jaar geleden
    • woetre333

      tja... haha ik kan u nu echt zo hard trollen want het is af maar het staat op inactief

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen